Je staat in de file. Je hebt haast. Een andere automobilist snijdt je onverwachts af. Wat doe je? Raam open en de middelvinger opstelen? Of je moeder bellen omdat je je ellendig voelt?
Stress beïnvloedt hoe we ons gedragen naar anderen toe. Dat klinkt logisch, maar het is minder eenduidig dan je denkt. Soms worden mensen onder druk agressief of vijandig, terwijl anderen zich juist sociaal opstellen en hulp zoeken. Beide reacties komen voor, en tot voor kort wist niemand precies waarom het ene moment leidt tot conflict en het andere tot verbinding.
Onderzoekers van de Universiteit van Düsseldorf besloten dit raadsel eens grondig uit te pluizen. En wat blijkt? Stress maakt ons tegelijk méér verbonden met onze ‘eigen mensen’ én wantrouwiger of zelfs vijandiger naar ‘anderen’. Het is dus geen kwestie van of-of, maar van én-én. En dat heeft verrassend veel te maken met je biologie.
Vechten, vluchten of verbinden?
Lange tijd dachten we dat stress vooral één ding deed: het lichaam voorbereiden op gevaar. Hartslag omhoog, bloeddruk stijgt, klaar om te vechten of te vluchten. Deze ‘fight-or-flight’-reactie zie je bij mensen, maar ook bij dieren. Het is een evolutionair slim mechanisme: wie snel reageert, overleeft.
Maar er is ook een ander verhaal. In de jaren 2000 kwam het idee op van de ‘tend-and-befriend’-reactie, vooral bij vrouwen. In plaats van vechten of vluchten zoeken mensen steun bij anderen, zorgen ze voor elkaar, vormen ze een sociaal vangnet. Deze sociale respons op stress blijkt óók evolutionair nuttig.
Twee totaal verschillende reacties dus? Niet helemaal. Het zou goed kunnen dat beide reacties tegelijk optreden – afhankelijk van met wie je te maken hebt. Nieuw onderzoek laat zien dat stress je kan aanzetten tot samenwerken én tot uitsluiten. En dat heeft alles te maken met je groepsgevoel.
De proef: Spelletjes met geld en groepsdruk
In het onderzoek van Dashti en collega’s werden proefpersonen niet zomaar gestrest, maar kregen ze medicatie die twee stress-gerelateerde stoffen in het lichaam nabootst: cortisol (het ‘hoofd’-stresshormoon) en noradrenaline (een signaalstof die het lichaam in een alerte toestand brengt).
Daarna deden ze mee aan een economisch spel. Deelnemers speelden in groepjes tegen andere groepen. Er werd geld verdeeld. Ze konden:
- zichzelf verrijken (ego-keuze),
- hun groep financieel steunen (ingroup-coöperatie),
- of geld geven aan hun groep en tegelijk het geld van de andere groep verlagen (competitieve keuze: ingroup-bonding én outgroup-pesten).
Maar er was een twist: de ‘tegenpartij’ viel eerst aan door geld af te pakken van de deelnemers. Er zat dus spanning in het spel – net als in het echte leven. Wat deden de deelnemers? Dat hing sterk af van welk stresshormoon er dominant was.
Cortisol: De knuffelstress (voor je eigen groep)
Deelnemers die extra cortisol kregen, bleken socialer. Ze deelden meer met hun eigen groep en zochten verbinding. Ze werkten samen, steunden elkaar, en kozen opvallend vaak voor groepsbelang boven eigen gewin.
Maar let op: die vriendelijkheid gold alleen voor de eigen groep. Ze waren níet socialer naar de ‘vijandige’ andere groepen toe. Cortisol maakte dus niet simpelweg sociaal – het versterkte het ‘wij-gevoel’. Alsof het stresssysteem zegt: “Als het spannend wordt, zorg dan goed voor je eigen mensen.” Dit sluit aan bij hoe mensen zich vaak gedragen tijdens rampen: ze zoeken steun bij bekenden, helpen familie en buren, maar trekken zich terug van de buitenwereld.
Noradrenaline: Vijandige focus op ‘de ander’
Heel andere reacties kwamen naar boven bij deelnemers met verhoogd noradrenaline. Die werden juist competitiever. Ze kozen vaker voor acties die de tegenpartij schade toebrachten, zelfs als ze daar zélf geld door misliepen.
Ze gunden de ander dus minder, puur omdat die niet tot hun groep behoorde. Hier zie je een soort vijanddenken ontstaan: “Als jij mij aanvalt, zal ik jou pijn doen – ook als dat mezelf iets kost.” Noradrenaline lijkt de biologische motor achter dit soort ‘tribaal’ gedrag.
En belangrijk: ook dit is evolutionair gezien logisch. In bedreigende situaties is het soms voordelig om de concurrent uit te schakelen. Alleen… in een samenleving met 18 miljoen Nederlanders en 11 miljoen Belgen werkt die strategie vaak eerder polariserend dan beschermend.
Tribal stress: Een biologische valkuil?
De onderzoekers trekken een opvallende conclusie: stress maakt mensen niet per se agressiever of socialer, maar beide – afhankelijk van het ‘wij-zij’-gevoel. Cortisol zorgt voor meer verbinding binnen de groep. Noradrenaline versterkt het wantrouwen en de agressie richting buitenstaanders.
Dat noemen wetenschappers parochiaal altruïsme: je bent bereid offers te brengen voor je eigen groep, maar tegelijk juist hardvochtig voor de ander. Dat klinkt misschien vreemd, maar het komt in het dagelijks leven vaak voor.
Denk aan supportersrellen, politieke campagnes vol vijandbeelden, of de wij-zij-tegenstellingen tijdens de coronacrisis. Stress (denk aan angst, onzekerheid, tijdsdruk) kan dat soort groepsdenken flink aanjagen.
Politici die sterk inzetten op wij versus zij-denken maken vaak gebruik van onbewuste psychologische mechanismen. Vooral in onzekere tijden – bij werkloosheid, hoge prijzen of maatschappelijke spanningen – wordt het brein gevoeliger voor simplistische boodschappen en duidelijke vijandbeelden. En precies dát is waar sommige politici handig op inspelen.
Zij presenteren zichzelf als “stem van het volk” en benoemen anderen als de “schuldigen” (bijvoorbeeld: de elite, migranten, milieuactivisten, de rijken, enzovoorts). Deze strategie sluit opvallend goed aan bij wat het in dit artikel besproken onderzoek laat zien: stress vergroot de verbondenheid met de eigen groep, maar óók het wantrouwen richting anderen. Dat maakt mensen ontvankelijk voor retoriek die inspeelt op identiteit, boosheid en een gevoel van onrecht.
Vooral in volkswijken en onder laagopgeleide kiezers, waar stress en onzekerheid vaak hoger zijn, kunnen deze boodschappen aanslaan. Niet omdat deze mensen ‘makkelijk te beïnvloeden’ zouden zijn – maar omdat het brein onder druk nu eenmaal sneller zoekt naar duidelijkheid, veiligheid en saamhorigheid.
De biologische basis van die reactie is belangrijk om te begrijpen – juist nu maatschappelijke spanningen en polarisatie toenemen. Want als we weten hoe het werkt, kunnen we ook nadenken over hoe we dit patroon kunnen doorbreken.
Wat kun je hiermee in het dagelijks leven?
Laten we eerlijk zijn: iedereen voelt zich soms onder druk gezet. En we maken dan allemaal sneller fouten in hoe we met anderen omgaan. Misschien herken je het: als je gestrest bent, heb je minder geduld met collega’s die ‘anders’ werken, of word je onterecht boos op een klant, buur, je partner of je kind.
Wat helpt, is je bewust zijn van het mechanisme. Stel jezelf eens de vraag: Ben ik boos op deze persoon omdat hij of zij echt iets fout doet, of omdat ik onder druk sta en mijn stresssysteem op zoek is naar een zondebok?
Ook in het groot – bijvoorbeeld in de politiek of media – zie je hoe stressvolle omstandigheden (economische onzekerheid, oorlogsdreiging, pandemieën) het wij-zij-denken versterken. Wie snapt dat daar een biologisch mechanisme achter zit, kan misschien beter weerstaan aan populistische retoriek en verdeeldheid-zaaiende boodschappen.
Ten slotte: wees mild. Naar jezelf én naar anderen. Als iemand zich vijandig gedraagt, betekent dat niet altijd dat ze slecht zijn. Misschien is hun stresssysteem gewoon in overdrive. Soms helpt het meer om te verbinden dan terug te vechten.
Samengevat
- Stress maakt je niet alleen agressiever of socialer – het kan allebei tegelijk.
- Cortisol versterkt groepsgevoel en samenwerking binnen je eigen groep.
- Noradrenaline maakt je vijandiger naar ‘de ander’, zelfs als dat jezelf schaadt.
- Stress voedt zo onbewust het wij-zij-denken en kan polarisatie versterken.
- Bewustzijn van dit mechanisme helpt om sociale spanningen te begrijpen én te verminderen.
Dashti D, Lüpken LM, Seidisarouei M, Forbes PAG, Schnitzler A, Kalenscher T (2025) Dissociable glucocorticoid and noradrenergic effects on parochial cooperation and competition in intergroup conflict. Proc Natl Acad Sci U S A 122:e2502257122. https://www.pnas.org/doi/10.1073/pnas.2502257122



