Stel je Anja voor. Ze is 67, net met pensioen. Ze vergeet afspraken, raakt haar sleutels kwijt, begint aan drie klusjes tegelijk en maakt niets af. Haar partner maakt zich zorgen: “Zou het dementie zijn?” De huisarts verwijst haar door naar de geheugenpoli.
Maar wat als het geen dementie is, en ook geen “normale vergeetachtigheid”, maar ADHD die ze al haar hele leven heeft – en die nu extra zichtbaar wordt?
ADHD zien we nog steeds vooral als iets van drukke jongetjes in de klas. Ondertussen weten we dat een flink deel van de kinderen hun ADHD-klachten meeneemt de volwassenheid in. Bij volwassenen gaat het wereldwijd grofweg om 2 à 3 procent van de bevolking. (PMC)
Voor oudere volwassenen is het beeld nog vager. Schattingen laten zien dat bij 50-plussers zo’n 2 procent voldoet aan ADHD-criteria als je goed test, terwijl in de medische dossiers veel minder diagnoses terugkomen. (Tandfonline) Veel mensen kregen nooit een label, zeker niet als ze opgroeiden in een tijd waarin ADHD “nog niet bestond”.
Een recente systematische review – de studie waar dit artikel op is gebaseerd – dook specifiek in het brein van oudere volwassenen met ADHD. Wat gebeurt er met aandacht, geheugen en andere functies als je ADHD “oud” wordt? En hoe onderscheid je dat van milde cognitieve stoornissen of dementie?
Hoe vaak komt ADHD bij ouderen voor?
Over de hele wereld schatten onderzoekers dat ongeveer 2,5 tot 3 procent van de volwassenen ADHD heeft. (PMC) In Nederland komt onderzoek uit op rond de 2 à 2,5 procent van de volwassen bevolking. (Trimbos-instituut) In België ligt de schatting rond de 3 tot 4 procent. (tijdschriftvoorpsychiatrie.nl)
Maar dat zijn gemiddelden over alle leeftijden. Kijken we naar 50-plussers, dan wordt het beeld ingewikkelder. Een analyse van meer dan 20 studies over ADHD bij ouderen vond een geschatte prevalentie van iets boven de 2 procent als je mensen actief screent met goede vragenlijsten. Maar als je alleen in medische dossiers kijkt, zakt dat cijfer naar rond de 0,2 procent. (Tandfonline)
Met andere woorden:
- er lopen waarschijnlijk heel wat 60- en 70-plussers rond met ADHD,
- een klein deel van hen heeft een diagnose,
- en een nóg kleiner deel krijgt behandeling.
Huisartsen en specialisten zien oudere patiënten met concentratieproblemen, vergeetachtigheid, chaos in het dagelijks leven, stemmingsproblemen en slaapproblemen. De reflex is vaak: “Zou dit dementie zijn?” ADHD komt veel minder snel in beeld, zeker als er nooit eerder iemand iets over ADHD heeft gezegd.
Is het ADHD, vergeetachtigheid of toch dementie?
ADHD op leeftijd en beginnende dementie lijken soms gevaarlijk veel op elkaar. Zowel bij ADHD als bij milde cognitieve stoornissen kun je denken aan:
- moeite om afspraken te onthouden,
- problemen met plannen en organiseren,
- sneller overprikkeld zijn,
- fouten op het werk of in de administratie.
Toch zit er verschil in het patroon. De review beschrijft onderzoek waarin onderzoekers oudere volwassenen met ADHD vergelijken met gezonde leeftijdsgenoten, maar ook met mensen met dementie of milde cognitieve stoornissen.
Grofweg zie je het volgende:
- Bij ADHD staat aandachtsproblemen centraal: moeilijk focussen, snel afgeleid, moeite om taken af te maken.
- Geheugenproblemen gaan vaak over het opslaan en ophalen van informatie. Je neemt dingen minder goed op omdat je aandacht al wegdwaalt.
- Bij typische Alzheimer-dementie zie je juist heel sterk een probleem met het bewaren van nieuwe informatie, plus andere stoornissen (taal, ruimtelijk inzicht) die bij pure ADHD meestal minder op de voorgrond staan.
Onderzoekers troffen ook iets anders aan: mensen met ADHD lijken een verhoogd risico te hebben op sommige vormen van dementie, vooral dementie met Lewy bodies. Meerdere studies in geheugenklinieken vonden dat een deel van de mensen die eerst als “vermoedelijke dementie” binnenkwamen, uiteindelijk ADHD bleken te hebben. Andere studies zagen dat mensen met ADHD later vaker een diagnose dementie kregen dan mensen zonder ADHD.
Dementie met Lewy bodies is een vorm van dementie, net als bijvoorbeeld Alzheimer, maar met een paar heel eigen kenmerken.
In de hersenen van mensen met deze vorm van dementie zie je onder de microscoop kleine klontertjes eiwit in zenuwcellen. Die heten Lewy bodies.
Die eiwitklontjes verstoren de communicatie tussen hersencellen, waardoor die cellen slechter gaan werken en uiteindelijk afsterven.Die ophopingen zie je ook bij de ziekte van Parkinson. Daarom lijkt dementie met Lewy bodies op sommige punten op zowel Alzheimer als Parkinson, en wordt het soms “tussendoor” verward met allebei.
Bij dementie met Lewy bodies zie je vaak een combinatie van:
- Sterke schommelingen in aandacht en alertheid: De ene dag (of zelfs het ene uur) kan iemand helder en redelijk goed aanspreekbaar zijn, en een paar uur later heel verward, slaperig of “weg”. Dat wisselt veel meer dan bij typische Alzheimer.
- Visuele hallucinaties: Mensen zien dingen die er niet zijn, bijvoorbeeld mensen, dieren of schaduwen. Het gaat dan vaak om heel levendige beelden. De persoon kan soms ook zelf twijfelen: “Ik wéét dat het niet klopt, maar ik zie het toch.”
- Parkinson-achtige verschijnselen: Denk aan trillen, stijve spieren, langzaam bewegen, schuifelend lopen, moeite met balans. Het lijkt dan op Parkinson, maar met tegelijk ook duidelijke cognitieve klachten (geheugen, aandacht, plannen).
- Problemen met ruimtelijk inzicht en plannen: Bijvoorbeeld moeite hebben met route volgen, autorijden, overzicht houden, puzzels maken, dingen in de juiste volgorde doen.
- Overgevoeligheid voor bepaalde medicijnen: Vooral klassieke antipsychotica (middelen tegen psychose/hallucinaties) kunnen bij mensen met dementie met Lewy bodies juist ernstige bijwerkingen veroorzaken, zoals heel stijf worden of juist veel slechter gaan functioneren. Daarom is een goede diagnose heel belangrijk.
Geheugenproblemen komen óók voor, maar bij het begin staan hallucinaties, schommelingen in helderheid en parkinsonsymptomen vaak meer op de voorgrond dan bij Alzheimer.
Er is geen simpele bloedtest of scan die 100% zekerheid geeft. Artsen (meestal een geriater, neuroloog of ouderenzorgpsychiater) kijken naar:
- het klachtenpatroon (wat precies, sinds wanneer, hoe snel verergerd?);
- het verloop (veel schommelingen of juist heel geleidelijk?);
- neurologisch onderzoek (beweging, stijfheid, reflexen);
- cognitief onderzoek (geheugen, aandacht, uitvoerende functies);
- soms hersenscans of aanvullende onderzoeken.
De definitieve diagnose is soms pas achteraf (na overlijden) met hersenonderzoek echt zeker te stellen, maar in de praktijk wordt er gewerkt met “waarschijnlijke” en “mogelijke” dementie met Lewy bodies op basis van kenmerken.
Dementie met Lewy bodies is helaas niet te genezen. Behandeling richt zich op:
- ondersteuning in dagelijks functioneren;
- het zo goed mogelijk omgaan met hallucinaties en verwarring;
- medicijnen die soms helpen bij aandacht en denken (dezelfde middelen die bij Alzheimer gebruikt worden);
- fysiotherapie, ergotherapie, aanpassingen thuis;
- voorzichtig omgaan met antipsychotica, omdat die ernstige bijwerkingen kunnen geven.
Dat betekent niet dat je “per se dement wordt” als je ADHD hebt. Wel dat je als professional ADHD serieuzer moet meenemen in de puzzel. En dat je als ADHD’er op leeftijd best extra kritisch mag meekijken als iemand roept dat je geheugen “zorgwekkend achteruitgaat”.
Wat voor onderzoek ligt hieraan ten grondslag?
De brontekst is een systematische review: een soort grote schoonmaak van de literatuur. De onderzoekers zochten in drie grote databanken (PubMed, Web of Science en Embase) naar studies over ADHD bij volwassenen van 50 jaar en ouder, met een bevestigde diagnose én een cognitieve testbatterij.
In het kort:
- ze startten met 493 gevonden artikelen,
- haalden de dubbelen eruit,
- filterden streng op kwaliteit (alleen studies met duidelijk gediagnosticeerde oudere volwassenen met ADHD, zonder zware andere psychiatrische stoornissen of verslaving, én met een controlegroep),
- eindigden met 10 bruikbare studies: 3 longitudinale (mensen meerdere jaren volgen) en 7 dwarsdoorsnede-onderzoeken (één meetmoment).
Die studies gebruikten allerlei neuropsychologische tests:
- aandachtstaken (bijvoorbeeld snel reageren op bepaalde symbolen),
- geheugentaken (woordlijsten onthouden, verhalen navertellen),
- tests voor executieve functies (plannen, schakelen, remmen),
- soms computertaken voor verwerkingssnelheid.
Sterk punt:
- de review laat zien wat we tot nu toe wéten over het cognitieve profiel van ADHD op latere leeftijd.
Zwakke punten:
- de studies verschillen ontzettend in aanpak, gebruikte tests en definities,
- de groepen zijn klein,
- en veel onderzoeken sloten mensen met depressie, angst of middelengebruik uit, terwijl die comorbiditeiten in het echte leven juist heel vaak voorkomen.
Kortom: het beeld dat uit deze review komt, is belangrijk, maar nog zeker niet compleet.
Aandacht: Het brein dat sneller afdwaalt
De meest consistente bevinding in de review: oudere volwassenen met ADHD hebben duidelijk meer aandachtstekorten dan leeftijdsgenoten zonder ADHD.
Dat zie je zowel in:
- vragenlijsten (meer klachten over concentratie, vergeetachtigheid, chaotisch gedrag),
- als in testresultaten (langzamer, meer fouten, meer variatie in reactiesnelheid).
In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld:
- je leest een brief van de bank drie keer en weet alsnog niet wat erin staat,
- je verlaat de keuken en hebt geen idee wat je daar net kwam doen,
- je start de wasmachine, belt tussendoor iemand terug, checkt je mail, en vergeet de was op te hangen.
Veel mensen met ADHD hebben jarenlang manieren gevonden om dat te compenseren. Lijsten, agenda’s, strakke routines, partners die meelopen in de organisatie. Dat gaat vaak redelijk zolang het leven structuur afdwingt: werk, kinderen, afspraken.
Juist rond het pensioen of bij ziekte zie je het vaak mislopen. De vaste structuur valt weg. De partner is misschien zelf minder fit. Het geheugen voelt “ineens” slechter, terwijl het brein in feite nog steeds hetzelfde ADHD-profiel heeft – alleen de steunpilaren eromheen zijn weggevallen.
Geheugenproblemen bij ADHD: Wel kwijt, maar anders
De review laat zien dat oudere volwassenen met ADHD vooral worstelen met episodisch geheugen zoals het onthouden van gebeurtenissen en verhalen. In meerdere studies scoorden zij duidelijk slechter dan neurotypische controles op taken waarbij je nieuwe informatie moet opnemen én later moet terughalen.
Het probleem lijkt vaak meer te zitten in het goed encoderen (opnemen) en ophalen dan in het pure “opslagdefect” dat je bij sommige vormen van dementie ziet.
Of in anderre woorden: Bij ADHD komt informatie niet goed “binnen”, omdat je aandacht er niet stabiel bij blijft. Bij dementie komt informatie vaak wél binnen, maar raakt ze sneller onherstelbaar beschadigd.
Voorbeeld:
Peter (72) krijgt drie boodschappen te horen: melk, pasta, tomaten.
- Met ADHD hoort hij misschien alleen “melk… bla… tomaten”, omdat hij tegelijk naar zijn telefoon kijkt. In de winkel komt hij met melk en chips thuis.
- Bij dementie hoort hij misschien alle drie de woorden, maar is hij ze tien minuten later volledig kwijt, zelfs als hij zich echt concentreert.
In de review beschrijven onderzoekers dat oudere volwassenen met ADHD vaker moeite hebben met:
- het leren van woordlijsten,
- het uitgesteld terugzeggen van die woorden,
- het herkennen van eerder aangeboden informatie.
Dat voelt in het dagelijks leven vaak als: “Ik heb een gat in mijn geheugen.” Terwijl het eigenlijk gaat om een combinatie van aandacht, werkgeheugen en geheugenstrategieën die minder goed werken.
Executieve functies en verwerkingssnelheid: Minder zwart-wit dan gedacht
Bij executieve functies – plannen, schakelen, remmen, werkgeheugen – ligt het ingewikkelder. De review ziet een gemengd beeld:
- sommige studies vinden duidelijk slechter werkgeheugen en trager schakelen bij oudere volwassenen met ADHD vergeleken met controles,
- andere studies vinden nauwelijks verschillen,
- in weer andere onderzoeken doen oudere volwassenen met ADHD het zelfs beter dan jongere volwassenen met ADHD op bepaalde taken.
Dat klinkt tegenstrijdig, maar misschien is het dat niet. Mogelijke verklaringen:
- mensen die met ADHD “redelijk goed” ouder worden, hebben vaak jarenlang strategieën ontwikkeld,
- impulsiviteit neemt bij veel mensen af met de leeftijd,
- wie heel zwaar beperkt is, valt misschien eerder uit in onderzoek, waardoor de onderzoeksgroepen relatief “hoogfunctionerend” zijn.
Interessant is ook verwerkingssnelheid: in sommige studies reageren oudere volwassenen met ADHD trager en maken ze meer fouten bij taken die tempo vragen. Dat sluit aan bij wat veel mensen zelf merken: het kost meer energie om overzicht te houden, zeker als je meerdere dingen tegelijk moet doen.
Toch willen de auteurs van de review voorzichtig blijven. De studies verschillen teveel in opzet om harde conclusies te trekken over één “typisch” profiel van executieve functiestoornissen. Het lijkt er meer op dat ADHD op latere leeftijd verschillende subtypen kent: mensen met duidelijke cognitieve tekorten én mensen die weinig afwijkingen laten zien op standaardtests.
Wat merk je daarvan in het dagelijks leven?
De meeste lezers herkennen zich waarschijnlijk niet in termen als “episodisch geheugen” of “executieve functies”, maar wel in concrete situaties.
Een paar voorbeelden uit het dagelijks leven van een oudere volwassene met ADHD:
- Medicatie innemen: je wilt je bloeddrukpillen en je ADHD-medicatie nemen, maar je raakt afgeleid door een berichtje op je telefoon en vergeet één van de twee.
- Financiën: je krijgt een herinnering van de zorgverzekering. De originele rekening heb je waarschijnlijk wel gezien… maar je kon je er niet toe zetten om meteen te betalen en nu weet je niet meer welke mail het was.
- Partnerrelatie: je partner zegt: “Ik heb dit al drie keer gezegd.” Jij voelt vooral schaamte en denkt: “Ben ik nu echt aan het dementeren?”
- Oppassen: je past op de kleinkinderen. Je houdt van ze, maar raakt na een middag spelen, praten en lawaai compleet overprikkeld en vergeet vervolgens je eigen spullen mee naar huis te nemen.
De review laat zien dat ADHD ook op latere leeftijd een sterke impact heeft op kwaliteit van leven: meer stress, meer relatieproblemen, vaker problemen met werk of vrijwilligerswerk en grotere kans op angst en depressie.
Veel oudere volwassenen met ADHD geven achteraf aan dat ze jarenlang “boven hun macht” hebben geleefd. Ze hielden alle ballen in de lucht, vaak ten koste van hun eigen energie. Als de omgevingseisen veranderen – pensioen, ziekte, verlies van een partner – stort dat systeem in en wordt het verschil met leeftijdsgenoten ineens pijnlijk zichtbaar.
Diagnose en testen: Hoe prik je door de ruis heen?
Professionals zitten met een lastige puzzel. Hoe maak je onderscheid tussen:
- iemand die al vanaf de jeugd ADHD heeft,
- iemand bij wie geheugenproblemen vooral door veroudering ontstaan,
- iemand bij wie (beginnende) dementie speelt,
- of een combinatie van dat alles?
In Nederland gebruiken veel teams voor volwassenen instrumenten zoals de DIVA-5 (een gestructureerd interview) en vragenlijsten zoals de ASRS. In België zie je vergelijkbare aanpakken. De richtlijnen voor ADHD bij volwassenen geven wel handvatten, maar ze zeggen nog weinig specifieks over 65-plussers. (Richtlijnendatabase)
De review benadrukt: er bestaat nog geen goede testset die speciaal bedoeld is om ADHD bij ouderen van milde cognitieve stoornissen of dementie te onderscheiden. De meeste onderzoeken gebruiken algemene neuropsychologische tests, die niet zijn afgestemd op deze specifieke vraag.
Dat leidt in de praktijk tot mensen met ADHD die onterecht in een dementietraject belanden én mensen met dementie die misschien jaren als “alleen ADHD” rondlopen.
De auteurs pleiten daarom voor internationale afspraken, aandacht voor het hele levensverhaal (waren er als kind al tekenen van ADHD?) en het combineren van cognitief onderzoek met beeldvorming en informatie van naasten.
Voor de lezer betekent dit vooral: als jij of je ouder op latere leeftijd een ADHD-achtige geschiedenis heeft en nu in een geheugenonderzoekstraject zit, wees niet bang om ADHD expliciet te noemen.
Behandeling en begeleiding
Over behandeling van ADHD bij ouderen is verrassend weinig goed onderzoek gedaan. De meeste medicatiestudies richten zich op jongere volwassenen. Ouderen slikken vaak meer medicijnen en hebben meer lichamelijke aandoeningen, waardoor artsen terughoudend zijn met stimulerende medicatie.
Toch zie je in klinische praktijk dat een combinatie van:
- psycho-educatie (begrijpen hoe je brein werkt),
- coaching en praktische ondersteuning,
- aanpassingen thuis (structuur, hulpmiddelen, duidelijke routines),
- en soms lage doses medicatie,
het dagelijks leven aanzienlijk kan verbeteren.
De review zelf gaat vooral over cognitie en minder over behandeling, maar de boodschap is duidelijk: we hebben dringend meer onderzoek nodig naar de veiligheid en effectiviteit van ADHD-behandelingen bij ouderen. Tot die tijd moeten artsen, psychologen en patiënten samen zoeken naar een passende mix van interventies, met veel oog voor comorbiditeit, hart- en vaatziekten en levensdoelen.
Wat kun jij hier nu mee?
Tot slot een paar handvatten, afhankelijk van wie jij bent. Voor oudere volwassenen die zichzelf herkennen:
- Neem je levensverhaal serieus. Had je als kind of jongvolwassene al moeite met aandacht, impulsiviteit of organisatie?
- Laat je niet meteen afschepen met “tja, u wordt ook ouder”. Ouderdom speelt zeker mee, maar ADHD kan daarbovenop een grote rol spelen.
- Bespreek bij je huisarts expliciet de mogelijkheid van ADHD naast of in plaats van dementie, zeker als je klachten al heel lang bestaan.
Voor partners en familieleden:
- Kijk verder dan “hij luistert nooit” of “zij is zo chaotisch”. Probeer samen het patroon over de levensloop in kaart te brengen.
- Denk mee in praktische oplossingen: vaste plekken voor spullen, visuele agenda’s, reminders op de telefoon.
- Als er een geheugentraject loopt, benoem jullie vermoeden van vroegere ADHD ook richting arts of psycholoog.
Voor hulpverleners (huisarts, GGZ, geheugenpoli):
- Vraag actief naar schooltijd, werkloopbaan en oude rapporten. ADHD op latere leeftijd is zelden “late-onset”; het gaat meestal om late-herkenning of late-manifestatie.
- Gebruik waar mogelijk zowel ADHD-instrumenten als dementie-instrumenten en interpreteer testresultaten in de context van de levensgeschiedenis.
- Wees alert op onderdiagnose: de kloof tussen gescreende prevalenties en geregistreerde diagnoses bij ouderen laat zien dat veel mensen nu tussen wal en schip vallen.(Tandfonline)
Chaotisch, vergeetachtig en snel overprikkeld op je 65e betekent dus niet automatisch dat je brein langzaam uitvalt. Soms betekent het dat je ADHD een leven lang met je meegaat – en dat je juist nú erkenning en maatwerk nodig hebt.
Pardo-Palenzuela N, Onandia-Hinchado I, Diaz-Orueta U. Cognitive Profile of ADHD in Older Adults: A Systematic Review. J Atten Disord. 2025 Oct 27:10870547251385758. doi: 10.1177/10870547251385758. Epub ahead of print. PMID: 41146423.



