Moeders met astma, kinderen met ADHD of autisme?

Als je zwanger bent en astma hebt, is de kans groter dat je kind later een diagnose als ADHD of autisme krijgt. Althans, dat is wat een grote internationale studie uit 2025 suggereert. Maar hoe zit dat precies?

Een groep Chinese onderzoekers besloot het grondig aan te pakken: ze verzamelden en analyseerden de uitkomsten van twaalf eerdere studies. Zo’n overzichtsstudie heet een meta-analyse. In totaal bekeken ze gegevens van miljoenen moeders en hun kinderen uit o.a. de VS, Zweden, Taiwan, Noorwegen, Australië en China.

Alle moeders in de ‘astmagroep’ hadden al astma vóór de bevalling. De onderzoekers vergeleken hun kinderen met kinderen van moeders zonder astma. En wat bleek? Kinderen van moeders met astma hadden gemiddeld 36% meer kans op autisme en 43% meer kans op ADHD. Bij ADHD werd dat verhoogde risico gevonden bij zowel jongens als meisjes; bij autisme alleen bij jongens.

Het lijkt dus om een serieus verband te gaan. Toch moet je dit niet zien als harde oorzaak-gevolg. Er is een verband, maar er zijn ook veel andere verklaringen mogelijk. En daar duiken we in dit artikel verder in.

Meer risico op autisme en ADHD

De cijfers zijn duidelijk: de kans op een autismediagnose lag 36% hoger bij kinderen van moeders met astma, en de kans op een ADHD-diagnose zelfs 43% hoger. Dit geldt voor kinderen van wie de moeder astma had vóór de zwangerschap. Het gaat dus niet om zwangerschapsastma of een enkele aanval, maar om vrouwen met een bestaande diagnose.

Opvallend is dat het verhoogde risico op ADHD gold voor zowel jongens als meisjes. Maar bij autisme lag dat anders: alleen bij jongens werd een verhoogd risico gezien. Bij meisjes was het verschil niet statistisch significant. Dat wil zeggen: het kán toeval zijn, al lag de uitkomst (81% hogere kans) wel verdacht hoog. Alleen waren er in die subgroep te weinig meisjes om het zeker te weten.

Voor wie dit wil vertalen naar concrete risico’s: stel dat de kans op een autismediagnose normaal 1 op 100 is, dan wordt dat bij kinderen van moeders met astma ongeveer 1,36 op 100. Dus ja, het is verhoogd — maar nog steeds is de overgrote meerderheid níet gediagnosticeerd.

Waarom zou astma bij de moeder het brein van het kind beïnvloeden?

Klinkt het vreemd dat astma van de moeder iets doet met het brein van het kind? Het begint bij een biologisch proces dat ‘maternal immune activation’ heet. Astma is een chronische ontstekingsziekte. Tijdens een astma-aanval maakt het lichaam extra ontstekingsstoffen aan, zoals interleukine-6 (IL-6) en interleukine-17A (IL-17A). En die kunnen — zelfs al in de baarmoeder — invloed hebben op hoe het brein zich ontwikkelt.

Een voorbeeld: serotonine, ook wel bekend als het ‘gelukshormoon’, is onmisbaar voor de aanleg van hersencellen en verbindingen in het embryo. Maar IL-6 verstoort de aanmaak van serotonine in het lichaam van de moeder. Dat betekent: minder serotonine voor het ongeboren kind. En een tekort tijdens de aanleg van het brein kan blijvende gevolgen hebben.

Ook IL-17A, kan via de placenta in het brein van het kind terechtkomen. In dierstudies leidde dat tot overactieve microglia (de opruimcellen van de hersenen), waardoor de normale ontwikkeling van de hersenschors verstoord raakte. Het gevolg? Muisjes met autisme-achtig gedrag.

Kortom: astma is niet zomaar ‘benauwdheid’. Het gaat gepaard met ontstekingen die óók buiten de longen gevolgen kunnen hebben — zelfs voor een ongeboren kind.

Microben, mitochondriën en moeders

De onderzoekers keken ook naar andere mechanismen. Zoals mitochondriën — de energiefabriekjes in onze cellen. Astma en ADHD lijken op genetisch niveau bepaalde risicofactoren te delen die de mitochondriën kunnen verstoren. En als je energietoevoer niet goed werkt, dan lijdt vooral je brein daaronder, dat ontzettend veel energie nodig heeft om zich te ontwikkelen.

En dan is er nog de darmflora. Astma gaat vaak samen met een verstoorde balans van darmbacteriën. Minder Bifidobacterium en Lactobacillus, bijvoorbeeld. Die bacteriën spelen een rol bij de productie van belangrijke stoffen voor hersenontwikkeling. En je raadt het al: ook bij kinderen met autisme zie je vaak een verstoorde darmflora. Of dat via de moeder wordt doorgegeven, is nog niet zeker — maar het idee is zeker niet vergezocht.

Het brein, de longen en de darmen blijken in ontwikkeling veel meer met elkaar verbonden dan we vroeger dachten. Welkom in het tijdperk van de gut-lung-brain axis.

Ligt het aan de genen, of aan de omgeving?

Misschien denk je nu: ja maar, astma is toch ook erfelijk? Dat klopt. En dat geldt ook voor ADHD en voor autisme. Dus hoe weten we nu of het de genen zijn, of de omgeving? Kort antwoord: dat weten we nog niet precies.

Lang antwoord: het is waarschijnlijk een mix. Kinderen erven zowel genen als een omgeving. Als je moeder astma heeft, is de kans groot dat jullie allebei in een omgeving leven met bijvoorbeeld luchtvervuiling (zoals fijnstof, PM2.5). Dat verhoogt niet alleen de kans op astma, maar beïnvloedt ook de ontwikkeling van het brein.

Medicatie tijdens de zwangerschap: risicofactor of redder in nood?

Wat doe je als je als zwangere vrouw een astma-aanval krijgt? Medicatie nemen natuurlijk. Maar die medicijnen — met name bèta-2-agonisten zoals salbutamol — zijn eerder in verband gebracht met een verhoogd risico op autisme. In sommige studies werd een verband gevonden tussen langdurige blootstelling en een hogere kans op een autismediagnose bij het kind.

Maar: andere studies vonden juist géén verband. En dat maakt het lastig. In dit meta-onderzoek konden de auteurs het verschil tussen ‘astma zelf’ en ‘astmamedicatie’ niet goed analyseren, omdat die gegevens ontbraken. Toch benadrukken ze dat goed gecontroleerde astma beter is dan onbehandelde astma. Anders gezegd: medicatie kan noodzakelijk én het beste voor moeder én kind zijn.

Jongens, meisjes en diagnostiek

Zoals gezegd vonden de onderzoekers een verhoogd autismerisico bij jongens, maar niet bij meisjes. Is dat een echt verschil — of ligt het aan hoe we autisme herkennen?

De meeste diagnostische criteria voor autisme zijn gebaseerd op jongens, die vaker druk, sociaal opvallend of ‘anders’ zijn. Meisjes met autisme zijn vaak stiller, sociaal aangepast, en camoufleren hun problemen beter. Daardoor vallen ze minder op, en worden ze later of helemaal niet gediagnosticeerd.

Daarnaast zijn er theorieën dat meisjes ‘beschermende factoren’ hebben: een extra X-chromosoom, hormonale invloeden of genetische buffers. Of dat echt zo is, blijft onderwerp van discussie. Maar feit is wel: autisme wordt bij meisjes makkelijker gemist en/of komt onder hen minder voor.

Wat kun je hier als ouder of professional mee?

Moet je nu als (toekomstige) ouder met astma in paniek raken? Zeker niet. De meeste kinderen van moeders met astma ontwikkelen zich normaal. Maar dit onderzoek wijst wel op iets belangrijks: dat chronische ontstekingen tijdens de zwangerschap mogelijk invloed hebben op de hersenontwikkeling van het kind.

Voor professionals (zoals verloskundigen, huisartsen en jeugdartsen) is het een extra reden om alert te zijn op signalen bij jonge kinderen van moeders met astma. Denk aan taalachterstanden, aandachtsproblemen of sensorische gevoeligheden. Vroeg signaleren helpt.

En voor vrouwen met astma: goed gecontroleerde astma is belangrijker dan ooit. Dus blijf je medicatie nemen zoals voorgeschreven, en overleg bij twijfel altijd met je arts.

Samenvatting

  • Kinderen van moeders met astma hebben gemiddeld meer kans op een diagnose ADHD of autisme.
  • De oorzaak ligt mogelijk in ontstekingsstoffen, serotoninetekort, mitochondriale problemen en darmflora.
  • Vooral jongens lijken een verhoogd risico te hebben op autisme.
  • Medicatie tijdens de zwangerschap blijft belangrijk: onbehandelde astma is schadelijker.
  • Dit onderzoek toont een verband, maar geen directe oorzaak-gevolgrelatie.

Zheng J, Chen J, Zhang Q, Ying L, Huang H, Yang J, Chen Z. Association between maternal asthma and ASD/ADHD in offspring: A meta-analysis based on observational studies. NPJ Prim Care Respir Med. 2025 Jul 8;35(1):32. doi: 10.1038/s41533-025-00440-y. PMID: 40624093; PMCID: PMC12234711.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.