Autisme, zintuigen en verbeelding

Denk even aan een citroen: de bobbelige schil, het glanzende geel, het sap. Sommige mensen krijgen meteen een soort mini-film in hun hoofd. Anderen “weten” wat een citroen is, maar zien nauwelijks iets. Weer anderen voelen vooral een reactie in het lichaam: speeksel, een frons, een rilling bij het idee van zuur.

Dat verschil is niet alleen een leuke hersenkwestie. Mentale beelden spelen mee als mensen herinneringen ophalen, plannen maken, lezen, dagdromen, piekeren of proberen te ontspannen. En bij autisme komt daar nog een extra laag bovenop: zintuiglijke gevoeligheid. Als geluiden hard binnenkomen of fel licht echt pijn doet, dan ligt de vraag voor de hand: heeft dat iets te maken met hoe “levendig” het hoofd beelden kan oproepen?

In de klassieke beschrijving van autisme kom je soms de term “problemen met verbeelding” tegen (als onderdeel van de autisme-triade). Dat klinkt alsof mensen met autisme weinig fantasie hebben of geen creativiteit. Maar meestal bedoelt men iets anders.

  • Sociale verbeelding: Dit gaat over je kunnen verplaatsen in sociale situaties: wat bedoelt iemand tussen de regels door, wat zou een ander kunnen denken of voelen, welke ongeschreven regels spelen mee, en hoe kun je flexibel schakelen als de situatie verandert. Bij kinderen zie je dit ook terug in alsof-spel: samen doen alsof een doos een huis is, of dat iemand “dokter” is. Als sociale verbeelding lastiger gaat, kan iemand sociale signalen letterlijker nemen of minder snel “meelezen” met impliciete hints.
  • Mentale verbeelding (mentale beelden): Dit gaat over iets heel anders: kun je in je hoofd beelden oproepen, of een tastgevoel, geluid of geur? Sommige mensen zien een innerlijke film, anderen werken vooral met taal of met een soort stappenplan. En ook hier bestaat veel variatie, óók bij mensen zonder autisme.

In dit artikel gaat het vooral over die tweede betekenis: mentale beelden.

Mentale beelden: Niet alleen kijken, ook voelen

Als mensen het over verbeelding hebben, denken ze vaak aan plaatjes. Maar mentale verbeelding kan ook tast bevatten, geluid, geur en zelfs “gevoel van beweging”. Het gaat om het oproepen van zintuiglijke sensaties zonder dat deze er daadwerkelijk zijn.

Dat kan heel praktisch. Iemand die een route plant, “ziet” misschien het kruispunt al voor zich. Iemand die een gesprek voorbereidt, “hoort” in gedachten hoe het zou kunnen gaan. Iemand die een trui koopt, “voelt” bijna of de stof wel of niet kriebelt.

Mentale beelden vormen voor veel mensen een manier om informatie te organiseren. Tegelijkertijd werkt dit bij iedereen anders. Het ene brein gebruikt graag plaatjes, het andere brein werkt liever met woorden, schema’s, logica of lichaamsgevoel.

Aphantasia en hyperphantasia

Aan de ene kant van het spectrum zit aphantasia: (bijna) geen vrijwillige mentale beelden kunnen oproepen. Dat betekent niet dat iemand geen fantasie heeft, geen herinneringen heeft of niets kan bedenken. Het betekent vooral dat het hoofd niet vanzelf met “zintuiglijke film” komt.

Aan de andere kant zit hyperphantasia: juist extreem levendige beelden. Voor sommige mensen voelt dat rijk en creatief. Voor anderen voelt het ook snel intens: alsof gedachten te hard op volume staan.

De meeste mensen zitten ergens in het midden. En belangrijk: iemand kan best sterke auditieve verbeelding hebben en tegelijk weinig visuele verbeelding, of andersom.

Autisme en mentale beelden: Gemiddeld nét een andere richting

Een onderzoeksteam verzamelde gegevens van 595 volwassenen met daarin een groep mensen met autisme en een ongeveer even grote groep mensen zonder autisme. Ze gebruikten vragenlijsten om drie dingen te meten:

  • autistische kenmerken,
  • zintuiglijke gevoeligheid,
  • levendigheid van mentale beelden.

Ze keken daarbij niet alleen naar visuele verbeelding (“zien”), maar ook naar tactiele verbeelding (“voelen/tast”). Dat is slim, want zintuiglijke gevoeligheid bij autisme gaat zelden alleen over kijken. Wat kwam eruit?

  • Mensen met meer autistische kenmerken rapporteerden gemiddeld minder levendige mentale beelden (zowel visueel als tactiel).
  • In de groep met autisme kwam aphantasia vaker voor dan in de groep zonder autisme.

Zintuiglijke gevoeligheid bij autisme

Zintuiglijke gevoeligheid is geen bijzaak bij autisme. Het kan het dagelijks functioneren kleuren: van kledingkeuzes en boodschappen doen tot werken in kantoortuinen, reizen met het ov of slapen in een huis met geluiden.

Zintuiglijke gevoeligheid gaat bovendien niet alleen over “te veel”. Sommige mensen merken prikkels juist minder op en zoeken ze op: hard geluid, stevig drukgevoel, veel beweging. Veel mensen herkennen ook een mix: overgevoelig voor geluid en licht, maar ondergevoelig voor honger of pijn. Dat kan verwarrend zijn, zeker als de omgeving vooral “één type” verwacht.

Omdat zintuigen zo’n grote rol spelen, lijkt het logisch om te denken: als prikkels sterker binnenkomen, dan worden mentale beelden misschien ook sterker. Alsof hetzelfde “versterkingsknopje” aanstaat.

De ‘logische’ verwachting die niet klopt

Er bestaat een idee dat zintuiglijke gevoeligheid en mentale beelden misschien één mechanisme delen: een soort hyperreactiviteit in zintuiglijke hersengebieden. Als dat klopt, dan zouden mensen met sterke zintuiglijke gevoeligheid ook sterkere mentale beelden kunnen hebben. Of juist zwakkere, afhankelijk van hoe het systeem overprikkeling compenseert.

Maar in deze grote groep volwassenen vonden de onderzoekers nauwelijks een verband tussen zintuiglijke gevoeligheid en levendigheid van mentale beelden.

Met andere woorden: iemand kan enorm gevoelig zijn voor prikkels en toch weinig innerlijke beelden hebben. En iemand kan heel levendige mentale beelden hebben en toch relatief weinig zintuiglijke gevoeligheid ervaren.

  • Er bestaat geen stevige, algemene regel: meer prikkelgevoeligheid = meer (of minder) verbeelding.
  • Autistische kenmerken hangen wél samen met beide domeinen (zintuigen én verbeelding), maar die twee domeinen bewegen niet automatisch samen.

Dit past bij iets dat veel mensen met autisme al kennen: één profiel kan tegelijk bestaan uit sterke detailwaarneming, intense prikkelimpact, nuchter denken, weinig “innerlijke film” en juist veel interne woorden of concepten. Het brein kiest meerdere routes.

Drie nuttige inzichten:

  • ‘Niet kunnen visualiseren’ is geen gebrek aan verbeelding: Iemand kan prima creatief, slim en gevoelig zijn zonder mentale plaatjes. Veel mensen denken in taal, in logische stappen, in patronen of in lichaamsgevoel. Dat kan heel effectief zijn, zeker bij complexe taken.
  • Prikkelmanagement vraagt geen visualisatie: Bij zintuiglijke overbelasting helpen vaak concrete dingen: minder licht, minder geluid, structuur, pauzes, voorspelbaarheid, herstelmomenten. Dat werkt ook als het hoofd geen beelden oproept.
  • Miscommunicatie ontstaat snel door aannames: In therapie, coaching en onderwijs duikt vaak de zin op: “Stel je even voor dat…”. Voor sommige mensen werkt dat direct. Voor anderen werkt het niet of het werkt zelfs averechts, omdat het voelt alsof er iets “moet” dat niet kan.

Als professionals en naasten dat verschil serieus nemen, ontstaat er minder frustratie en meer maatwerk.

Werkt ‘visualiseren’ voor iedereen?

Veel technieken in de psychologie gebruiken verbeelding. Denk aan:

  • “veilige plek” visualiseren,
  • geleide meditatie met beelden,
  • imaginaire exposure,
  • rescripting (een herinnering in gedachten anders laten aflopen).

Dit kan heel helpend zijn, maar niet iedereen heeft daar dezelfde ingang voor. Een praktisch alternatief is: wissel van kanaal.

  • In plaats van “zie een rustige plek”: focus op geluid (golven, regen), tast (warmte van een deken) of lichaamsreacties (schouders omlaag, adem langzamer).
  • In plaats van “maak er een beeld van”: maak er een script van. Een reeks zinnen, een stappenplan of een dialoog.
  • In plaats van “film in je hoofd”: gebruik een externe steun: een foto, een korte tekst, een object, een geur, een liedje.

Bij autisme kan dit extra belangrijk zijn, omdat prikkels in het lichaam soms al hoog staan. Een oefening die “innerlijk” intens wordt, kan dan juist extra energie kosten.

Werk en studie: Plannen zonder plaatjes

Als iemand weinig mentale beelden heeft, kan plannen nog steeds prima. Alleen kiest het brein andere hulpmiddelen. In werk en studie werken vaak deze strategieën goed:

  • Extern geheugen: checklists, kanban-borden, agenda-blokken, vaste sjablonen.
  • Concrete stappen: niet “maak een verslag”, maar “open template → verzamel punten → schrijf kopjes → vul per kopje drie zinnen”.
  • Visuele steun buiten het hoofd: mindmap op papier, post-its, schema’s op een whiteboard.
  • Sensorische ankers: vaste werkplek, vaste volgorde, herkenbare start- en stoprituelen.
  • Energieboekhouding: prikkelrijke taken afwisselen met prikkelarme taken, inclusief echte herstelpauzes.

Dit sluit aan bij wat veel volwassenen met autisme al doen: niet vertrouwen op “het komt wel”, maar het ontwerp van de dag zó maken dat het brein minder hoeft te gokken.

Denk ik in beelden of in scripts? En heb ik veel fantasie?

Het lastige aan verbeelding is: je kunt het niet eerlijk vergelijken met anderen. Je eigen binnenwereld voelt “gewoon”, omdat je er al je hele leven mee leeft. Daardoor blijft het gissen of je veel of weinig in beelden denkt. Je kunt tenslotte niet even meekijken in iemand anders’ hoofd.

Daar komt nog iets bij: mensen gebruiken dezelfde woorden voor heel verschillende ervaringen. Voor de één betekent “ik stel me iets voor” letterlijk een innerlijk plaatje. Voor een ander is het meer een script: een reeks stappen, zinnen of logische blokjes. En bij weer iemand anders zit verbeelding vooral in het lichaam: een spanning, ontspanning, een warm of onrustig gevoel.

Belangrijk: fantasie is meer dan plaatjes. Je kunt weinig innerlijke beelden hebben en toch veel fantasie, bijvoorbeeld doordat je makkelijk scenario’s bedenkt, verbanden legt, dialogen uitschrijft in je hoofd of oplossingen ontwerpt. Een praktische manier om jezelf toch een beetje te “kalibreren” is letten op wat er spontaan opkomt:

  • Herinneringen: zie je scènes, of komt er vooral een verhaal/feitenlijst/gevoel in het lichaam?
  • Plannen: verschijnt er een beeld, of maak je vooral een stappenplan in woorden?
  • Lezen: zie je een film, of blijft het vooral “tekst met betekenis”?
  • Ontspanningsoefeningen: werkt visualiseren, of werken adem, muziek, druk (deken) en vaste zinnen beter?

Het helpt als je ontdekt via welk kanaal jouw brein het liefst werkt: beeld, taal, script, lichaam, of een mix.

Taylor, R., Sumner, P., Singh, K. D., & Jones, C. R. G. (2026). Exploring the association between mental imagery, sensory sensitivity, and autistic traits in autistic and non-autistic adults. Scientific Reports. https://doi.org/10.1038/s41598-026-38574-9

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.