Sommige mensen met ADHD lijken op hun werk overal tegelijk te zijn. Ze hebben snel contact, gooien er onverwachte ideeën uit, maken een grap in een stroef overleg en weten binnen een week meer collega’s bij naam dan anderen in een half jaar. Tegelijk kan diezelfde persoon ook botsen, dingen eruit flappen, te laat reageren of een spoor van halve voornemens achterlaten. Dat roept een interessante vraag op: maakt ADHD samenwerken nu makkelijker of juist moeilijker?
Het eerlijke antwoord is: allebei. Wie ADHD alleen ziet als een concentratiestoornis, mist een groot deel van het verhaal. Werk draait namelijk niet alleen om taken, planning en deadlines. Het draait ook om wie je om hulp vraagt, wie jou vertrouwt, wie je opzoekt bij de koffieautomaat en met wie het vroeg of laat schuurt. Juist op dat sociale terrein kan ADHD verrassend dubbel uitpakken.
In een nieuwe Amerikaanse studie onder werknemers en ondernemers werd gekeken naar drie soorten werkrelaties: vriendschappelijke banden, adviesrelaties en conflicten. De uitkomst was opvallend nuchter. ADHD bleek geen louter nadeel, maar ook geen verborgen superkracht. Eerder een profiel dat bepaalde sociale deuren makkelijker opent, terwijl het andere op een kier laat klepperen.
Werkrelaties
Op de werkvloer wordt sociaal contact vaak onderschat. Alsof het een leuke bijzaak is naast het echte werk. In werkelijkheid zijn relaties op het werk vaak de snelste route naar informatie, steun, invloed en vertrouwen. Wie goede banden heeft met collega’s, krijgt eerder iets gedaan, weet sneller hoe de hazen lopen en voelt zich meestal ook minder alleen.
Ook adviesrelaties zijn belangrijk. Dat zijn de informele lijnen waarlangs kennis loopt: de collega die je even belt omdat die precies weet hoe dat systeem werkt, de teamgenoot die je vraagt mee te denken, of je bent degene naar wie anderen juist toestappen als er iets vastloopt.
En dan is er nog conflict. Dat klinkt alleen negatief, en vaak is het dat ook. Maar conflict zegt óók iets over nabijheid. Je botst zelden met mensen die ver buiten je blikveld blijven. Wrijving ontstaat juist waar samenwerking, verwachtingen en afhankelijkheid elkaar raken.
Vanuit dat perspectief is ADHD op het werk niet alleen een individueel aandachtspunt, maar ook een sociale factor. Het kleurt hoe iemand binnen een team beweegt.
ADHD is niet alleen een aandachtstekort
Het klassieke beeld van ADHD is nog altijd nogal saai: iemand vergeet dingen, dwaalt af, maakt taken niet af en komt rommelig over. Dat bestaat allemaal. Maar het is maar één kant van de medaille.
ADHD kan óók samengaan met energie, snelheid, spontaniteit, nieuwsgierigheid, lef, associatief denken en een sterke neiging om op mensen af te stappen. Dat zijn eigenschappen die in sociale situaties soms verrassend goed werken. Iemand die snel reageert, veel praat en weinig sociale koudwatervrees heeft, legt nu eenmaal makkelijk contact.
Daar zit meteen de nuance. Dezelfde impulsiviteit die een gesprek op gang helpt, kan ook leiden tot onderbreken, te snel conclusies trekken of iets zeggen dat beter nog even had kunnen sudderen. ADHD is dus niet simpelweg een tekort aan aandacht, maar eerder een ander regelpaneel voor aandacht, energie, remming en timing.
Dat maakt ook begrijpelijk waarom de sociale uitwerking zo wisselend kan zijn. Niet elke eigenschap die lastig is voor administratie of vergaderdiscipline, is ook lastig voor menselijke klik. Soms zelfs integendeel.
Waarom sommige mensen met ADHD sneller aansluiting vinden
De onderzoekers laten zien dat vooral meer hyperactieve en impulsieve ADHD-kenmerken samenhangen met méér vriendschappelijke banden op het werk. Dat klinkt misschien tegenintuïtief, zeker omdat ADHD in de beeldvorming vooral is gekoppeld aan problemen. Toch is het niet zo gek.
Mensen die energiek, direct en benaderbaar zijn, hebben sociaal vaak een vliegende start. Ze stappen makkelijker op anderen af, gooien sneller een opmerking in de groep en hebben minder last van sociale handremmen. Waar de één denkt: zal ik daar iets van zeggen?, heeft de ander het al gezegd, inclusief grapje en zijstap.
Dat hoeft niet altijd charmant uit te pakken, maar het maakt iemand wél zichtbaar. En zichtbaarheid is op de werkvloer vaak de eerste stap naar verbinding. Collega’s onthouden wie initiatief toont, warmte uitstraalt of leven in de brouwerij brengt.
Voor mensen met ADHD kan dat een belangrijke tegenkracht zijn tegenover het bekende verhaal van moeite en mislukking. Niet zelden hebben zij in hun school- of werkleven vaak gehoord wat er misging. Juist daarom is het relevant dat sommige ADHD-kenmerken ook kunnen bijdragen aan contact, plezier en informele steun.
Dat betekent overigens niet dat iedereen met ADHD automatisch populair wordt. Sociale aansluiting hangt ook af van cultuur, timing, teamgrootte, stressniveau en de vraag of er ruimte is voor verschil. Een levendige collega wordt in het ene team gezien als verfrissend en in het andere als vermoeiend. Werkrelaties zijn nooit puur een eigenschap van één persoon; ze ontstaan altijd tussen mensen én binnen een context.
Waarom collega’s juist bij jou aankloppen
Nog interessanter is dat dezelfde meer hyperactieve en impulsieve kenmerken in het onderzoek ook samenhingen met méér adviesrelaties. Met andere woorden: anderen klopten vaker aan bij deze mensen voor raad, input of ideeën.
Dat past bij wat veel mensen uit de praktijk herkennen. Wie snel denkt, makkelijk associeert en onverwachte verbanden ziet, kan waardevol zijn in situaties waarin een team vastloopt. Niet omdat die persoon altijd het perfecte antwoord heeft, maar omdat er beweging ontstaat. Soms is een frisse, ongebruikelijke invalshoek precies wat nodig is om verder te komen.
Daar komt nog iets bij. Mensen met een vlotte, energieke stijl lijken vaak toegankelijker. Collega’s stappen sneller af op iemand die direct reageert dan op iemand die technisch briljant is maar emotioneel op stand-by staat.
Juist daarom is het te simpel om ADHD op het werk alleen te koppelen aan verminderde prestaties. Sommige mensen leveren niet ondanks hun sociale stijl, maar mede daardoor. Ze verbinden losse eindjes, brengen ideeën in beweging en fungeren als informele knooppunten in een team.

Dat geldt niet voor iedereen en niet de hele dag. Ook iemand met ADHD kan op dinsdag geniaal bruikbaar zijn en op woensdag compleet onbereikbaar voor alles wat meer dan twee minuten focus vraagt. Maar het onderzoek maakt wel iets zichtbaar dat vaak onder de radar blijft: ADHD kan sociale waarde creëren.
Hetzelfde vuur kan ook brand veroorzaken
Nu de minder romantische kant. De eigenschappen die contact makkelijker maken, kunnen ook meer gedoe veroorzaken. Impulsiviteit kan overkomen als botheid. Snelheid kan voelen als ongeduld. Veel praten kan door anderen worden beleefd als dominantie. Enthousiasme kan omslaan in chaos. En emotionele felheid maakt discussies niet zelden warmer dan de bedoeling was.
Dat zagen de onderzoekers ook terug. Vooral bij ondernemers gingen meer hyperactieve en impulsieve kenmerken samen met méér conflicten. Dat is interessant, want ondernemers werken vaak in omgevingen met minder structuur, minder hiërarchie en meer onzekerheid. Juist daar kan een impulsieve stijl extra hard binnenkomen. Minder regels betekent immers niet automatisch minder frictie. Soms betekent het juist dat karakterverschillen minder worden afgeremd.
Conflict is daarbij niet altijd één ding. Er is verschil tussen inhoudelijke wrijving over het werk en persoonlijke botsingen. Het onderzoek suggereert dat die twee niet keurig samenvallen. Iemand kan veel ideeënstrijd oproepen zonder daarom persoonlijk onveilig te zijn. Andersom kan een samenwerking zakelijk best redelijk lopen terwijl de onderhuidse irritatie gestaag groeit.
Voor de praktijk is dat belangrijk. Wie bij ADHD alleen denkt aan prestatieproblemen, ziet te laat dat relationele schade vaak een minstens zo grote kostenpost is. Een team kan technisch prima draaien en toch sociaal uitputtend zijn.
Niet elke vorm van ADHD werkt sociaal hetzelfde uit
Een sterk punt van de studie is dat niet alles op één hoop werd gegooid. Er werd onderscheid gemaakt tussen vooral hyperactief-impulsieve kenmerken en vooral onoplettende kenmerken.
Dat levert een nuttige correctie op voor het populaire idee dat ADHD altijd op dezelfde manier zichtbaar is. De drukke, snelle, spontane ADHD is maar één variant. Er zijn ook mensen die vooral worstelen met aandacht vasthouden, overzicht bewaren, details onthouden en taken afronden. Zij vallen minder op, maar lopen niet per se minder vast.
Opvallend genoeg hingen die meer onoplettende kenmerken in dit onderzoek niet samen met minder vriendschappen bij werknemers. In één van de steekproeven was er zelfs een positieve relatie. Dat is interessant, omdat het niet past bij het simpele verhaal dat minder assertieve of meer verstrooide mensen automatisch sociaal slechter uitkomen.
Misschien speelt hier mee dat rustige, minder opdringerige mensen in sommige werkomgevingen juist als prettig en benaderbaar worden ervaren. Misschien bieden gestructureerde organisaties meer bescherming tegen de nadelen van onoplettendheid. Misschien zoeken collega’s eerder mild contact dan intensieve samenwerking. Zeker weten doen we het nog niet.
Wat wel duidelijk is: wie ADHD wil begrijpen op de werkvloer, moet stoppen met denken in één stereotype. Niet alleen omdat de symptomen verschillen, maar ook omdat de gevolgen per context uiteenlopen. Dezelfde persoon kan in een strak georganiseerd team aardig floreren en in een losse startup totaal vastlopen. Of andersom.
In één oogopslag
| Wat kan ADHD op het werk versterken? | Wat kan ADHD op het werk lastiger maken? |
|---|---|
| Snel contact leggen | Collega’s onderbreken |
| Spontaniteit en sociale durf | Te direct of te fel reageren |
| Creatieve, onverwachte invalshoeken | Moeite met follow-up en afwerking |
| Toegankelijk zijn voor adviesvragen | Misverstanden door haast of afleiding |
| Energie en aanstekelijk enthousiasme | Meer kans op frictie in ongestructureerde teams |
De belangrijkste les uit dit rijtje: dezelfde eigenschap kan op maandag een pluspunt zijn en op donderdag een probleem. Het hangt af van taak, timing, team en belasting.
Wat werkgevers en collega’s hiervan kunnen leren
De eerste les voor werkgevers is simpel: kijk niet alleen naar formele taakuitvoering, maar ook naar sociale rol. In veel teams zijn er mensen die niet de strakste planners zijn, maar wél degenen bij wie anderen aankloppen, die energie brengen of die nieuwe verbanden zien. Dat is geen randverschijnsel. Dat is meerwaarde.
De tweede les is dat talent zonder structuur snel duur wordt. Iemand kan heel bruikbaar zijn als ideeënversneller of sociaal knooppunt, maar toch vastlopen op opvolging, timing of emotionele zelfregulatie. Dan is de oplossing niet: doe minder ADHD-achtig. De oplossing is: ontwerp het werk slimmer.
Denk daarbij aan heldere taakafspraken, korte check-ins, expliciete prioriteiten, concrete deadlines en snelle terugkoppeling. Niet als straf, maar als steigerwerk. Wat voor de één overdreven structuur lijkt, is voor de ander precies wat nodig is om talent niet in frictie te laten verdampen.
Ook teamafspraken helpen. Bijvoorbeeld: elkaar laten uitpraten, besluiten kort samenvatten, kritiek concreet houden en spanningen niet laten dooretteren. Zulke afspraken zijn overigens niet alleen fijn voor mensen met ADHD…
Voor leidinggevenden is er nog een extra valkuil. Wie alleen let op zichtbare onrust, mist soms de meer stille variant van ADHD. De werknemer die niet stoort maar wél verdrinkt in details, uitstel en schaamte, heeft net zo goed ondersteuning nodig. Neuro-inclusief werken betekent dus niet alleen ruimte geven aan de luidste verschillen, maar ook oog hebben voor wat minder zichtbaar misgaat.
Wat werknemers met ADHD hier zelf uit kunnen halen
Voor werknemers met ADHD kan deze kennis opluchten. Veel mensen kennen vooral de negatieve spiegel: te druk, te chaotisch, te impulsief, te weinig discipline. Dit onderzoek laat zien dat juist diezelfde trekken óók sociale waarde kunnen hebben.
Dat kan helpen om gerichter te kijken naar de eigen stijl. Niet alleen: waar faal ik? Maar ook: waar ben ik voor anderen juist van betekenis? Ben ik degene die snel contact maakt? Degene die vastgelopen gesprekken los trekt? Degene bij wie collega’s makkelijk aankloppen? Of degene die rust brengt, goed luistert en zonder veel poeha een band opbouwt?
Die zelfkennis is belangrijk, omdat compensatie pas werkt als duidelijk is wat er gecompenseerd moet worden. Wie weet dat enthousiasme een sterk punt is, kan tegelijk leren dat niet elk idee meteen uitgesproken hoeft te worden. Wie weet dat afleiding vooral schade doet in de opvolging, kan daar hulpmiddelen omheen bouwen. Denk aan korte samenvattingen na overleg, een vaste terugkoppeltijd, body doubling, reminders of een collega die fungeert als reality check vóór een emotionele mail de wereld in vliegt.
Zelfacceptatie is daarbij geen excuus om niets te veranderen. Maar schaamte is ook geen strategie. De meeste mensen functioneren beter als ze hun profiel leren begrijpen in plaats van bevechten.
Pas op voor het superkrachtverhaal
Er zit ook een risico aan dit soort bevindingen. Zodra onderzoek laat zien dat ADHD niet alleen maar nadelig is, duikt al snel het modieuze superkrachtverhaal op. Dat klinkt positief, maar kan behoorlijk vals uitpakken.
ADHD is niet automatisch een ticket naar creativiteit, charisma en briljante ingevingen. Veel mensen met ADHD zijn gewoon moe, overprikkeld, onzeker of opgebrand van het voortdurende bijsturen. Voor hen voelt het idee van de superkracht eerder als nóg meer druk: leuk dat jij daar zogenaamd talent in moet zien, maar ondertussen vergeet ik alweer drie dingen en ben ik mijn dag kwijt.
Bovendien heeft deze studie grenzen. De gegevens komen uit de Verenigde Staten, berusten voor een deel op zelfrapportage en laten verbanden zien, geen keiharde oorzaken. Ook zegt meer vriendschap of meer advies niet automatisch iets over kwaliteit, diepgang of duurzaamheid. Veel contacten hebben is niet hetzelfde als goed ondersteund zijn. Veel mensen kennen is niet hetzelfde als je veilig voelen.
Precies daarom is de meest bruikbare conclusie ook de minst spectaculaire: ADHD is geen eendimensionaal tekort, maar ook geen wondermiddel. Het is een profiel met sterke en zwakke kanten, die in de ene context tot bloei komen en in de andere uit de bocht vliegen.
Neurodiversiteit op het werk
De interessantste vraag is misschien niet of ADHD goed of slecht is voor werkrelaties. De interessantere vraag is: voor welk soort werkvloer is het huidige idee van “goed samenwerken” eigenlijk ontworpen?
Veel organisaties belonen nog steeds een nogal smalle sociale norm: beheerst, lineair, diplomatiek, voorspelbaar, netjes op tijd, niet te fel, niet te veel, niet te direct. Dat profiel werkt prima voor veel mensen, maar niet voor iedereen. De mens is domweg diverser dan dát. En het is ook niet automatisch het profiel dat de beste ideeën, de meeste verbinding of de meeste vernieuwing oplevert.
Wie neuro-inclusief wil werken, moet dus verder kijken dan begrip en tolerantie. Het gaat niet alleen om ruimte geven aan afwijking, maar om slim organiseren rond verschillende manieren van denken, reageren en samenwerken. Soms betekent dat iemand beschermen tegen overprikkeling. Soms juist iemand inzetten als ideeënmotor. Soms iemand helpen met structuur. En soms eerlijk erkennen dat een bepaald team of een bepaalde rol gewoon slecht past.
ADHD op de werkvloer is daarmee geen verhaal van alleen kansen of alleen problemen. Het is een verhaal van spanning tussen energie en remming, tussen verbinding en botsing, tussen talent en belasting. Precies daarom verdient het meer nuance dan het oude etiket van “lastig”. En ook meer realisme dan het hippe label “superkracht”.
Marineau, J. E. (2026). Neurodiversity and workplace relationships: The impact of ADHD on social network ties. Acta Psychologica, 264, 106591. https://doi.org/10.1016/j.actpsy.2026.106591



