Begrijp de leerling met ASS: Gids voor leraren

Inleiding

In het artikel wordt specifiek Asperger genoemd, maar het betreft hier zeker niet alleen het etiket Asperger. Ga er maar vanuit dat iedereen die kan studeren hier gewoon onder valt.

Dit artikel voorziet leraren van beschrijvingen van zeven kenmerken, die samen het Asperger Syndroom omschrijven. Als aanvulling hierop volgen voorstellen en werkwijzen om met deze symptomen in de klas om te gaan. Gedragsmatige en beredeneerde tussenkomsten gebaseerd op de onderwijservaring van de auteur met kinderen met het Asperger Syndroom worden aangeboden.

Kinderen die als diagnose het Asperger Syndroom hebben, vertegenwoordigen een speciale uitdaging in het onderwijs. Meestal worden ze gezien als eigenaardig en zonderling door hun klasgenoten. Hun onvoldoende sociale bekwaamheden zijn er vaak de oorzaak van dat ze slachtoffer en zondebok zijn. Onhandigheid en een dwangmatige belangstelling voor bijzondere onderwerpen dragen bij tot hun vreemde optreden. Kinderen met het Asperger Syndroom missen begrip voor menselijke verhoudingen en de regels en gewoontes voor de maatschappelijke omgang; zij zijn naïef en hebben een in het oog lopend gebrek aan gezond verstand. Ze zijn niet plooibaar en kunnen slecht omgaan met veranderingen. Dit veroorzaakt bij deze kinderen heel snel stress (niet opgewassen tegen psychische druk). Verder veroorzaakt dit emotionele kwetsbaarheid. Gelijktijdig hebben de kinderen met het Asperger Syndroom (in meerderheid jongens) vaak een boven gemiddelde intelligentie en zijn ze erg goed in het van buiten leren. Hun eenzijdig bezig zijn met interesses kan leiden tot grote prestaties in hun latere leven. Het Asperger Syndroom wordt beschouwd als een stoornis die geplaatst moet worden in het autistische spectrum, maar dan aan het milde uiteinde van het spectrum.

Vergeleken met anderen in dit spectrum merkte Van Krevelen op dat het laag functionerende kind met autisme "leeft in zijn eigen wereld," waar het hoger functionerende kind met autisme "leeft in onze wereld, maar op zijn eigen manier".

Uiteraard zijn niet alle kinderen met het Asperger Syndroom gelijk. Omdat elk kind met het Asperger Syndroom zijn eigen persoonlijkheid heeft, uiten typische symptomen van het Asperger Syndroom zich in een voor elk persoon verschillende manier. Als gevolg daarvan is er geen precies voorschrift voor benadering in klassensituaties die geldig is voor iedereen met het Asperger Syndroom. Zo zal ook geen enkele onderwijskundige methode zijn die geschikt is voor kinderen die niet getroffen zijn door het Asperger Syndroom.

Nu volgen beschrijvingen van zeven kenmerken die samen het Asperger Syndroom beschrijven. Elk kenmerk wordt gevolgd door voorstellen hoe het beste kan worden omgegaan in de klas met deze symptomen. (Tussenkomst in de klas worden geïllustreerd met voorbeelden vanuit mijn eigen onderwijservaring aan de Universiteit van Michigan aan het medisch kindercentrum en school voor jongeren die verbonden is met het psychiatrische centrum.) Deze voorstellen worden in algemene zin aangeboden en moeten nog op maat gesneden worden om aan de persoonlijke behoeften van het individuele kind met het Asperger Syndroom te voldoen.

  • Volharding op hetzelfde
  • Zwakke sociale interacties
  • Beperkt gebied van interesses
  • Slechte concentratie
  • Slechte coördinatie van de bewegingen
  • Moeilijkheden op school
  • Emotionele kwetsbaarheid

Volharding op hetzelfde

Kinderen met het Asperger Syndroom worden gemakkelijk overstelpt door de kleinste verandering; zijn heel erg gevoelig voor spanningen in de omgeving; soms houden ze zich bezig met een reeks van steeds dezelfde handelingen (rituelen). Ze zijn angstig en neigen ernaar zich bezorgd te maken door steeds dezelfde (dwangmatige) gedachten te hebben wanneer ze niet weten wat er te verwachten is. Spanningen, vermoeidheid en een overvloed van zintuiglijke waarnemingen brengt hun gemakkelijk uit balans.

Hoe te handelen

  • Zorg voor een voorspelbare en veilige omgeving.
  • Zorg voor zo weinig mogelijk veranderingen.
  • Zorg voor een gelijkblijvende dagelijkse gang van zaken: Het kind met Asperger Syndroom moet de dagelijkse gang van zaken begrijpen en weten wat er te verwachten is, om in staat te zijn zich te concentreren op de opdracht waar hij mee bezig is.
  • Vermijdt verrassingen: Bereidt het kind van te voren grondig voor als er speciale activiteiten zijn of veranderde regels of een andere verandering in de dagelijkse activiteiten, hoe klein ook.
  • Verminder vrees voor het onbekende door het kind kennis te laten maken met de nieuwe activiteit of de nieuwe leraar of de nieuwe klas of school of kamp enzovoort. Doe dat van te voren en zo spoedig mogelijk nadat hij of zij verteld is over de verandering, om dwangmatige bezorgdheid te vermijden. (Als een kind met Asperger Syndroom bijvoorbeeld naar een andere school gaat, moet hij of zij de nieuwe leraar (leraren) ontmoeten, een rondleiding door de school krijgen en in kennis gesteld worden van de dagelijkse gang van zaken voor hij of zij daadwerkelijk op de school komt). Het is goed om opdrachten van de vorige school bij de hand te hebben of te gebruiken gedurende de eerste dagen op de nieuwe school zodat de gang van zaken bekend voorkomt aan het kind in de nieuwe omgeving. Het is goed dat de nieuwe leraar weet wat de speciale interesses van het kind zijn, zodat hij wellicht passende boeken of activiteiten heeft voor de eerste dagen van het kind.)

Zwakke sociale interacties

Kinderen met het Asperger Syndroom zijn niet (voldoende) in staat de ingewikkelde regels van sociale interactie te begrijpen; ze zijn naïef; ze zijn heel erg op zichzelf gericht; ze hebben mogelijk een hekel aan lichamelijk contact; ze praten tegen iemand maar niet met iemand; ze begrijpen grapjes, ironie en metaforen niet; hun stem is onnatuurlijk, monotoon of hoogdravend; hun gelaatsuitdrukking en lichaamstaal is niet passend; ze zijn ongevoelig (voor anderen) en missen tact; ze vatten sociale wenken verkeerd op; ze kunnen sociale afstand niet goed beoordelen (tegen een vreemde gedraag je je anders dan tegen je ouders); ze zijn slecht in staat om een gesprek te beginnen of in stand te houden; hun spraak is goed ontwikkeld, maar hun vermogen om te communiceren is slecht; ze krijgen soms het etiket "kleine professor" omdat hun stijl van spreken zo volwassen en verwaand (pedant) lijkt; er is gemakkelijk misbruik van hen te maken (ze merken niet dat anderen soms tegen hen liegen of hen bedriegen); meestal willen ze graag deel uitmaken van de sociale wereld.

Hoe te handelen

  • Bescherm het kind tegen plagen en pesten;
  • Als het kind met Asperger Syndroom, sociaal gezien, erg zonderling is, is het goed de sociale problemen die hij of zij heeft, aan de leeftijdsgenoten te beschrijven als een echte handicap.
  • Prijs klasgenoten wanneer ze hem of haar met mededogen behandelen. Dit kan voorkomen dat ze zondebok worden terwijl het meeleven, meevoelen en de tolerantie voor het kind met Asperger Syndroom vergroot.
  • Benadruk de bedrevenheid in logische vaardigheden van het kind met Asperger Syndroom door situaties te scheppen waarin tijdens het leren samengewerkt moet worden met name wanneer de leesvaardigheid, woordenschat, geheugen enz gezien zal worden als een voordeel bij de leeftijdsgenoten, daardoor zal het kind eerder geaccepteerd worden.
  • De meeste kinderen met het Asperger Syndroom willen wel vrienden hebben, maar weten eenvoudig niet hoe ze contacten moeten leggen. Hun moet geleerd worden hoe ze op sociale signalen moeten reageren. Ze moeten een repertoire aan antwoorden hebben die ze in verschillende sociale situaties moeten gebruiken. Leer de kinderen wat te zeggen en hoe ze het moeten zeggen.
  • Geef voorbeelden van wederkerige interactie en doe rollen- spelen. Het sociale oordeel van deze kinderen verbetert alleen wanneer ze de sociale regels geleerd hebben die andere kinderen intuïtief oppikken. Een volwassene met het Asperger Syndroom merkte op dat hij geleerd had om "menselijk gedrag na te apen". Een professor met het Asperger Syndroom merkte op dat haar zoektocht om menselijke interacties te begrijpen haar het gevoel gaf "een antropologist van Mars te zijn".
  • Hoewel ze een persoonlijk begrip missen van de gevoelens van anderen, kunnen kinderen met het Asperger Syndroom leren hoe ze op de juiste wijze moeten reageren. Wanneer ze onbedoeld beledigend, tactloos of ongevoelig zijn geweest, moet het hun uitgelegd worden waarom de reactie niet goed was en welke reactie wel goed geweest zou zijn. Personen met het Asperger Syndroom moeten sociale vaardigheden bewust leren. Ze missen een sociaal instinct en intuïtie.
  • Oudere leerlingen met het Asperger Syndroom kunnen voordeel hebben van een gewone leerling die hen steeds begeleidt (een buddy). De leraar kan een gevoelige, niet gehandicapte medeleerling uitleggen in welke situatie de leerling met het Asperger Syndroom zit en ze naast elkaar zetten. De klasgenoot kan een oogje op z'n medeleerling houden in de bus, in de pauzes, in de kantine, in de gangen, op het plein enz. Hij kan proberen hem mee te laten doen met allerlei activiteiten op school.
  • Kinderen met het Asperger Syndroom neigen ernaar zich af te zonderen; de leraar moet dus betrokkenheid met en van anderen aanmoedigen. Moedig actieve socialisatie aan en beperk de tijd die besteed wordt in het alleen bezig zijn met de eigen interesses. Een voorbeeld: als een leraar bij een groep aanwezig is, moet hij het kind met Asperger Syndroom aanmoedigen om deel te nemen aan de conversatie met zijn of haar leeftijdsgenoten. Niet alleen door te vragen naar zijn of haar mening of andere vragen te stellen, maar ook door andere kinderen die dat ook doen te complimenteren.

Beperkt gebied van interesses

Kinderen met het Asperger Syndroom worden helemaal in beslag genomen door zonderlinge bezigheden of zijn soms intens gefixeerd op vreemde bezigheden (soms verzamelen ze dwangmatig ongewone voorwerpen). Ze neigen ernaar "lezingen" te geven over hun speciale interesses zonder daarbij rekening te houden met gevoelens en belangstelling van anderen. Ze vragen steeds maar door over hun interesse. Ze hebben er moeite mee om van een idee af te stappen. Ze volgen hun eigen aandrang los van wat voor eisen aan hun gesteld worden. Soms weigeren ze iets te leren wat buiten hun speciale interessegebied ligt.

Hoe te handelen

  • Sta het kind met het Asperger Syndroom niet toe aanhoudend alleen maar te praten of vragen te stellen over hun geïsoleerde belangstelling. Beperk dit door een bepaalde tijd van de dag aan te wijzen waar het kind over deze onderwerpen kan praten. Een voorbeeld: Een kind met het Asperger Syndroom was gefixeerd op dieren en had ontzettend veel vragen over een bepaalde soort schildpadden, wist dat hij hierover alleen in de pauzes vragen mocht stellen. Dit was een deel van zijn dagelijkse routine en heel spoedig leerde hij om zichzelf te stoppen wanneer hij op andere tijden hierover toch weer vragen begon te stellen. Gebruik van positieve versterking die selectief gericht is om te komen tot gewenst gedrag is de beslissende werkwijze om het kind met Asperger Syndroom te helpen.
  • Deze kinderen reageren op complimenten (bijvoorbeeld in het geval van de steeds maar doorvragen zou de leraar hem steeds kunnen prijzen zodra hij pauzeert en hem, zonder ironie, feliciteren met het feit dat hij anderen aan het woord laat). Deze kinderen moeten geprezen worden voor eenvoudig, voor iedereen normaal sociaal gedrag. Gedrag waar bij andere kinderen zonder meer van uit gegaan wordt.
  • Sommige kinderen met het Asperger Syndroom willen geen opdrachten doen die buiten hun interessegebied ligt. Er moeten duidelijke verwachtingen over het gewone schoolwerk genoemd worden. Het moet voor het kind met het Asperger Syndroom erg duidelijk zijn dat hij niet de baas is en dat hij duidelijke schoolregels moet opvolgen.
  • Kom het kind gelijktijdig halverwege tegemoet door hem gelegenheid te geven zijn eigen interesses na te streven.
  • Voor erg weerspannige kinderen kan het nodig zijn in het begin de opdrachten op het kind toe te snijden en in verband te brengen met hun speciale interesses. Als hun interesse bijvoorbeeld dinosaurussen is, maak dan dicteezinnen, grammaticale oefeningen, rekenproblemen en lees- en spellingopdrachten over dinosaurussen. Introduceer langzamerhand andere onderwerpen bij de opdrachten.
  • Studenten kunnen opdrachten krijgen die verband houden met hun interesses. Tijdens een onderwerp over sociale studies over een speciaal land, kan een kind met het Asperger Syndroom, dat bezeten is van treinen, de opdracht krijgen om de vervoerssystemen en problemen van de mensen in dat land te onderzoeken. Gebruik de fixatie van het kind op een bepaald onderwerp om hun interessegebied uit te breiden naar andere gebieden.
  • Een ander voorbeeld is een student met het Asperger Syndroom die bezeten was van dieren. Toen het tropische regenwoud bestudeerd moest worden, moest de student niet alleen de dieren in het regenwoud bestuderen, maar ook het woud zelf omdat het woud het huis van de dieren was. Daarna werd hij gemotiveerd om ook de lokale bevolking te bestuderen. Die bevolking woonde in en bij het woud en moest voor hun levensonderhoud wel in het regenwoud kappen. De andere mogelijkheden voor de bevolking moest onderzocht worden.

Slechte concentratie

Kinderen met het Asperger Syndroom zijn door interne prikkels, snel afgeleid van hun werk. Ze kunnen hun werkzaamheden vaak slecht organiseren. Ze hebben het er moeilijk mee om op de klassenactiviteiten gericht te blijven, meestal is de concentratie niet slecht, maar hun waarneming van de activiteiten is vreemd. De persoon met het Asperger Syndroom kan niet goed nagaan wat relevant is. De aandacht is dan wel eens gericht op prikkels die niet ter zake zijn. Ze neigen ernaar zich in hun eigen complexe wereld terug te trekken op een veel intensere manier dan het typische dagdromen. Ze hebben er moeite mee om in een groepssituatie te leren.

Hoe te handelen

  • Wil het kind met Asperger Syndroom productief zijn in de klas, dan moet er een grote mate gereglementeerde structuur in de klas zijn. Opdrachten moeten in kleine stukken verdeeld worden. De leraar moet veelvuldig controleren en bespreken en zo nodig bijsturen.
  • Kinderen met ernstige concentratieproblemen, hebben er voordeel bij wanneer de werksessies precies afgebakend zijn in tijd. Dit helpt hen met hun eigen organisatie. Klassenwerk dat binnen deze tijd niet af is (of dat onzorgvuldig is gebeurd) moet afgemaakt worden in de eigen tijd van het kind (tijdens pauzes of tijdens de tijd waarin het kind bezig is met z'n eigen interesses). Kinderen met het Asperger Syndroom kunnen soms heel koppig zijn. Voor hun is het nodig dat er duidelijke verwachtingen gesteld worden en een gestructureerd programma. Dat leert hen dat het nakomen van regels leidt tot positieve versterking (dit soort programma motiveert het kind om productief te zijn; op die manier wordt het zelfrespect groter en het stress- niveau lager, want het kind ziet zichzelf dan als bekwaam).
  • In het geval van een leerling op de middelbare school kan het zijn dat de slechte concentratie, de langzame geestelijke snelheid en ernstige desorganisatie, het nodig maken zijn huiswerk of klassenwerk te verminderen. Er moet dan een hulp-lokaal in gebruik worden waar een speciale leraar voor de extra structuur kan zorgen. De extra structuur die het kind nodig heeft om het klassenwerk of huiswerk (sommige kinderen met het Asperger Syndroom kunnen zich zo slecht concentreren dat het overmatige stress oproept bij ouders die verwachten dat ze elke avond uren met het kind bezig zijn om door het huiswerk van het kind heen te komen).
  • Geef het kind met het Asperger Syndroom een plaats vooraan in de klas en stel hem regelmatig vragen om hem te helpen bij de les te blijven.
  • Bespreek een niet-verbaal signaal met het kind (bijvoorbeeld een vriendelijk tikje op de schouder) wanneer het kind niet oplet.
  • Als de leerling begeleid wordt door een medeleerling (buddy) , moeten beide leerlingen naast elkaar zitten, zodat de begeleider de leerling met het Asperger Syndroom eraan kan herinneren bij de opdracht of bij de les te blijven.
  • De leraar moet het kind met het Asperger Syndroom actief aanmoedigen om ervoor te zorgen dat het kind zijn innerlijke gedachten/ fantasieën achter zich laat en weer gericht wordt op de echte wereld. Dit is een voortdurend gevecht, want het comfort van die innerlijke wereld lijkt veel aantrekkelijker dan al het andere in de echte wereld. Voor jongere kinderen is het zelfs noodzakelijk om vrij spel te structureren want ze kunnen zo opgaan in hun eenzaamheid, hun steeds weerkerende zelfde fantasiespel dat ze het contact met de werkelijkheid verliezen. Moedig het kind met Asperger Syndroom aan om een bordspel (schaken, dammen, enz) te doen met een of meer anderen onder begeleiding. Dit structureert niet alleen het spel maar geeft ook een mooie gelegenheid om sociale vaardigheden te oefenen.

Slechte coördinatie van de bewegingen

Kinderen met het Asperger Syndroom zijn lichamelijk onhandig en lomp; ze lopen onhandig op een soms plechtige manier; ze hebben geen succes in spellen waarin bewegingsvaardigheden een rol spelen; ze ondervinden tekorten in de fijne motoriek dat er de oorzaak van kan zijn dat het handschrift slecht is, het kan hun mogelijkheden om te tekenen aantasten.

Hoe te handelen

  • Verwijs het kind met het Asperger Syndroom naar aangepaste gymlessen als de problemen met de grove motoriek ernstig zijn.
  • Laat het kind met het Asperger Syndroom meedoen bij fitness/ krachttraining, in plaats van een sportprogramma waarbij veel competitie is.
  • Dwing het kind niet om mee te doen met competitiesporten, want zijn of haar slechte motoriek roept alleen maar frustratie op en geplaag van de teamgenoten. Het kind met het Asperger Syndroom mist het sociale begrip om zijn eigen acties af te stemmen op die van de anderen in het team.
  • Voor kinderen met het Asperger Syndroom kan het noodzakelijk zijn een individueel schrijf programma te volgen dat leidt tot overtrekken en namaken op papier, gecombineerd met bewegingspatronen op het bord. De leraar leidt de hand van de leerling herhaaldelijk om letters en lettercombinaties te maken en door ook een woord voor woord handschrift (verbal script=????) te gebruiken. Als het kind het schrift uit het hoofd heeft geleerd, kan hij of zij zichzelf zelfstandig door letterformaties heenwerken.
  • Jongere kinderen met het Asperger Syndroom hebben er voordeel bij om richtlijnen te hebben die op het papier getekend zijn. Deze lijnen helpen hem of haar om de grootte en vorm van de letters die geschreven worden onder controle te krijgen. Dit dwingt hem meteen om de tijd te nemen om zorgvuldig te schrijven.
  • Als het kind opdrachten krijgt die binnen een bepaalde tijd af moeten zijn, dan moet er rekening worden gehouden met het langzamere schrijven.
  • Personen met het Asperger Syndroom kunnen meer tijd nodig hebben dan hun leeftijdsgenoten om examens te maken. (een examen laten maken in een aparte ruimte geeft niet alleen de ruimte voor meer tijd, maar zal ook de mogelijkheid geven om de toegevoegde structuur en de aanwijzingen van de leraar te krijgen die deze kinderen nodig hebben om zich op hun taak te blijven concentreren.)

Moeilijkheden op school

Kinderen met het Asperger Syndroom hebben meestal een gemiddeld tot bovengemiddelde intelligentie (speciaal als het op spreken aankomt) maar missen het denken op een hoger niveau en de vaardigheden om zaken te begrijpen. Ze neigen ernaar om alles letterlijk te nemen. De beelden die ze gebruiken zijn concreet en hun abstractievermogen is slecht. Hun pedante (geleerde) manier van spreken en hun indrukwekkende woordenschat, wekken de verkeerde indruk dat ze begrijpen wat ze zeggen. Het kan in werkelijkheid heel goed zijn dat ze alleen maar napraten wat ze hebben gehoord of gelezen. Het kind met het Asperger Syndroom heeft vaak een uitstekend geheugen voor stampwerk. Maar het geheugen is mechanisch. Dat betekent dat het kind kan antwoorden alsof er een band wordt afgedraaid. De gegevens kunnen alleen maar achter elkaar eruit komen. De vaardigheden om problemen op te lossen zijn meestal slecht.

Hoe te handelen

Zorg voor een zo individueel gericht schools programma dat er op gericht is om steeds successen te behalen. Het kind met het Asperger Syndroom heeft een grote motivatie nodig om niet zijn of haar eigen impulsen te volgen. Leren moet beloond worden en mag geen angst veroorzaken. Ga er niet van uit dat kinderen met het Asperger Syndroom ook begrijpen wat ze napraten (= nappapegaaien). Biedt extra uitleg en probeer te vereenvoudigen als de lesstof abstract is. Slaat munt uit het uitzonderlijke geheugen dat deze kinderen hebben. Het onthouden van feitelijke informatie is vaak hun sterke kant. Gevoelsnuances, diepere betekenissen, relationele onderwerpen (zoals in romans) zullen vaak niet begrepen worden. Het schriftelijke werk van personen met Asperger Syndroom vertoont vaak weinig variatie, vliegt van het ene onderwerp naar het andere en bevat woorden met een verkeerde gevoelswaarde. Deze kinderen kennen vaak niet het verschil tussen algemene kennis en persoonlijke ideeën en nemen aan dat de leraar hun soms cryptische manier van uitdrukken begrijpt. Kinderen met het Asperger Syndroom zijn heel goed in het herkennen bij het lezen, maar hun taalbegrip is zwak. Neem niet aan dat ze begrijpen wat ze zo vloeiend lezen. Schoolwerk kan van slechte kwaliteit zijn omdat het kind met het Asperger Syndroom niet gemotiveerd is om zich erg in te zetten op gebieden waar hij of zij niet in geïnteresseerd is. Je moet duidelijke eisen stellen aan het werk dat geproduceerd moet worden. Werk dat binnen een bepaalde tijd gedaan moet worden, moet niet alleen volledig zijn maar ook zorgvuldig uitgevoerd worden. Het kind met Asperger Syndroom moet weten dat slecht uitgevoerd werk verbeterd moet worden in de pauze of in de tijd waarin hij normaal met zijn eigen interesses bezig is.

Emotionele kwetsbaarheid

Kinderen met het Asperger Syndroom zijn intelligent genoeg om mee te komen in het normale onderwijs, maar ze hebben niet de emotionele vindingrijkheid om opgewassen te zijn tegen de eisen van de klas als groep.
Omdat deze kinderen weinig flexibel zijn kunnen ze gemakkelijk gespannen raken. Hun zelfrespect is laag, ze hebben vaak veel zelfkritiek en mogen van zichzelf geen fouten maken. Personen met AS, speciaal adolescenten, zijn gevoelig voor depressies (Een hoog percentage van de volwassenen met het Asperger Syndroom heeft last van depressies) Woede uitbarstingen zijn gewoon als reactie op stress/ frustratie. Kinderen met Asperger Syndroom lijken zelden ontspannen te zijn en raken gemakkelijk van slag als dingen niet gaan volgens hun starre denkbeelden. Omgaan met mensen en opgewassen zijn tegen de gewone eisen van het dagelijkse leven vereisen steeds een reuzeninspanning.

Hoe te handelen

  • Voorkom uitbarstingen door uitermate consequent te zijn. Bereidt deze kinderen voor op wijzigingen in de dagelijkse gang van zaken, zodat er minder spanning ontstaat.
  • Kinderen met Asperger Syndroom worden meestal angstig, boos en van streek bij geforceerde of onverwachte veranderingen.
  • Leer de kinderen hoe ze met spanningen kunnen omgaan, om uitbarstingen te voorkomen. Help het kind met het schrijven van een lijst van erg concrete stappen die gezet kunnen worden wanneer hij of zij van streek raakt (bijv, 1-Adem drie keer diep; 2-Tel de vingers van je rechterhand langzaam drie keer; 3-Vraag of je even naar je mentor mag, enz). Neem een reeks handelingen op in de lijst die het kind plezierig vindt. Schrijf deze stappen op een kaart die het kind in z'n zak bij zich heeft, zodat de lijst altijd gemakkelijk beschikbaar is.
  • Ontroering/ emotie in de stem van de leraar moet vermeden worden. Wees kalm, voorspelbaar en ter zake in de interactie met het kind met AS, terwijl gelijktijdig duidelijk medeleven en geduld wordt getoond. Hans Asperger (1991), de psychiater naar wie het syndroom is genoemd merkte op dat "de leraar die niet begrijpt dat het noodzakelijk is om kinderen [met AS] voor de hand liggende, voor iedereen duidelijke zaken te leren, ongeduldig zal worden en geïrriteerd zal raken." Verwacht niet dat het kind met Asperger Syndroom zal accepteren dat hij of zij bedroefd of depressief is. Zoals zij de gevoelens van anderen niet goed waarnemen, zo zijn ze zich ook niet goed bewust van hun eigen gevoelens. Vaak verbergen ze hun depressie en ontkennen de symptomen. Leraren moeten bedacht zijn op veranderingen in het gedrag die mogelijk wijst op een depressie. Deze veranderingen kunnen zijn een nog grotere mate van des- organisatie, onoplettendheid en isolatie; lagere spanningsdrempel; chronische moeheid; schreeuwen; opmerkingen over zelfmoord enz. Accepteer niet de beoordeling van het kind zelf in deze situaties dat hij/ zij is "OK".
  • Meld de symptomen aan de therapeut van het kind of verwijs door naar de gezondheidsdienst zodat het kind onderzocht kan worden op depressie en behandeling kan krijgen als dat noodzakelijk is.
  • Omdat deze kinderen niet in staat zijn hun eigen gevoelens in te schatten (vast te stellen) en geen steun bij anderen kunnen zoeken is het erg belangrijk dat de depressie snel vastgesteld wordt.
  • Wees ervan bewust dat jongeren (adolescenten) met Asperger Syndroom in het bijzonder gevoelig zijn voor depressies. Sociale vaardigheden worden hoog gewaardeerd in de periode van volwassen worden en de student met Asperger Syndroom realiseert zich dat hij/ zij verschillend is en moeilijk normale relaties kan hebben. Het werk op school wordt meer en meer abstract en de jongere met Asperger Syndroom vindt opdrachten moeilijker en complexer. In een geval merkten leraren op dat een jongere met Asperger Syndroom niet langer om hulp vroeg bij wiskundeopdrachten. Ze geloofden daarom dat de leerling er beter mee om kon gaan. In werkelijkheid was zijn afnemende organisatie en productiviteit in wiskunde een verdere vlucht in zijn eigen innerlijk om de wiskunde te vermijden. Het ging dus helemaal niet beter.
  • Het is van groot belang (beslissend) dat jongeren met Asperger Syndroom die in het gewone onderwijs zitten, een aangewezen staflid/ leraar hebben met wie ze tenminste een keer per dag alles door kunnen nemen. Deze persoon kan inschatten hoe goed hij of zij zich weet te redden door hem dagelijks te ontmoeten en door informatie van andere leraren te krijgen.
  • Kinderen met Asperger Syndroom moeten bijles krijgen zodra moeilijkheden op een bepaald gebied waargenomen worden. Deze kinderen zijn gemakkelijk overmand en reageren veel ernstiger op mislukking dan andere kinderen.
  • Kinderen met Asperger Syndroom die emotioneel erg broos zijn kunnen mogelijk in een speciale goed gestructureerde klas geplaatst worden, waar een individueel schools programma kan worden aangeboden.
  • Deze kinderen hebben een leeromgeving nodig waarin ze zichzelf als bekwaam en productief zien. Dus heeft het geen zin om ze in het reguliere onderwijs te houden waar ze geen vat hebben op denkbeelden en opdrachten niet af kunnen maken. Het heeft alleen maar tot gevolg dat ze een mindere zelfacceptatie hebben, dat ze zich meer terugtrekken en dat de bodem gelegd wordt voor een depressieve stoornis. (In sommige situaties kan beter een persoonlijke hulpverlener worden toegevoegd aan het kind met Asperger Syndroom dan dat het kind geplaatst wordt in speciaal onderwijs. De hulpverlener biedt steun op emotioneel gebied, structuur aan en toetst consequent wat het kind begrepen heeft van de leerstof)
  • Kinderen met Asperger Syndroom worden zo gemakkelijk overmand door spanningen in de omgeving en ze hebben zo'n ernstig gebrek in de mogelijkheid om persoonlijke relaties op te bouwen, dat het geen wonder is dat ze de indruk geven van "broze kwetsbaarheid en een zielige kinderlijkheid" (Wing). Everard (1976) schreef dat wanneer deze jongeren worden vergeleken met hun niet gehandicapte leeftijdsgenoten "men er zich onmiddellijk van bewust wordt hoe verschillend ze zijn en van de enorme inspanning die ze moeten verrichten om in een wereld te leven waarin geen concessies worden gedaan en waar ze zich moeten aanpassen.
  • Leraren kunnen een belangrijke rol spelen om kinderen met Asperger Syndroom te helpen een plekje in de wereld om hen heen te vinden. Omdat kinderen met Asperger Syndroom vaak niet in staat zijn om hun angsten en zorgen uit te drukken, moeten volwassenen die voor hen belangrijk zijn, het de moeite waard maken om hun veilige innerlijke fantasieleven te verlaten voor de onzekerheden van de wereld om hen heen. Professionele hulpverleners die met deze jongeren werken moeten de externe structuur, organisatie en stabiliteit aanbieden die zij missen. Het gebruik van creatieve leer- strategieën bij personen met Asperger Syndroom is cruciaal, niet alleen om schoolse successen aan te bieden, maar ook om hen te helpen zich minder anders te voelen dan andere mensen en minder overmand te worden door de gewone eisen van alle dag.
(Understanding the Student With Asperger's Syndrome: Guidelines for Teachers, Karen Williams, bewerkt en vertaald.)