ADHD of EDHD?

ADHD wordt meestal uitgelegd als een probleem met aandacht, impulscontrole en planning. Dat beeld klopt deels, maar voelt voor veel mensen ook onvolledig. Want hoe kan het dat iemand met ADHD het ene moment razendsnel en scherp werkt, en een uur later totaal vastloopt? Hoe kan concentratie soms moeiteloos lijken bij iets interessants, maar bijna onmogelijk bij iets saais of langdradigs? En waarom voelt “gewoon even volhouden” vaak alsof het lichaam en brein daar simpelweg niet meer aan mee willen doen?

Een nieuw open-access artikel in Neuroscience and Biobehavioral Reviews probeert die puzzel vanuit een andere hoek te bekijken. De auteur noemt dat kader EDHD: Energy Deficit Hyperactivity Disorder. Dat klinkt als een nieuwe diagnose, maar dat is het nadrukkelijk níét. Het gaat om een theoretisch model dat ADHD niet ziet als een vast defect, maar als een toestand waarbij het brein onder bepaalde omstandigheden moeite heeft om genoeg energie beschikbaar te houden voor langdurige zelfsturing.

Dat idee is interessant, juist omdat het iets probeert te verklaren wat veel mensen met ADHD heel goed kennen: niet alleen óf iets lukt, maar vooral hoe lang het lukt. Niet alleen aandacht, maar ook uithoudingsvermogen. Niet alleen motivatie, maar ook herstel. Dat maakt EDHD een denkrichting die verrassend goed aansluit bij de grilligheid van ADHD in het dagelijks leven.

Niet kapot, maar wisselend beschikbaar

De kern van het EDHD-model is eigenlijk eenvoudig. Het stelt dat executieve functies – dus plannen, remmen, volhouden, prioriteiten stellen en afleiding weerstaan – niet altijd “kapot” zijn bij ADHD, maar soms voorwaardelijk beschikbaar. Anders gezegd: het vermogen is er wel, maar niet altijd in dezelfde mate toegankelijk. Dat zou afhangen van hoeveel mentale energie een taak kost, hoeveel herstel er mogelijk is en hoe stabiel het interne regelsysteem van het brein op dat moment werkt.

Dat is een belangrijk verschil met oudere manieren van kijken. In klassieke modellen lijkt het soms alsof iemand met ADHD simpelweg een tekort heeft aan rem, aandacht of discipline. EDHD draait dat deels om. Het probleem zit dan niet per se in het ontbreken van die functies, maar in het feit dat ze sneller instabiel worden als de belasting oploopt. Een kort, nieuw of spannend taakje lukt dan nog prima, terwijl een saaie vergadering, een lang formulier of een middag administratie het systeem langzaam laat wegzakken.

Voor veel lezers met ADHD zal dat herkenbaar klinken. Niet omdat dit model alles verklaart, maar omdat het ruimte laat voor iets wat vaak onderbelicht blijft: variatie binnen één en dezelfde persoon. ADHD ziet er op maandag niet altijd hetzelfde uit als op donderdag, en zelfs niet om 09.00 uur hetzelfde als om 15.00 uur. Het EDHD-model probeert juist dát soort schommelingen serieus te nemen.

Waarom volhouden zoveel kost

Het brein is een energieslurper. Vooral hersengebieden die betrokken zijn bij zelfcontrole, werkgeheugen en doelgericht gedrag verbruiken veel brandstof. Wie een taak moet volhouden, impulsen moet onderdrukken en ondertussen ook nog overzicht moet bewaren, vraagt dus veel van dat systeem. Volgens het EDHD-model kan ADHD te maken hebben met een brein dat die belasting soms minder stabiel kan dragen, zeker als herstel achterblijft.

Dat helpt verklaren waarom ADHD vaak niet alleen gaat over afleiding, maar ook over mentale vermoeidheid. Veel mensen kennen het patroon: sterk beginnen, halverwege inkakken, dan onrustig worden, iets anders gaan doen, even opleven en daarna alsnog uitgeput raken. In een klassiek tekortmodel lijkt dat op inconsistentie. In een energiemodel lijkt het meer op overbelasting van een systeem dat tijdelijk probeert overeind te blijven.

Het interessante is dat dit ook past bij het verschil tussen korte tests en het echte leven. In een korte, prikkelende taak kan iemand met ADHD soms prima presteren. Maar een werkdag, studiedag of schooldag duurt geen tien minuten. Dan tellen duur, herhaling, prikkels, slaaptekort, stress en herstel allemaal mee. Het EDHD-model zegt dus eigenlijk: kijk niet alleen naar of iemand iets kan, maar ook naar hoe lang, onder welke omstandigheden en tegen welke prijs.

Hyperactiviteit als noodgreep

Een van de meest prikkelende ideeën is dat hyperactiviteit, impulsiviteit en steeds van taak wisselen misschien niet alleen “symptomen” zijn, maar soms ook tijdelijke noodgrepen van het systeem. Niet slim of bewust gepland, maar een manier waarop het brein probeert zichzelf wakker, alert of in beweging te houden wanneer de energieregulatie onder druk staat.

Dat betekent niet dat rusteloosheid ineens iets positiefs is. Integendeel. De auteur benadrukt dat zulke reacties vaak op korte termijn helpen en op langere termijn juist extra kosten veroorzaken. Even opstaan, bewegen, naar iets nieuws grijpen of extra prikkels zoeken kan de aandacht heel kort weer aanslingeren. Maar het kan ook meer onrust, versnippering en latere uitputting opleveren.

Toch is deze kijk verhelderend. Want dan wordt friemelen, ijsberen, muziek aanzetten, tussendoor iets anders doen of steeds nieuwe prikkels zoeken niet automatisch gelezen als onwil, luiheid of desinteresse. Soms kan het ook een teken zijn dat het systeem probeert in bedrijf te blijven. Dat maakt de gevolgen niet minder lastig, maar wel menselijker en vaak ook begrijpelijker.

Waarom slaap, herstel en ritme zo zwaar meetellen

Als ADHD deels samenhangt met energieregulatie, dan wordt herstel ineens een hoofdrolspeler. Dat is ook precies wat het artikel benadrukt. Niet alleen de kost van mentale inspanning telt mee, maar ook het vermogen om daarna weer op te laden. Slaap, rustmomenten, dag-nachtritme en herstel tussen taken zijn dan geen randzaken meer, maar factoren die direct kunnen bepalen hoe stabiel aandacht en zelfsturing blijven.

Dat past bij een ervaring die veel mensen met ADHD kennen: één slechte nacht kan alles uit verhouding trekken. Opeens is de frustratiedrempel lager, de concentratie brozer en de behoefte aan prikkels groter. Het EDHD-model koppelt dat aan processen als hersenenergie, herstel van netwerken, hormonen en biologische klok. De gedachte is niet dat slaaptekort ADHD veroorzaakt, maar wel dat het een al kwetsbaar systeem extra onder druk kan zetten.

Ook dat is praktisch relevant. In het publieke gesprek over ADHD ligt de nadruk vaak op productiviteit: agenda’s, apps, plannen, doelen halen. Natuurlijk kunnen die helpen. Maar dit model schuift een andere vraag naar voren: hoeveel ruimte is er eigenlijk voor herstel? Want wie alleen maar harder probeert te sturen op gedrag, zonder rekening te houden met uitputting, kan eindigen in een soort mentaal rood gebied waarin alles nog moeilijker wordt.

Wat mitochondriën, dopamine en ontsteking hiermee te maken hebben

Het bronartikel probeert verschillende biologische sporen samen te brengen. Denk aan mitochondriën — de energiefabriekjes van cellen — maar ook aan ATP, een belangrijke energiedrager in het lichaam, aan dopamine, ontstekingsprocessen en slaap-waakritmes. De auteur suggereert dat ADHD mogelijk beter te begrijpen is als juist die systemen soms minder efficiënt of minder stabiel samenwerken tijdens langdurige mentale belasting.

Dat klinkt al snel technisch, maar de hoofdboodschap is minder ingewikkeld dan de termen doen vermoeden. Het gaat om de vraag of het brein voldoende brandstof kan vrijmaken, goed kan verdelen en daarna weer kan herstellen. Dopamine speelt daarbij mee omdat het helpt bepalen hoeveel moeite iets “waard” lijkt en hoe goed het lukt om gericht te blijven. Ontstekingsprocessen en slaap kunnen de energiebalans beïnvloeden. En mitochondriën zijn interessant omdat ze direct betrokken zijn bij de energievoorziening van cellen.

Belangrijk is wel dat dit nog geen sluitend bewijs vormt. De auteur is daar opvallend voorzichtig in. Veel van deze bevindingen zijn indirect, wisselend en vooral correlatief. Met andere woorden: er zijn verbanden, maar dat bewijst nog niet dat dit de oorzaak is. Het EDHD-model is daarom geen harde verklaring, maar een hypothese die verschillende puzzelstukjes in één kader probeert te zetten.

Dit model verklaart iets wat veel mensen met ADHD al voelen

Juist die voorzichtigheid maakt het model interessanter dan het misschien op het eerste gezicht lijkt. Het beweert niet dat ADHD “gewoon een energieprobleem” is. Het zegt ook niet dat iedereen met ADHD dezelfde biologische kwetsbaarheid heeft. Wat het wel doet, is woorden geven aan een ervaring die vaak moeilijk uit te leggen is: ik kan het soms wél, maar niet altijd, niet lang en niet onder alle omstandigheden.

Dat is een belangrijk tegenwicht tegen morele verklaringen. Mensen met ADHD krijgen vaak impliciet of expliciet te horen dat ze beter moeten plannen, zich meer moeten beheersen of minder moeten uitstellen. Maar als een deel van het probleem zit in de stabiliteit van het energiesysteem achter zelfsturing, dan wordt “gewoon even doorzetten” een stuk minder vanzelfsprekend. Dan lijkt het meer op proberen te sprinten met een accu die sneller leegloopt dan gemiddeld.

Voor ouders, partners, docenten en werkgevers is dat ook relevante informatie. Niet om alles te biologiseren of mensen te ontzien alsof ze niets aankunnen, maar om beter te begrijpen waarom context zoveel uitmaakt. Iemand met ADHD kan zeer capabel zijn en tegelijk sneller vastlopen bij monotone, langdurige of prikkelrijke belasting. Dat is geen tegenspraak. Misschien is het juist een kernkenmerk.

Wat je hier praktisch aan hebt

Hoewel EDHD nadrukkelijk nog geen behandelmodel is, wijst het wel in een paar praktische richtingen. Ten eerste: duur doet ertoe. Niet alleen wat iemand moet doen, maar hoe lang achter elkaar. Kortere blokken, duidelijke tussenpauzes en afwisseling zijn dan geen luxe, maar mogelijk manieren om instabiliteit voor te zijn.

Ten tweede: interesse en context zijn geen bijzaak. Nieuwe of betekenisvolle taken lijken vaak minder energielek op te leveren dan saaie en monotone taken. Dat betekent niet dat iemand alles maar leuk moet vinden, wel dat motivatie en energie veel sterker met elkaar verweven kunnen zijn dan vaak wordt gedacht. Bij ADHD is “geen zin” soms geen karakterkwestie, maar een signaal dat de benodigde mentale investering te hoog voelt voor het verwachte rendement.

Ten derde: herstel verdient een prominentere plek. Slaap, rust, prikkelregulatie, beweging en slimme taakopbouw zijn vanuit dit model geen zweverige extraatjes, maar mogelijk cruciale voorwaarden om executieve functies beschikbaar te houden. Dat geldt niet alleen thuis, maar ook op school en op het werk. Een omgeving die alleen kijkt naar output en niet naar energiekosten, kan ADHD onnodig verergeren.

Ten vierde: zichtbare onrust is niet altijd het echte probleem. Soms is het juist een teken dat iemand probeert te voorkomen dat alles instort. Dat betekent niet dat elk gedrag moet worden geaccepteerd, maar wel dat het helpt om eerst te begrijpen wat een gedrag doet vóórdat het alleen als storend of lastig wordt bestempeld.

Wat er nog niet bewezen is

Wie enthousiast wordt van dit model, moet tegelijk een slag om de arm houden. EDHD is op dit moment vooral een theoretisch raamwerk. Geen nieuwe diagnose, geen officieel subtype van ADHD en geen klinisch instrument. Er bestaat nog geen test waarmee artsen kunnen zeggen: deze persoon heeft wel of niet zo’n energieprofiel. De auteur benadrukt dat zelf ook heel duidelijk.

Dat is belangrijk, want in de psychiatrie duiken geregeld aantrekkelijke verklaringsmodellen op die later te simpel blijken. De geschiedenis van ADHD zit vol theorieën die iets goeds zagen, maar uiteindelijk niet het hele verhaal bleken te vertellen. EDHD kan hetzelfde lot treffen. Misschien blijkt het vooral bruikbaar voor een deel van de mensen met ADHD. Misschien klopt de hoofdlijn, maar moeten de biologische details flink worden aangepast. Misschien blijkt het uiteindelijk vooral een nuttige metafoor.

Toch maakt dat het idee niet waardeloos. Goede theorieën hoeven niet meteen af te zijn. Soms helpen ze vooral om betere vragen te stellen. Bijvoorbeeld: waarom zakt aandacht bij de één vooral in na tijd, en bij de ander vooral bij prikkels? Waarom helpt bewegen soms, maar niet altijd? Waarom maken slaaptekort en stress bij ADHD vaak zo’n groot verschil? En hoe kan ondersteuning beter aansluiten op energiekosten in plaats van alleen op zichtbaar gedrag?

Tot slot

EDHD is geen wonderverklaring voor ADHD, maar wel een fascinerende nieuwe bril. De grote kracht van dat model zit niet in een spectaculaire ontdekking, maar in een subtiele verschuiving: van “wat mankeert er aan de aandacht?” naar “onder welke voorwaarden blijft zelfsturing overeind?” Dat is een andere vraag — en misschien voor veel mensen ook een eerlijkere.

Als deze denkrichting ergens toe uitnodigt, dan is het tot meer nuance. Minder snel oordelen over inconsistent gedrag. Minder vanzelfsprekend aannemen dat volhouden vooral een kwestie van wilskracht is. En meer oog voor belasting, herstel, timing en context. Misschien is ADHD niet alleen een verhaal over aandacht die afdwaalt, maar ook over een brein dat soms te hard moet werken om stabiel te blijven.

Of EDHD uitgroeit tot een blijvend wetenschappelijk model, moet nog blijken. Maar als het helpt om de dagelijkse ervaring van ADHD preciezer, menselijker en minder moralistisch te begrijpen, dan heeft het nu al iets waardevols toegevoegd.

Rahimi, M. D. (2026). Energy Deficit Hyperactivity Disorder (EDHD): A neurobiological energy dysregulation model for ADHD. Neuroscience and Biobehavioral Reviews, 184, 106616. doi:10.1016/j.neubiorev.2026.106616.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.