Medicinale cannabis bij autisme: Wat levert nieuw onderzoek op?

Medicinale cannabis wordt steeds vaker genoemd als mogelijke behandeling voor klachten die naast autisme kunnen voorkomen. Denk aan angst, slecht slapen, onrust en een lage kwaliteit van leven. Maar tussen mogelijk interessant en bewezen werkzaam ligt in de geneeskunde een behoorlijke afstand.

Een nieuwe Britse studie maakt die discussie extra interessant. Onderzoekers volgden 130 volwassenen met autisme die medicinale cannabis voorgeschreven kregen. Ze volgden de deelnemers achttien maanden.

De uitkomsten lijken op het eerste gezicht hoopgevend. De deelnemers meldden minder angst, een betere nachtrust en een hogere kwaliteit van leven. Maar wie beter kijkt, ziet ook belangrijke kanttekeningen. Het gunstige effect werd na verloop van tijd kleiner, terwijl de hoeveelheid THC toenam.

Wat werd er precies onderzocht?

De onderzoekers gebruikten gegevens uit het UK Medical Cannabis Registry. Daarin worden mensen gevolgd die in het Verenigd Koninkrijk medicinale cannabis voorgeschreven krijgen. Voor deze analyse selecteerden de onderzoekers 130 volwassenen bij wie autisme de belangrijkste reden voor behandeling was. De gemiddelde leeftijd was ongeveer 34 jaar. Ongeveer twee derde was man.

De behandeling bestond uit zogenoemde cannabis-based medicinal products. Dat kunnen oliën zijn, maar ook gedroogde cannabis die wordt verdampt. De belangrijkste werkzame stoffen zijn CBD en THC. CBD veroorzaakt niet het bekende cannabisgevoel van ‘high’ worden. THC kan dat wel en heeft bovendien invloed op onder meer waarneming, geheugen, angst, ontspanning en slaap.

In deze studie gebruikte ongeveer de helft van de deelnemers uiteindelijk alleen gedroogde cannabisbloemen. Een andere groep gebruikte olie of een combinatie van beide. De onderzoekers vroegen regelmatig hoe de deelnemers zich voelden. Daarbij keken ze vooral naar angst, slaap en algemene kwaliteit van leven.

Minder angst in de eerste maanden

Bij de start hadden veel deelnemers behoorlijk wat angstklachten. Dat was niet verrassend: bijna twee derde had naast autisme ook angst en/of depressie. Na één maand waren de angstklachten duidelijk afgenomen. Dat is een van de opvallendste bevindingen van het onderzoek. De gemiddelde daling was in het begin zelfs groot genoeg om waarschijnlijk ook in het dagelijks leven merkbaar te zijn.

Maar daarna gebeurde iets opvallends. Na drie, zes, twaalf en achttien maanden liep de angstscore weer langzaam op. Na anderhalf jaar waren de deelnemers gemiddeld nog steeds minder angstig dan vóór de behandeling, maar het verschil was duidelijk kleiner geworden. Dat onderscheid is belangrijk.

Een statistisch verschil betekent namelijk niet automatisch dat iemand daar in het dagelijks leven veel van merkt. De onderzoekers beschrijven zelf dat een daling van ongeveer vier punten op hun angstvragenlijst als klinisch betekenisvol wordt beschouwd.

Na één maand werd die grens gemiddeld gehaald. Na achttien maanden niet meer. De spectaculaire kop ‘Cannabis vermindert angst bij mensen met autisme’ zou dus wel erg enthousiast zijn.

Ook de slaap verbeterde

Een vergelijkbaar patroon was te zien bij de slaap. Bij de start beoordeelden de deelnemers hun slaap gemiddeld als tamelijk slecht. In de eerste maanden verbeterde die duidelijk. Dat kan voor mensen met autisme een relevante uitkomst zijn. Slaapproblemen komen veel voor en kunnen het dagelijks functioneren stevig onder druk zetten. Slecht slapen maakt prikkelverwerking vaak moeilijker, verlaagt de belastbaarheid en kan angst, somberheid en irritatie versterken.

Een verbetering van de slaap kan daarom veel verder reiken dan alleen een prettigere nacht. Maar opnieuw geldt: het grootste verschil was in de eerste maanden zichtbaar. Na twaalf en achttien maanden nam een deel van de aanvankelijke verbetering weer af.

Daar komt nog iets bij. Op de gebruikte slaapscore hadden de deelnemers gemiddeld een grotere vooruitgang nodig om met zekerheid van een duidelijk merkbaar klinisch verschil te kunnen spreken dan in deze studie werd gemeten. De slaap werd dus gemiddeld beter, maar waarschijnlijk niet voor iedereen spectaculair beter.

De kwaliteit van leven ging omhoog

Ook de algemene gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven verbeterde. De deelnemers rapporteerden onder meer minder problemen met hun dagelijkse activiteiten en minder angst of somberheid. Hun totale kwaliteit-van-leven-score lag na achttien maanden nog steeds hoger dan vóór de behandeling.

Dat is relevant, omdat behandeling bij autisme niet per se moet draaien om het veranderen van autistische kenmerken. Iemand hoeft niet ‘minder autistisch’ te worden om zich beter te kunnen voelen.

Misschien ligt de belangrijkste vraag juist ergens anders: kan een behandeling helpen bij problemen die iemands leven daadwerkelijk zwaarder maken? Denk bijvoorbeeld aan iemand die voortdurend uitgeput raakt doordat hij slecht slaapt. Of iemand die door ernstige angst nauwelijks meer de deur uitgaat. Als zo’n klacht afneemt, kan de kwaliteit van leven verbeteren zonder dat autisme zelf hoeft te verdwijnen. Dat onderscheid verdient veel meer aandacht in onderzoek naar neurodivergentie.

De hoeveelheid THC steeg opvallend

Bij de start bedroeg de mediane hoeveelheid THC ongeveer 20 milligram per dag. Na achttien maanden was dat ruim 190 milligram. Dat is bijna een vertienvoudiging.

Daarbij hoort wel een belangrijke nuance. Veel deelnemers gebruikten verdampte gedroogde cannabis. Een milligram THC via inhalatie kun je niet rechtstreeks vergelijken met dezelfde hoeveelheid in bijvoorbeeld een olie of capsule. Het lichaam neemt verschillende toedieningsvormen anders op. Toch vinden ook de onderzoekers deze sterke dosisstijging belangrijk.

Een mogelijke verklaring is tolerantie. Het lichaam went aan THC, waardoor op den duur meer nodig kan zijn om hetzelfde effect te bereiken. Dat maakt het patroon interessant: de dosis THC steeg, terwijl het aanvankelijke voordeel voor angst en slaap juist gedeeltelijk afnam.

Dat bewijst niet dat tolerantie de oorzaak was. Maar het maakt die mogelijkheid wel serieus genoeg om verder te onderzoeken.

THC is geen onschuldige stof. Langdurig en intensief gebruik kan onder andere samenhangen met afhankelijkheid en problemen met geheugen en concentratie. Bij sommige mensen kan THC angst juist versterken. Mensen die daar gevoelig voor zijn kunnen bovendien last krijgen van achterdocht of psychotische verschijnselen.

Bijwerkingen kwamen regelmatig voor

Van de 130 deelnemers meldden 25 mensen één of meer bijwerkingen. Dat is ongeveer één op de vijf. Samen rapporteerden zij 232 gebeurtenissen. Dat hoge aantal betekent dus niet dat bijna iedereen bijwerkingen had. Sommige deelnemers rapporteerden meerdere klachten of dezelfde soort klacht op verschillende momenten.

De meest voorkomende problemen waren slapeloosheid, een droge mond en lusteloosheid. Ook concentratieproblemen, vermoeidheid, hoofdpijn en slaperigheid werden gemeld.

De meeste gebeurtenissen waren mild of matig ernstig. Er werden echter ook ernstige gebeurtenissen geregistreerd en enkele gebeurtenissen werden als levensbedreigend of invaliderend ingedeeld.

Daarbij ontstaat meteen een moeilijk probleem. Als iemand met autisme en depressie tijdens het onderzoek ernstiger depressieve klachten krijgt, kwam dat dan door de medicinale cannabis? Was het een verslechtering van een bestaande depressie? Of speelde iets heel anders? Met dit type onderzoek kun je dat meestal niet goed uit elkaar halen.

Opvallend genoeg werd slapeloosheid het vaakst als bijwerking gemeld, terwijl de gemiddelde slaapscore van de hele groep juist verbeterde. Dat laat mooi zien waarom gemiddelden soms verraderlijk zijn. Een behandeling kan bij de ene persoon de slaap verbeteren en bij een ander juist verstoren.

Kritische noten

Er was geen controlegroep. De onderzoekers vergeleken mensen die medicinale cannabis kregen dus niet met vergelijkbare mensen die een placebo of een andere behandeling kregen. Daardoor weten we niet hoeveel van de verbetering daadwerkelijk door cannabis werd veroorzaakt.

Mensen kunnen zich bijvoorbeeld tijdelijk beter voelen omdat ze verwachten dat een nieuwe behandeling helpt. Klachten kunnen vanzelf fluctueren. Andere behandelingen of veranderingen in het leven kunnen meespelen. Ook kan iemand juist behandeling zoeken op een moment waarop de klachten uitzonderlijk ernstig zijn, waarna er vanzelf enige verbetering optreedt. En dat is iets anders dan bewijs voor een behandeling.

Wat de studie laat zienWat de studie niet laat zien
Deelnemers rapporteerden gemiddeld minder angstDat cannabis de oorzaak was
De slaapscore verbeterdeDat cannabis bij de meeste mensen met autisme helpt
De kwaliteit van leven nam gemiddeld toeWelke verhouding CBD en THC het beste werkt
De verbetering bleef deels bestaan tot 18 maandenDat langdurig gebruik veilig is
De THC-dosis nam sterk toeDat hogere doses betere resultaten geven

Nog een belangrijke beperking: de meeste deelnemers waren helemaal niet onbekend met cannabis. Bij de start gebruikte ongeveer 69 procent al cannabis. Nog eens ongeveer 17 procent had eerder cannabis gebruikt. Slechts 18 van de 130 deelnemers hadden nooit eerder cannabis gebruikt. Dat kan de resultaten behoorlijk kleuren.

Stel dat iemand jarenlang heeft gemerkt dat cannabis zijn angst vermindert. Die persoon zal eerder belangstelling hebben voor een kliniek waar medicinale cannabis wordt voorgeschreven dan iemand die ooit cannabis probeerde en daar paniekaanvallen van kreeg. Zo kan vanzelf een groep ontstaan waarin relatief veel mensen zitten die vooraf al gunstige ervaringen met cannabis hebben.

Medicinale cannabis is geen joint op recept

Het is ook belangrijk medicinale cannabis niet gelijk te stellen aan zelf experimenteren met cannabis. Bij medische behandeling probeert een arts te bepalen welke samenstelling, hoeveelheid en toedieningsvorm passend is. Er wordt gecontroleerd op effecten en bijwerkingen en de dosis kan worden aangepast.

Bij cannabis uit het recreatieve circuit weet iemand vaak veel minder precies hoeveel THC of CBD hij binnenkrijgt. Ook vrij verkrijgbare CBD-producten zijn niet hetzelfde als de producten uit dit onderzoek.

Een groot deel van de behandeling in deze studie bevatte aanzienlijke hoeveelheden THC. De onderzoekers konden niet vaststellen welk deel van het eventuele effect door CBD kwam, welk deel door THC en welke verhouding het gunstigst zou zijn.

Financiële belangen

Bij wetenschappelijk onderzoek naar medicijnen is het verstandig te kijken wie het onderzoek uitvoert en welke belangen er kunnen spelen. Dat geldt hier zeker. Het gebruikte register is eigendom van Curaleaf Clinic, een Britse aanbieder van medicinale cannabis. Meerdere auteurs werken zelf bij deze kliniek. Een van de onderzoekers is daarnaast Chief Medical Officer van Curaleaf International.

Opvallend genoeg stond in de oorspronkelijke publicatie dat de auteurs géén belangenconflicten hadden. Later publiceerde het tijdschrift hierop een correctie.

Zo’n zakelijke band betekent niet per definitie dat de resultaten automatisch onbetrouwbaar zijn, maar transparantie is belangrijk. Juist bij onderzoek naar een commercieel aangeboden behandeling moeten resultaten kritisch worden bekeken en bij voorkeur onafhankelijk worden gerepliceerd.

De Britse studie is vooral interessant omdat volwassenen met autisme maar liefst achttien maanden werden gevolgd. De resultaten geven reden om medicinale cannabis verder te onderzoeken.

Aggarwal A, Erridge S, Varadpande M, et al. UK Medical Cannabis Registry: A Clinical Outcomes Analysis for Autism Spectrum Disorder. Neuropsychopharmacology Reports. 2026;46:e70146. DOI: 10.1002/npr2.70146.

Correction to “UK Medical Cannabis Registry: A Clinical Outcomes Analysis for Autism Spectrum Disorder”. Neuropsychopharmacology Reports. 2026;46:e70172. DOI: 10.1002/npr2.70172.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *