Je bent moe. Doodmoe zelfs. Toch lig je alweer uren wakker. Je hebt de dag nog eens doorgenomen, het gesprek met je collega geanalyseerd en alvast bedacht wat je morgen allemaal moet doen. Buiten is het stil, maar in je hoofd gaat het gewoon door. Wanneer je eindelijk in slaap valt, word je na een paar uur weer wakker. En als de wekker gaat, voelt het alsof je nauwelijks hebt geslapen.
Voor veel volwassenen met autisme is dit geen uitzonderlijke nacht, maar een bekend patroon. Uit Brits onderzoek blijkt dat slaapproblemen bij autistische volwassenen van middelbare en oudere leeftijd vaak voorkomen. Bijna acht op de tien deelnemers met autisme rapporteerden duidelijke slaapproblemen. Bij volwassenen zonder autisme was dat ongeveer vier op de tien.
Vooral de combinatie van slecht slapen, angstklachten en ouder worden verdient aandacht. Want wie al jarenlang moeite heeft met slapen, krijgt op latere leeftijd mogelijk met extra uitdagingen te maken. En dat heeft gevolgen die veel verder gaan dan alleen vermoeidheid.
Slecht slapen is meer dan een vervelende nacht
Iedereen slaapt weleens slecht. Een spannende gebeurtenis, een drukke werkdag of zorgen over de toekomst kunnen voldoende zijn om een nacht wakker te liggen. Meestal herstelt het lichaam zich daarna weer vanzelf. Problematisch wordt het wanneer slaapproblemen maanden of zelfs jaren aanhouden.
Slaap speelt dan ook een belangrijke rol bij het verwerken van ervaringen en het reguleren van emoties. Wie onvoldoende of onrustig slaapt, merkt dat vaak overdag. Concentreren kost meer moeite en onverwachte gebeurtenissen voelen al snel zwaarder.
Voor iemand met autisme kan dit extra lastig zijn. Als geluiden, sociale contacten of onverwachte veranderingen normaal gesproken al veel energie vragen, maakt een slechte nacht het vaak extra lastig om daar goed mee om te gaan. Denk bijvoorbeeld maar aan de supermarkt. Op een uitgeruste dag lukt het misschien prima om met het felle licht, de muziek en de drukte om te gaan. Na drie slechte nachten kunnen dezelfde omstandigheden het een ‘no go’ maken.
Drie op de vier volwassenen met autisme slapen slecht
Onderzoekers van onder meer King’s College London onderzochten de slaap en psychische gezondheid van 432 volwassenen tussen de 40 en 93 jaar. Van hen hadden er 265 autisme en de rest niet. De beide groepen verschilden nauwelijks in gemiddelde leeftijd en waren vergelijkbaar wat betreft de verdeling tussen mannen en vrouwen. De deelnemers vulden uitgebreide vragenlijsten in over hun slaap, angst, depressieve klachten en symptomen van posttraumatische stress.
De uitkomsten waren opvallend. Maar liefst 76,9 procent van de autistische deelnemers scoorde boven de grenswaarde die onderzoekers gebruiken om slaapproblemen te signaleren. In de andere groep was dat ‘maar’ 38,9 procent.
Dat betekent niet dat bijna 77 procent van alle volwassenen met autisme een slaapstoornis heeft. De onderzoekers gebruikten vragenlijsten en stelden geen medische slaapdiagnoses. Bovendien vormden de deelnemers geen willekeurige afspiegeling van de bevolking. Toch is het verschil tussen de groepen aanzienlijk en het bleef bestaan nadat de onderzoekers rekening hielden met leeftijd en klachten van angst, depressie en posttraumatische stress. Slecht slapen lijkt bij autistische volwassenen dan ook niet uitsluitend samen te hangen met psychische klachten. Ook andere factoren spelen waarschijnlijk een rol.
Niet alleen inslapen is een probleem
Wanneer we aan slaapproblemen denken, denken we meestal aan iemand die maar niet in slaap kan vallen. Er zijn echter heel wat meer manieren waarop een nacht onvoldoende herstel kan bieden. De deelnemers uit de ‘autiegroep’ rapporteerden op alle onderzochte onderdelen meer problemen dan de vergelijkingsgroep. Vooral nachtelijke verstoringen en problemen met functioneren overdag sprongen eruit.
| Slaapprobleem | Hoe merk je dat? |
|---|---|
| Moeilijk inslapen | Je ligt lang wakker voordat je in slaap valt. |
| Onderbroken slaap | Je wordt regelmatig wakker, bijvoorbeeld door geluid, ongemak of zonder duidelijke aanleiding. |
| Kort slapen | Je krijgt minder uren slaap dan je nodig hebt. |
| Onrustige slaap | Je brengt veel tijd in bed door, maar slaapt daarvan relatief weinig. |
| Vermoeidheid overdag | Je hebt moeite om wakker, geconcentreerd of actief te blijven. |
Iemand kan acht uur in bed liggen en toch vermoeid wakker worden. Andersom hoeft iemand die wat minder uren slaapt niet automatisch een slaapprobleem te hebben. Vooral het effect op het dagelijks leven is belangrijk. Kun je je werkzaamheden uitvoeren? Heb je voldoende energie voor sociale contacten? Lukt het om je aandacht ergens bij te houden? Die vragen vertellen vaak meer over de ernst van een slaapprobleem dan alleen het aantal uren op de klok.
Waarom ouder worden de nachtrust moeilijker maakt
Ons slaappatroon verandert gedurende het leven. Vanaf de middelbare leeftijd krijgen veel mensen bijvoorbeeld te maken met een lichtere slaap, meer nachtelijke onderbrekingen en veranderingen in hun biologische klok. Ook de aanmaak en timing van melatonine, een hormoon dat helpt bij het regelen van ons slaap-waakritme, kunnen veranderen. Daarnaast beïnvloeden lichamelijke klachten, medicijnen en een veranderende dagindeling de nachtrust. Dat geldt voor iedereen, met én zonder autisme.
Maar iemand die al vanaf jonge leeftijd moeilijk slaapt, begint mogelijk vanuit een minder gunstige uitgangspositie. Boven op bestaande slaapproblemen komen dan de gebruikelijke veranderingen van het ouder worden. De Britse onderzoekers zagen in dat kader inderdaad dat autistische deelnemers van 65 jaar en ouder gemiddeld meer slaapproblemen rapporteerden dan degenen tussen de 40 en 64 jaar.

Een mogelijke factor is pensionering. Wanneer de dagelijkse structuur verdwijnt, kan ook het slaapritme veranderen. Voor sommige autistische mensen brengt pensionering juist rust, omdat sociale verplichtingen en overprikkeling afnemen. Voor anderen betekent het verlies van een vertrouwd ritme. Het onderzoek kan niet vaststellen hoe de slaap van afzonderlijke deelnemers door de jaren heen veranderde. Daarvoor zouden onderzoekers dezelfde mensen gedurende langere tijd moeten volgen.
Een hoofd dat maar niet tot rust komt
Waarom is slapen voor zoveel mensen met autisme problematisch? Een mogelijke verklaring ligt in de manier waarop het zenuwstelsel reageert op prikkels en spanning. Veel autistische mensen verwerken zintuiglijke informatie anders. Geluiden, licht, temperatuur of de aanraking van beddengoed kunnen daardoor meer aandacht vragen.
Een zacht zoemende ventilator kan voldoende zijn om wakker te blijven. Hetzelfde geldt voor een tikkende verwarming, een kriebelende pyjama of licht dat langs de gordijnen naar binnen valt. Maar niet alleen de buitenwereld kan het inslapen verstoren. Ook vanbinnen kan het onrustig blijven. Onderzoekers spreken in dit verband over hyperarousal: een toestand waarin het lichaam en het brein moeilijk overschakelen van alertheid naar ontspanning. Je bent lichamelijk uitgeput, maar je zenuwstelsel blijft als het ware ‘aan’ staan.
Dat kan samenhangen met langdurige stress, zorgen over onverwachte gebeurtenissen of de inspanning die het kost om aan verwachtingen van anderen te voldoen. Iemand die zich de hele dag in een staat van hyperalertheid heeft aangepast aan een lawaaiige werkomgeving, sociale regels en onduidelijke communicatie, zet die knop niet zomaar om naar de rust en ontspanning die nodig zijn om lekker te slapen.
Angst en slapeloosheid versterken elkaar
In beide onderzochte groepen gingen meer angstklachten samen met slechter slapen. Maar bij de deelnemers met autisme was dat verband sterker.
Dat is begrijpelijk wanneer je bedenkt wat angst met het lichaam doet. Je hartslag kan stijgen, spieren blijven gespannen en je aandacht richt zich op mogelijke problemen. Het lichaam bereidt zich voor op het overleven van gevaar (vechten of vluchten), ook wanneer je veilig in bed ligt. Daar komt het piekeren bij. Wat als het morgen misgaat? Heb ik iets verkeerd gezegd? Waarom reageerde die collega zo vreemd? Heb ik morgen de energie en alertheid om mee te gaan in de wereld vol neurotypische mensen en verwachtingen? Soms lijkt het alsof het brein pas begint met verwerken zodra de omgeving stil wordt…
Maar het verband kan ook andersom werken. Na een slechte nacht hebben veel mensen minder mogelijkheden om emoties te reguleren. Onzekerheid voelt dreigender en zorgen kunnen gemakkelijker uitgroeien tot angst. Zo ontstaat mogelijk een zichzelf versterkende cirkel:
- Spanning en piekeren
- Het lichaam blijft alert
- Slechter slapen
- Moeilijk inslapen of vaak wakker worden
- Minder belastbaarheid overdag
- Meer moeite met stress en emoties
- Kan opnieuw spanning en piekeren versterken
Het onderzoek toont deze wisselwerking niet rechtstreeks aan. Wel past het gevonden verband bij onze kennis en ervaring over slaap en angst bij mensen met autisme.
Dat maakt slaap een interessant onderwerp voor behandeling want misschien helpt betere slaap om angstklachten te verminderen. Of, andersom, zorgt een effectieve behandeling van angst ervoor dat iemand beter slaapt.
Vrouwen extra kwetsbaar
Een andere opvallende bevinding betreft vrouwen met autisme. Zij rapporteerden meer slaapproblemen dan hun mannelijke lotgenoten. Vooral een kortere slaapduur, nachtelijke verstoringen en vermoeidheid overdag kwamen vaker voor. Waarom dat zo is, weten de onderzoekers echter niet.
Een mogelijke verklaring is camoufleren, ook wel maskeren genoemd. Mensen met autisme onderdrukken bijvoorbeeld zichtbare tekenen van spanning, dwingen zichzelf tot sociaal contact of verbergen hun nood aan rust. Dat kan enorm veel energie kosten. En, zoals al eerder opgemerkt, wie overdag voortdurend op zijn tenen loopt, komt ’s avonds mogelijk moeilijker tot ontspanning.
Ook hormonale veranderingen kunnen meespelen. Tijdens de overgang kunnen opvliegers, nachtelijk zweten en stemmingsveranderingen de slaap verstoren. Bij autisme kunnen deze klachten samenvallen met al bestaande prikkelgevoeligheid en slaapproblemen.
Trauma en somberheid
Naast angst onderzochten de Britse wetenschappers ook depressieve klachten en symptomen van posttraumatische stressstoornis (PTSS). Bij beide groepen hingen, zoals verwacht, deze klachten samen met slechter slapen. De deelnemers met autisme rapporteerden echter gemiddeld meer psychische klachten dan hun neurotypische tegenhangers.
Bij PTSS kan het lichaam langdurig alert blijven, ook wanneer er geen direct gevaar is. Nachtmerries, plotseling wakker schrikken, herbelevingen en moeite met ontspannen kunnen de slaap ernstig verstoren. Ook bij depressieve klachten zien we vaak veranderingen in slaap. Sommige mensen worden ’s ochtends veel te vroeg wakker, anderen slapen juist langer zonder zich uitgerust te voelen.
Dat betekent niet dat iedereen met autisme en slaapproblemen een depressie of trauma heeft. Evenmin zijn alle slaapproblemen psychisch van oorsprong. Juist daarom is het belangrijk om verder te kijken dan één verklaring. Iemand die al jaren slecht slaapt, heeft weinig aan de mededeling dat het nu eenmaal bij autisme hoort.
Wat je zelf kan doen
Een eerste stap is om gedurende een week een eenvoudig slaapdagboek bij te houden. Noteer daarin:
- Wanneer je naar bed gaat
- Hoe lang je ongeveer wakker ligt
- Hoe vaak je wakker wordt
- Hoe je je overdag voelt.
- Schrijf ook op of je veel prikkels hebt ervaren, laat koffie hebt gedronken of ergens over piekert.
Daarmee kun je patronen ontdekken die anders onopgemerkt blijven. Daarnaast kunnen de volgende aanpassingen helpen:
- Maak de slaapkamer zo prikkelarm mogelijk. Denk aan verduisterende gordijnen, prettig beddengoed en het verminderen van storende geluiden. Wat prettig is, verschilt per persoon.
- Bouw overdag herstelmomenten in. Wacht niet tot bedtijd om de spanning van een drukke dag kwijt te raken.
- Houd een herkenbaar slaapritme aan. Regelmatige tijden van opstaan, eten en activiteiten helpen je biologische klok.
- Zoek overdag daglicht op, bij voorkeur in de ochtend. Beweging en buitenlicht ondersteunen een gezond slaap-waakritme.
- Geef piekergedachten eerder op de avond aandacht. Schrijf bijvoorbeeld op wat je bezighoudt en welke zaken je morgen kunt aanpakken.
- Kijk kritisch naar cafeïne, (soft)drugs, alcohol en medicijngebruik. Sommige middelen kunnen de slaap verstoren, ook wanneer ze aanvankelijk een ontspannend effect lijken te hebben.
Een aandachtspunt is dat goedbedoelde slaapadviezen soms juist extra spanning veroorzaken. Het doel is zeker niet om perfect te slapen, maar wel om omstandigheden te creëren waarin slapen gemakkelijker wordt. Ook hoef je niet zonder meer een prettig avondritueel op te geven omdat het niet overeenkomt met algemene slaapregels. Een vertrouwde routine kan ook goed helpen om tot rust te komen.
Blijven de klachten aanhouden, dan is professionele hulp verstandig. Bespreek daarbij welke onderdelen aansluiten bij jouw behoeften en welke aanpassing nodig hebben.
Roper, S., Barbinta, A., Quinton, A. M. G., Charlton, R. A., Happé, F., & Stewart, G. R. (2026). Sleep Problems and Mental Health in Middle-Aged and Older Autistic and Non-Autistic Adults. International Journal of Geriatric Psychiatry, 41, e70259. https://doi.org/10.1002/gps.70259
Nederlands Huisartsen Genootschap (2024). Herziening NHG-Standaard Slaapproblemen. Over de behandeling van aanhoudende slapeloosheid, gedragsmatige begeleiding en de wisselwerking met psychische klachten. NHG – Slaapproblemen.
Thuisarts.nl (2026). Ik slaap slecht. Wat kan het zijn? Informatie over normale slaap, slaapproblemen en mogelijke lichamelijke en psychische oorzaken. Thuisarts – Slaapproblemen.
Thuisarts.nl. Ik wil beter slapen: slaapadviezen en Ik blijf slecht slapen en kies een behandeling. Praktische slaapadviezen en behandelmogelijkheden. Slaapadviezen en Behandeling bij slapeloosheid.


