Je ziet het gelukkig steeds vaker. Iemand met autisme die uitblinkt in data, techniek, onderzoek of zorginnovatie. Iemand die details ziet waar anderen overheen walsen. Iemand die een systeem kan doorgronden terwijl een ander een puzzel ziet met te weinig stukjes.
En toch gaat het vaak mis. Niet omdat dat talent opeens verdwijnt. Maar omdat studie- en werkplekken nog steeds draaien op ongeschreven regels. Op “even aanvoelen”. Op vergadercultuur. Op jezelf verkopen. Op het idee dat je pas “professioneel” bent als je sociaal soepel meedraait.
Het wetenschappelijke artikel waarop deze blogpost is gebaseerd gaat precies daarover: hoe we mensen met autisme wél aantrekken in STEMM-banen, maar ze te vaak weer kwijtraken onderweg. STEMM staat voor science, technology, engineering, mathematics en medicine. Dus van IT tot laboratorium, van techniek tot zorgonderzoek.
Waarom dit onderwerp ook in Nederland en België speelt
In Nederland en België is de vraag naar STEMM-mensen groot. Denk aan ICT, data, techniek, zorg, onderwijsinnovatie. De reflex is dan: als je “de juiste skills” hebt, komt het wel goed. Maar skills zijn niet het hele verhaal. De route naar een baan en het volhouden van die baan hangt óók af van:
- hoe voorspelbaar het werk is
- hoe duidelijk verwachtingen worden uitgesproken
- hoeveel prikkels je omgeving produceert
- hoeveel sociaal toneel je geacht wordt mee te spelen
En precies daar botsen veel mensen met autisme. Ook autistische mensen met een normale tot hoge intelligentie. Ook mensen die inhoudelijk heus meer dan genoeg in huis hebben om prima te kunnen functioneren in hun baan.
Instroom is er, maar de uitval ook
Crabtree en collega’s beschrijven iets dat veel lezers zullen herkennen: relatief veel mensen met autisme voelen zich aangetrokken tot STEMM-richtingen. Niet omdat “autisme gelijk is aan wiskunde of andere exacte vakken”. Wel omdat STEMM-omgevingen vaak logischer, concreter en inhoudelijker kunnen zijn dan banen waarin sociale soepelheid juist belangrijk wordt gevonden.
Tegelijk laten studies die zij aanhalen zien dat de werkloosheid onder autistische volwassenen hoog blijft, en dat zelfs als iemand werk heeft, fulltime werk lang niet altijd haalbaar is. Dat wringt extra omdat veel mensen met autisme juist wél een opleiding volgen of een duidelijke interesse hebben in STEMM.
Met andere woorden: er is instroom, maar de ketting breekt onderweg. De breuk zit vaak niet in “talent”. De breuk zit in aansluiting.
De onzichtbare drempels in studie en werk
Veel drempels zijn niet spectaculair. Ze zijn juist klein, dagelijks en vermoeiend.
- Onheldere verwachtingen: “Pak dit even op” kan voor de één duidelijk zijn en voor de ander een doolhof. Wat is “dit”? Wanneer is het af? Hoeveel tijd mag het kosten? Wie beslist of het goed is?
- Veranderende planning: Een roosterwijziging, een spoedklus, een vergadering die ineens een uur opschuift. Voor sommige mensen is dat irritant. Voor veel mensen met autisme is dat een aanslag op energie en focus.
- Selectie op sociale signalen: Sollicitaties draaien vaak om “de klik”. Om smalltalk. Om jezelf verkopen. Om vlot reageren. Niet om inhoud. Je kunt dus inhoudelijk de beste zijn en tóch afvallen op het “niet goed snappen van het toneelstukje”.
- Vergadercultuur als sport: Snel schakelen, door elkaar praten, impliciete hiërarchie, politieke onderlaag. Als je brein juist inzet op eerlijkheid en duidelijkheid, is zo’n vergadering geen overleg maar een mijnenveld.
- Prikkels, prikkels, prikkels: Open kantoor, Teams-notificaties, telefoons, felle lampen, lunchpauzes met lawaai. Je hoeft geen “overgevoelige” persoon te zijn om daar sowieso van leeg van te lopen. Voor veel mensen met autisme tikt het nog veel en veel harder aan.
En dan komt er nog iets bij dat vaak onderschat wordt: herstel. Als je elke dag sociaal moet puzzelen, prikkels moet wegduwen en tegelijk inhoudelijk top moet presteren, dan gaat je batterij pijlleeg. Je kunt dat best een tijdje compenseren. Tot het niet meer lukt.
Sterktes die vaak goed passen bij STEMM (en hoe het mis kan gaan)
Veel mensen met autisme brengen kwaliteiten mee die in STEMM goud waard zijn. Denk aan:
- sterke focus (zeker bij interesse)
- oog voor detail en foutdetectie
- patroonherkenning
- eerlijkheid en betrouwbaarheid
- behoefte aan logica en consistentie
- creatief “anders” denken
Maar hier zit een valkuil. Een werkgever kan denken: mooi, dan zetten we iemand met autisme op het repeterende werk. De saaie controles. De monotone taken. Want “dat past zo goed”.
Soms past dat inderdaad. Er is een subgroep ass-ers die daarin excelleert en niets liever wil. Maar vaak past het niet. Veel mensen met autisme willen, net als veel andere mensen…, juist inhoudelijke groei, autonomie en uitdaging. En als je iemand vastzet in alleen het werk dat anderen niet willen doen, dan verlies je dubbel: je benut talent niet en je kweekt frustratie.
Een gezonde vraag is dus: waar komt deze persoon tot zijn recht, en waar wordt het onnodig zwaar? Dat gesprek is geen luxe. Het is behoudbeleid.
Communicatie is niet een probleem van één kant
Veel misverstanden ontstaan niet omdat één kant “slecht communiceert”, maar omdat twee mensen verschillende sociale talen spreken.
In de wetenschappelijke literatuur heet dat soms de double empathy problem: als jouw brein anders informatie verwerkt dan het mijne, dan begrijp ik jou ook minder goed. En jij mij. Dat werkt twee kanten op.
Op de werkvloer lijkt het soms alsof de werknemer met autisme altijd de aanpasser moet zijn. Maar dat is onrealistisch én onnodig. Teams kunnen óók leren om communicatie explicieter te maken. Dat is bovendien niet alleen prettig voor mensen met autisme. Iedereen heeft baat bij duidelijkheid.
Praktisch vertaald:
- Zeg wat je bedoelt, niet wat je hoopt dat iemand “wel snapt” of “tussen de regels door wel op zal pikken”.
- Maak afspraken zichtbaar (mail, Teams, takenlijst).
- Geef feedback direct, vriendelijk en concreet.
- Gebruik liever één duidelijke instructie dan vijf hints.
Disclosure: Vertel je wel of niet dat je autisme hebt?

Een van de lastigste keuzes: vertel je het? Er is geen perfecte keuze. Beide kanten kosten iets en leveren iets op:
Wel vertellen kan opleveren:
- toegang tot aanpassingen
- meer begrip bij misverstanden
- minder druk om te maskeren
Niet vertellen kan opleveren:
- minder risico op vooroordelen
- minder “labelgedoe, jezelf verklaren, discussies”
- meer controle over je privacy
Maar niet vertellen heeft vaak een verborgen prijs: je moet alles in je eentje oplossen. Je gaat compenseren. Je gaat verklaringen zoeken die niet bij de kern komen. Je kunt zelfs in een situatie belanden waarin je pas iets zegt als je al tegen uitval aan zit.
Een bruikbare middenweg voor veel mensen: je deelt niet het label, maar je deelt je gebruiksaanwijzing. Bijvoorbeeld:
- Ik werk het beste met duidelijke deadlines en prioriteiten.
- Ik heb baat bij instructies op papier.
- Ik plan liever vaste check-ins dan ad hoc overleg.
- Ik raak snel overprikkeld van open kantoortuinen; ik werk beter met een rustige plek of noise cancelling.
Dat is eerlijk, praktisch en vaak minder beladen.
Diagnose en toegang tot hulp: Een extra drempel
Je hebt soms pas recht op ondersteuning als je diagnose “duidelijk genoeg” is volgens systemen. Dat kan wringen, zeker bij mensen die jarenlang hebben gemaskeerd en daardoor later in beeld komen.
In Nederland heb je bijvoorbeeld routes via werkgever, bedrijfsarts, jobcoach, of via regelingen rond participatie en re-integratie. In Vlaanderen bestaan er ook ondersteuningslijnen, maar de weg ernaartoe kan bureaucratisch voelen. In beide landen geldt: als je al veel energie verliest, is “weer een traject” soms precies te veel.
Daarom helpt het als werkplekken niet wachten op papier, maar beginnen met redelijke aanpassingen. Veel aanpassingen kosten weinig of niets. Ze vragen vooral aandacht en bereidheid.
Wat werkt op de werkvloer: Aanpassingen die weinig kosten maar veel opleveren
Dit zijn aanpassingen die in veel teams direct haalbaar zijn:
Heldere taken en prioriteiten
- Zet taken op papier.
- Benoem wat eerst moet en wat later mag.
- Spreek af wanneer iets “af” is.
Vergaderhygiëne
- Stuur agenda en doel vooraf.
- Spreek om de beurt.
- Vat besluiten aan het eind samen.
- Leg acties schriftelijk vast.
Prikkelmanagement
- Bied een rustige werkplek aan of hybride werken.
- Sta noise cancelling toe.
- Spreek af dat iemand even kan wegstappen bij overload, zonder drama.
Energie en herstel respecteren
- Pauzes naar eigen inzicht, dus niet “verplicht” gezamenlijk lunchen.
- Plan intensieve overleggen niet de hele dag door.
- Geef ruimte voor focusblokken zonder notificatiestorm.
Duidelijke feedback
- Zeg wat goed gaat, en wat anders moet.
- Vermijd vage feedback zoals “meer proactief zijn” zonder nadere duiding.
- Geef voorbeelden van gewenst gedrag, liefst in de context van taken.
Buddy of aanspreekpunt: Een buddy werkt alleen als het geen betutteling wordt. Het gaat om één betrouwbaar punt waar je vragen kunt parkeren zonder dat je “lastig” bent.
Voor mensen met AuDHD kan extra helpen:
- ondersteuning bij planning en prioritering
- korte check-ins (5–10 minuten) om chaos te ordenen
- afspraken over “startmoment” en “stopmoment” van taken
Van training naar echte houding
Er bestaat zoiets als goedbedoelde expertise. Iemand volgt een training, leert een paar algemene kenmerken, en denkt daarna: ik snap autisme. Dat gaat vaak mis.
Niet omdat training waardeloos is. Wel omdat autisme enorm verschilt per persoon, per context, per levensfase. Algemene categorieën moet je daarom niet gebruiken om te beslissen wie “wel of niet” ergens recht op heeft, of wie “wel of niet” geschikt is.
De werkbare houding is iets anders:
- Ik ben benieuwd hoe het voor jou werkt.
- Ik neem je ervaring serieus.
- Ik wil mijn manier van werken aanpassen waar dat kan.
- Ik ga niet gokken wat jij nodig hebt; ik vraag het.
Dat is geen zwakte. Dat is professioneel.
Mentorschap dat niet betuttelt
Goede steun voelt als: ik help je winnen, niet: ik trek je mee.
Wat vaak werkt:
- vaste check-in (bijvoorbeeld 1x per week)
- samen prioriteiten bepalen
- duidelijkheid over wat “goed genoeg” is
- hulp bij het voorbereiden van lastige gesprekken
- terugkoppeling na vergaderingen: wat is er besloten, wat is de bedoeling
Wat vaak níet werkt:
- alleen maar algemene adviezen (“je moet meer netwerken”)
- verrassingsfeedback (“dit speelt al maanden”)
- vage complimenten of kritiek zonder voorbeelden
- aannames (“jij houdt vast niet van klantencontact”)
Wat beter niet zeggen (en wat wel)
| Wat vaak misgaat (goed bedoeld) | Wat beter werkt (concreet) |
|---|---|
| Je ziet er anders niks van hoor. | Dank je dat je het zegt. Wat helpt jou in werkafspraken? |
| Ach joh, iedereen heeft wel een beetje autisme. | Ik wil begrijpen wat dit voor jou betekent in de praktijk. |
| Je moet je gewoon wat flexibeler opstellen. | Welke veranderingen kosten jou veel energie? Dan bouwen we voorspelbaarheid in. |
| Je moet je niet zo aanstellen met die prikkels. | Zullen we kijken hoe je prikkels kunt verminderen zodat je beter kunt werken? |
| Je moet eens leren tussen de regels door te lezen. | Ik zal het expliciet zeggen. Als iets niet duidelijk is, vraag het gerust. |
| Je bent slim genoeg, dus jij redt je wel. | Slim zijn helpt, maar randvoorwaarden tellen ook. Wat heb je nodig om dit vol te houden? |
| Waarom zeg je dit nu pas? | Fijn dat je het deelt. Laten we samen kijken wat we kunnen aanpassen. |
| Kun je dit even snel oppakken? | Dit is de taak, dit is de deadline, dit is de prioriteit. Lukt dat zo? |
| Je moet jezelf beter verkopen. | Zullen we je sterke punten concreet maken en afspreken hoe je die laat zien, zonder toneel? |
| Autisme is toch juist een superkracht? | Je hebt sterke kanten én kwetsbaarheden. We nemen beide serieus. |
Praktische tips voor mensen met autisme en AuDHD
Deze tips gaan niet over “word iemand anders”. Ze gaan over slimmer omgaan met je energie en je omgeving.
Maak je werk zichtbaar. Zeker als je weinig praat in meetings, help je jezelf door output zichtbaar te maken: korte updates, duidelijke takenlijsten, een wekelijkse samenvatting. Niet om jezelf te bewijzen, maar om ruis weg te halen.
Bouw scripts voor lastige gesprekken. Een zin klaar hebben scheelt enorm. Bijvoorbeeld:
- Ik wil graag helder hebben wat prioriteit heeft.
- Ik heb meer context nodig om dit goed te doen.
- Als je wilt dat ik iets anders aanpak, wil je dan een voorbeeld geven?
Zet prikkels op je agenda. Prikkels zijn niet alleen geluid. Ook schakelen, sociaal contact, onverwachte vragen, open eindjes. Plan herstel net zo serieus als taken.
Kies je disclosure-strategie bewust. Je hoeft niet alles te vertellen. Maar je hoeft ook niet alles alleen te dragen. Een “gebruiksaanwijzing” delen is vaak een goede start.
Let op signalen van langzaam leeglopen. Slechter slapen, sneller geïrriteerd, meer fouten, uitstelgedrag, terugtrekken. Veel mensen met autisme herkennen achteraf pas dat het al weken of maanden te veel was. Probeer eerder bij te sturen, al is het met kleine aanpassingen.
Praktische tips voor werkgevers, teams en begeleiders
Selecteer minder op toneel, meer op werk. Laat mensen werk zien. Een opdracht. Een proefdag. Een casus. Veel eerlijker dan een gesprek dat vooral sociale soepelheid test.
Maak verwachtingen expliciet. Wat is “goed”? Wat is “op tijd”? Wat is “proactief” in dit team? Zeg het. En schrijf het op.
Normaliseer aanpassingen. Als je aanpassingen alleen ziet als uitzondering, wordt het beladen. Als je ze ziet als slim organiseren, wordt het normaal.
Meet succes op behoud. Werving en selectie is leuk, behoud is winst. Vraag jezelf als organisatie: wie valt uit, waarom, en wat hadden we kunnen aanpassen?
Neem diversiteit serieus, ook binnen autisme. Eén medewerker met autisme is geen model voor “hoe autisme werkt”. Werk met individuele preventie: wat heeft deze persoon nodig om te blijven?
Talent behouden is geen gunst, maar slim beleid
Autisme in STEMM is geen niche. Het is een kans. Veel mensen met autisme hebben de inhoud. Wat ze vaak missen, is een omgeving die logisch, voorspelbaar en eerlijk georganiseerd is. Dat vraagt geen wonderen. Het vraagt volwassen teamwork.
Vijf takeaways:
- Veel uitval komt door onzichtbare sociale en organisatorische drempels, niet door gebrek aan talent.
- Communicatieproblemen zijn vaak wederzijds: maak afspraken expliciet en schriftelijk.
- Aanpassingen hoeven niet groot of duur te zijn; voorspelbaarheid en prikkelreductie doen al veel.
- Disclosure is ingewikkeld; een praktische “gebruiksaanwijzing” delen kan een goede middenweg zijn.
- De beste inclusie is behoud: wie blijft, groeit, en levert echte waarde.
Crabtree A, Caudel D, Pinette J, Vang C, Neikirk K, Kabugi K, Zaganjor E, Hinton A Jr. Recruiting and retaining autistic talent in STEMM. iScience. 2024 Feb 27;27(3):109080. doi: 10.1016/j.isci.2024.109080. PMID: 38524371; PMCID: PMC10960056.



