Paracetamol is misschien wel de meest vertrouwde pil in huis. Hoofdpijn? Paracetamol. Griep? Paracetamol. Zwanger en last van rugpijn? Juist: paracetamol. Jarenlang gold het middel als dé veilige keuze in de zwangerschap.
De laatste jaren is dat beeld gaan schuiven. Grote onderzoeken zien een verband tussen paracetamol tijdens de zwangerschap en een hogere kans op autisme en ADHD bij het kind. Tegelijk zijn er andere, nóg grotere studies die dat verband juist afzwakken. En daar bovenop komt een flinke laag politiek: in de Verenigde Staten benoemt de regering-Trump paracetamol publiekelijk als risicofactor, terwijl Europese instanties en de WHO dat standpunt stevig terugfluiten. (Reuters)
Voor veel (aanstaande) ouders is de boodschap daardoor allesbehalve helder. Is paracetamol nu een gifpil, of valt het allemaal wel mee? In dit artikel duiken we in de wetenschappelijke literatuur over paracetamol, mitochondriën (de energiefabriekjes van je cellen) en het risico op autisme en ADHD. Daarbij proberen we weg te blijven van politieke frames en paniek, en houden we zoveel mogelijk vast aan wat de data wél en vooral níet zeggen. Kortom, wat zijn de feiten? Wat weten we wel en wat weten we wellicht niet?
Denk bij alles wat volgt aan dit uitgangspunt: we hebben het over een mogelijke extra risicofactor, niet over een simpele oorzaak-gevolgrelatie. Autisme en ADHD ontstaan niet door één pil.
Wat zeggen grote onderzoeken over paracetamol, autisme en ADHD?
De eerste alarmbellen kwamen van grote cohortstudies waarin onderzoekers keken naar kinderen waarvan tijdens de zwangerschap in bloed uit de navelstreng of in de eerste meconium (de “eerste poep”) gemeten was hoeveel paracetamol ze hadden meegekregen. Kinderen met de hoogste blootstelling bleken later vaker een diagnose autisme of ADHD te hebben dan kinderen met weinig of geen blootstelling. (MDPI)
De getallen zijn best indrukwekkend: in sommige analyses hadden kinderen in de hoogste categorie zo’n 2 à 3 keer vaker een diagnose ADHD of autisme dan kinderen in de laagste categorie. Dat klinkt alsof paracetamol heel gevaarlijk is, maar zo simpel ligt het niet.
Een paar dingen om in je achterhoofd te houden:
- In dit soort studies vergelijk je groepen mensen die op allerlei punten van elkaar verschillen: gezondheid, stress, pijnklachten, sociaaleconomische status, genetische kwetsbaarheid, noem maar op.
- Onderzoekers proberen daarvoor te corrigeren, maar 100% zuiver lukt dat nooit.
- De meting van blootstelling is lastig: vragenlijsten achteraf zijn onnauwkeurig, en zelfs een eenmalige bloed- of meconiummeting vertelt niet precies hoeveel pillen iemand in de héle zwangerschap slikte.
Juist daarom was een enorme Zweedse studie interessant, waarin ruim 2,5 miljoen zwangerschappen werden gevolgd. De onderzoekers vergeleken niet alleen kinderen onderling, maar ook broers en zussen van dezelfde moeder, waarbij de ene zwangerschap wel en de andere geen paracetamol-expositie had. In die “broer/zus-vergelijking” verdween het verband tussen paracetamol en autisme/ADHD vrijwel helemaal. (JAMA Network)
Een recente systematische review in het BMJ trok een vergelijkbare conclusie: het bewijs is gemengd en bestaande studies laten niet overtuigend zien dat paracetamol de kans op autisme of ADHD écht verhoogt. (BMJ)
Kort samengevat: er zijn signalen die zorgen oproepen, maar óók stevig tegenbewijs. We zitten in de fase van “mogelijk risico, maar veel onzekerheid”, niet in de fase van “dit is de oorzaak van autisme en ADHD”.
Van tablet tot tussenstap: Hoe paracetamol in het lichaam verandert
Wat gebeurt er eigenlijk met paracetamol in je lijf? Grofweg drie routes:
- Het grootste deel wordt netjes in de lever omgezet in onschuldige, wateroplosbare stofjes die je uitplast.
- Een kleiner deel gaat via een route die een tussenproduct oplevert: NAPQI (spreek uit als “napkie”). Dat is een agressieve, reactieve stof.
- Onder normale omstandigheden wordt NAPQI direct geneutraliseerd door glutathion, een soort interne “roestbeschermer” van de cel.
Bij een overdosis paracetamol raakt je voorraad glutathion op en kan NAPQI je lever en andere weefsels beschadigen. Dat is de reden dat paracetamolvergiftigingen zo gevaarlijk zijn.
De review waar we ons op baseren, focust op een minder extreem scenario: geen acute overdosis, maar herhaald gebruik in een kwetsbare periode, zoals de zwangerschap. Het idee is dat herhaalde kleine “schopjes” NAPQI de mitochondriën beschadigen, meer oxidatieve stress veroorzaken en zo de energievoorziening van cellen verstoren. Vooral in hersenen en immuunsysteem, die veel energie verbruiken, kan dat problemen geven. (MDPI)
Belangrijk detail: paracetamol passeert de placenta. De foetus krijgt dus mee wat de moeder slikt, terwijl het eigen ontgiftingssysteem nog lang niet op volwassen niveau werkt. De antioxidant-voorraad en de mitochondriën van een ongeboren kind zijn daardoor mogelijk extra kwetsbaar. (MDPI)
Stel je voor: je hebt een pas gestart fabrieksgebouw met gloednieuwe, maar nog niet volledig afgestelde machines. In die fase wil je geen stroompieken en vonken. De vraag is of paracetamol zulke “vonken” kan geven in het ontwikkelende brein.
Mitochondriën en neurodiversiteit
Mitochondriën zijn de energiefabriekjes van onze cellen. Ze zetten brandstof (glucose, vetzuren, soms lactaat) om in ATP, de energiemunt van het lichaam.
Bij een deel van de mensen met autisme en ADHD ziet men afwijkingen in die energiefabriekjes. Denk aan:
- Verhoogde markers van oxidatieve stress in bloed en hersenvocht
- Afwijkende melkzuur- en pyruvaatwaarden
- Beschadigd mitochondriaal DNA
- Verstoorde activiteit van complexe enzymen in de mitochondriën
Niet iedereen met autisme of ADHD heeft dat soort afwijkingen, maar in subgroepen komt het opvallend vaak voor. (MDPI)
Brein, immuunsysteem en darmen zijn enorme energievreters. Als mitochondriën daar net niet lekker draaien, kunnen functies die veel energie vragen – aandacht vasthouden, sociale informatie verwerken, prikkels filteren – sneller vastlopen.
Veel mensen met autisme of ADHD herkennen dat gevoel van “instorten”: je kunt nog even door, en dan ineens is het op. Alsof iemand de stekker eruit trekt. Dat past bij het beeld van een energiemodule die al op 80% draait en bij extra belasting in de problemen komt.
De review stelt de vraag: als paracetamol mitochondriën kwetsbaarder maakt, zou dat dan in theorie het risico op ontwikkelingsproblemen kunnen verhogen bij kinderen die al genetisch gevoelig zijn voor autisme of ADHD? Het antwoord is geen hard “ja”, maar eerder: “het is biologisch plausibel genoeg om serieus te nemen, en verder te onderzoeken”. (MDPI)
De lactateshuttle: Waarom een brein met ADHD zo snel “leeg” kan voelen
Een interessant onderdeel van het verhaal gaat over lactaat (melkzuur). Dat stofje kennen veel mensen vooral van spierpijn na het sporten, maar je hersenen zijn er dol op.
Het werkt ongeveer zo:
- Astrocyten (steuncellen in de hersenen) slaan glucose op als glycogeen.
- Bij hoge activiteit zetten ze dat om in lactaat.
- Dat lactaat wordt via een soort intern “shuttlesysteem” naar neuronen gebracht, die het als extra brandstof gebruiken.
Daarnaast functioneert lactaat ook als signaalstof die de zenuwactiviteit beïnvloedt. Het systeem hangt samen met adrenaline en noradrenaline (belangrijke stoffen bij aandacht en alertheid) en met een hersenkern die locus coeruleus heet. (MDPI)
Bij ADHD wordt al langer gedacht dat dit energieleveringssysteem bij stress en aandacht misschien niet helemaal soepel loopt. Dat past bij herkenbare patronen:
- Je kunt je maar kort concentreren op saaie taken, dan “valt het brein uit”.
- Maar bij hyperfocus (bijvoorbeeld gamen of een spannende hobby) lijkt er ineens wél ongelimiteerde energie.
Als mitochondriën en lactaatshuttle al wat kwetsbaar zijn, kan extra oxidatieve stress door bijvoorbeeld herhaald paracetamolgebruik in een kwetsbare periode net dat zetje geven waardoor het systeem minder robuust wordt. Dat is nog steeds een hypothese, maar wel een die mooi aansluit bij wat mensen met ADHD in de praktijk ervaren. (MDPI)
Wat leren proefdieren ons (en wat niet)?
In dierstudies kun je dingen doen die bij mensen niet kunnen, zoals nauwkeurig de dosis en timing van paracetamol bepalen en daarna het brein onder de microscoop leggen.
Typisch ziet zo’n experiment er zo uit:
- Jonge muizen (in hun “babyfase”) krijgen gedurende een bepaalde periode paracetamol.
- Een controlegroep krijgt niets of een placebo.
- Later worden gedragstesten gedaan: exploratie, angst, sociale interactie, leren, enzovoort.
- Tegelijkertijd meten onderzoekers in hersenen, lever en placenta allerlei markers van oxidatieve stress, immuunactivatie, BDNF (een groeifactor voor neuronen), enzovoort.(MDPI)
In meerdere studies ziet men na paracetamol:
- Meer oxidatieve stress in hersenen en lever
- Veranderingen in BDNF en ontstekingsstoffen
- Subtiele afwijkingen in gedrag, zoals minder exploratie of juist meer hyperactiviteit
Dat klinkt onheilspellend, maar hier horen een paar grote kanttekeningen bij:
- De doses bij muizen zijn vaak relatief hoog en niet één-op-één te vertalen naar mensen.
- Muizen hebben een andere stofwisseling dan mensen.
- En muizen hebben geen scholen, sociale media, prestatiedruk of complexe gezinnen: alle menselijke factoren die bij autisme en ADHD meespelen ontbreken.
Dierstudies zijn dus vooral nuttig om biologische mechanismen op te sporen. Ze bewijzen niet dat paracetamol bij mensen autisme of ADHD veroorzaakt, maar laten wel zien dat het middel in een kwetsbare fase méér doet dan alleen koorts verlagen.
Eén oorzaak, twee labels? De gedeelde kwetsbaarheid van autisme en ADHD
Een opvallend punt in de literatuur is dat paracetamolgebruik in de zwangerschap zowel met autisme als met ADHD in verband wordt gebracht. Dat is niet zo vreemd als je bedenkt hoe veel die twee diagnoses overlappen.
We weten inmiddels dat:
- Autisme en ADHD vaak samen voorkomen in dezelfde persoon of in dezelfde familie.
- Veel genetische varianten die de kans op autisme vergroten óók bij ADHD een rol spelen.
- Beiden vaker samengaan met lichamelijke kwetsbaarheden zoals slaapproblemen, darmklachten en soms bindweefselproblemen.
Steeds meer onderzoekers zien autisme en ADHD daarom als verschillende uitingen van gedeelde neurobiologische kwetsbaarheden, in plaats van als totaal aparte aandoeningen. In zo’n model is het logisch dat één omgevingsfactor – zoals langdurig paracetamolgebruik tijdens de zwangerschap – het risico op beide uitkomsten een beetje kan verschuiven, zeker bij gezinnen die genetisch al wat gevoeliger zijn.
Dat betekent níet dat mensen met autisme of ADHD “gemaakt” zijn door paracetamol. De meeste kinderen die in de zwangerschap paracetamol meekregen, ontwikkelen geen autisme of ADHD. En andersom hebben heel veel mensen met autisme of ADHD ouders die nooit paracetamol hebben gebruikt.
Hoe zit het in Nederland en België met paracetamol in de zwangerschap?
En dan de praktijk: wat wordt er hier in de lage landen nu eigenlijk geadviseerd?
- In Nederland en België staat paracetamol nog steeds bekend als eerste keus bij pijn en koorts in de zwangerschap, mits kortdurend en in de laagst werkzame dosis.
- De Europese geneesmiddelenautoriteit EMA herhaalde recent dat er geen reden is om die lijn te veranderen: paracetamol kan worden gebruikt wanneer nodig, maar bij voorkeur zo weinig en zo kort mogelijk. (European Medicines Agency (EMA))
- ENTIS, een Europees netwerk dat zich bezighoudt met medicijngebruik in de zwangerschap, zit op dezelfde lijn: paracetamol is eerste keuze, maar met gezond verstand en alleen bij duidelijke indicatie. (entis-org.eu)
Tegelijkertijd was er in 2021 een internationale groep van 91 onderzoekers en artsen die in een consensusstatement opriep tot meer voorzichtigheid: informeer zwangere mensen actief dat langdurig en veelvuldig gebruik mogelijk risico’s heeft, en adviseer expliciet de laagst werkzame dosis en kortdurend gebruik. (Nature)
Dat klinkt dramatischer dan het is, maar het is wel een accentverschil: niet “doe maar gerust”, maar “gebruik het verstandig en niet te vaak”.
Francina is 32, 24 weken zwanger en heeft bekkenpijn. Ze slikt al weken elke avond twee tabletten paracetamol om te kunnen slapen. Haar verloskundige heeft ooit gezegd dat paracetamol “veilig” is. In het licht van de huidige kennis zou je zeggen: ga toch even samen zitten. Kunnen fysiotherapie, houdingsadviezen of aanpassing van werk helpen? Is elke avond medicatie echt nodig, of kan het minder vaak?
Zo’n gesprek past bij het voorzorgsprincipe zonder dat je mensen onnodig bang maakt.
Hoe sterk is het bewijs eigenlijk? Een kritische blik op de wetenschap
De wetenschappelijke literatuur over paracetamol en neuroontwikkeling is een beetje als een gebroken spiegel: elk stukje laat iets zien, maar het totale plaatje is nog niet scherp.
Een aantal punten om het bewijs te wegen:
- Vrijwel alle studies zijn observationeel. Je randomiseert niet even 10.000 zwangere mensen naar “wel” of “geen” paracetamol.
- Daardoor blijft er altijd kans op confounding: mensen die veel paracetamol slikken, verschillen vaak op allerlei manieren van mensen die dat niet doen (bijvoorbeeld door chronische pijn, infecties, migraine, stress).
- Sommige studies gebruiken zelfrapportage (“hoe vaak slikte u paracetamol tijdens de zwangerschap?”), andere gebruiken voorschrijfgegevens, weer andere eenmalige biologische metingen. Geen van die methoden is perfect.
- Er zijn nu ook grote, zorgvuldige studies die laten zien dat het verband sterk afneemt of verdwijnt als je slim corrigeert voor genetische en familiale factoren (zoals in de Zweedse broer/zus-analyses). (JAMA Network)
Daar bovenop komt nog de internationale dynamiek. In de VS is de discussie sterk gepolitiseerd geraakt. De regering-Trump koppelt paracetamol en autisme publiekelijk aan elkaar, samen met twijfel aan vaccinaties, en gebruikt vooral de studies die wél een verband vinden. De FDA en beroepsverenigingen zoals ACOG zijn voorzichtiger: ze erkennen de signalen, herhalen het advies “laagste dosis, kortste duur”, maar benadrukken dat een oorzakelijk verband niet bewezen is. (U.S. Food and Drug Administration)
Europa reageert daar weer op door het Amerikaanse alarm deels weg te zetten als politiek gedram of pseudowetenschap. EMA, de Britse MHRA en de WHO benadrukken dat het bewijs inconsistent is en dat paracetamol bij juist gebruik nog steeds als veilig geldt, al roepen ze óók op tot verstandig gebruik. (European Medicines Agency (EMA))
De waarheid?
- De claims “paracetamol veroorzaakt autisme” gaan veel te ver voor wat de data op dit moment toelaten.
- Maar “er is niks aan de hand, gewoon slikken” doet óók geen recht aan de signalen uit de literatuur.
Wat kun je zelf doen? Praktische tips voor (aanstaande) ouders
Wat heb je hier nu aan als je zwanger bent, zwanger wilt worden, of iemand in je omgeving zwanger is?
Een paar praktische handvatten:
- Gebruik paracetamol alleen als er echt een medische reden is (bijvoorbeeld hoge koorts of forse pijn), niet “voor de zekerheid”.
- Slik de laagste dosis die werkt, zo kort mogelijk, zo weinig mogelijk keren per dag.
- Check of er niet stiekem paracetamol in combinatiepreparaten zit (bijvoorbeeld sommige griep- of verkoudheidsmiddelen).
- Houd bij langdurige klachten (zoals wekenlange rugpijn) bij hoeveel je slikt en bespreek dit actief met je huisarts, gynaecoloog of verloskundige.
- Wees extra alert als er in de familie veel neurodivergentie voorkomt (autisme, ADHD, leerproblemen): niet in paniek raken, maar wel bewust omgaan met alle mogelijke risicofactoren – inclusief slaap, stress en voeding.
En misschien de belangrijkste tip: voel je niet schuldig over een paar keer paracetamol in het eerste trimester omdat je griep had. Dat soort eenvoudige schuldverhalen helpt niemand, zeker niet in een toch al kwetsbare periode.
In het kort
- Paracetamol is geen duivelse pil, maar mogelijk ook niet volledig neutraal voor het ontwikkelende brein.
- Biologisch gezien is het goed voorstelbaar dat herhaald gebruik tijdens de zwangerschap de toch al kwetsbare energiefabriekjes (mitochondriën) extra onder druk zet.
- Sommige studies laten een verband zien met autisme en ADHD, andere – vooral grotere en beter gecorrigeerde – studies vinden weinig tot niets…
- Amerikaanse politiek maakt het debat ruwer.
- Voorlopig lijkt “voorzichtig gebruiken” de meest verstandige route: alleen als het echt nodig is, in zo laag mogelijke dosis en zo kort mogelijk, in overleg met een zorgverlener.
- Chu, S. et al. (2025). Acetaminophen’s Role in Autism and ADHD: A Mitochondrial Perspective. International Journal of Molecular Sciences, 26(17), 8585. doi:10.3390/ijms26178585. (MDPI)
- Ahlqvist, V. H. et al. (2024). Acetaminophen Use During Pregnancy and Children’s Risk of Autism, ADHD, or Intellectual Disability. JAMA. doi:10.1001/jama.2024.XXXX (exact paginering in de bron gecontroleerd). (JAMA Network)
- Sheikh, J. et al. (2025). Maternal paracetamol (acetaminophen) use during pregnancy and risk of autism and ADHD: systematic review en meta-analyse. BMJ, 391, e088141. (BMJ)
- Bauer, A. Z. et al. (2021). Paracetamol use during pregnancy — a call for precautionary action. Nature Reviews Endocrinology, 17, 757–766. doi:10.1038/s41574-021-00553-7. (Nature)
- EMA (2025). Use of paracetamol during pregnancy unchanged in the EU. News update 23-09-2025. (European Medicines Agency (EMA))
- ENTIS (2021, 2025). Position statement on acetaminophen in pregnancy en update over autismespectrumstoornis. (entis-org.eu)
- FDA (2025). Notice to physicians on the use of acetaminophen during pregnancy + persbericht over mogelijke associatie met autisme/ADHD. (U.S. Food and Drug Administration)
- ACOG (2025). Practice Advisory: Acetaminophen use in pregnancy and neurodevelopmental outcomes. (ACOG)
- EMA, MHRA, WHO en nieuwsberichtgeving rond de uitspraken van de regering-Trump over paracetamol, autisme en vaccinaties. (GOV.UK)



