Als succes pijn doet

Sommige mensen lijken geboren voor succes. Ze halen goede cijfers, krijgen complimenten op hun werk, ronden opleidingen af, winnen prijzen, maken promotie of dragen thuis jarenlang meer dan redelijk is. Van buitenaf ziet het eruit als een goedlopend leven. Een leven met bewijsstukken. Maar vanbinnen kan het anders voelen.

Tess, 36 jaar. Ze heeft een goede baan, collega’s waarderen haar en haar leidinggevende noemt haar “betrouwbaar tot op het bot”. Toch hoort ze vooral wat beter kan. Eén kleine correctie in een functioneringsgesprek blijft dagen hangen. Een compliment is echter na tien seconden verdampt. Na elk afgerond project komt geen rust, maar een nieuw lijstje. Nog beter voorbereiden. Nog minder fouten maken. Nog sterker overkomen.

Joris, 46 jaar. Als kind met autisme kreeg hij vaak te horen dat hij “zo slim” was. Dat klopte ook. Hij leerde snel, wist veel en haalde ogenschijnlijk moeiteloos hoge cijfers. Maar als hij vastliep door prikkels, paniek of sociale verwarring, kreeg hij minder begrip. “Ach, stel je niet aan. Met jouw verstand moet je je dit toch gewoon kunnen?” Inmiddels heeft hij een prima cv. Alleen voelt succes voor hem nog steeds als een tijdelijke vrijstelling van kritiek.

Dat is de vreemde pijn van prestatiewonden. Je faalt niet. Je doet juist veel goed. Maar het goede landt niet.

Wat zijn prestatiewonden?

De term “prestatiewonden” komt uit een recente beschouwing in Psychology Today. Daarmee worden psychische kwetsuren bedoeld die ontstaan wanneer iemands inzet, talent, groei of succes steeds wordt genegeerd, verkleind of als vanzelfsprekend wordt gezien. Niet door willekeurige voorbijgangers, maar juist door mensen van wie erkenning veel betekent: ouders, leraren, partners, leidinggevenden of andere belangrijke figuren.

Het pijnlijke is dus niet alleen: “Ik kreeg geen compliment.” Het gaat dieper. De boodschap wordt: wat je doet telt pas als het uitzonderlijk is. En zelfs dan maar even. Bij prestatiewonden draait het dus niet om luiheid, verwendheid of een gebrek aan ruggengraat. Vaak gaat het juist om mensen die enorm hun best doen. Ze hebben geleerd dat waardering iets is wat je moet verdienen. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Alsof je eigenwaarde een abonnement is dat elke maand verlengd moet worden.

Dat kan een krachtige motor zijn. Mensen met prestatiewonden kunnen opvallend gedisciplineerd, betrouwbaar en ambitieus worden. Maar een motor die op pijn draait, raakt vroeg of laat oververhit.

Als liefde voelt als een rapportcijfer

Veel prestatiewonden beginnen vroeg. Een kind komt thuis met een 7 en hoort: “Waarom geen 8?” Een kind wint een wedstrijd en merkt dat niemand echt blij is, omdat winnen inmiddels normaal is geworden. Een kind helpt veel in huis, past zich aan, is rustig, verstandig en makkelijk, maar krijgt vooral aandacht wanneer er iets misgaat.

Soms gebeurt dit niet uit hardheid. Ouders kunnen denken dat ze hun kind stimuleren. Leraren kunnen denken dat een slimme leerling vooral uitdaging nodig heeft. Een coach kan denken dat streng zijn helpt om talent te ontwikkelen. En natuurlijk: kinderen mogen leren omgaan met teleurstelling, inspanning en feedback. Niemand heeft iets aan een leven waarin elk krabbeltje een meesterwerk heet. Maar er is een verschil tussen aanmoedigen en voorwaardelijke waardering.

Bij gezonde aanmoediging voelt een kind: “Ik ben waardevol, ook als iets niet lukt.” Bij voorwaardelijke waardering voelt een kind: “Ik ben waardevol zolang ik presteer.” Dat verschil lijkt klein, maar het kan een leven lang meegaan.

Voor kinderen met autisme, ADHD, dyslexie of andere vormen van neurodivergentie kan dit extra ingewikkeld zijn. Zij krijgen vaak al jong veel feedback op gedrag: stiller zitten, beter plannen, socialer reageren, netter schrijven, minder fel praten, sneller schakelen, minder gevoelig doen. Zelfs wanneer die feedback vriendelijk bedoeld is, kan de optelsom hard aankomen. Het kind leert: ik ben vooral goed wanneer ik mezelf verbeter.

En als een kind óók nog slim is, ontstaat een lastige combinatie. De omgeving ziet de capaciteiten, maar onderschat de inspanning. “Je kunt het wel, als je maar wilt” klinkt dan logisch. Voor het kind kan het voelen als: mijn moeite telt niet.

De valkuil van voorwaardelijke eigenwaarde

Eigenwaarde hoort niet volledig af te hangen van prestaties. Natuurlijk voelt het goed om iets te kunnen, iets af te maken of ergens waardering voor te krijgen. Dat is menselijk. Een compliment kan een dag lichter maken. Een diploma of promotie kan terecht trots geven. Maar bij voorwaardelijke eigenwaarde wordt presteren geen bron van plezier meer. Het wordt een bewijsstuk. Een tijdelijk bewijs dat je meetelt, er als mens toe doet.

Dat maakt succes wankel. Want elk succes heeft een houdbaarheidsdatum. Vandaag ben je trots op je presentatie. Morgen denk je alweer aan die ene verspreking. Deze maand krijg je complimenten over je werk. Volgende maand ben je bang dat je door de mand valt. Je rondt een opleiding af en denkt niet: wat mooi dat dit gelukt is. Je denkt: en nu?

Voor neurodivergente mensen kan dit extra herkenbaar zijn. Veel mensen met autisme of ADHD hebben jarenlang geprobeerd te voldoen aan verwachtingen die niet goed pasten bij hun brein. Ze leerden compenseren, maskeren, vooruitdenken, scripts maken, fouten voorkomen en vooral niet “lastig” zijn. Dat kan indrukwekkende prestaties opleveren. Maar het kan ook, of tegelijkertijd, voelen alsof je hele leven één groot examen is.

Dan wordt succes geen feest, maar tijdelijke opluchting. Even geen kritiek. Even geen bewijs dat je tekortschiet. Even ademhalen.

De aankomstillusie: Straks ben ik eindelijk genoeg

Een bekende denkfout bij presteren is de aankomstillusie. Dat is het idee dat je je eindelijk rustig, gelukkig of waardevol zult voelen zodra je een bepaald doel bereikt.

  • Als ik die baan heb, komt het goed.
  • Als ik afval, ben ik eindelijk tevreden.
  • Als mijn boek verschijnt, voel ik me serieus genomen.
  • Als ik genoeg geld verdien, hoef ik me niet meer te bewijzen.
  • Als ik deze diagnose kan compenseren, val ik niet meer op.

Alleen werkt het vaak niet zo. Het doel wordt bereikt. Er is even blijdschap. Misschien zelfs euforie. Maar na een paar dagen of weken komt het oude gevoel terug. En gaat de lat omhoog.

Dat betekent niet dat doelen stellen en nastreven per definitie zinloos zijn. Integendeel. Doelen kunnen richting geven. Ze kunnen helpen om te groeien, autonomie te ervaren en iets bij te dragen. Zonder mensen die doelen stellen hadden we nog steeds in bomen of in grotten gewoond. Maar doelen kunnen geen oude wond vullen die eigenlijk om erkenning vraagt.

Wie als kind vooral werd gezien wanneer er gepresteerd werd, kan als volwassene blijven zoeken naar die ene prestatie die eindelijk alles rechtzet. Het lastige is: een diploma kan geen gemiste warmte vervangen. Een promotie kan geen oude afwijzing repareren. Applaus van honderd mensen voelt leeg wanneer je nog steeds wacht op erkenning van die ene persoon.

Dat klinkt dramatisch, maar het komt vaker voor dan je denkt. Soms draagt iemand een publiek succes met zich mee, terwijl er vanbinnen een kind fluistert: zien jullie het nu dan eindelijk?

Perfectionisme als overlevingsstrategie

Perfectionisme krijgt vaak een bijna chique uitstraling. In sollicitatiegesprekken wordt het soms zelfs als verkapt compliment gebruikt. “Mijn valkuil? Ik ben nogal perfectionistisch.” Wow… Vertaling: ik werk hard, lever kwaliteit, ben loyaal en ben waarschijnlijk goedkoop in onderhoud.

Maar echt perfectionisme is zelden gezellig. Het is niet gewoon “graag iets goed doen”. Het is de knoop in je maag als iets niet perfect is. Het is drie keer een mail nalezen en alsnog bang zijn dat er iets verkeerd staat. Het is een compliment wantrouwen omdat je zelf nog vijf tekortkomingen ziet.

Perfectionisme is zelden gezellig

Bij prestatiewonden kan perfectionisme een overlevingsstrategie worden. Als fouten gevaarlijk voelen, ga je fouten voorkomen. Als kritiek voelt als afwijzing, ga je kritiek vóór zijn. Als waardering afhankelijk lijkt van uitzonderlijke prestaties, probeer je uitzonderlijk te worden.

Voor neurodivergente mensen komt daar soms nog iets bij. Een fout is dan niet zomaar een fout. Het wordt bewijs in een groter dossier: zie je wel, ik ben te chaotisch, te gevoelig, te traag, te direct, te ingewikkeld. Te moeilijk… Zeker mensen die vaak hebben gehoord dat ze “intelligent zijnde, toch hun potentieel niet benutten”, kunnen daar gevoelig voor worden. Die zin lijkt motiverend, maar kan hard landen. Want hij zegt eigenlijk: de versie van jou die wij zien, is niet goed genoeg. Het kan een stuk beter. Daarmee kan perfectionisme bijna logisch worden. Ongezond, maar wel begrijpelijk.

De neurodivergente variant: Presteren én maskeren

Bij neurodivergentie gaat presteren niet altijd alleen over cijfers, diploma’s of werkresultaten. Soms zit de prestatie in ogenschijnlijk gewone dingen. Denk bijvoorbeeld maar aan:

  • Een dag in een kantoortuin overleven.
  • Een vergadering volgen terwijl iedereen door elkaar praat.
  • Op een verjaardag sociaal blijven terwijl het hoofd allang vol is.
  • Een planning maken met ADHD en toch op tijd leveren.
  • Een tekst lezen met dyslexie en geen fout willen maken.
  • Een schooldag doorkomen zonder meltdown.
  • Een gesprek voeren en ondertussen nadenken over oogcontact, gezichtsuitdrukking, toon en timing.

Veel van die inspanningen blijven onzichtbaar. De buitenwereld ziet alleen het eindresultaat: het is gelukt. Dus zal het wel meevallen. Juist daar kunnen prestatiewonden ontstaan. Niet omdat iemand nooit succes heeft, maar omdat de prijs van dat succes niet wordt gezien. Een kind met autisme dat hoge cijfers haalt, kan tegelijk uitgeput van prikkels, miscommunicatie, pesterijen en sociaal toneelspel thuiskomen. Een volwassene met ADHD kan een project uitstekend afronden, maar daarna instorten door weken van overcompensatie. Een werknemer kan sociaal “prima functioneren”, terwijl diegene elke avond herstelt van het maskeren. En om 20:30 uur al naar bed gaat. In feite al het andere in zijn leven opofferend.

Als de omgeving alleen het resultaat beloont, mist ze de werkelijkheid erachter. Dan krijgt iemand lof voor het volhouden van iets wat eigenlijk te veel kost. Dat moedigt aan om door te gaan met overbelasting. Soms is de meest gezonde prestatie daarom juist stoppen. Een grens aangeven. Een afspraak verplaatsen of zelfs afzeggen. Een prikkelarme werkplek vragen. Een lager tempo kiezen. Minder uren gaan werken. Een andere baan zoeken. Een WIA-uitkering aanvragen. Maar voor iemand met prestatiewonden kan dat een ‘no-go’ zijn. Want… Het voelt als falen.

Waarom nóg harder werken de wond niet geneest

Het verraderlijke van prestatiewonden is dat de gekozen oplossing vaak het probleem verder verdiept. Iemand voelt zich niet genoeg en gaat harder werken. Dat levert succes op. De omgeving reageert positief. Daardoor lijkt harder werken de juiste route. Maar innerlijk verandert er weinig. Sterker nog: de lat schuift op.

Wat gisteren bijzonder was, is morgen normaal. De eerste keer dat iemand overwerkt, klinkt er waardering. De tiende keer heet het betrokkenheid. De vijftigste keer verwacht niemand meer iets anders. Zo wordt uitzonderlijke inspanning langzaam de standaard.

Wanneer iemand jarenlang boven zijn belastbaarheid functioneert, kan dat bijdragen aan chronische stress, uitputting en soms burn-out. Daarbij gaat het niet simpelweg om “moe zijn van werk”, maar om langdurige overbelasting door een mismatch tussen verwachtingen, mogelijkheden en steun. Dat vraagt een andere blik. De vraag is niet alleen: kan iemand dit? De vraag is ook: tegen welke prijs?

Een leerling die met enorme spanning toch hoge cijfers haalt, heeft niet alleen uitdaging nodig. Misschien heeft die vooral veiligheid nodig. Een al dan niet neurodivergente werknemer die altijd levert, maar elk weekend oververmoeid op de bank ligt, heeft niet alleen complimenten nodig. Misschien heeft die aanpassingen nodig. Een volwassene die alles “goed op orde” lijkt te hebben, kan vanbinnen toch op reservebatterij draaien. Prestaties vertellen dus niet altijd het hele verhaal. Soms verbergen ze juist iets.

Ambitie hoeft niet weg

Het zou jammer zijn als dit artikel klinkt als een pleidooi tegen ambitie. Dat is het niet. Ambitie kan prachtig zijn. Mensen mogen willen groeien, leren, bouwen, winnen, promoveren, publiceren, ondernemen, creëren en uitblinken. Ook neurodivergente mensen hoeven niet kleiner gemaakt te worden uit angst voor overbelasting. Talent verdient ruimte.

Het probleem is dan ook niet het presteren als zodanig. Het probleem is presteren als enige toegangspoort tot waardering. Gezonde ambitie voelt ruimer. Je doet iets omdat het belangrijk, interessant of zinvol is. Omdat het past bij je waarden. Omdat je ergens beter in wilt worden. Omdat je iets wilt bijdragen.

Ongezonde prestatiedrang voelt benauwd. Je doet iets omdat je anders door de mand valt. Omdat rust schuldgevoel geeft. Omdat je bang bent dat mensen afhaken als je minder nuttig bent. Omdat je pas mag ontspannen na bewijs van waarde.

Voor neurodivergente mensen is die nuance extra belangrijk. Een prikkelarme werkplek, duidelijke communicatie of minder sociale verplichtingen betekenen niet dat iemand minder ambitieus is. Het zijn juist voorwaarden om duurzaam goed te kunnen functioneren. Net zoals een bril geen gebrek aan motivatie is, maar een hulpmiddel om goed te kunnen zien.

Tips en adviezen

Prestatiewonden verdwijnen niet door één goed gesprek of één middag zelfzorg met havermelk en geurkaarsen. Herstel begint meestal met herkennen. Welke prestaties geven voldoening, en welke voelen vooral als bewijsdrang? Welke complimenten komen binnen, en welke kaats je meteen weg? Van wie probeer je nog steeds erkenning te krijgen? En is (of was) die persoon eigenlijk wel in staat om je die erkenning te geven?

  • Een praktische stap is om succes bewuster te laten landen. Niet meteen door naar het volgende doel, maar even stilstaan. Wat is gelukt? Wat kostte moeite? Welke kwaliteiten zaten daarin? Voor sommige mensen helpt het om dit letterlijk op te schrijven, juist omdat het brein negatieve feedback vaak beter onthoudt dan positieve.
  • Een tweede stap is oefenen met waardering los van resultaat. Dat kan ongemakkelijk voelen. Bijvoorbeeld: “Ik ben waardevol, ook als ik vandaag minder productief ben.” Voor een perfectionistisch brein klinkt dat misschien als een tegeltjeswijsheid uit een feestwinkel in een achterafbuurt. Toch is het precies de richting waarin herstel vaak begint.
  • Een derde stap is steun zoeken bij mensen die niet alleen prestaties zien. Mensen die vragen hoe het met je gaat, niet alleen wat je hebt gedaan. Voor neurodivergente mensen kan contact met herkenning belangrijk zijn: anderen die snappen dat “het lukte toch?” niet hetzelfde is als “het was makkelijk”.
  • Ook professionele hulp kan zinvol zijn, zeker wanneer prestatiedrang samengaat met angst, depressieve klachten, trauma, burn-out of een hardnekkig gevoel van tekortschieten. Dan gaat het niet om ambitie afleren, maar om eigenwaarde verbreden. Je bent meer dan je output.
  • Voor ouders begint het met aandacht voor inspanning én beleving. Niet alleen: “Welk cijfer heb je gehaald?” Maar ook: “Hoe was het voor je?” Vier niet alleen het cijfer, maar ook het doorzetten, het vragen om hulp, het aangeven van grenzen en het herstellen na spanning.
  • Voor scholen is het belangrijk om slimme of goed presterende kinderen niet automatisch als probleemloos te zien. Een kind kan hoge cijfers halen en toch vastlopen. Zeker bij autisme, ADHD of dyslexie kan de buitenkant misleidend rustig zijn. Vraag dus niet alleen of het lukt, maar ook hoeveel het kost.
  • Voor werkgevers geldt hetzelfde. Kijk verder dan output. Iemand die altijd levert, kan alsnog overvraagd zijn. Maak ruimte voor duidelijke verwachtingen, voorspelbaarheid, herstelmomenten en maatwerk. En wees voorzichtig met complimenten die overbelasting belonen, zoals: “Jij zegt ook nooit nee.” Dat klinkt aardig, maar kan iemand vastzetten in een rol.

Goede waardering is concreet én menselijk. Niet alleen: “Mooi resultaat.” Maar ook: “Ik zie hoeveel denkwerk hierin zit.” Of: “Fijn dat je aangaf wat je nodig had.” Daarmee beloon je niet alleen presteren, maar ook gezond functioneren.

Jasmine Mohsen, Achievement Wounds: The Hidden Pain Behind High Achievement, Psychology Today, gepubliceerd op 11 juni 2026. (Psychology Today)

Bowlby, J. (1988). A secure base: Parent-child attachment and healthy human development. Basic Books. (increaseproject.eu)

Crocker, J., & Wolfe, C. T. (2001). Contingencies of self-worth. Psychological Review, 108(3), 593–623. https://doi.org/10.1037/0033-295X.108.3.593 (PubMed)

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. American Psychologist, 55(1), 68–78. https://doi.org/10.1037/0003-066X.55.1.68 (PubMed)

Shahar, G., Blatt, S. J., Zuroff, D. C., Krupnick, J. L., & Sotsky, S. M. (2004). Perfectionism impedes social relations and response to brief treatment for depression. Journal of Social and Clinical Psychology, 23(2), 140–154. https://doi.org/10.1521/jscp.23.2.140.31017 (researchinpsychotherapy.org)

Raymaker, D. M., Teo, A. R., Steckler, N. A., Lentz, B., Scharer, M., Delos Santos, A., Kapp, S. K., Hunter, M., Joyce, A., & Nicolaidis, C. (2020). “Having all of your internal resources exhausted beyond measure and being left with no clean-up crew”: Defining autistic burnout. Autism in Adulthood, 2(2), 132–143. https://doi.org/10.1089/aut.2019.0079 (Sage Journals)

Cook, J., Hull, L., Crane, L., & Mandy, W. (2021). Camouflaging in autism: A systematic review. Clinical Psychology Review, 89, 102080. https://doi.org/10.1016/j.cpr.2021.102080 (PubMed)

Hull, L., Levy, L., Lai, M.-C., Petrides, K. V., Baron-Cohen, S., Allison, C., Smith, P., & Mandy, W. (2021). Is social camouflaging associated with anxiety and depression in autistic adults? Molecular Autism, 12, 13. https://doi.org/10.1186/s13229-021-00421-1 (PubMed)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *