Hyperbare zuurstoftherapie (HBOT) komt uit de serieuze geneeskunde en het klinkt biologisch plausibel. Tegelijkertijd hoor je artsen vaak zuchten: “Bij autisme is het bewijs wankel en het is niet zonder risico.”
Wat is hyperbare zuurstoftherapie?
HBOT is simpel gezegd: zuurstof ademen in een ruimte met verhoogde druk. Door die hogere druk lost extra zuurstof op in je bloedplasma, bovenop wat je rode bloedcellen sowieso al meenemen. Het idee: zuurstof kan daardoor makkelijker plekken bereiken waar de doorbloeding minder is.
In ziekenhuizen gebeurt dat meestal in een grote meerpersoonskamer of een drukkamer met medische supervisie. In commerciële settings zie je vaak “milde” hyperbare kamers: lagere druk, soms andere zuurstofinstellingen, en vaak een heel andere context (wellness-achtig, minder strikt medisch).
Een sessie duurt vaak ergens tussen een uur en twee uur. In veel protocollen gaat het niet om één keer, maar om een hele reeks (bijvoorbeeld 40 sessies, soms meer).
Waarom zou HBOT bij autisme überhaupt iets kunnen doen
De aantrekkingskracht zit vooral in onderstaande biologische routes die je dan ook vaak terugziet in uitleg en studies:
- Ontsteking: Laaggradige ontstekingsactiviteit in het lichaam en mogelijk ook in het brein. Sommige onderzoekers zien bij een deel van mensen met autisme afwijkingen in ontstekingsstofjes (cytokinen) en in immuuncellen.
- Neuroplasticiteit: Dat is het vermogen van hersenen om zich aan te passen: verbindingen versterken, nieuwe routes aanleggen, leren op basis van ervaring. In theorie kan extra zuurstof sommige herstel- en aanpassingsprocessen ondersteunen, bijvoorbeeld via betere doorbloeding en vaatgroei.
- Oxidatieve stress en mitochondriën: Mitochondriën zijn de energiecentrales van cellen. Oxidatieve stress kun je zien als “roestvorming” op celniveau: te veel agressieve zuurstofdeeltjes die schade kunnen geven. Bij autisme vind je in onderzoek relatief vaak aanwijzingen dat die balans bij een deel van de mensen scheef kan staan. Het lastige: zuurstof kan in sommige omstandigheden helpen, maar óók extra oxidatieve stress veroorzaken. Het kan dus twee kanten op gaan.
Autisme
Autisme is geen enkelvoudig “ding” met één oorzaak. Het is een spectrum met heel verschillende routes: genetische variatie, verschillen in hersenontwikkeling, zintuiglijke verwerking, stresssystemen, slaap, darm-brein-as en ga zo maar door. Dat is precies waarom een behandeling die bij de één (mogelijk) iets doet, bij een ander weinig kan doen of zelfs averechts uitpakt.
Er bestaat bovendien geen betrouwbare biomarker waarmee je kunt voorspellen “HBOT gaat jou helpen”. In de praktijk betekent dat: mensen proberen het vaak op basis van hoop, verhalen (of beloftes, niet zelden uit de commercie) en beperkte gegevens.
Wat onderzoek bij autisme rapporteert in gedrag en dagelijks functioneren
Onderzoekers meten meestal dingen als communicatie, sociale interactie, repetitief gedrag, aandacht, prikkelverwerking en algemeen functioneren. Dat gebeurt met vragenlijsten (vaak door ouders of begeleiders ingevuld), klinische indruk-schalen, of soms met testen zoals EEG.
En daar zit meteen een probleem: studies gebruiken verschillende meetinstrumenten en verschillende protocollen. Dan kun je best ergens “verbetering” zien, terwijl een andere studie met andere metingen niets vindt. Het lijkt een detail, maar het maakt het bewijs snel rommelig.
Ontsteking, microglia en ‘neuro-inflammatie’
Microglia zijn de “opruimploeg en bewakers” van het brein. Als ze overactief worden, kunnen ze prikkelbaarheid en ontstekingsprocessen versterken. In dieronderzoek zie je aanwijzingen dat HBOT neuro-inflammatie kan dempen en sociaal gedrag kan verbeteren in een muismodel dat kenmerken van autisme nabootst.
Dat klinkt indrukwekkend, maar de vertaalslag blijft groot. Een muis heeft geen schoolplein, geen complexe sociale regels en geen levenslange geschiedenis van stress of masking. Dieronderzoek kan richting geven, maar het is geen bewijs dat het bij mensen met autisme werkt.
Mitochondriën en oxidatieve stress: belofte versus realiteit
Bij autisme kom je mitochondriën en oxidatieve stress vaak tegen in onderzoek. Sommige studies vinden bij groepen kinderen met autisme afwijkende waarden die kunnen wijzen op problemen in energiehuishouding. Er zijn ook overzichtsstudies die mitochondriale dysfunctie bij een deel van de autismepopulatie beschrijven. (RIZIV)
HBOT wordt soms neergezet als “oplossing” omdat zuurstof energieproductie kan ondersteunen. Maar er zit een paradox: meer zuurstof kan óók extra oxidatieve stress geven. In de medische HBOT-wereld onderzoekt men daarom juist óók de balans tussen mogelijke winst (minder ontsteking, betere doorbloeding) en mogelijke bijwerkingen (oxidatieve belasting, zuurstoftoxiciteit). (MC Hyperbare Zuurstoftherapie)
Praktisch vertaald: het is niet raar dat studies gemengde uitkomsten melden. De biologie zelf is al dubbelzinnig.
Wat studies bij kinderen met autisme laten zien
Er zijn grofweg drie soorten menselijke studies die je tegenkomt:
- Kleine, niet-gecontroleerde studies (voor/na): hier zie je vaak verbeteringen. Dat kán door HBOT komen, maar ook door verwachtings-effecten, tijd, extra aandacht, of andere behandelingen die ondertussen doorlopen.
- Gecontroleerde studies zonder sterke blindering: beter dan niets, maar gevoelig voor bias.
- Gerandomiseerde, dubbelblinde studies met een ‘sham’ (nepbehandeling): dit is de strengste test. En juist hier lopen resultaten uiteen.
Een bekende studie (multicenter, dubbelblind) rapporteerde verbeteringen in bepaalde domeinen bij kinderen met autisme vergeleken met een controlegroep die “bijna dezelfde ervaring” kreeg. (PubMed)
Maar een andere gerandomiseerde dubbelblinde studie vond juist geen klinisch betekenisvol verschil tussen HBOT en placebo op de gemeten uitkomsten. (ScienceDirect)
Er zijn signalen, maar ze zijn niet stabiel genoeg herhaald om er een stevige aanbeveling van te maken.
Waarom de ene review “ja” zegt en de andere “nee”
Overzichtsstudies kunnen helpen, maar ze erven ook alle problemen van de losse studies.
Een praktische artsenreview uit 2017 concludeerde dat casussen en trials geen overtuigend bewijs geven om HBOT aan te raden bij kinderen met autisme, en dat de positieve resultaten uit één trial niet overtuigend zijn gerepliceerd. (PubMed)
Een review uit 2021 kwam eveneens uit op: niet eenduidig effectief, dus niet aanbevolen als standaardtherapie bij autisme. (MDPI)
Tegelijk verscheen er in 2025 een systematische review en meta-analyse die wél statistisch significante verbeteringen rapporteert op kernsymptomen en op domeinen als communicatie en cognitieve “awareness” bij kinderen en jongeren. (PubMed)
Hoe kan dat allemaal tegelijk waar zijn? Omdat meta-analyses sterk afhangen van:
- welke studies je meeneemt (en hoe streng je bent op kwaliteit),
- hoe je verschillende uitkomstmaten “gelijkmaakt”,
- en of kleine, positieve studies de boel optillen terwijl grote, strenge studies weinig effect laten zien.
Er is geen wetenschappelijke consensus dat HBOT autisme verbetert, maar er zijn genoeg positieve signalen om onderzoekers nieuwsgierig te houden.
En bij volwassenen met autisme?
De meeste gegevens gaan over kinderen. Bij volwassenen met autisme spelen bovendien vaak jarenlang aangeleerde copingstrategieën, langdurige stress, werkdruk, slaaptekort en soms medicatie mee. Dat maakt het nóg lastiger om een HBOT-effect zuiver te meten.
Als iemand zegt: “HBOT is bewezen voor autisme bij volwassenen”, dan mag je dat met een flinke korrel zout nemen.
Bijwerkingen en risico’s
HBOT is geen onschuldige behandeling. De meest voorkomende bij-effecten zijn drukproblemen: oren, sinussen, soms tanden. Dat kan variëren van vervelend tot pijnlijk (barotrauma). In een systematische review en meta-analyse over bijwerkingen van HBOT komen dit soort klachten regelmatig terug. (ResearchGate)
Daarnaast bestaat er zuurstoftoxiciteit. Bij hoge zuurstofdruk kan het centrale zenuwstelsel in zeldzame gevallen reageren met een zuurstof-geïnduceerde aanval. Dat klinkt heftig, en dat is het ook, al gebeurt het in medische settings zelden en in principe onder toezicht. (ResearchGate)
Verder heb je de meer menselijke factoren: claustrofobie, sensorische stress (geluid, drukgevoel, masker), en bij kinderen met autisme soms juist extra ontregeling door de hele logistiek eromheen.
Een belangrijk onderscheid: medische centra werken met strenge veiligheidsprotocollen. Commerciële aanbieders verschillen enorm in toezicht, screening en noodprocedures. Dat maakt “dezelfde behandeling” in de praktijk soms een heel andere ervaring en geeft ook een ander risicoprofiel.
Hoe ziet HBOT er hier uit in de praktijk
In Nederland valt HBOT voor een beperkte set indicaties onder verzekerde zorg. Denk aan duikongevallen (decompressieziekte), arteriële gasembolie, koolmonoxidevergiftiging, diabetische wonden en bestralingsschade, naast enkele andere ernstige indicaties. (Zorginstituut Nederland)
Richtlijnen beschrijven bijvoorbeeld ook wanneer HBOT te overwegen is bij een diabetisch voetulcus. (Richtlijnendatabase)
In België bieden ziekenhuizen zoals UZA HBOT aan voor medische indicaties zoals plots gehoorverlies, ernstige weke-deleninfecties, problemen met huidtransplantaten (flaps), radiotherapieletsels, slecht genezende wonden (ook bij diabetes), osteomyelitis en bepaalde acute vaatafsluitingen in het oog. (UZA)
Voor het Vlaamse publiek bestaat er ook laagdrempelige richtlijninformatie over HBOT bij klassiek-medische indicaties zoals decompressieziekte en gasembolie. (gezondheidenwetenschap.be)
Autisme komt op dit soort medische indicatielijsten niet voor. Dat betekent in de praktijk: als HBOT bij autisme aangeboden wordt, gebeurt dat meestal buiten de reguliere zorg en vaak op eigen kosten.
HBOT in één oogopslag:
| Aspect | Medische HBOT (ziekenhuis) | “Milde”/commerciële HBOT |
|---|---|---|
| Doel | Behandelen van erkende indicaties (bijv. duikongevallen, CO-vergiftiging, bepaalde wonden) | Brede claims: herstel, energie, brein, soms ook autisme |
| Druk en zuurstof | Vaak rond 2–2,5 ATA met 100% zuurstof (protocol-afhankelijk) | Vaak lagere druk (bijv. 1,3–1,8 ATA) met wisselende zuurstofinstellingen |
| Toezicht | Medisch team, screening, noodprocedures | Sterk wisselend per aanbieder |
| Bewijs bij autisme | Geen standaardindicatie, geen consensus | Claims lopen vaak vooruit op bewijs |
| Risico’s | Bekend en gemonitord | Idem risico’s, maar kwaliteit van mitigatie varieert |
Als je autisme hebt en je overweegt HBOT
De meest helpende vraag is niet “werkt het?”, maar “hoe voorkom ik dat ik mezelf iets wijsmaak of onnodig risico neem?” Hier werkt een simpel principe goed: als je iets probeert dat niet standaardzorg is, behandel het dan als een mini-experiment met jezelf (of je kind), mét vangrails.
Vragen die je vooraf kunt stellen:
| Vraag | Waarom dit ertoe doet |
|---|---|
| Wie doet de medische intake en screening? | Sommige aandoeningen en medicatie kunnen risico’s verhogen |
| Wat is het exacte protocol (druk, zuurstof, aantal sessies)? | “HBOT” is geen één ding; dosering bepaalt mede risico en effect |
| Wie houdt toezicht tijdens de sessie, en wat is het noodplan? | Zuurstoftoxiciteit en barotrauma vragen om snelle actie |
| Welke uitkomsten gaan we meten, en hoe? | Zonder meting ga je vooral op gevoel en hoop varen |
| Wat kost het totaal, inclusief vervolg? | Reeksen sessies lopen snel op in tijd en geld |
| Wat doe je als klachten toenemen (prikkelbaarheid, slaap, angst)? | Bij autisme kan ontregeling een reëel “bij-effect” zijn |
Voor volwassenen met autisme is het extra slim om te checken of de aanbieder ervaring heeft met sensorische gevoeligheid, paniek en communicatie onder stress. Een “kom maar even ontspannen in de kamer” werkt niet voor iedereen.
Conclusie
HBOT is een echte medische behandeling met echte biologische effecten. Dat maakt het interessant, maar ook tricky.
Bij autisme zie je een patroon dat vaak, en u ook weer, terugkomt bij “veelbelovende” interventies:
- Er zijn plausibele mechanismen..
- Er zijn studies met verbetering, vooral in kleine of minder strenge ontwerpen.
- In strengere trials zijn resultaten wisselend, en herhaling van positieve uitkomsten lukt niet overtuigend.
- Bijwerkingen zijn reëel, en de setting (ziekenhuis versus commercieel) doet ertoe.
Daarom is de meest nuchtere samenvatting: HBOT is op dit moment geen aanbevolen standaardbehandeling voor autisme. Wie het toch overweegt, doet er goed aan om het veilig, meetbaar en met realistische verwachtingen te benaderen, zonder bewezen ondersteuning (zoals passende begeleiding, werk-aanpassingen, CGT waar passend, slaap- en stressinterventies) opzij te schuiven.
Jankowska, K., Świderski, N., Wójtowicz, W., Iwan, M., & Bielecka-Wajdman, A. (2025). Hyperbaric oxygen therapy (HBOT) in the treatment of autism spectrum disorders. Postępy Biochemii, 71(4), 313–321. DOI: 10.18388/pb.2017_627
Rossignol, D. A., et al. (2009). Hyperbaric treatment for children with autism: A multicenter, randomized, double-blind, controlled trial. [PubMed]
Granpeesheh, D., et al. (2010). Randomized trial of hyperbaric oxygen therapy for children with autism spectrum disorders. Research in Autism Spectrum Disorders. [Samenvatting via ScienceDirect]
Sakulchit, T., & Goldman, R. D. (2017). Hyperbaric oxygen therapy for children with autism spectrum disorder. Canadian Family Physician. (PubMed)
Podgórska-Bednarz, J., et al. (2021). Hyperbaric Oxygen Therapy for Children and Youth with Autism Spectrum Disorder: A Review. Brain Sciences, 11(7), 916. (MDPI)
Tu, P., et al. (2025). The effectiveness of hyperbaric oxygen therapy in children and adolescents with autism spectrum disorders: A systematic review and meta-analysis. [PubMed] (PubMed)
Zhang, Y., et al. (2023). Adverse effects of hyperbaric oxygen therapy: A systematic review and meta-analysis. Frontiers in Medicine, 10, 1160774. (ResearchGate)
Manning, E. P. (2016). Central nervous system oxygen toxicity and hyperbaric oxygen seizures. Aerospace Medicine and Human Performance, 87(5), 477–486. (MC Hyperbare Zuurstoftherapie)
Zorginstituut Nederland. (2019). Standpunt hyperbare zuurstoftherapie (HBOT). (Zorginstituut Nederland)
Nederlandse Vereniging voor Hyperbare Geneeskunde (NVvHG). (2009). HBO indicaties. (NVvHG)
Amsterdam UMC. (2023). Hyperbare geneeskunde: indicaties. (Amsterdam UMC)
Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). Hyperbare zuurstoftherapie: indicaties. (UZA)
Gezondheid en Wetenschap (Vlaanderen). Hyperbare zuurstoftherapie (richtlijninfo). (gezondheidenwetenschap.be)



