De meeste ouders en jongeren kennen het scenario. Het gaat een tijd redelijk. En dan ineens komt er een telefoontje: je kind moet opgehaald worden. Of je krijgt een brief over schorsing. Of je ontdekt dat je kind al wekenlang lessen mist.
Schooluitval heeft veel smaken. Soms komt het door stress, angst of overprikkeling. Soms door gedoe met regels, botsingen met docenten, of ruzie in de klas. Soms spelen er problemen thuis. En soms is het een mix van alles.
Totsika en collega’s wilden twee vormen van schooluitval beter in beeld krijgen bij jongeren met autisme: uitsluiting (exclusion) en spijbelen (truancy). Ze kozen bewust voor een aanpak die óók de minder zichtbare vormen mee kan nemen, zoals informele “stuur maar thuis”-momenten.
Twee woorden, veel misverstanden
Uitsluiting klinkt officieel. Schorsing. Verwijdering. Papierwerk. Registratie. Maar in de praktijk bestaan er ook informele varianten. Denk aan: “Het gaat vandaag niet, hou hem maar thuis.” Of: “Kom pas terug als het weer rustig is.” De onderzoekers noemen dat informele of onofficiële uitsluiting, die vaak níet netjes in schoolregistraties belandt.
Spijbelen klinkt dan weer alsof iemand “gewoon geen zin” heeft. Maar spijbelen kan ook een noodgreep zijn. Een manier om te ontsnappen aan overbelasting, pesterijen, schaamte, of een situatie waarin je telkens vastloopt. In het onderzoek gaat het om: school missen zonder toestemming van ouders, al is het maar een halve dag of één les.
Wat onderzochten Totsika en collega’s?
De onderzoekers gebruikten gegevens uit de Millennium Cohort Study (een grote Britse cohortstudie). Ze selecteerden 14-jarigen met autisme op basis van ouderrapportage: ouders kregen in meerdere meetrondes de vraag of een arts of andere professional ooit had gezegd dat hun kind autisme had.
Uiteindelijk hadden 460 jongeren met autisme informatie over uitsluiting en/of spijbelen op 14-jarige leeftijd.
Belangrijk detail: voor de analyses naar verbanden (welke factoren hangen samen met uitsluiting of spijbelen?) gebruikten ze alleen de jongeren met complete data op alle variabelen. Dat waren er 274. Dat maakt de uitkomsten iets minder robuust dan wanneer je alle 460 kunt meenemen.
Ze keken naar factoren op drie niveaus:
- kindfactoren (zoals emotionele/gedragsproblemen, risicogedrag, wel of geen verstandelijke beperking),
- gezinsfactoren (zoals armoede, ouderlijke psychische nood, ouderbetrokkenheid),
- schoolfactoren (zoals mate van ondersteuning en aanpassingen).
Hoe vaak kwamen uitsluiting en spijbelen voor?
Ongeveer 25% van de 14-jarige jongeren met autisme had ooit een tijdelijke of permanente uitsluiting meegemaakt (volgens ouders).
Ongeveer 15% gaf zelf aan in het afgelopen jaar minstens één keer te hebben gespijbeld (dus zonder toestemming van ouders).
In de resultatensectie zie je ook de aantallen: uitsluiting kwam voor bij 86 van 450 jongeren met data (gewogen: 25%). Spijbelen kwam voor bij 61 van 406 jongeren die die vraag beantwoordden (gewogen: 15%).
De onderzoekers leggen uit waarom hun uitsluitingscijfer hoger ligt dan cijfers uit studies die alleen formele registraties gebruiken. Zij nemen namelijk óók informele/onofficiële uitsluiting mee.
Wat hing samen met uitsluiting?
De onderzoekers testten eerst allerlei mogelijke verbanden één voor één. Daarna bouwden ze een multivariabel model: daarin staan meerdere factoren tegelijk, zodat je beter ziet welke verbanden overeind blijven als je rekening houdt met de rest.
In dat eindmodel bleven vooral twee verbanden sterk overeind:
- Meer externaliserende problemen hing samen met meer kans op uitsluiting.
- Meer schoolondersteuning/aanpassingen hing samen met meer kans op uitsluiting.
Daarnaast zagen ze zwakkere aanwijzingen dat lagere ouderbetrokkenheid bij school samenhing met uitsluiting.

Even concreet, met de cijfers (zonder dat je statisticus hoeft te zijn):
- Voor externaliserende problemen: AOR 1,12. Dat betekent: per punt hoger op die schaal stijgt de kans op uitsluiting (in odds-termen) met ongeveer 12%.
- Voor schoolondersteuning/aanpassingen: AOR 1,73. Dat betekent: per “extra” type ondersteuning/aanpassing dat ouders aankruisten, steeg de kans op uitsluiting flink.
Wat hing samen met spijbelen?
Bij spijbelen kwam één factor het duidelijkst naar voren: Meer externaliserende problemen hing samen met meer kans op spijbelen.
Daarnaast vonden de onderzoekers zwakkere aanwijzingen rond verstandelijke beperking: jongeren met autisme én een verstandelijke beperking spijbelden in deze data minder vaak (of in elk geval: de cijfers wijzen die kant op, maar het bewijs blijft “zwak” in statistische zin).
Ofwel:
- Externaliserende problemen: AOR 1,15. Per punt hoger stijgt de kans op spijbelen met ongeveer 15% (in odds-termen).
- Verstandelijke beperking: AOR 0,41, met een p-waarde net boven de klassieke grens. Dat noemen de auteurs “zwak bewijs”.
Het belangrijkste signaal: Externaliserende problemen
Externaliserende problemen klinkt als een label, maar het beschrijft vooral zichtbaar gedrag dat botst met de omgeving. In dit onderzoek gaat het om een score uit de SDQ-vragenlijst. Die externaliserende score is een optelsom van twee onderdelen: hyperactiviteit en gedragsproblemen.
Denk aan dingen als:
- impulsief reageren,
- boos uitvallen,
- ruzie maken,
- regels overtreden,
- snel escaleren als iets niet lukt.
Dat gedrag kan allerlei oorzaken hebben. Overprikkeling. Onbegrip. Pesten. Een onduidelijke opdracht. Te veel sociale druk. Slaaptekort. Of simpelweg: een brein dat in de stress schiet en dan “hard” naar buiten klapt.
Wat dit onderzoek vooral laat zien: als je dit soort gedrag ziet bij jongeren met autisme, dan moet er ergens een alarmbel afgaan. Niet als schuldvraag, maar als signaal. Deze jongeren lopen extra risico op harde uitkomsten: naar huis gestuurd worden, of zelf afhaken.
De auteurs koppelen hun uitkomst ook aan eerder onderzoek in de algemene bevolking: meer mentale problemen hangen samen met meer kans op uitsluiting. En hun effectgrootte lijkt daarop.
Die vreemde link met extra schoolondersteuning
Op papier klinkt het raar: meer ondersteuning en aanpassingen, maar óók meer uitsluiting.
Je kunt dit op minstens drie manieren lezen:
- Ondersteuning is een marker voor ernst: Als een jongere veel ondersteuning nodig heeft, dan speelt er vaak meer. Zwaardere ondersteuningsbehoeften kunnen ook meer escalaties geven. Dan is ondersteuning niet de oorzaak, maar het “vlaggetje” dat laat zien dat de situatie ingewikkeld is.
- Ondersteuning komt te laat: Soms start ondersteuning pas nadat het al misgaat. Dan zie je een verband, maar de tijdlijn klopt andersom.
- Ondersteuning sluit niet goed aan: Ondersteuning kan ook verkeerd uitpakken als het de stress verhoogt. Bijvoorbeeld door te veel volwassenen om je heen, te veel nadruk op gedrag, of aanpassingen die op papier logisch lijken maar in het hoofd van de jongere juist onrust geven.
De onderzoekers zeggen het netjes: de rol van schoolondersteuning en aanpassing vraagt om verder onderzoek.
Wat je niet uit dit onderzoek kunt concluderen
Je kunt uit deze studie niet zeggen dat uitsluiting “door autisme komt”. Of dat jongeren met autisme “nou eenmaal vaker spijbelen”. De studie laat verbanden zien, geen oorzaken. Het gaat bovendien om één leeftijd (14 jaar) in één land.
Je kunt ook niet precies zien wat er eerst was: externaliserend gedrag of uitsluiting. Dat vraagt om onderzoek dat de tijd volgt, met duidelijke meetmomenten.
En let op dit punt: uitsluiting is hier ouderrapportage. Spijbelen is zelfrapportage van jongeren. Dat heeft voordelen (je mist minder), maar ook nadelen (geheugen, interpretatie, schaamte, of juist overrapportage).
Ten slotte: voor de eindmodellen bleven 274 complete cases over. Er was tot 22% missende data op sommige variabelen, zoals “anderen pesten”. Dat kan invloed hebben op wat je wel en niet terugvindt.
Wat betekent dit voor Nederland?
In Nederland spreken we bij uitsluiting meestal over schorsing en verwijdering. Officieel mag een school in het voortgezet onderwijs maximaal één aaneengesloten week schorsen. Duurt een schorsing langer dan één dag, dan moet het schoolbestuur dat melden. (Onderwijsinspectie)
Tijdens schorsing moet de school nog steeds onderwijs bieden. De leerling heeft dus niet zomaar “vrij”. (Onderwijsinspectie)
Verwijdering mag alleen onder voorwaarden. De school moet ouders horen, en de school mag een leerling pas verwijderen als ze een nieuwe school heeft gevonden. (Onderwijsinspectie)
Bij spijbelen (ongeoorloofd verzuim) werkt het ook met duidelijke meldgrenzen. In de praktijk geldt: bij meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim in 4 aaneengesloten schoolweken moet de school dit melden via DUO (verzuimloket). (Onderwijsinspectie)
Waarom is dit relevant bij dit Britse onderzoek? Omdat de studie juist hint dat officiële cijfers vaak lager uitvallen als scholen alleen formele routes registreren. Informele “hou hem maar thuis”-momenten glippen er dan tussendoor, terwijl de impact voor een jongere hetzelfde blijft: weer een dag eruit, weer achterstand, weer stress.
En voor Vlaanderen?
In Vlaanderen speelt het CLB een duidelijke rol bij spijbelen. De school start de begeleiding al vanaf de eerste halve dag problematische afwezigheid. (Vlaams Ministerie van Onderwijs)
Als een leerling meer dan 5 halve dagen problematisch afwezig is, moet de school dit melden aan het CLB. Daarna bekijken school en CLB samen welke acties passen. (Vlaams Ministerie van Onderwijs)
Dat sluit goed aan bij de praktische les uit Totsika e.a.: wacht niet tot het patroon “vast” zit. Zowel uitsluiting als spijbelen heeft vaak een aanloop. Hoe eerder je die ziet, hoe meer ruimte je hebt voor bijsturen.
Tips
Dit stuk is geen professioneel advies, maar wel een vertaling naar haalbare stappen.
- Zie externaliserend gedrag als stressmeter: Bij jongeren met autisme betekent heftig gedrag vaak: de draaglast is groter dan de draagkracht. Vraag dus niet alleen “wat deed je?”, maar vooral “wat gebeurde er vlak ervoor?”. Het onderzoek laat zien dat dit gedrag samenhangt met zowel uitsluiting als spijbelen.
- Maak informele uitsluiting bespreekbaar: Als een school vaak belt met “hou hem vandaag maar thuis”, vraag dan om duidelijkheid. Wat is het doel? Wat is het plan om terugkeer mogelijk te maken? En hoe zorgt de school dat je kind onderwijs blijft krijgen? In Nederland hoort onderwijs tijdens schorsing erbij. (Onderwijsinspectie)
- Vraag bij ondersteuning: werkt dit echt voor mijn kind? “Meer ondersteuning” is niet automatisch “betere ondersteuning”. Het verband met uitsluiting in dit onderzoek betekent niet dat ondersteuning slecht is. Het betekent wel dat je kritisch mag zijn: sluit het aan, of levert het extra spanning op?
- Behandel spijbelen als informatie, niet als misdaad: Spijbelen kan natuurlijk ook als doel hebben om grenzen testen. Maar bij veel jongeren is het vooral een signaal: iets op school voelt onveilig, ondoenlijk of te zwaar. De meetvraag in het onderzoek gaat expliciet over missen zonder toestemming van ouders. Dat betekent dus: ouders zien het soms niet aankomen.
- Let op de risicoperiode rond 14 jaar: Deze studie zoomt in op precies die leeftijd. Puberteit, meer zelfstandigheid, meer sociale druk, meer huiswerk, vaker wisselende docenten. Als een jongere met autisme ergens “door de mazen” glipt, dan gebeurt dat vaak in zo’n overgangsfase.
- Durf hulp in te schakelen zonder te wachten op een crisis: In Nederland komt leerplicht in beeld bij meldingen van ongeoorloofd verzuim (zoals de 16-uurgrens). (Onderwijsinspectie) In Vlaanderen speelt het CLB die rol al vroeg in het proces. (Vlaams Ministerie van Onderwijs) Je kunt die routes ook gebruiken om ondersteuning los te trekken, niet alleen om “handhaving” te voelen.
Totsika, V., Gray, K. M., & Solmi, F. (2025). Exclusion and truancy of autistic adolescents in a UK population representative sample. Child: Care, Health and Development, 51, e70187. https://doi.org/10.1111/cch.70187
Inspectie van het Onderwijs. Schorsen en verwijderen in het voortgezet onderwijs. (Onderwijsinspectie)
Inspectie van het Onderwijs. Registreren en melden van ongeoorloofd verzuim. (Onderwijsinspectie)
Inspectie van het Onderwijs. Definitie verzuimers. (Onderwijsinspectie)
Onderwijs Vlaanderen. Rol van het CLB bij de aanpak van spijbelen. (Vlaams Ministerie van Onderwijs)



