Je kunt chirurgie zien als een soort snelkookpan met lampen erboven. Alles draait om precisie, tempo, teamwork en een hiërarchie die soms nog uit de tijd van “dokter zegt, rest knikt” komt.
Voor mensen met autisme, ADHD, AuDHD of specifieke leerproblemen (zoals dyslexie of dyspraxie) kan die combinatie extra wringen. Niet omdat ze het vak niet aankunnen, maar omdat de omgeving vaak verwacht dat iedereen op dezelfde manier leert, communiceert en presteert. Een recente systematische review over neurodiversiteit in de chirurgie laat zien: er zit meer neurodivergentie in het vak dan je op papier terugziet, maar het systeem maakt melden en meedoen onnodig lastig.
Neurodiversiteit
Neurodiversiteit betekent: mensen verschillen van nature in hoe hun brein informatie verwerkt. De hier besproken review focust vooral op autisme, ADHD en specifieke leerproblemen (SpLD).
Belangrijk detail: het gaat niet alleen om “diagnoses”. Het gaat ook om trekken die je herkent bij jezelf, maar die je nooit hebt laten onderzoeken. En het gaat om mensen die een diagnose wél hebben, maar die hem liever niet delen op het werk.
Dat laatste klinkt misschien overdreven, maar in medische omgevingen speelt status een vrij grote rol. Als je denkt dat eerlijk zijn je carrière kan kosten, dan ga je maskeren. En maskeren voelt soms als de hele dag een toneelstuk spelen terwijl je ook nog een baan moet doen.
Hoe vaak komt neurodivergentie voor in de chirurgie?
De review vond maar vier studies die echt pasten binnen de zoekcriteria. Dat zegt iets: niet dat neurodivergentie zeldzaam is, maar dat de wetenschap in deze beroepsgroep nog achterloopt. Toch staan er opvallende cijfers in die vier studies:
- In een Turkse studie bij 114 chirurgische arts-assistenten vond men ADHD-symptomen bij 31,6% (op basis van screening, niet per se een officiële diagnose).
- In het Verenigd Koninkrijk verklaarde 6,6% van de kandidaten voor het MRCS Part A-examen een beperking; het ging meestal om specifieke leerproblemen.
- Bij aanmeldingen voor Higher Surgical Training in het VK meldde 8,2% een beperking; 5,7% rapporteerde specifieke leerproblemen.
Je ziet meteen twee dingen:
- cijfers hangen af van wat je meet (screening vs. officiële registratie vs. zelfrapportage),
- melden gebeurt niet vanzelf, zeker niet als de cultuur zegt: “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg”.
Waarom melden zo lastig is
De review beschrijft een bekend patroon: veel neurodivergente artsen delen hun diagnose niet door stigma en angst voor nadelige gevolgen.
Dat mechanisme ken je misschien uit andere sectoren ook. In een werkomgeving met veel selectie, reputatie en “je moet het gewoon kunnen”, voelt openheid als een risico. Zeker als je al eens hebt meegemaakt dat iemand “aanpassingen” hoort en meteen denkt aan “zwakte”. En dan krijg je dit soort situaties:
Je functioneert best goed, maar je betaalt een verborgen prijs. Je werkt ’s avonds alles weg wat overdag niet lukt door prikkels, chaos of onduidelijke afspraken. Je herstelt in het weekend alsof je een marathon liep. En ondertussen ziet niemand dat je eigenlijk al maanden op reserve rijdt.
De grootste struikelblokken in de praktijk
De review groepeert problemen in een paar herkenbare domeinen:
- Prikkels en sensorische druk: Een OK is niet alleen “stil en precies”. Je hebt felle lampen, piepjes, mensen die door elkaar praten, spanning, warmte, kou, geuren, kleding die niet lekker zit, handschoenen die kriebelen en een ritme dat je niet zelf bepaalt. Voor mensen met autisme (en ook voor veel mensen met ADHD) kan dat een prikkelstorm worden.
- Executieve functies onder tijdsdruk: Chirurgie vraagt plannen, schakelen, prioriteren, onthouden, communiceren én ondertussen niet vergeten dat je nog moet eten. Mensen met ADHD kunnen hier juist in excelleren als de taak interessant is en de adrenaline helpt, maar ze kunnen ook vastlopen op randzaken, administratie en “dingen die niet meteen belonen”.
- Sociale code en hiërarchie: Een groot deel van “goed functioneren” in veel beroepen zit niet in je vak, maar in de onzichtbare regels: wanneer je iets zegt, hoe je het zegt, hoe je “professioneel” hoort te klinken, wanneer je initiatief neemt en wanneer juist niet. De review noemt dit soort culturele verwachtingen expliciet als obstakel.
- Beoordelingen en examens: Een van de hardste uitkomsten uit het VK: kandidaten met een geregistreerde beperking haalden MRCS Part A bij de eerste poging minder vaak (46,3% vs. 59,8%). Na correctie voor eerdere school- en studieprestaties verdween het verschil in “uiteindelijk slagen” grotendeels. Met andere woorden: het systeem straft vooral in de vroege hobbels, niet per se in het eindniveau.
Dat patroon zie je breder: niet iedereen haakt af omdat die persoon het vak niet aankan, maar omdat de route ernaartoe vol drempels staat die weinig met vakbekwaamheid te maken hebben.
Differentieel presteren: Kunnen of context?
In de onderwijswereld noemen ze het vaak “differential attainment”: verschillende groepen halen gemiddeld andere resultaten, terwijl je niet zomaar mag aannemen dat het aan “talent” ligt. De review gebruikt dat idee in de context van chirurgische examens en selectie.
Als je examen vooral snelheid beloont, dan bevoordeel je mensen die snel lezen en snel filteren. Als je beoordeling vooral draait om “zelfverzekerd overkomen”, dan bevoordeel je mensen die sociaal vanzelf meevaren op impliciete regels. Dat zegt niet dat de rest minder geschikt is. Het zegt dat je meetlat scheef staat.
Waarom een neurodivergent brein juist kan passen
Neurodivergente trekken kunnen waardevol zijn in chirurgie:
- Aandacht voor detail: Mensen met autisme kunnen extreem nauwkeurig werken, patronen zien die anderen missen en een sterke focus houden op kwaliteit.
- Hyperfocus en doorzettingsvermogen: Mensen met ADHD kunnen, als de taak boeiend is, in een flow komen waar je u tegen zegt. In de Turkse studie opperen de auteurs zelfs dat de “dynamiek” van chirurgie ADHD-trekken soms kan kanaliseren richting doelgericht presteren.
- Creativiteit en probleemoplossend vermogen: Een Canadese studie keek naar ‘divergent thinking’ (een maat voor creatief denken) bij chirurgen en arts-assistenten. Gemiddeld zaten ze rond normale waarden, al scoorde originaliteit wat lager. De auteurs suggereren dat structuur en ondersteuning creativiteit beter kunnen benutten.
- Rechtvaardigheidsgevoel en betrouwbaarheid: In veel neurodivergente profielen zie je een sterk gevoel voor eerlijkheid, regels en consistentie. In een vak waar veiligheid cruciaal is, kan dat een groot pluspunt zijn.
Kleine aanpassingen, grote winst
De onderzoekers noemen allerlei mogelijke aanpassingen, maar laten ook zien dat veel ondersteuning nu nog ad hoc en informeel blijft. Dat is zonde, want het gaat vaak niet om grote ingrepen. Het gaat om het slimmer inrichten van werk en opleiding.
Veelvoorkomende uitdagingen en werkbare aanpassingen:
| Uitdaging | Wat er vaak onder zit | Werkbare aanpassing |
|---|---|---|
| Overprikkeling, sneller uitgeput na diensten | Sensorische gevoeligheid, continue alertheid | Rustmomenten plannen, prikkelarme plek, duidelijke afspraken over piepers/geluid waar mogelijk |
| Stress bij onduidelijke opdrachten | Brein werkt beter met expliciete info | Instructies kort en schriftelijk, check-back (“kun je herhalen wat je gaat doen?”) |
| Vastlopen op administratie | Lage beloning, hoge schakelkosten | Taken bundelen, vaste administratiemomenten, templates, buddy-systeem |
| Moeite met feedback “tussen de regels door” | Impliciete communicatie kost extra energie | Feedback concreet: wat ging goed, wat moet anders, hoe ziet ‘goed’ eruit |
| Onzeker bij assessments/examens | Tijd, vorm, setting werken tegen | Tijdverlenging, rustige ruimte, extra voorbereiding, transparante criteria |
Sterktes bij neurodivergentie en wanneer ze waardevol zijn:
| Sterkte | Past goed bij | Wat het team kan doen om dit te benutten |
|---|---|---|
| Detailfocus (autisme) | Kwaliteitschecks, protocolgevoelige taken | Geef ruimte voor ‘precisie-rollen’ zonder er een grapje van te maken |
| Hyperfocus (ADHD/AuDHD) | Complexe puzzels, acute situaties, doorpakken | Bescherm focus: minder onnodige interrupties, heldere prioriteiten |
| Patroonherkenning | Diagnostiek, complicaties vroeg zien | Vraag expliciet naar observaties (“wat valt jou op?”) |
| Creatief denken | Oplossingen bij onverwachte situaties | Maak brainstorm normaal, niet iets voor “de extraverte types” |
| Rechtvaardigheid en betrouwbaarheid | Veiligheid, teamafspraken, ethiek | Leg afspraken expliciet vast en leef ze na |
De review benoemt deze kinds of strengths (detail, creativiteit, veerkracht) expliciet als waardevolle bijdragen.
Eerlijk opleiden en beoordelen
Een belangrijk inzicht uit de UK-studies: bij selectie voor hogere chirurgische opleiding vond men geen significant verschil in slagingskans tussen kandidaten met en zonder gemelde beperking. Dat suggereert dat een eerlijker selectieproces mogelijk is zonder dat je kwaliteit opgeeft.
Het probleem zit dus vaak eerder: in de poortjes onderweg. Als je in het begin vaker struikelt door de vorm (tijd, setting, impliciete regels), kom je minder vaak bij het punt waar je kunt laten zien wat je echt kunt. Dat idee is breder dan chirurgie. Denk aan sollicitaties die vooral “vlotte babbel” meten, of opleidingen die vooral “snelle toetsvaardigheid” belonen.
Nederland en België
De review komt vooral uit het VK, Canada en Turkije. Toch herken je veel thema’s ook hier:
- In Nederland en België blijft autisme vaak later of minder zichtbaar, zeker bij volwassenen die lang hebben gemaskeerd.
- Werkculturen in zorg en onderwijs draaien ook hier op tempo, druk en impliciete normen.
- Tegelijk groeit de aandacht voor neurodiversiteit, en dat maakt het makkelijker om ondersteuning normaal te maken.
In Nederland rapporteerde het CBS dat ongeveer 3% van de bevolking in 2022–2024 aangaf een autismespectrumstoornis te hebben (zelfrapportage, dus weer: meetmethode doet ertoe). In Vlaanderen gebruikt Autisme Vlaanderen vaak een orde van grootte van rond de 1% als veelgenoemde schatting.

Of je nu 1%, 2% of 3% aanhoudt: het is genoeg om te zeggen dat je in elke grote organisatie neurodivergente collega’s hebt. Ook als niemand er ooit over praat.
Zo vraag je om aanpassingen zonder dat het een drama wordt
Veel mensen met autisme of ADHD stellen hulpvragen pas als het water aan de lippen staat. Begrijpelijk, maar jammer. Een aanpassing werkt het best als je hem vraagt op het moment dat je nog genoeg energie hebt om hem ook uit te leggen.
Een simpele aanpak:
- Beschrijf het effect, niet je identiteit
“Door prikkels ben ik na een lange dag sneller uitgeput, waardoor ik fouten kan maken.” - Koppel het aan kwaliteit en veiligheid
“Als ik kort kan resetten, blijf ik nauwkeurig.” - Doe een concreet voorstel
“Kunnen we afspreken dat ik na een intens blok 10 minuten in een rustige ruimte kan zitten?”
Voorbeeldzinnen (kort en bruikbaar):
- “Als je me de instructie ook even mailt, voer ik hem sneller en beter uit.”
- “Ik functioneer het best met duidelijke prioriteiten: wat is vandaag echt nummer 1?”
- “Ik raak sneller overprikkeld door onverwachte onderbrekingen. Kunnen we checkmomenten afspreken?”
- “Ik wil graag feedback op twee punten: wat ging goed, en wat verwacht je volgende keer anders?”
Je hoeft niet meteen “autisme” of “ADHD” te zeggen. Soms helpt het. Soms niet. Jij kiest het tempo.
Tot slot
Neurodiversiteit hoort bij het vak, maar het systeem ziet het nog te weinig, ondersteunt het te rommelig en maakt melden te spannend. Als je dat verandert, win je op drie fronten:
- Mensen met autisme en ADHD houden energie over voor hun echte werk (in plaats van voor maskeren).
- Teams worden duidelijker en eerlijker, wat óók prettig is voor neurotypische collega’s.
- Organisaties houden talent binnen en verliezen minder mensen aan uitval, burn-out of stille frustratie.
- El Boghdady, M., & Shinwari, H. (2026). Neurodiversity in surgery: Embracing cognitive difference in a demanding profession. The Surgeon. https://doi.org/10.1016/j.surge.2026.01.001 (PubMed)
- Ellis, R., Cleland, J., Scrimgeour, D. S. G., Lee, A. J., & Brennan, P. A. (2022). The impact of disability on performance in a high-stakes postgraduate surgical examination: A retrospective cohort study. Journal of the Royal Society of Medicine, 115(2), 58–68. https://doi.org/10.1177/01410768211032573 (PubMed)
- Ellis, R., Al-Tawarah, Y., Brennan, P. A., Lee, A. J., Hines, J., Scrimgeour, D. S. G., & Cleland, J. (2024). The impact of disability on recruitment to higher surgical specialty training: A retrospective cohort study. The Surgeon, 22(6), 344–351. https://doi.org/10.1016/j.surge.2024.07.006 (ScienceDirect)
- Thabane, A., McKechnie, T., Arora, V., Calic, G., Busse, J. W., Sonnadara, R., & Bhandari, M. (2024). Investigation of divergent thinking among surgeons and surgeon trainees in Canada (IDEAS): A mixed-methods study. BMJ Open, 14(3), e081367. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2023-081367 (PubMed)
- Unal, G. A., Tekin, S. B., & Kenar, A. N. I. (2025). Prevalence of adult ADHD among surgical trainees: A cross-sectional study from a Turkish university hospital. BMC Medical Education, 25(1), 745. https://doi.org/10.1186/s12909-025-07327-z (PubMed)
- Centraal Bureau voor de Statistiek. (2025, 2 april). 3 procent van de bevolking geeft aan een autismespectrumstoornis te hebben. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/14/3-procent-van-de-bevolking-geeft-aan-een-autismespectrumstoornis-te-hebben (Centraal Bureau voor de Statistiek)
- Volksgezondheid en Zorg (VZinfo). (2025). Autismespectrumstoornis: over autismespectrumstoornis. https://www.vzinfo.nl/autismespectrumstoornis-over-autismespectrumstoornis (VZinfo)
- Autisme Vlaanderen. (z.d.). Hoe vaak komt autisme voor? https://autismevlaanderen.be/autisme (autismevlaanderen.be)



