Een cirkel is een bijzonder ding. Hij heeft geen begin en geen einde. Je kunt erin verdwalen, maar ook juist houvast vinden. Dat maakt mandala’s aantrekkelijk voor veel mensen die houden van patronen, herhaling en overzicht. Een mandala zegt als het ware: hierbinnen mag je bezig zijn. Daarbuiten hoeft even niets.
Voor sommige mensen met autisme kan dat prettig zijn. Niet omdat iedereen met autisme automatisch blij wordt van kleurplaten, symmetrie of potloden. Zo simpel is het natuurlijk niet. Maar voorspelbare vormen, duidelijke grenzen en herhaalbare handelingen kunnen rust geven. Zeker in een wereld die vaak rommelig, luid en onvoorspelbaar aanvoelt.
Mandala-tekenen wordt daarom soms gebruikt in begeleiding of therapie. Het idee is eenvoudig: kinderen kleuren of tekenen binnen een ronde, vaak symmetrische vorm. De activiteit kan helpen om aandacht te richten, spanning te verminderen en contact op een laagdrempelige manier op gang te brengen. Maar werkt dat ook echt? En zo ja: voor wie, wanneer en onder welke voorwaarden?
Onderzoek
Een recente kleinschalige studie uit China keek naar mandala-tekenen bij jonge kinderen met autisme. Het ging om 23 kinderen van 4 tot 7 jaar op een speciale school. Een deel kreeg de gewone begeleiding op school. De andere groep kreeg die gewone begeleiding óók, maar daarnaast mandala-tekenen in groepsvorm.
Die extra sessies duurden 40 minuten per keer. Eerst een korte introductie, daarna ongeveer een half uur kleuren of tekenen, en tot slot een korte ronde waarin aandacht was voor delen, reageren en positieve feedback. De kinderen deden dit negen keer in één maand.
De onderzoekers wilden weten of dit invloed had op taal, communicatie en sociale vaardigheden. Denk aan reageren op anderen, iets delen, contact maken of woorden gebruiken in een sociale situatie. Belangrijk om meteen eerlijk te zeggen: dit was een klein onderzoek. Geen groot bewijsstuk, eerder een vergrootglas op een mogelijke ingang.
Taal, contact en aandacht
De uitkomsten waren op het eerste gezicht hoopgevend. De kinderen die mandala-tekenen kregen, gingen vooruit ten opzichte van hun eigen beginpunt. Ze scoorden na afloop beter op taal en communicatie. Ook op sociale vaardigheden was er verbetering te zien.
Dat klinkt misschien abstract, maar in de praktijk gaat het om kleine bewegingen die veel kunnen betekenen. Een kind dat eerder vooral stil bleef, zegt ineens welke kleur het gebruikt. Een kind reageert op een vraag. Een ander begroet de begeleider. Weer een ander blijft langer bij de activiteit, zonder steeds weg te dwalen.
Voor volwassenen klinkt dat misschien als een kleine stap. Maar bij jonge kinderen met autisme kan zo’n stap groot zijn. Zeker als praten, delen of reageren veel energie kost. Contact hoeft dan niet meteen een diep gesprek te zijn. Soms begint het met samen aan tafel zitten, dezelfde potloden gebruiken en één woord zeggen op het juiste moment.
Daar zit misschien een kracht van creatieve werkvormen. Ze zetten taal niet meteen in de schijnwerpers. Het kind hoeft niet direct te presteren met woorden. De tekening ligt in het midden. Die neemt een deel van de sociale druk over. Je kunt naast elkaar bezig zijn, en van daaruit ontstaat soms vanzelf een bruggetje.
Het addertje in de cirkel
Toch is dit geen verhaal van: koop een stapel mandala’s en de sociale ontwikkeling gaat vanzelf vooruit. Daarvoor is het onderzoek veel te klein. Bovendien was er een belangrijke kanttekening: De kinderen in de mandalagroep gingen wel vooruit vergeleken met hun eigen startpunt, maar na afloop was het verschil met de controlegroep niet duidelijk genoeg om stevige conclusies te trekken. Anders gezegd: de uitkomsten wijzen op een interessant signaal, maar bewijzen niet dat mandala-tekenen beter werkt dan gewone begeleiding.
Dat is geen mislukking. Het is precies hoe wetenschap vaak werkt. Eerst zie je een spoor. Daarna moet je met grotere groepen, betere vergelijkingen en langere metingen kijken of dat spoor ook echt ergens heen leidt. Daar komt bij dat autisme enorm verschillend kan uitpakken. Wat voor het ene kind rustgevend is, kan voor het andere kind saai, frustrerend of juist overprikkelend zijn. Een mandala is geen magische cirkel. Het blijft een hulpmiddel. En hulpmiddelen werken alleen als ze passen bij de persoon die ze gebruikt.
Waarom juist tekenen soms helpt
Beeldend werken heeft iets slims. Het spreekt een andere taal dan praten. Dat kan helpen bij kinderen die nog weinig woorden gebruiken, snel blokkeren in gesprekken of moeite hebben om gevoelens uit te leggen. Een kleur, vorm of patroon kan soms laten zien wat een kind nog niet kan zeggen.
Ook de vaste vorm van een mandala kan prettig zijn. Een leeg wit vel kan voelen als een open oceaan: waar moet je beginnen? Een mandala geeft alvast oevers. De vakjes, lijnen en herhalingen maken de taak overzichtelijk. Je hoeft niet uit het niets iets te verzinnen. Je mag beginnen met één stukje.
Voor sommige kinderen kan dat de drempel verlagen. Ze hoeven niet meteen creatief te zijn op commando. Ze mogen kiezen: rood hier, blauw daar, nog een rondje, nog een vakje. Dat lijkt simpel, maar ondertussen gebeurt er van alles. Aandacht richten. Een keuze maken. Motorisch plannen. Wachten op een potlood. Reageren op een begeleider. Misschien zelfs kijken naar wat een ander heeft gemaakt.
Daarmee wordt mandala-tekenen geen losse knutselactiviteit, maar een rustige oefenruimte. Niet voor ‘normaler’ gedrag, maar voor contact op een manier die minder overspoelend kan zijn.
Structuur zonder dwang
Juist hier zit een belangrijke waarschuwing. Structuur kan helpen, maar structuur kan ook een keurslijf worden. Een activiteit is pas autismevriendelijk als de persoon zelf er iets aan heeft. Niet omdat de begeleider het zo’n mooi idee vindt.
Wie overprikkeld is, heeft soms helemaal geen behoefte aan kleuren, praten, delen of ‘gezellig meedoen’. Dan kan zelfs een rustige mandala voelen als nóg een taak. Nóg een prikkel. Nóg iemand die iets van je wil. Op zulke momenten is niets doen misschien veel beter. Stilte. Alleen zijn. Licht uit. De wereld even op pauze.
Dat geldt voor kinderen, maar zeker ook voor volwassenen met autisme. Creatieve ontspanning werkt alleen als het echt ontspanning is. Zodra er druk op komt — maak het af, doe mee, vertel wat je voelt, kijk eens naar de groep — kan de rust verdwijnen. Dan verandert de mandala van veilige cirkel in een hoepel waar iemand doorheen moet springen.
Een goede begeleider let daarom niet alleen op deelname, maar ook op signalen van spanning. Wordt iemand rustiger of juist stijver? Kijkt het kind ontspannen of bevriest het? Is er nieuwsgierigheid, of vooral braaf meedoen? Autismevriendelijk werken vraagt niet om meer activiteiten, maar om beter kijken.
Wat betekent dit voor ouders, begeleiders en scholen?
Mandala’s kunnen een mooie plek hebben in begeleiding, onderwijs of thuis. Maar dan vooral als keuzeactiviteit. Iets wat beschikbaar is, niet verplicht. Een rustige tafel, een paar duidelijke materialen en de vrijheid om te stoppen kunnen al genoeg zijn.
Maak het klein. Begin niet met ingewikkelde patronen waar zelfs een architect zweterig van wordt. Kies eenvoudige vormen, weinig kleuren en korte momenten. Sommige kinderen vinden vijf minuten al prima. Anderen verdwijnen met plezier een half uur in de cirkel. Beide is goed.
Laat het resultaat los. Het gaat niet om netjes kleuren binnen de lijntjes. Het gaat om ervaring, aandacht en veiligheid. Een kras, een half ingekleurde vorm of drie keer dezelfde kleur kan net zo waardevol zijn als een kunstwerk voor op de koelkast.
Gebruik taal spaarzaam. Vragen als ‘wat voel je hierbij?’ kunnen te groot zijn. Simpeler werkt vaak beter: ‘Je gebruikt veel groen.’ Of: ‘Ik zie dat je dit stukje af hebt.’ Zulke opmerkingen openen contact zonder iemand vast te zetten.
En misschien wel het belangrijkste: bied alternatieven. Niet iedereen houdt van tekenen. Voor de een werkt Lego, voor de ander puzzelen, haken, sorteren, tuinieren, muziek luisteren of een vaste wandeling. Het onderliggende principe is niet ‘mandala’. Het principe is: voorspelbare activiteit, lage druk, eigen regie.
Ook iets voor volwassenen met autisme?
Hoewel het onderzoek over jonge kinderen ging, is de bredere gedachte ook herkenbaar voor veel volwassenen met autisme. Afgebakende, herhalende activiteiten kunnen helpen om het hoofd te ordenen. Zeker na een drukke werkdag, een sociale afspraak of een overvolle supermarkt.

Sommige volwassenen kleuren mandala’s. Anderen maken lijstjes, leggen verzamelingen recht, spelen rustige games, tekenen patronen of bouwen iets met hun handen. Van buitenaf lijkt dat misschien nutteloos gefröbel. Van binnenuit kan het voelen als onderhoud aan het zenuwstelsel.
Dat verdient meer waardering. Ontspanning hoeft niet spectaculair te zijn. Niet alles hoeft groei, therapie of zelfverbetering te heten. Soms is een herhalende bezigheid gewoon een manier om weer terug te keren naar jezelf. En eerlijk is eerlijk: dat klinkt een stuk gezonder dan doomscrollen tot je duim om pensioen vraagt.
Zhang, L., Luo, L., Xia, Q., & Li, F. (2026). Research on the intervention of Mandala drawing therapy for social interaction disorders in children with autism. Frontiers in Psychiatry, 17, 1757575. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2026.1757575



