Autisme en empathie: Voelen, begrijpen of verkeerd inschatten?

Een bekend misverstand over autisme is hardnekkig als kauwgom onder een schooltafel: mensen met autisme zouden weinig empathie hebben. Ze zouden anderen minder goed aanvoelen. Minder geraakt worden door verdriet. Minder betrokken zijn. Minder warm. Dat klinkt overzichtelijk, maar het mist nogal wat nuance.

Wie goed kijkt, ziet al snel dat het woord empathie vaak als een grote grabbelton wordt gebruikt. Begrijpen wat iemand voelt? Meevoelen? Iemand aardig vinden? Medelijden hebben? Willen helpen? Het wordt allemaal onder dezelfde paraplu geschoven. Handig in gewone gesprekken misschien, maar lastig als er onderzoek naar wordt gedaan. Dan kan de ene studie iets meten wat op empathie lijkt, terwijl de lezer denkt dat het over iets heel anders gaat.

Een nieuw onderzoek in Molecular Autism maakt dat zichtbaar. De onderzoekers wilden weten of mensen met en zonder autisme elkaar anders aanvoelen. Hun studie past binnen het idee van “double empathy”: het probleem zit niet alleen in het brein van degene met autisme, maar in de afstemming tussen twee mensen. Toch vraagt het onderzoek ook om voorzichtigheid. Want wat werd hier nu eigenlijk gemeten?

Eerst even opruimen in de empathiekast

Empathie is geen simpel aan-uitknopje. Het is eerder een mengpaneel met verschillende schuifjes. Sommige mensen herkennen snel wat een ander voelt, maar voelen het zelf minder sterk mee. Anderen worden juist overspoeld door andermans emoties, maar kunnen moeilijk benoemen wat er precies gebeurt. Weer anderen tonen hun betrokkenheid vooral praktisch: geen tranen en grote woorden, maar wel een kop thee, een pleister, een uitgeprint formulier of een lift naar de huisarts.

Daarom is het handig om een paar begrippen uit elkaar te houden.

  • Cognitieve empathie betekent: begrijpen of inschatten wat iemand anders denkt, voelt of bedoelt. Bijvoorbeeld zien dat een collega gespannen is, ook al zegt die: “Nee hoor, alles prima.”
  • Emotionele empathie betekent: iets meevoelen met de ander. Je voelt zelf een steek van verdriet als iemand over verlies vertelt. Of je wordt blij omdat iemand zichtbaar opgelucht is.
  • Sympathie betekent: iemand aardig vinden of positief tegenover iemand staan. Je kunt sympathie voelen voor iemand zonder precies te begrijpen wat diegene doormaakt.
  • Compassie gaat nog een stap verder. Dan word je geraakt door iemands pijn en ontstaat de neiging om iets te doen. Niet alleen “wat naar voor je”, maar ook: “Kan ik iets voor je regelen?”
  • Empathische nauwkeurigheid is weer iets anders. Dat gaat over hoe goed je kunt inschatten wat iemand op een bepaald moment voelt. Het is dus meer een vorm van sociaal aflezen. Alsof je probeert ondertiteling te maken bij iemands gezicht, stem en verhaal.

Die laatste vorm stond centraal in het onderzoek waarop we dit artikel hebben gebaseerd. Dat is belangrijk. De studie laat dus niet simpelweg zien hoeveel medeleven mensen met autisme hebben. Ook niet hoeveel compassie. En al helemaal niet of iemand een warm of koud mens is. De studie keek vooral naar het herkennen en volgen van emoties bij een ander.

Het oude verhaal kraakt

Lange tijd werd sociaal ongemak bij autisme vooral uitgelegd als een tekort in de persoon met autisme. De gedachte was: als contact stroef loopt, komt dat doordat de persoon met autisme de ander niet goed begrijpt.

Daar zit soms een kern van waarheid in. Veel mensen met autisme herkennen dat sociale signalen verwarrend kunnen zijn. Een glimlach kan vriendelijk zijn, beleefd, gespannen, sarcastisch of bedoeld om ongemak te verbergen. Leuk hoor, menselijke communicatie. Een soort escape room zonder handleiding.

Maar het oude verhaal is te eenzijdig. Want niet-autistische, ofwel neurotypische mensen begrijpen mensen met autisme óók vaak verkeerd. Ze zien weinig oogcontact en denken: ongeïnteresseerd. Ze zien een vlakke gezichtsuitdrukking en denken: koud. Ze horen een directe opmerking en denken: bot. Ze zien iemand afhaken tijdens een groepsgesprek en denken: wil niet meedoen. Soms klopt dat. Vaak ook niet.

Iemand kan echter weinig oogcontact maken om beter te kunnen luisteren. Een vlak gezicht kan bij mensen met autisme samengaan met sterke emoties vanbinnen. Directheid kan eerlijkheid zijn, geen onbeleefdheid. En afhaken kan betekenen dat de sociale accu leeg is. Daar komt het double-empathy-idee om de hoek kijken.

Double empathy: Het misverstand werkt twee kanten op

Double empathy betekent letterlijk: dubbele empathie. Het idee is dat sociale misverstanden tussen mensen met en zonder autisme van twee kanten komen.

Mensen met autisme en mensen zonder autisme kunnen verschillen in tempo, lichaamstaal, prikkelverwerking, directheid, gesprekstijl en verwachtingen. Daardoor ontstaat ruis. Niet omdat één partij defect is, maar omdat twee systemen niet automatisch op dezelfde frequentie zitten.

Vergelijk het met twee mensen die allebei Nederlands spreken, maar de één uit Groningen komt en de ander uit West-Vlaanderen. Ze verstaan elkaar meestal wel, maar missen soms toon, grapjes of vanzelfsprekende gewoontes. Bij autisme kan dat verschil nog een stuk dieper zitten. Niet alleen in woorden, maar in de manier waarop emoties zichtbaar worden, hoe nabijheid voelt en wat “normaal sociaal gedrag” heet.

De onderzoekers lieten niet alleen mensen met autisme naar niet-autistische vertellers kijken. Ze deden ook het omgekeerde. En ze lieten deelnemers kijken naar vertellers uit beide groepen. Dat is eerlijker dan veel oudere onderzoeken, waarin niet-autistische communicatie onbewust de meetlat was.

Hoe meet je aanvoelen?

De deelnemers aan het onderzoek zagen korte video’s van volwassenen die een persoonlijk verhaal vertelden. Sommige vertellers hadden autisme, andere niet. De kijkers wisten niet wie tot welke groep behoorde.

Tijdens het kijken moesten deelnemers steeds aangeven of zij dachten dat de verteller zich op dat moment positief of negatief voelde. Na afloop gaven ze ook scores voor verschillende emoties, zoals verdriet, boosheid, schaamte, blijdschap, trots, angst, stress en kalmte.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar probeer het maar eens. Iemand vertelt over een lastige ervaring en lacht tussendoor. Is dat blijdschap? Ongemak? Zelfbescherming? Ironie? Een automatisme? Of gewoon: “ik lach omdat huilen nu niet handig uitkomt”?

De onderzoekers vergeleken de inschattingen van de kijkers met wat de vertellers zelf hadden aangegeven over hun gevoelens. Zo ontstond een maat voor empathische nauwkeurigheid: hoe goed zat de kijker in de buurt van de beleving van de verteller? Daarnaast vroegen de onderzoekers aan deelnemers hoeveel empathie ze zelf voelden voor de verteller, en hoeveel interesse ze hadden om nog een verhaal van die persoon te horen.

Mensen met autisme deden het niet slechter

De uitkomst ondermijnt het simpele verhaal dat mensen met autisme per definitie minder empathisch zouden zijn. De deelnemers met autisme waren namelijk gemiddeld niet slechter in het volgen van de emoties van de vertellers dan de niet-autistische deelnemers. Dat gold zowel voor het algemene positieve of negatieve gevoel tijdens het verhaal als voor de specifieke emoties achteraf.

Er was zelfs een voorzichtige aanwijzing dat deelnemers met autisme de gevoelens van vertellers met autisme iets beter volgden dan niet-autistische deelnemers deden. Dat past bij het idee dat mensen met een vergelijkbare manier van waarnemen elkaar soms makkelijker begrijpen. Niet spectaculair. Niet keihard. Maar wel interessant.

Voor de praktijk is dat belangrijk. Want het laat zien dat “sociaal lezen” niet losstaat van de persoon die gelezen wordt. Sommige mensen zijn voor jou makkelijker te begrijpen dan andere mensen. Dat geldt voor iedereen. De ene collega is een open boek. De andere collega is een handleiding in zes delen, met ontbrekende pagina’s.

Bij autisme komt daar nog iets bij. Als onderzoekers vooral niet-autistische expressie gebruiken als standaard, kan het lijken alsof mensen met autisme minder goed zijn in empathie. Maar misschien zijn ze vooral minder goed in het lezen van een communicatiestijl die niet de hunne is. En misschien zijn niet-autistische mensen óók minder goed in het lezen van autistische expressie.

Het verschil tussen kunnen en denken dat je het kunt

Toch zat er een opvallende draai in de resultaten. De deelnemers met autisme deden het op de taak ongeveer even goed, maar rapporteerden zelf minder empathie en minder interesse in de vertellers dan de niet-autistische deelnemers.

Daar moet je voorzichtig mee omgaan. Want de vraag “hoeveel empathie voelde je?” is glad ijs. De onderzoekers gaven geen vaste definitie van empathie. Daardoor kan de ene deelnemer hebben gedacht aan emotioneel meevoelen, de ander aan herkenning, de ander aan sympathie en weer een ander aan sociale interesse.

Misschien dachten sommige deelnemers met autisme: “Ik voelde niet veel in mijn lichaam, dus dan zal het wel weinig empathie zijn.” Terwijl ze de emoties van de ander wél behoorlijk goed inschatten.

Misschien waren ze strenger voor zichzelf. Veel mensen met autisme krijgen jarenlang te horen dat sociaal contact niet hun sterke kant is. Dan kan dat verhaal zich vastzetten. Je gaat twijfelen aan je eigen sociale waarneming, ook als die best goed is. Alsof er een innerlijke examinator meekijkt die steeds fluistert: “Weet je dat wel zeker?”

Misschien speelt ook mee dat sommige mensen met autisme minder snel sociaal wenselijke antwoorden geven. Waar een niet-autistische deelnemer misschien denkt: “Natuurlijk voelde ik empathie, dat hoort zo”, kan iemand met autisme preciezer antwoorden: “Ik weet niet of dit empathie was. Ik begreep het verhaal, maar voelde niet heel veel.”

Wat empathie niet is

Dit is een goed moment om een misverstand te parkeren. Empathie is niet hetzelfde als zichtbaar warm reageren.

Iemand kan diep geraakt zijn en toch stil blijven. Iemand kan meeleven, maar geen passende woorden vinden. Iemand kan willen helpen, maar eerst praktische details vragen. “Hoe laat is de afspraak?” klinkt dan misschien minder warm dan “Ach wat erg!”, maar kan uit dezelfde betrokkenheid voortkomen. Voor veel neurodivergente mensen is dit herkenbaar. Compassie zit soms in daden. In meedenken. In eerlijk zijn. In een probleem oplossen. In later nog een berichtje sturen omdat het onderwerp niet loslaat.

Andersom kan iemand sociaal heel warm lijken, zonder de ander echt goed te begrijpen. Een meelevende blik is prettig, maar niet automatisch raak. Soms voelt een standaardreactie juist leeg. Een zachte stem kan ook langs je heen praten. Daarom is het belangrijk om empathie niet te verwarren met sociale verpakking. De verpakking verschilt. De inhoud ook. Maar het één bewijst het ander niet.

Wat betekent dit op de werkvloer?

Op het werk ontstaan veel misverstanden rond betrokkenheid. Een medewerker met autisme reageert misschien kort in een overleg. Stelt kritische vragen. Kijkt naar het scherm in plaats van naar de spreker. Gaat niet mee lunchen in het drukke bedrijfsrestaurant. Voor je het weet ontstaat het beeld: afstandelijk, weinig teamgevoel, niet sensitief. Maar dat kan een verkeerde vertaling zijn.

Misschien luistert iemand beter zonder oogcontact. Misschien zijn kritische vragen juist een poging om fouten of misverstanden te voorkomen. Misschien is de lunch overslaan geen afwijzing van collega’s, maar bescherming tegen overprikkeling. Misschien voelt iemand veel, maar kiest die voor functioneel gedrag omdat emotionele groepsrituelen uitputtend zijn.

Voor werkgevers en collega’s ligt hier een simpele les: vraag minder snel “waarom toont iemand geen betrokkenheid?” en vaker “hoe toont deze persoon betrokkenheid?” Dat kan verrassende antwoorden geven. De collega die nooit spontaan vraagt hoe je weekend was, is misschien wel degene die onthoudt dat je woensdag een lastig gesprek had. De medewerker die weinig zegt in de vergadering, stuurt later een messcherpe analyse. De collega die niet houdt van smalltalk met koetjes en kalfjes, kan juist uitzonderlijk loyaal zijn als het erop aankomt.

Wat betekent dit thuis en in relaties?

Ook in relaties speelt dit voortdurend. Partners, ouders, vrienden en familieleden kunnen elkaar pijnlijk verkeerd lezen. Een klassiek voorbeeld: iemand vertelt verdrietig over een probleem. De ander komt meteen met oplossingen. “Heb je al gebeld?” “Kun je dat mailtje niet anders formuleren?” “Misschien moet je eerst slapen.” De verteller voelt zich niet gehoord. De oplosser voelt zich juist betrokken. Botsing compleet.

De oplossing is niet dat iedereen dezelfde empathiestijl moet leren. Dat lukt toch niet. Beter is het om verwachtingen expliciet te maken. Zeg bijvoorbeeld: “Ik hoef nu nog geen oplossing, ik wil eerst even dat je luistert.” Of: “Ik leef met je mee, maar ik merk dat ik meteen praktisch ga denken. Wil je steun of wil je ideeën?” Helderheid is vaak vriendelijker dan raden. Zeker als raden al honderd keer misging.

Wat betekent dit voor hulpverlening en onderwijs?

Voor hulpverleners, docenten en begeleiders is de boodschap misschien nog belangrijker. Wie autisme beoordeelt via niet-autistische signalen, kan makkelijk verkeerde conclusies trekken.

Een leerling die niet zichtbaar reageert op verdriet van een klasgenoot, kan toch geraakt zijn. Een cliënt die zakelijk vertelt over een ingrijpende gebeurtenis, kan vanbinnen gespannen zijn. Een werknemer die niet “sociaal handig” reageert, kan wel degelijk begrijpen dat de situatie ernstig is.

Vraag dus niet alleen: “Zie ik empathie?” Vraag ook: “Welke vorm van empathie verwacht ik eigenlijk?” En: “Is mijn verwachting cultureel, neurotypisch of persoonlijk gekleurd?” Dat vraagt geen eindeloze voorzichtigheid. Het vraagt professionele nuchterheid. Kijk naar gedrag, maar vraag ook naar binnenkant. Let op woorden, maar ook op context. En besef dat een andere expressie niet automatisch een gebrek betekent.

Kritische kanttekeningen

Het onderzoek is waardevol, maar allerminst perfect. De deelnemers keken naar korte video’s van onbekenden. Dat is iets anders dan een echt gesprek, waarin je tegelijk moet luisteren, reageren, je gezicht organiseren, prikkels verwerken en bedenken of je nu wel of niet “hm-hm” moet zeggen.

Ook deden vooral volwassenen mee die zelfstandig een online taak konden uitvoeren. Dat zegt niet automatisch iets over iedereen op het brede spectrum. Mensen die meer ondersteuning nodig hebben, zijn in dit soort onderzoek vaak minder zichtbaar.

Verder waren er maar tien vertellers in de uiteindelijke videotaak. Individuele verschillen speelden een grote rol. Sommige mensen zijn nu eenmaal makkelijker af te lezen dan andere. Dat heeft niet alleen met autisme te maken, maar ook met vertelstijl, mimiek, stem, onderwerp, spanning en persoonlijkheid.

En dan is er nog het belangrijkste punt: empathische nauwkeurigheid is niet hetzelfde als emotionele empathie, sympathie of compassie. Het onderzoek meet vooral hoe goed deelnemers gevoelens inschatten. Dat is relevant, maar het is één onderdeel van een veel groter sociaal en emotioneel geheel.

Praktische tips

Behandel empathie niet als gedachtenlezen. Mensen zijn geen open boek. Hooguit een boek met ezelsoren, koffievlekken en soms een hoofdstuk in geheimschrift. Een paar gewoontes kunnen helpen.

  • Vraag vaker: “Klopt het dat je je gespannen voelt?” in plaats van: “Je bent gespannen.” Dat kleine verschil geeft ruimte.
  • Maak onderscheid tussen steun en oplossingen. “Wil je dat ik luister, meedenk of iets praktisch doe?” voorkomt veel gedoe.
  • Benoem je eigen stijl. “Ik reageer soms praktisch, maar dat betekent niet dat het me niets doet.” Voor veel mensen met autisme kan zo’n zin een brug bouwen.
  • Neem gezichtsuitdrukking niet als enige bewijs. Sommige mensen tonen weinig, maar voelen veel. Anderen tonen veel, maar voelen iets anders dan je denkt.
  • En ga niet te snel uit van onwil. Veel sociaal ongemak komt niet voort uit gebrek aan zorg, maar uit misafstemming. Dat is minder spannend dan “die ander is ongevoelig”, maar meestal wel eerlijker.

Rum, Y., Feldman, N., Genzer, S., Allison, C., Golan, O., Perry, A., & Baron-Cohen, S. (2026). Nuances of double empathy in autistic and non-autistic people: Examination using the empathic accuracy paradigm. Molecular Autism. doi:10.1186/s13229-026-00723-2

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *