Een stofzuiger die klinkt alsof er een straaljager opstijgt. Een kledinglabel dat de hele dag tegen je huid lijkt te schuren. De geur van een supermarkt, schoolkantine of volle bus die zo sterk binnenkomt dat je eigenlijk alleen nog maar weg wilt.
Voor sommige kinderen zijn zulke prikkels geen klein ongemak. Ze kunnen boos worden, dichtklappen, huilen, vluchten of uren nodig hebben om te herstellen. In onderzoek wordt dat vaak sensory over-responsivity genoemd, afgekort SOR. Vrij vertaald: sensorische overgevoeligheid of sensorische overresponsiviteit.
Bij autisme is dit een bekend verschijnsel. Toch blijkt uit onderzoek dat het verhaal ingewikkelder is. Sensorische overgevoeligheid komt namelijk ook veel voor bij kinderen zonder autisme. En wanneer onderzoekers goed kijken naar welke psychische kenmerken er werkelijk mee samenhangen, springt vooral één andere factor eruit: angst.
Als gewone prikkels buitengewoon hard binnenkomen
Sensorische overgevoeligheid betekent dat iemand sterk negatief reageert op prikkels die voor veel andere mensen nauwelijks storend zijn. Denk aan geluid, aanraking, kledingstoffen, geuren of bepaalde structuren. Dat kan dus van buitenaf best overdreven lijken. Een trui is tenslotte maar een trui en een brommende koelkast maar een koelkast. Een kniesoor die daar een punt van maakt. Maar voor degene die de prikkel ervaart, kan die reactie heel reëel zijn.
Het gaat bovendien niet alleen om slechts wat irritatie. Sensorische overgevoeligheid kan invloed hebben op slapen, eten, naar school gaan, reizen, sociale situaties en gezinsleven.
Onderzoekers wijzen erop dat naar schatting 15 tot 20 procent van kinderen enige vorm van sensorische overgevoeligheid heeft. Het verschijnsel is dus bepaald niet zeldzaam.
Niet alleen bij autisme
Sensorische gevoeligheid hoort sinds de DSM-5 bij de kenmerken die kunnen voorkomen bij autisme. Toch is het geen exclusief autismekenmerk want ook bij ADHD, angststoornissen, dwangklachten en andere psychische of neurologische problemen worden vaker sensorische klachten beschreven.
Daar ontstaat meteen een lastig probleem. Stel dat kinderen met ADHD relatief vaak overgevoelig zijn voor geluid. Betekent dat dan automatisch dat sensorische overgevoeligheid bij ADHD hoort? Nee, zeker niet.
Kinderen met ADHD hebben relatief vaak óók angstklachten of autistische kenmerken. Wanneer onderzoekers alleen kijken naar ADHD en sensorische gevoeligheid, kan het daardoor lijken alsof er een direct verband bestaat terwijl een deel daarvan eigenlijk door andere kenmerken wordt verklaard.
Een uitzonderlijk groot onderzoek
Voor het onderzoek werden gegevens samengevoegd van meer dan 15.700 kinderen en jongeren tussen ongeveer 6 en 18 jaar. Dat is voor dit soort onderzoek een enorme groep.
De deelnemers kwamen uit vijf verschillende onderzoeksbestanden. Sommige groepen bestonden vooral uit kinderen uit de algemene bevolking. Andere bevatten relatief veel kinderen met autisme of met psychische en gedragsproblemen.
De onderzoekers keken onder meer naar angst, depressieve klachten, ADHD, oppositioneel gedrag, gedragsproblemen en autistische kenmerken. Daarna bekeken ze niet alleen elk verband afzonderlijk, maar analyseerden meerdere kenmerken tegelijk.
Eerst lijkt alles met alles samen te hangen
Wanneer de onderzoekers telkens één psychisch kenmerk apart bekeken, leek sensorische overgevoeligheid met bijna alles samen te hangen. Meer angst? Meer SOR. Meer ADHD-kenmerken? Ook meer SOR. Meer depressieve klachten? Opnieuw een verband.
Hetzelfde gold voor autistische kenmerken en verschillende gedragsproblemen. Dat beeld kennen we vaker uit psychiatrisch onderzoek. Psychische kenmerken zitten zelden keurig in afzonderlijke vakjes. Angst, ADHD, autisme, stemming en gedrag kunnen elkaar overlappen.
Wie niet voor die overlap corrigeert, krijgt al snel de indruk dat één kenmerk overal mee verbonden is. Toen de onderzoekers alle relevante symptomen tegelijk meenamen, veranderde het plaatje behoorlijk.
Autisme en angst
Twee verbanden bleven opvallend stevig staan: autisme en angst. Kinderen met sensorische overgevoeligheid hadden duidelijk vaker autistische kenmerken. Dat lag in de lijn der verwachtingen. Opvallender is dat ook de relatie met angst sterk en opvallend stabiel bleef.
De combinatie van sensorische overgevoeligheid en angst dook telkens opnieuw op. Dat maakt het verband klinisch interessant.
ADHD
Ook bij ADHD worden sensorische problemen vaak beschreven. Veel mensen met ADHD herkennen bijvoorbeeld moeite met lawaai, drukke omgevingen of kriebelende kleding. Toch bleek in deze studie dat het zelfstandige verband tussen ADHD en sensorische overgevoeligheid een stuk kleiner werd zodra autistische kenmerken en angst tegelijkertijd werden meegenomen.
Dat is een belangrijke nuance. Het betekent niet dat mensen met ADHD geen sensorische klachten kunnen hebben. Uiteraard kunnen die er wel degelijk zijn. De onderzoekers suggereren vooral dat eerdere verbanden tussen ADHD en SOR deels kunnen worden verklaard door de overlap van ADHD met autisme en angst.
Angst door overprikkeling, of andersom?
Een interessante vraag blijft wat er eerst komt. Wordt iemand angstiger doordat de wereld voortdurend overweldigend binnenkomt? Of zorgt angst ervoor dat iemand prikkels sneller als bedreigend of ondraaglijk ervaart? Deze studie kan dat niet beantwoorden.
Er zijn wel aanwijzingen uit eerder onderzoek dat sensorische overgevoeligheid soms al vroeg aanwezig is en later angstklachten kan voorspellen. Dat is niet zo moeilijk voor te stellen. Een kind dat nooit precies weet wanneer een handdroger oorverdovend aanslaat, iemand onverwacht zijn arm aanraakt of een lokaal ineens rumoerig wordt, kan voortdurend alert raken.
De huidige studie bewijst geen oorzaak en gevolg.
Het zenuwstelsel staat dan als het ware al met één hand bij de noodrem. Vermijding kan vervolgens aantrekkelijk worden. Niet naar die verjaardag. Niet naar de kantine. Geen bus. Geen supermarkt. Op korte termijn geeft dat rust. Op lange termijn kan het leven steeds kleiner worden.
Ook in de hersenen zijn verschillen te zien
Het onderzoek keek niet alleen naar gedrag. Bij duizenden kinderen werden ook hersenscans geanalyseerd. Daarbij onderzochten de wetenschappers hoe verschillende hersengebieden tijdens rust met elkaar samenwerken. Dat heet functionele connectiviteit. Ze vonden kleine maar reproduceerbare verschillen bij kinderen met sensorische overgevoeligheid.

Vooral de verbinding tussen een netwerk in de hersenschors en de linker en rechter caudate nucleus viel op. Die caudate nucleus ligt dieper in de hersenen en maakt deel uit van systemen die betrokken zijn bij onder meer actie, beweging en informatieverwerking.
Geen ‘overprikkelingsbrein’ gevonden
De gevonden hersenverschillen waren klein. Dat is belangrijk om erbij te zeggen, want hersenonderzoek leent zich uitstekend voor spectaculaire krantenkoppen. “Wetenschappers ontdekken hersengebied voor overprikkeling” klinkt lekker. Het klopt alleen niet.
De verschillen werden pas betrouwbaar zichtbaar doordat er duizenden kinderen werden onderzocht. In kleinere groepen konden de onderzoekers hetzelfde effect niet overtuigend terugvinden. Dat onderstreept hoe subtiel de verschillen zijn.
Het is waarschijnlijk ook onrealistisch om te denken dat er één enkel hersenpatroon bestaat dat sensorische overgevoeligheid verklaart. Verschillende biologische routes kunnen uiteindelijk tot vergelijkbare ervaringen leiden.
Misschien is het geen ‘symptoom van’, maar een eigenschap op zichzelf
Misschien moeten we sensorische overgevoeligheid niet uitsluitend zien als symptoom van één bepaalde diagnose. Het kan beter worden beschouwd als een eigenschap die bij verschillende mensen voorkomt en die de kans op bepaalde problemen verhoogt. Autisme en angst lijken daarbij de duidelijkste relaties te hebben.
Dat past ook bij een bredere, meer neurodiversiteitsvriendelijke manier van kijken. De eerste vraag hoeft niet altijd te zijn: “Bij welke stoornis hoort dit?” Je kunt ook vragen: Wat gebeurt hier precies? Welke prikkels leveren problemen op? Hoe ernstig is de belasting? En wat heeft deze persoon nodig om goed te kunnen functioneren? Dat levert vaak praktisch bruikbaardere informatie op dan alleen een etiket.
Luo H, Kim AW, Abbacchi AM, et al. Specific, Replicable Behavioral and Neural Correlates of Sensory Over-Responsivity in Childhood. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry. 2026. https://doi.org/10.1016/j.jaac.2026.08.003.
Carpenter KLH, Baranek GT, Copeland WE, et al. Sensory over-responsivity: an early risk factor for anxiety and behavioral challenges in young children. Journal of Abnormal Child Psychology. 2019;47:1075–1088. https://doi.org/10.1007/s10802-018-0502-y
Green SA, Ben-Sasson A, Soto TW, Carter AS. Anxiety and sensory over-responsivity in toddlers with autism spectrum disorders: bidirectional effects across time. Journal of Autism and Developmental Disorders. 2012;42:1112–1119. https://doi.org/10.1007/s10803-011-1361-3


