Iedereen ergert zich weleens aan geluid. Een collega die eindeloos met een pen klikt. Iemand in de trein die chips eet. Of pal naast je zit te telefoneren. De gemeenteman met oranje hesje die maar geen genoeg krijgt van de bladblazer waarmee hij die dag mag spelen. Bij misofonie gaat het echter om iets anders dan gewone irritatie.
Voor mensen met misofonie kan een alledaags geluid voelen alsof het zenuwstelsel in één klap op alarmstand springt. Kauwen, slikken, snuiven, tikken, ademen, nagels knippen, typen, ritselen, krabben of voetstappen kunnen een heftige lichamelijke en emotionele reactie oproepen. Niet een beetje “bah”, maar: walging, weg moeten, boos worden, gespannen raken, misselijk worden, willen vluchten of tegelijk verstijven.
En juist omdat de geluiden zo gewoon zijn, is misofonie vaak lastig uit te leggen. Want hoe zeg je op een vriendelijke manier: “Ik vind jou best aardig, maar het geluid van jouw boterham maakt dat ik wil emigreren”?
Wat is misofonie eigenlijk?
Misofonie betekent letterlijk zoiets als “haat voor geluid”. Dat klinkt wat dramatisch, maar wie er last van heeft, weet dat het soms wel zo voelt. Toch is haat niet helemaal het juiste woord. Het gaat meestal niet om een bewuste afkeer van de persoon die het geluid maakt. Het gaat om een automatische reactie op een specifieke prikkel.
Een triggergeluid kan woede oproepen, maar ook paniek, walging, verdriet, spanning of schaamte. Sommige mensen voelen hun hart sneller kloppen. Anderen krijgen warme wangen, spierspanning, druk op de borst of een soort elektrische onrust in hun lijf.

Dat maakt misofonie zo verwarrend. Het volume is niet de hoofdverdachte. De betekenis van het geluid is dat vaak wél.
Waarom het meestal niet om volume gaat
Veel mensen met misofonie herkennen dit: dezelfde klank kan in de ene situatie ondraaglijk zijn en in een andere situatie nauwelijks iets doen. Een hond die drinkt uit een bak? Vervelend, maar misschien nog te doen. Een collega die naast je koffie slurpt tijdens een overleg? Je nekharen staan recht overeind. Een onbekende die in de trein snuift? Irritant. Je partner die naast je op de bank hetzelfde doet? Alsof je zenuwstelsel ineens een sirene heeft gevonden.
Dat maakt misofonie relationeel ingewikkeld. Want hoe dichterbij iemand staat, hoe groter de verwarring kan zijn. De reactie voelt persoonlijk, maar is dat niet per se. Het brein lijkt een koppeling te maken tussen geluid, bron, verwachting en controleverlies.
Dat laatste speelt vermoedelijk een grote rol. Een geluid waar je niet aan kunt ontsnappen, voelt al snel groter. Denk aan een vergadering, een stil klaslokaal, een trein, een bioscoop of een gezamenlijke lunch. Je hoort niet alleen het geluid. Je hoort ook: “Ik zit vast.”
Van kauwen tot klittenband
Misofonie wordt vaak geassocieerd met eetgeluiden. Kauwen, smakken, slikken, slurpen: de klassieke misofonie-top-40. Maar het palet is breder.
Sommige mensen reageren vooral op neus- en keelgeluiden, zoals snuiven, kuchen, ademen of schrapen. Anderen op herhalende menselijke geluiden, zoals tikken met een pen, typen op een toetsenbord, klikken met een muis of wiebelen met een voet. Er zijn ook triggers die meer met materiaal te maken hebben: piepschuim dat schuurt, klittenband dat lostrekt, plastic dat kraakt, papier dat ritselt of bestek dat langs een bord schraapt.
Dieren kunnen ook triggers oproepen. Denk aan likken, hijgen, krabben of het ritmisch geluid van pootjes op een vloer. En soms is het niet eens geluid alleen. Een herhalende beweging kan genoeg zijn: een kauwende kaak, een trillend been, friemelende vingers.
Dat is meteen een belangrijk punt: misofonie zit niet netjes in één zintuiglijk laatje. Het is geen simpele volumeknop die te hoog staat. Het is eerder een alarmsysteem dat op bepaalde patronen reageert.
Het oog hoort ook mee
Een opvallend inzicht uit recent onderzoek is dat misofonie niet alleen om geluid draait. Beeld doet mee. Alleen het zien van een trigger kan al spanning oproepen. Iemand die kauwt zonder geluid. Een hand die steeds tikt. Een voet die ritmisch beweegt. Een mond die zich klaarmaakt om te slurpen. Het brein vult de soundtrack soms zelf wel aan. Heel servicegericht, maar helaas niet op een fijne manier.
Dat verklaart waarom sommige mensen met misofonie niet alleen oordoppen gebruiken, maar ook wegkijken. In een trein kiezen ze een plek waar ze minder mensen zien eten. In een vergadering gaan ze zo zitten dat wiebelende benen buiten beeld blijven. Thuis kijken ze niet naar iemands mond tijdens het eten. Dat is geen aanstellerij. Het is een poging om het zenuwstelsel een beetje minder werk te geven.
Waarom onderzoek naar misofonie zo lastig is
Misofonie is moeilijk te onderzoeken omdat triggers persoonlijk zijn. De één raakt ontregeld door kauwen, de ander door ademhalen, een derde door het krassen van een vork en een vierde door het tikken van nagels op een telefoonscherm.
Dat is voor wetenschappers onhandig. Onderzoek houdt van standaardisatie. Iedereen dezelfde prikkel, iedereen dezelfde meting, daarna netjes vergelijken. Maar misofonie trekt zich daar weinig van aan. Het is eigenwijs maatwerk.
Wanneer onderzoekers alleen standaardgeluiden gebruiken, zoals kauwen of ademen, missen ze een deel van de werkelijkheid. Dan lijkt het alsof misofonie vooral over eten gaat, terwijl veel mensen juist andere triggers hebben. Andersom kan iemand met ernstige misofonie in een onderzoek vrij rustig lijken als zijn of haar echte triggers niet worden aangeboden.
Daarom is een bredere verzameling prikkels belangrijk. Niet om mensen te pesten met een buffet van ellende, maar om misofonie beter te begrijpen.
Een archief vol irritatie
Dit artikel is gebaseerd op een nieuw openbaar onderzoeksarchief: de Misophonia Audiovisual Trigger Archive, afgekort MATA. Dat archief bevat meer dan 1.400 korte filmpjes van vijf seconden met mogelijke misofonie-triggers, verdeeld over twaalf categorieën.
Denk aan mondgeluiden, neus- en keelgeluiden, lichaamsgeluiden, wandelen, praten, dierengeluiden, herhalende menselijke geluiden, herhalende niet-menselijke geluiden, wrijven, ritselen en scheuren. De filmpjes combineren geluid en beeld. Dat is belangrijk, omdat misofonie in het echte leven meestal ook audiovisueel is. Je hoort iemand niet alleen kauwen; je ziet het ook gebeuren.
Voor onderzoek is zo’n archief waardevol. Wetenschappers kunnen beter kiezen welke prikkels passen bij iemands persoonlijke triggers. Ook kunnen onderzoeksgroepen in verschillende landen met vergelijkbaar materiaal werken. Dat maakt resultaten beter vergelijkbaar.
Wat dit kan betekenen voor neurodivergente mensen
Misofonie is niet hetzelfde als autisme, ADHD of hoogsensitiviteit. Het is ook geen automatisch onderdeel van neurodivergentie. Toch is de link met prikkelverwerking misschien interessant.
Veel mensen met autisme herkennen dat geluiden niet zomaar “binnenkomen”, maar soms blijven hangen, prikken, schuren of alles overnemen. Bij ADHD kan filteren ook lastig zijn: het brein hoort alles tegelijk en vindt de pauzeknop niet. Misofonie voegt daar iets specifieks aan toe: niet elk geluid is te veel, maar bepaalde geluiden zijn meteen raak.
Onderzoek laat zien dat mensen met misofonie gemiddeld meer autistische trekken en sensorische gevoeligheden rapporteren dan controlegroepen. Dat betekent niet dat misofonie “dus autisme” is. Het betekent wel dat er overlap kan zijn in hoe prikkels worden verwerkt, gereguleerd en verdragen.
Niet zeuren, maar zenuwstelsel
Misofonie heeft vaak sociale gevolgen. Niet omdat mensen met misofonie ongezellig willen zijn, maar omdat triggers zich nu eenmaal graag ophouden op sociale plekken. Lunchruimtes. Open kantoren. Klaslokalen. Treinen. Verjaardagen. Bioscopen. Gezamenlijke diners. Stiltezones waarin iemand tóch een appel eet.
Zo kan misofonie langzaam je wereld kleiner maken. Je vermijdt niet alleen geluiden, maar ook situaties, mensen en kansen. Dat kan eenzaam maken. Zeker als de omgeving het wegzet als overdreven.
“Stel je niet aan” is dan ongeveer het minst helpende zinnetje. Het klinkt praktisch, maar het zegt vooral: jouw ervaring telt niet. Beter is: “Wat gebeurt er precies, en wat kunnen we aanpassen?”

Wat helpt in het dagelijks leven?
Er bestaat geen simpele standaardoplossing voor misofonie. Toch zijn er wel praktische stappen die kunnen helpen.
De eerste stap is vaak: breng triggers in kaart. Niet alleen welk geluid lastig is, maar ook wanneer, bij wie, hoe lang en in welke context. Een triggerdagboek kan helpen. Klinkt braaf, werkt soms verrassend goed. Niet om jezelf te analyseren tot je erbij neervalt, maar om patronen te vinden.
De tweede stap is voorspelbaarheid. Een onverwacht geluid komt vaak harder binnen dan een geluid waarop je bent voorbereid. Thuis kan het helpen om eetmomenten iets duidelijker af te spreken. Op werk kan een vaste rustige lunchplek verschil maken. In de trein kan het helpen om een plek te kiezen waar minder eetgedrag zichtbaar is.
Oordoppen of noise-cancelling koptelefoons kunnen nuttig zijn, maar gebruik ze bewust. Als je ze altijd en overal inzet, kan je wereld kleiner worden. Zie ze liever als hulpmiddel, niet als gevangenisdeur met zachte kussentjes.
Ook communicatie helpt, mits kort en concreet. Een zin als “Ik heb misofonie; bepaalde herhalende geluiden geven bij mij een sterke stressreactie” werkt vaak beter dan een lange verdediging. Vraag om iets haalbaars. Bijvoorbeeld: “Zullen we de lunchbespreking niet aan mijn bureau doen?” of “Mag ik bij lange overleggen af en toe een korte pauze nemen?”
Voor werkgevers en docenten geldt: maak er geen karaktertest van. Iemand die moeite heeft met eetgeluiden is niet automatisch inflexibel. Een kleine aanpassing kan veel schelen. Denk aan een rustige werkplek, de mogelijkheid om pauzes anders te plannen, hybride vergaderen, of toestemming om hulpmiddelen te gebruiken.
Ten slotte
Het nieuwe MATA-archief is belangrijk, maar het is geen therapie. Een verzameling triggerfilmpjes maakt nog niet duidelijk welke behandeling werkt, voor wie, in welke volgorde en met welke risico’s.
Daar moeten we voorzichtig mee zijn. Bij misofonie ligt “gewoon laten wennen” als idee snel op tafel. Maar blootstelling aan triggers zonder goede begeleiding kan averechts werken. Zeker als iemand zich machteloos voelt of geen controle heeft. Dan leert het brein niet: “Dit is veilig.” Het leert eerder: “Zie je wel, ik zit vast.”
Daarom is zorgvuldigheid nodig. Onderzoek kan helpen om betere interventies te ontwikkelen, maar de praktijk moet menselijk blijven. Niet de neurotypische norm is het einddoel, maar een leefbare situatie. Minder vermijding waar dat kan. Meer regie waar dat nodig is. En vooral: minder schaamte.
Ook belangrijk: misofonie kan samengaan met andere klachten, zoals angst, stress, somberheid of dwangachtige controlebehoefte. Dan is het verstandig om breder te kijken. Niet alles hoeft één oorzaak te hebben. Mensen zijn geen spreadsheet, al gedragen sommige behandelplannen zich daar soms wel naar.
Misofonie is geen modewoord voor “ik erger me snel”. Het is een serieuze prikkelreactie die het dagelijks leven flink kan beïnvloeden.
Oh, S., Palmer, K., Sabatina, D., Pietrini, A., O’Reilly, C., & Shinkareva, S. V. (2026). From Chewing to Chirping: The Misophonia Audiovisual Trigger Archive (MATA). Scientific Data. https://doi.org/10.1038/s41597-026-07634-0 (Nature)
Swedo, S. E., Baguley, D. M., Denys, D., Dixon, L. J., Erfanian, M., Fioretti, A., Jastreboff, P. J., Kumar, S., Rosenthal, M. Z., Rouw, R., Schiller, D., Simner, J., Storch, E. A., Taylor, S., Werff, K. R. V., Altimus, C. M., & Raver, S. M. (2022). Consensus Definition of Misophonia: A Delphi Study. Frontiers in Neuroscience, 16, 841816. https://doi.org/10.3389/fnins.2022.841816 (Frontiers)
Dixon, L. J., Schadegg, M. J., Clark, H. L., Sevier, C. J., & Witcraft, S. M. (2024). Prevalence, phenomenology, and impact of misophonia in a nationally representative sample of U.S. adults. Journal of Psychopathology and Clinical Science, 133(5), 403–412. (PubMed)
Rinaldi, L. J., Simner, J., Koursarou, S., & Ward, J. (2023). Autistic traits, emotion regulation, and sensory sensitivities in children and adults with misophonia. Journal of Autism and Developmental Disorders, 53, 1162–1174. (PubMed)
Pfeiffer, E., et al. (2025). The prevalence of misophonia in a representative population sample. Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology. (Springer Nature Link)



