Je opent TikTok omdat je vijf minuten wilt ontspannen. Een filmpje verschijnt: “Vijf tekenen dat je ADHD hebt zonder het te weten.” Twee punten herken je. Daarna komt een video over autisme. Die is nóg herkenbaarder. Vervolgens krijg je filmpjes over overprikkeling, maskeren, hyperfocus en AuDHD. Een halfuur later denk je misschien: wacht eens even… gaat dit over mij?
Zo begint tegenwoordig voor steeds meer mensen de zoektocht naar een verklaring voor ervaringen waar ze soms al jaren mee rondlopen. Niet met een afspraak bij de huisarts of psycholoog, maar met een filmpje van dertig seconden.
Dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn. Sociale media kunnen woorden geven aan ervaringen die iemand nooit goed kon beschrijven. Ze kunnen mensen in contact brengen met anderen die hetzelfde meemaken. En ze kunnen oude stereotypen over autisme en ADHD doorbreken. Maar hetzelfde systeem dat iemand kan helpen zichzelf beter te begrijpen, kan diegene ook steeds verder één bepaalde richting in sturen.
Waarom korte video’s zo overtuigend zijn
Een folder van een ggz-instelling moet je bewust opzoeken. Een TikTok-filmpje zoekt jou. Dat verschil is belangrijk.
TikTok, Instagram Reels en YouTube Shorts werken met systemen die voortdurend proberen te voorspellen waar jij naar wilt kijken. Blijf je iets langer hangen bij een filmpje over ADHD? Bekijk je daarna nog zo’n video? Dan is de kans heel groot dat je er meer krijgt.
Voor je gevoel kijk je gewoon wat rond. Achter de schermen wordt ondertussen een steeds persoonlijker informatiestroom samengesteld. Dat maakt korte video’s uitzonderlijk krachtig. Ze zijn snel, persoonlijk en vaak emotioneel. Een maker kijkt rechtstreeks in de camera en vertelt: “Ik dacht jarenlang dat iedereen dit had.” Dat voelt anders dan een opsomming van diagnostische kenmerken.
Bovendien vertellen veel makers uit eigen ervaring. Dat kan bijzonder waardevol zijn. Wie zelf autisme of ADHD heeft, kan ervaringen beschrijven die in een medisch handboek nogal droog klinken. “Problemen met sensorische informatieverwerking” wordt dan bijvoorbeeld: “Na een verjaardag moet ik thuis eerst een uur in stilte zitten.” Dat is begrijpelijk. En voor sommige kijkers ineens heel herkenbaar.
Herkenning is niet hetzelfde als misinformatie
Discussies over ADHD en autisme op sociale media schieten gemakkelijk door naar twee uitersten. Aan de ene kant klinkt: TikTok praat iedereen een diagnose aan. Aan de andere kant: Professionals begrijpen neurodivergente mensen niet en ervaringsdeskundigen wel. Geen van beide doet recht aan de werkelijkheid.
Ervaringskennis heeft echte waarde. Dankzij sociale media, bijvoorbeeld ons eigen forum, vertellen mensen met autisme en ADHD veel openlijker over hun dagelijks leven. Daarbij komen onderwerpen aan bod die lange tijd weinig aandacht kregen, zoals maskeren, uitputting na sociale contacten, laat ontdekte ADHD en AuDHD, de combinatie van autisme en ADHD.
Dat kan iemand helpen beseffen: misschien ben ik niet lui, ongemotiveerd of vreemd. Misschien is er een andere verklaring voor wat ik ervaar. Voor mensen die nooit eerder passende informatie kregen, kan zo’n ontdekking veel betekenen. Maar een persoonlijke ervaring blijft een persoonlijke ervaring.
Als iemand met ADHD zegt: “Ik doe dit altijd vanwege mijn ADHD”, betekent dat nog niet dat het gedrag een betrouwbaar kenmerk van ADHD is. En als honderd mensen hetzelfde filmpje delen, wordt die uitspraak niet automatisch wetenschappelijker. Populariteit is geen kwaliteitskeurmerk.
Van ‘dit herken ik’ naar ‘dus heb ik het’
Daar ontstaat een lastige grens. Stel dat Sara, 34 jaar, een filmpje ziet over ADHD. Ze herkent dat ze voortdurend dingen uitstelt, moeite heeft met saaie taken en soms volledig opgaat in een hobby. Allemaal herkenbaar. Maar zulke ervaringen komen niet uitsluitend bij ADHD voor.
Mensen kunnen concentratieproblemen hebben door stress, slaaptekort, angst, depressie of langdurige overbelasting. Uitstelgedrag is bovendien helemaal geen zeldzaam verschijnsel onder mensen. En vrijwel iedereen kan uren verdwijnen in iets wat hij of zij bijzonder interessant vindt. Bij diagnostiek gaat het daarom nooit om één los kenmerk.
Professionals kijken naar een veel groter geheel. Hoe lang bestaan bepaalde patronen? Waren ze vroeger ook aanwezig? In welke situaties treden ze op? Hoeveel problemen veroorzaken ze? En zijn er andere verklaringen mogelijk? Een TikTok-video kan zo’n beoordeling niet uitvoeren. Dat betekent echter niet dat Sara haar herkenning dan maar moet negeren. Integendeel. Het kan een goede reden zijn om verder te zoeken. Maar “dit herken ik” en “dus dit is mijn diagnose” zijn twee verschillende conclusies.
Het algoritme kent geen differentiaaldiagnose
Hier komt het algoritme opnieuw om de hoek kijken. Een psycholoog die vermoedt dat iemand ADHD heeft, moet ook nadenken over andere mogelijke verklaringen. TikTok hoeft dat niet. Het platform heeft een ander doel: filmpjes laten zien waar iemand naar blijft kijken.
Wanneer iemand veel ADHD-content bekijkt, krijgt diegene waarschijnlijk steeds meer informatie die binnen datzelfde kader past. Daarna kan het gebeuren dat allerlei dagelijkse ervaringen door één bril worden bekeken. Moeite met opruimen? ADHD. Overprikkeld na een drukke dag? Autisme. Een gesprek eindeloos in je hoofd herhalen? Misschien ook autisme. Een hobby waar je volledig in opgaat? ADHD. Of autisme. Of AuDHD.
Een algoritme doet niet aan diagnostische twijfel. Het zegt nooit: Interessant, maar laten we ook eens onderzoeken of chronische stress hierbij een rol speelt.
Het gevaar is niet dat al deze ervaringen onzin zijn. Sommige kunnen werkelijk onderdeel zijn van iemands neurodivergentie. Het probleem ontstaat wanneer andere verklaringen langzaam uit beeld verdwijnen.
Als herhaling als bewijs gaat voelen
Wanneer iemand tientallen video’s tegenkomt waarin hetzelfde gedrag als typisch ADHD wordt beschreven, kan dat geleidelijk aan als vaststaand feit gaan voelen. Zeker wanneer verschillende makers hetzelfde verhaal vertellen.
Wat we vaak zien, gaan we vanzelf normaler en geloofwaardiger vinden. Dat is een bekend psychologisch verschijnsel.
Maar sociale media zijn geen willekeurige afspiegeling van alle beschikbare informatie. Het algoritme selecteert. Daardoor kan iemand het gevoel krijgen dat “iedereen” het ergens over eens is, terwijl die overeenstemming voor een deel door de eigen tijdlijn is gemaakt.
Daar komt nog iets bij: informatie die goed scoort op sociale media hoeft niet de meest genuanceerde informatie te zijn. Een filmpje met de titel “ADHD is ingewikkeld en dit gedrag kan verschillende oorzaken hebben” moet concurreren met: “Als je deze drie dingen doet, heb je waarschijnlijk ADHD.” Welke van de twee wordt vaker aangeklikt, laat zich raden. Nuance heeft online een marketingprobleem.
Wie bepaalt eigenlijk wat juiste informatie is?
Toch moeten we niet alles wat niet precies overeenkomt met klinische richtlijnen afdoen als fout. De onderzoekers willen bekijken in hoeverre sociale-mediacontent overeenkomt met professionele en wetenschappelijke kennis. Dat is belangrijk. Maar “professionele kennis” en “ervaringskennis” beantwoorden soms verschillende vragen.
Een diagnostisch handboek probeert criteria zo betrouwbaar mogelijk te omschrijven. Iemand met autisme vertelt misschien hoe het voelt om op een verjaardag voortdurend gesprekken, muziek, geuren en bewegingen tegelijk te verwerken. Het ene maakt het andere niet overbodig.
Bovendien verandert wetenschappelijke kennis. Ervaringen van groepen die vroeger weinig werden gehoord, kunnen onderzoekers op nieuwe vragen brengen. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die pas als volwassene een diagnose krijgen en voor mensen bij wie kenmerken niet goed passen bij traditionele stereotypen.
Een goede informatievoorziening vraagt daarom niet om een wedstrijd tussen “de professional” en “de ervaringsdeskundige”. Het vraagt om beide. En vooral om duidelijkheid over wie wat beweert.
Sociale media kunnen stigma verminderen
Er is nog een belangrijke reden om TikTok niet uitsluitend als bron van gevaar te bekijken. Sociale media hebben neurodivergente mensen zichtbaar gemaakt. Voor veel kijkers was het beeld van autisme jarenlang beperkt tot een paar stereotypen: een sociaal teruggetrokken jongen, buitengewone rekenvaardigheden of iemand die absoluut geen contact wil.
ADHD was het drukke jongetje dat niet stil kon zitten. Wie zichzelf daar niet in herkende, kon gemakkelijk jarenlang buiten beeld blijven. Online verhalen laten een veel bredere werkelijkheid zien.
Volwassenen praten over werken met ADHD. Mensen met autisme vertellen over relaties, opvoeding, sensorische overbelasting en sociale aanpassing. Anderen bespreken juist de positieve kanten van hun manier van denken. Dat kan het maatschappelijke beeld verbreden.
Ook kan het helpen tegen schaamte. Een ervaring die jarenlang als een persoonlijk tekort voelde, krijgt ineens een naam en een context. Dat effect moeten we niet onderschatten.
Wanneer patiënt en hulpverlener twee verschillende verhalen kennen
De opkomst van sociale media verandert ondertussen ook de spreekkamer. Een cliënt komt niet meer noodzakelijk binnen met alleen de vraag: “Wat is er met mij aan de hand?” Steeds vaker is de vraag: “Ik denk dat ik ADHD heb. Ik herken bijna alles wat ik daar online over zie.”
Dat vraagt iets van professionals. Een hulpverlener die reageert met “Je moet niet zoveel op TikTok kijken” gooit mogelijk waardevolle informatie weg. Want waarom herkent iemand zich in die video’s? Welke ervaringen spelen al jaren? Wat probeert diegene te begrijpen?
Maar de cliënt heeft eveneens een verantwoordelijkheid. Wie alleen nog informatie accepteert die de eigen vermoedens bevestigt, maakt zorgvuldig onderzoek moeilijk. De beste vraag is daarom misschien niet: Heeft TikTok gelijk of heeft de psycholoog gelijk? Maar: Wat heb je gezien, wat herkende je daarin en hoe past dat in de rest van je leven?
Dan wordt sociale media geen tegenstander van professionele hulp, maar een begin, een startpunt voor een inhoudelijk gesprek. Een paar eenvoudige vragen kunnen helpen:
- Vertelt de maker over de eigen ervaring, of beweert die iets over iedereen met autisme of ADHD?
- Worden uitspraken genuanceerd, of klinkt alles als “als jij dit doet, dan heb je ADHD”?
- Geeft de maker aan waar informatie vandaan komt?
- Kom je dezelfde claim ook tegen bij betrouwbare gezondheidsorganisaties of wetenschappelijke bronnen?
- Zoek je ook bewust informatie die jouw eerste vermoeden misschien níét bevestigt?
- Gaat het om kenmerken die al lange tijd bestaan en werkelijk invloed hebben op je dagelijks functioneren?
- Helpt deze informatie mij mezelf beter te begrijpen, of maakt ze me vooral steeds ongeruster?
Een nieuwe rol voor professionals
De ontwikkeling stelt ook hulpverleners voor een keuze. Ze kunnen sociale media beschouwen als hinderlijke ruis die patiënten uit de spreekkamer moeten houden. Of ze kunnen erkennen dat TikTok, Instagram en YouTube inmiddels onderdeel zijn van de manier waarop mensen informatie over hun gezondheid verzamelen. De tweede aanpak lijkt realistischer, maar vraagt om digitale nieuwsgierigheid.
Een psycholoog hoeft geen TikTok-influencer te worden. Maar weten welke verhalen rond autisme en ADHD circuleren, kan helpen begrijpen met welke verwachtingen mensen binnenkomen.
Het is niet langer genoeg om betrouwbare informatie ergens op een website te zetten en te wachten tot mensen die vinden. Wetenschappelijke en professionele organisaties zullen ook moeten nadenken over manieren waarop goede informatie aantrekkelijk, begrijpelijk en deelbaar wordt. De concurrentie bestaat immers niet alleen uit andere deskundigen. De concurrentie bestaat uit een algoritme dat precies weet wanneer jij verder wilt scrollen.
Karasavva, V. & Mikami, A.Y. (2026). Autism and ADHD social media short-form video content: A systematic review protocol. PLOS One, 21(9), e0357837. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0357837.
Karasavva, V., Miller, C., Groves, N., Montiel, A., Canu, W. & Mikami, A. (2025). A double-edged hashtag: Evaluation of #ADHD-related TikTok content and its associations with perceptions of ADHD. PLOS One, 20(3), e0319335.
Alper, M., Rauchberg, J.S., Simpson, E., Guberman, J. & Feinberg, S. (2023). TikTok as algorithmically mediated biographical illumination: Autism, self-discovery, and platformed diagnosis on #autisktok. New Media & Society.
Cinelli, M., De Francisci Morales, G., Galeazzi, A., Quattrociocchi, W. & Starnini, M. (2021). The echo chamber effect on social media. Proceedings of the National Academy of Sciences, 118(9), e2023301118.


