Fabian Franciscus: ‘Ik haal kracht uit mijn autisme'

Artikelen, nieuws en opinie. Verzameld door Autsider.net
Gebruikersavatar
Admin
Beheerder
Berichten: 1305
Lid geworden op: 04 jun 2022 13:59
Locatie: Amersfoort
1e diagnose: Autisme
Contacteer:

Fabian Franciscus: ‘Ik haal kracht uit mijn autisme'

Ongelezen bericht door Admin »

Cabaretier Fabian Franciscus ‘Lekker gezellig!’ heet de nieuwe show van Fabian Franciscus, cabaretier met autisme. „Kunnen lachen om jezelf is de eerste stap van zelfacceptatie.”

Fabian Franciscus (39) is niet je alledaagse cabaretier. Althans, op papier. Hij heeft een meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis, een diagnose in het autismespectrum. Maar op het podium merk je daar eigenlijk maar weinig van, als je weet hoeveel moeilijkheden hij ermee gehad heeft. Hij is grappig, goedlachs, een beetje teruggetrokken maar energiek, scherp, een prima verteller en uiterst ad rem met in- en uitlopend publiek. Hij bewees dat deze zomer nog op voor hem een van de lastigste podia: de comedyzaal van Lowlands, waar het publiek altijd iets minder gedisciplineerd (lees: dronken) is en waar de prikkels je om de oren vliegen; twee dingen die voor Franciscus eigenlijk onhebbelijk zijn.

Om toch vaste grond te hebben, deed hij op Lowlands daarom stukjes uit zijn vorige voorstelling, Kleine wereld (2020). Hij vertelt hoe hij pas laat de diagnose autisme kreeg. Daarvoor werden zijn problemen, totaal onbegrepen, alleen maar erger door verkeerde oplossingen. Hij vertelt hoe hij gepest werd op de basisschool en dat hij daarom naar een ZMOK-school werd gestuurd, een middelbare school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Daar zat hij als kind met autistische problemen tussen half- of al helemaal criminele kinderen. Even lief als schrijnend is de troef waarmee hij eindelijk respect afdwong. Zijn klasgenoten interpreteerden zijn grote, bange ogen verkeerd: ze dachten dat hij knetterstoned naar school durfde te komen.

Even terug naar het begin: waarom wilde je cabaretier worden?
„Ik was vroeger te autistisch om met mensen te praten. Ik was veel te direct, ik maakte mensen alleen maar boos. Maar mijn ouders namen me wel eens mee naar cabaret, naar Bert Visscher. En daar zat ik dan vooral naar het publiek te kijken. Bert Visscher mocht zeggen wat hij wilde, en mensen werden niet boos op hem. In plaats daarvan ging de hele zaal bewegen van het lachen. Later dacht ik: dat moet ik ook gaan doen.”

Je derde voorstelling heet ‘Lekker gezellig’, maar ik heb de indruk dat niet alles per se lekker gezellig is, hè?
„Nee, helemaal niet, die titel is ironisch. Het slaat op hospiteeravonden, waar ik nooit doorheen kwam, omdat ik niet gezellig kon doen.”

Na een moeizame middelbare schoolopleiding werkte Franciscus zich op naar de universiteit, waar hij twee studies tegelijk ging doen: rechten en economie. Leren was het probleem niet.

„Ik was een van de eerste studenten die, toen een nieuw idee, in een tot studentenwoningen omgebouwd kantoorpand kwam te wonen. Daarvoor hoefde je namelijk niet te hospiteren. Gevolg: het was daar net een asiel voor sociaal gehandicapte mensen. Ik ben daar depressief geworden. Het ontbreken van sociaal contact kon ik als kind nog oplossen met denkbeeldige vriendjes, maar dat gaat als student niet meer. Om de twee studies bij te houden ging ik nachten doorwerken – tot ik barstte.”

Was de diagnose autisme toen al wel gesteld?
„Nee nog steeds niet, de officiële diagnose kwam pas een jaar of acht geleden. Het is een langzaam proces geweest. Aan het einde van mijn studie zei iemand dat ik eens wat over autisme moest lezen. Dat ben ik gaan doen, en alles klopte. Niet dat ik dat fijn vond. Ik heb het nog lang voor mezelf ontkend.”

Ontkend?
„Lekker gezellig! gaat ook over een hoge lat leggen voor jezelf en jezelf daardoor extreem overvragen. Die neiging zat ook in de opvoeding van mijn ouders. Hún ouders waren trotse Indo’s die de jappenkampen hebben overleefd. Hard werken en hoge eisen stellen is aan mij doorgegeven. Voor mezelf accepteren dat de autismevoorbeelden waarover ik las wel erg op mij leken, paste daar niet bij. De depressie in mijn studententijd had één voordeel: mijn lichaam weigerde. Dan kun je alleen nog maar doodsbang op bed liggen. Ik zag voor me hoe ik zo vreselijk mogelijk dood kon gaan. Dat was de bodem van de put. Ik schrok ervan en begreep dat die gedachten niet goed waren. Het mocht niet nog slechter gaan dan hoe het ging. Dat was een ‘wake-up call’.”

Je bent onder meer gaan schilderen.
„Ja, kunst heeft me erg geholpen. Van Gogh was als kind al een voorbeeld. Hij werd tijdens zijn leven niet gewaardeerd, hij had psychische problemen en toch maakte hij mooie dingen. Ik las de brieven die hij aan zijn broer Theo stuurde en stelde me dan levendig voor dat ik later ook van mijn zus d’r geld zou moeten leven. Ik kon dat toen nog niet verwoorden, maar je leest in die brieven de hoge druk die Van Gogh voelde, en zijn gemis aan waardering van buiten.

„Mijn vader nam me in die tijd mee naar veilingen. Mijn eerste schilderij kocht ik toen ik vijftien was en het besef dat ik beeldend ben, daalde in toen ik goedkoop een ongesigneerd schilderij kocht omdat ik zeker wist van wie het was: Carel Lodewijk Hansen. Ik herken details. Later bleek ik dat inderdaad goed te hebben. Ik durf wel te zeggen dat ik inmiddels een van de grootste kunstexperts onder de veertig ben. Maar ik vind cabaret leuker.”

Hoe is het gelukt om die lat te verlagen, om je autisme te accepteren?
„Met stand-up comedy. Ik merkte dat grapjes over miscommunicatie, de dingen waarover ik had gelezen en die ik pijnlijk herkende, het beste werkten. Dat was ergens vervelend, want er viel niet meer te ontkennen dat ik autisme heb. Maar het werkte, dus ik moest er wel in meegaan. Publiek houdt je een spiegel voor. Niet per se de spiegel die je wil, maar wel een eerlijke.”

Hoe gaat het nu met je?
„Eigenlijk heel goed. Sinds ik mezelf accepteer, lukt veel. Ik kan nu open zijn over mijn autisme. Ik ben er trots op, want er is kracht uit te halen. Op straat vinden mensen me een directe, aparte jongen, maar op het podium vinden ze me uniek en wordt er hard gelachen. Dat kan ik nu zien. Het theater is mijn veilige haven.

„Wat ik ook pas veel later zag was dat zelfacceptatie niet alleen voor mij moeilijk is, maar voor bijna iedereen. Ook voor ‘mensen zonder labeltje’. Ik zie veel depressieve mensen of mensen in therapie naar mijn shows komen. Het samen lachen doet iets. Lachen om jezelf is de eerste stap van acceptatie, denk ik. Nu ik mezelf heb geaccepteerd, hoop ik anderen te helpen. Daarom vind ik ook dat hoe zwaar mijn onderwerpen ook zijn: je moet er een leuke avond mee kunnen hebben. Anders had ik wel een boek geschreven.”

Fabian Franciscus: ‘Lekker gezellig!’. Première: 9/12. Tournee t/m 31/5. Info: fabianfranciscus.nl.

nrc.nl
Plaats reactie
  • Vergelijkbare Onderwerpen
    Reacties
    Weergaves
    Laatste bericht