• Peiling
  • Ben jij een zeurder of winnaar?

    Je mag 1 optie selecteren

     
     
    Bekijk resultaten

Pesten: "We hadden haar eerder van school moeten halen"

Niet alleen nieuws, maar ook inspirerende verhalen, opiniestukken en andere interessante content vanuit diverse media.
Gebruikersavatar
Admin
Beheerder
Berichten: 2028
Lid geworden op: 04 jun 2022 13:59
Locatie: Amersfoort
1e diagnose: Autisme
Contacteer:

Pesten: "We hadden haar eerder van school moeten halen"

Ongelezen bericht door Admin »

Pesten: 'We haalden Isabel in groep 8 van school. Hadden we dat maar veel eerder gedaan'
'In haar dagboek schreef ze dat ze dood wilde'

Jarenlang kwam het niet in Henriëttes hoofd op dat haar dochter gepest zou worden. Tot ze haar dagboek vond. Na lang aarzelen hakte ze de knoop door: ze haalde Isabel in groep 8 alsnog van school. “’Waarom heb je ons niet verteld dat je het zo moeilijk hebt?’, vroeg ik. ‘Dan word jij verdrietig mam’, zei ze.”

Henriëtte: “Toen Isabel in groep 7 zat, vond ik vlak voor de meivakantie haar dagboekje. Ik aarzelde of ik het mocht lezen, maar het lag open. ‘Ik wil dood’, stond er. ‘Het heeft toch allemaal geen zin. Alleen papa en mama en mijn broers vinden me lief.’ Wat er door je heen gaat als je die woorden leest, is niet te beschrijven. Ik brak.

Isabel is een lief, sociaal en vrolijk meisje. Ze leert wat moeilijker door haar dyslexie, maar ze redde zich. Haar broer heeft op deze school een heerlijke tijd gehad. Natuurlijk, meidenvenijn was er wel in Isabels klas, vooral in groep zes. Dan zeg je als ouders: kom op, laat je niet gek maken. Sommige kinderen noemden haar dom vanwege haar dyslexie. De diagnose en de begeleiding die ze daarna kreeg, waren een opluchting voor haar: ‘Zie je wel, ik ben niet dom. Er is een naam voor.’

Dik en lelijk
Tijdens thuisonderwijsperiode in coronatijd werd een groepje van zes uit haar klas – drie meiden en drie jongens – close met elkaar, omdat ze bij elkaar om de hoek woonden. Toen de schooldeuren weer opengingen, veranderde de sfeer in de klas. Isabel werd huilerig, bozig en verdween steeds sneller op haar kamer. Als ik haar vroeg wat er aan de hand was, zei ze niet veel. Ik kaartte het aan bij de leerkracht. ‘Ik zie gewoon een vrolijk meisje’, zei die schouderophalend. ‘Ik ervaar het anders’, zei ik. Toch drong blijkbaar ook op school door dat de klas niet echt harmonisch was, want in groep 7 werd de groep gesplitst. En in de nieuwe samenstelling leek het een tijdje goed te gaan.

In groep 8 kwamen beide klassen weer bij elkaar. Vanaf de eerste dag kwam Isabel huilend uit school. Ze was al vroeg ongesteld en had rondere vormen dan de rest van de meiden in de klas. In haar dagboek las ik wat dit met haar deed. Ze maakten haar uit voor dik varken en schopten haar van de glijbaan af. Ze schreef dat ze wilde stoppen met eten, ze was immers dik en lelijk. ’s Ochtends, als ik haar naar school bracht, stond het groepje van zes haar van top tot teen te bekijken. We voerden gesprekken met de directie, maar die zei dat Isabel maar via de kleuteringang de school moest binnenkomen.

In een gesprek met de leerkracht beloofde deze dat ze de ouders van de pesters zou aanspreken. Maar toen ik later bij hen informeerde hoe hun tienminutengesprek was geweest, zeiden ze dat hun kinderen het ‘uitstekend deden.’ ‘Is er iets gezegd over pestgedrag in de klas?’, vroeg ik. ‘Nee’, antwoordden ze verbaasd. ‘Daar weten we niets van.’

Gezeik
Het is maar een paar maanden, dacht ik. We moeten gewoon doorzetten. Maar twee weken voor de herfstvakantie, toen ik Isabel van school haalde, kwam ze naar buiten met een spierwit bekkie en knalrode wangen. Een moeder met wie ik stond te praten zei: ‘Jouw kind is vast ziek.’ We stapten in de auto en Isabel begon te brullen. Een groepje meisjes had haar schoen afgepakt en ermee overgegooid. ‘Waar was de juf dan?’, vroeg ik. ‘De juffen zaten met zijn vieren op het bankje’, zei ze. Isabel was naar de leerkracht toegegaan, maar die had gezegd: ‘Ik zit net lekker in het zonnetje, begint het gezeik nu al?’

’s Middags had Isabel alsnog een gesprek met de directrice en met de meiden die het hadden gedaan. ‘Ik vond dat wel fijn’, zei ze, ‘maar daarna moesten we naar gym en daar sloten ze me alweer op in de kleedkamer.’

Die middag belden we naar de school om te zeggen dat ze tot aan de herfstvakantie thuis zou blijven. We wilden haar tot rust laten komen. ’s Avonds, nadat ik Isabel op bed had gelegd en haar telefoon mee naar beneden had genomen, zag ik WhatsApp-berichtjes die ze had uitgewisseld met een vriendinnetje van de manege waar ze wekelijks naartoe gaat. ‘Het lukt me niet meer om ’s ochtends op te staan’, stond er. Toen hebben we besloten: Isabel gaat niet meer naar school. Ze reageerde zó opgelucht. ‘Waarom heb je ons niet verteld dat je het zo moeilijk hebt?’, vroeg ik. ‘Dan word jij verdrietig mam’, zei ze. We hebben elkaar vastgepakt en gehuild.

Wat als het weer misgaat?
Ik ben dankbaar voor de manege. De paarden om haar heen geven haar zoveel troost. ‘Op de manege kan ik mezelf zijn’, zei Isabel eens. De meisjes daar zijn lief voor haar en iedereen is welkom. Ze hebben dezelfde passie: paarden. ‘Waarom vinden ze me op de manege wel lief en op school niet?’, zei Isabel. ‘Ik wil alleen maar lief gevonden worden, mam.’

Die avond voor de herfstvakantie besloten mijn man en ik dat we haar naar een andere school wilden sturen. Ik denk dat ik het enger vond dan Isabel. In wat voor sfeer zou ze terecht komen? Stel dat ze opnieuw een doelwit zou worden? Als het pesten op één school plaatsvindt, kun je nog zeggen: het ligt aan de anderen. Maar als het ergens anders opnieuw misgaat, wat dan? Dat vond ik het moeilijkst. Maar Isabels opmerking over de manege, waar ze zich geliefd voelde, was ik niet vergeten.

Ik informeerde bij enkele scholen, maar de reacties waren ontmoedigend. Het was niet wenselijk om in deze groep-8-fase nog van school te wisselen. Opeens vroeg Isabel: ‘Mama, mag ik naar de Tweesprong?’

Drie meiden van de manege die even oud waren als zij, zaten op die school. Ze bleken tegen Isabel gezegd te hebben: ‘Waarom kom je niet bij ons? Bij ons wordt niet gepest.’

‘Ik weet het niet’, zei ik tegen Isabel. ‘Maar ik kan informeren.’ Ik had niet veel hoop, maar na een belletje in de ochtend werd ik dezelfde middag teruggebeld dat Isabel meer dan welkom was. Ze mocht de volgende dag komen kijken. De vrijdag voor de vakantie had ze een wendag. En het ongelooflijke gebeurde. Ze vond – en vindt - het er geweldig.

Op tv
Het vrolijke, huppelende meisje komt langzaam weer terug. Ze zit lekker aan haar huiswerk en gaat met plezier naar school. Isabel heeft ook een trauma opgelopen. Ze vraagt zich vaak af wat anderen van haar vinden. Oud-klasgenoten op straat ontwijkt ze. Twee weken geleden liep ze met haar nieuwe schoolklas naar gymnastiek, struikelde en viel in een plas. ‘Je zag meteen paniek in haar ogen’, vertelde de juf me later. Ze was doodsbang dat iedereen haar zou uitlachen om haar vieze broek. Maar in plaats daarvan vroeg iemand: ‘Gaat het wel? Je mag mijn gymbroek wel aan. Ik heb twee lange, dan hoef je die natte niet aan.’ Op deze school ervaart ze wat normaal is. Dat geeft haar een stevige basis om naar het voortgezet onderwijs te gaan.

Als ik terugkijk op Isabels tijd op de oude school, denk ik dat het uiteindelijk de aanpak van leerkracht en directie is geweest waardoor het misging. Ze hadden niet de capaciteit om het pesten de kop in te drukken. Isabels nieuwe juf op De Tweesprong heeft haar school ingeschreven voor Stip It, een landelijke tv-campagne tegen pesten. Toen de redactie op school kwam, deed Isabel spontaan haar verhaal. Kort daarna werden we gebeld. Zij was in jubelstemming, maar ik vroeg: ‘Besef je wel wat je gaat doen?’ ‘Ja’, zei ze aarzelend. ‘Straks weten heel veel mensen ervan. Maar ik kan ook ouders helpen.’ ‘Hoe bedoel je?’, vroeg ik. ‘Nou, jullie durfden het aan om mij van school te halen’, zei ze. ‘Maar er zijn ook ouders die zoiets niet durven. Ik kan laten zien dat het heel goed met me gaat omdat ik eruit ben gestapt.’ Ik dacht: waar komen al die wijze woorden vandaan? Maar ze heeft gelijk: de keuze voor een nieuwe school heeft haar zó goed gedaan.”

Stip It: Samen Tegen Iemand Pesten
Isabel is een van de deelnemers aan Stip It, de campagne die deze week te zien is op NPO Zapp. Hierin vragen we heel Nederland om mee te doen met Stip It door vier stippen op je hand te zetten. Hiermee maken we vier afspraken:
  1. Ik vind pesten niet oké en zal er nooit aan meedoen
  2. Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij
  3. Ik praat erover als pesten mij bang of verdrietig maakt
  4. Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt
De uitzending met Isabel was op 10 februari rond 17:15 te zien op NPOZapp.

EO
Plaats reactie