Hebben autisten vaker een bril?

In een grote Israëlische studie keken onderzoekers naar bijna 900.000 jongeren van 16 tot 20 jaar. Daaronder zaten ruim 2.600 adolescenten met autisme. Wat bleek? Bijziendheid en astigmatisme kwamen bij jongeren met autisme duidelijk vaker voor dan bij leeftijdsgenoten zonder autisme.

Zowel milde als matige en ernstige vormen van bijziendheid kwamen vaker voor. Ook astigmatisme bleek vaker aanwezig, en daar liep het verschil op naarmate de afwijking ernstiger was. Met andere woorden: niet alleen “iets vaker een bril nodig”, maar juist ook een hogere kans op de stevigere varianten.

Opvallend was bovendien dat dit patroon breed terugkwam. Het ging niet om één heel specifieke oogafwijking, maar om meerdere vormen van brekingsafwijkingen. Dat maakt de bevinding relevant voor de praktijk. Het suggereert dat oogproblemen bij autisme geen toevallig bijverschijnsel zijn, maar iets waar zorgverleners, ouders, docenten en volwassenen met autisme zelf alerter op mogen zijn.

Tegelijk is een kritische noot nodig. Dit onderzoek laat een verband zien, geen oorzaak. Het bewijst dus niet dat autisme oogafwijkingen veroorzaakt, of andersom. Ook zijn jongeren met de zwaarste functionele beperkingen buiten deze steekproef gebleven. Daardoor kan de werkelijke last in de totale autismepopulatie zelfs nog wat hoger liggen.

Waarom dit juist in de tienerjaren telt

De puberteit en late schooljaren zijn een fase waarin zichtproblemen vaak opvallen, veranderen of verergeren. Dat geldt vooral voor bijziendheid. Juist dan worden ook de eisen hoger: langer lezen, meer schermtijd, meer zelfstandigheid, meer sociale druk en meer situaties waarin snel kijken en schakelen nodig is.

Voor een neurotypische tiener is wazig zien al onhandig. Voor een tiener met autisme kan het extra ontregelend zijn. Sociale signalen zijn vaak subtiel en zitten voor een deel in gezichtsuitdrukking, oogcontact, lichaamstaal en afstand. Als die visuele input ook nog eens minder scherp of vermoeiender binnenkomt, wordt meedoen niet makkelijker.

Daar komt nog iets bij. Veel mensen met autisme hebben een sterk oog voor detail, maar dat betekent niet automatisch dat zien moeiteloos gaat. Integendeel: als het zicht zelf niet optimaal is, kan het voortdurend proberen scherp te stellen of visuele chaos te ontwarren juist extra energie kosten.

Slecht zicht kan zich vermommen als iets anders

Dat is misschien wel de belangrijkste les van dit onderwerp. Slecht zicht presenteert zich lang niet altijd als “ik zie het bord niet”. Zeker niet bij kinderen, tieners of volwassenen die al gewend zijn dat de wereld ingewikkeld voelt.

SignaalWat er óók achter kan zittenPraktische stap
Snel moe na school of werkVoortdurend inspannen om scherp te zienLaat ogen en brilsterkte controleren
Dicht op scherm of boek zittenBijziendheid of moeite met scherpstellenObserveer afstand en vraag gericht door
Sporten of fietsen vermijdenOnzekerheid door wazig zicht of vervormingKijk of afstandszien een probleem is
Meer hoofdpijn of knijpen met de ogenOogbelasting of astigmatismePlan een oogmeting
Afgeleid of “dromerig” lijkenVisuele informatie kost te veel moeiteCheck of instructies en bordwerk goed zichtbaar zijn
Overprikkeld raken in winkels of klaslokalenVisuele chaos wordt nog zwaarder bij slecht zichtCombineer prikkelreductie met oogonderzoek

Natuurlijk: dit soort signalen kunnen ook andere oorzaken hebben. Maar juist daarom is het slim om zicht mee te nemen in het denkproces. Niet als wonderverklaring, wel als logische basischeck.

Waarom zou dit verband er kunnen zijn?

Daar heeft de wetenschap nog geen definitief antwoord op. De onderzoekers noemen wel een paar plausibele verklaringen.

Eén mogelijkheid is dat de ontwikkeling van het oog en de manier waarop het visuele systeem zich afstemt anders kan verlopen bij autisme. Een andere mogelijkheid zit in gedrag en leefstijl: meer dichtbijwerk, meer schermtijd, minder buitentijd of minder spontane deelname aan buitenspelen en sport. Dat zijn allemaal factoren die al langer in verband worden gebracht met bijziendheid.

Dat betekent niet dat mensen met autisme “zelf hun bijziendheid veroorzaken”. Zo simpel is het niet. Erfelijkheid speelt mee. Omgeving speelt mee. Ontwikkeling speelt mee. Waarschijnlijk gaat het om een mix.

Voor astigmatisme ligt het nog ingewikkelder. Dat heeft vaak te maken met de vorm van het hoornvlies of de lens. Daar zijn leefstijdfactoren minder direct de grote boosdoener. Juist daarom is het interessant dat ook astigmatisme in deze studie duidelijk vaker voorkwam bij autisme. Dat wijst erop dat er mogelijk meer speelt dan alleen veel lezen of veel schermen.

Een bril is geen detail

Wie nooit echt slecht heeft gezien, onderschat makkelijk wat een klein verschil in scherpte kan doen. Een kwartiertje lezen met lichte onscherpte is al vermoeiend. Een schooldag, werkdag of hele week met net niet goed gecorrigeerd zicht is iets anders.

Een goede bril of andere correctie lost autisme natuurlijk niet op. Maar dat hoeft ook niet. Het doel is niet om alle problemen op één hoop te gooien, maar juist om te voorkomen dat iemand onnodig extra belasting meesleept.

Dat kan veel schelen. Minder hoofdpijn. Minder frictie met lezen. Minder onzekerheid buiten. Minder fouten doordat details worden gemist. En soms ook minder verwijten uit de omgeving. Niet omdat iemand opeens een ander mens wordt, maar omdat een stukje ruis uit het systeem verdwijnt.

Voor volwassenen met autisme is dat net zo relevant. Zeker wie pas laat gediagnosticeerd is, kent vaak een lange geschiedenis van “je moet je beter concentreren” of “je bent overgevoelig”. Dan is het bijna ongemakkelijk om te ontdekken dat een deel van de belasting misschien gewoon te maken had met jarenlang nét niet goed zien.

Waarom oogproblemen bij autisme makkelijk worden gemist

Er zijn allerlei redenen waarom dit onder de radar blijft.

  • Ten eerste omdat niet iedereen goed kan verwoorden wat hij ziet. Sommige kinderen en volwassenen weten simpelweg niet dat hun beeld afwijkt van dat van anderen. Ze denken dat iedereen zo kijkt.
  • Ten tweede omdat klachten indirect kunnen zijn. Geen “ik zie wazig”, maar wel vermoeidheid, irritatie, hoofdpijn, schoolweerstand of terugtrekgedrag.
  • Ten derde omdat professionals begrijpelijk geneigd zijn om vooral te kijken vanuit hun eigen vakgebied. Een psycholoog denkt aan stress. Een docent aan motivatie. Een ouder aan schermtijd. Een autismespecialist aan sensorische overbelasting. Allemaal legitiem, maar daardoor kan het oog zelf buiten beeld blijven.
  • En ten vierde omdat eerdere screening geen garantie is. Dat iemand als kleuter ooit is getest, zegt niet automatisch genoeg over hoe het zicht op twaalf, zestien of twintigjarige leeftijd is.

De praktijk

In Nederland worden jonge kinderen via de jeugdgezondheidszorg op vaste momenten op zichtproblemen gescreend. Daarna gebeurt vervolgonderzoek vooral bij signalen of twijfel. In Vlaanderen zijn er eveneens vroege oogtesten en verdere opvolging in de schooltijd via de gebruikelijke preventieve systemen.

Dat is goed nieuws, want het betekent dat er al een basisstructuur bestaat. Maar het betekent niet dat alles vanzelf wordt opgepikt. Die systemen zijn er voor alle kinderen, niet speciaal voor autisme. En veel problemen worden pas echt duidelijk als de eisen van school, studie, werk en zelfstandigheid toenemen.

Daarom is alertheid belangrijker dan afwachten. Niet paniekerig, wel praktisch. Bij opvallende vermoeidheid, leesproblemen, afkeer van fel licht, dichter op schermen zitten, onzeker bewegen of steeds terugkerende hoofdpijn is een oogmeting geen luxe. Het is logische diagnostische hygiëne.

In Nederland geldt bovendien vaak: jonge kinderen gaan voor oogonderzoek naar een orthoptist, oudere kinderen en volwassenen meestal naar optometrist of opticien, met zo nodig verwijzing naar oogarts. Ook dat is nuttig om te weten, omdat de drempel daardoor lager kan zijn dan mensen denken.

Wat helpt?

Laat zichtproblemen niet alleen beoordelen op basis van klachten, maar ook op basis van gedrag. Vraag niet alleen: “Zie je goed?” maar ook: “Ga je dichterbij zitten? Krijg je hoofdpijn? Is lezen vermoeiend? Zie je dingen dubbel, scheef of wazig?” Veel mensen antwoorden pas bruikbaar als de vraag concreet is.

Kijk ook naar de context. Iemand die thuis prima lijkt te functioneren, kan op school of werk toch vastlopen doordat afstanden, licht, contrast en drukte anders zijn. Bespreek dus niet alleen het zien zelf, maar ook waar het misgaat.

En denk niet te klein over correctie. Een bril op sterkte, goede plaats in de klas, voldoende contrast, rustigere verlichting en regelmatige controle kunnen samen veel schelen. Zeker bij mensen die al veel energie kwijt zijn aan het verwerken van prikkels.

Tot slot: buitentijd blijft een verstandig advies. Niet als magische oplossing, wel als gezonde basis voor ogen én brein. In Nederland wordt in richtlijnen rond bijziendheid al benadrukt dat veel dichtbijwerk het risico op myopie vergroot en dat buitenspelen of buiten zijn een beschermende rol kan hebben.

Nitzan, I., Khanchin, G., Safir, M., & Wajnsztajn, D. (2025). Myopia and astigmatism in adolescents with autism spectrum disorder. Journal of AAPOS, 29, 104628. https://doi.org/10.1016/j.jaapos.2025.104628

Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. (z.d.). JGZ-richtlijn opsporen oogafwijkingen: opsporing van oogafwijkingen bij kinderen vanaf 36 maanden. Geraadpleegd via jgzrichtlijnen.nl.

Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. (z.d.). JGZ-richtlijn opsporen oogafwijkingen: overige aandachtsgebieden rond myopie. Geraadpleegd via jgzrichtlijnen.nl.

Thuisarts. (z.d.). Minder goed zien bij kinderen. Geraadpleegd via thuisarts.nl.

Kind en Gezin. (z.d.). Oogtest. Geraadpleegd via kindengezin.be.

Vlaamse overheid. (z.d.). Systematisch contact (medisch onderzoek) in basis- en secundair onderwijs. Geraadpleegd via vlaanderen.be.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *