Leven in een samenleving die ‘vrijheid’ en ‘zelfontplooiing’ als hoogste waarden koestert, klinkt prachtig. Maar wat als je je voortdurend moet aanpassen om mee te mogen doen? Wat als je dagelijks het gevoel hebt dat je buiten de norm valt?
Voor veel neurodivergente mensen is vrijheid niet vanzelfsprekend. Je kunt pas vrij kiezen als je wordt gezien, serieus genomen, gehoord. En laat dát nu precies het punt zijn waar existentieel feminisme zich mee bezighoudt.
De filosofie van Simone de Beauvoir draait om méér dan alleen vrouwenrechten. Het gaat over wat het betekent om als ‘ander’ te leven in een wereld die jou niet als norm ziet. En hoe je daar niet alleen aan lijdt, maar ook – met vallen en opstaan – je eigen leven kunt vormgeven.
Voor neurodivergente mensen, die vaak geconfronteerd worden met vooroordelen, uitsluiting of onzichtbaarheid, biedt deze filosofie geen simpele troost. Wel een scherpere blik. En misschien ook: wat meer mildheid voor jezelf.
Wat is existentieel feminisme?
Existentieel feminisme is ontstaan in de jaren veertig en vijftig, met als belangrijkste stem: Simone de Beauvoir. In haar beroemde boek Le Deuxième Sexe (De tweede sekse) schreef ze:
“Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt.”
Daarmee bedoelde ze: de maatschappelijke rol van ‘vrouw’ is geen biologisch lot, maar een sociaal geconstrueerde identiteit. En daar zit meteen de existentiële draai: we worden allemaal geboren als mensen – maar in de loop van ons leven worden we gevormd, beperkt en soms geknecht door verwachtingen van buitenaf.
Beauvoir baseerde zich op het existentialisme van Sartre, dat stelt dat de mens eerst bestaat, en zich daarna pas vormt – via keuzes, ervaringen en relaties. Maar ze voegde daar iets aan toe: vrijheid is geen individueel project, maar vindt altijd plaats in een wereld die vol ongelijkheid zit. Existentieel feminisme stelt dus vragen als:
- Wie mag er subject zijn?
- Wie wordt gezien als ‘de norm’?
- Wie wordt gereduceerd tot object, symptoom, probleem?
En vooral: wat betekent het om binnen die kaders tóch jezelf te worden?
Zelf worden in een wereld die jou niet ziet
Als je neurodivergent bent, herken je dit misschien: je voelt dingen anders, denkt op een andere manier, communiceert niet zoals ‘hoort’. Maar in plaats van gezien te worden als een uniek mens, word je vaak bekeken als ‘afwijking’ van de standaard.
In termen van De Beauvoir: je wordt geobjectiveerd. Niet aangesproken als ‘subject’ (iemand met een eigen perspectief), maar behandeld als object: als stoornis, last, datapunt, doelgroep.
En dat heeft gevolgen. Als je jarenlang hoort dat je ‘moeilijk’ bent, ‘te gevoelig’, ‘lui’ of ‘te druk’, dan kruipt dat naar binnen. Je gaat jezelf bekijken met de ogen van de norm. En je vraagt je niet meer af: wat wil ík?, maar: hoe moet ik zijn om geaccepteerd te worden? Existentieel feminisme zegt:
Je wordt pas echt mens als je erkend wordt als subject – én die ruimte ook zelf opeist.
Dat is lastig. Zeker als je opgroeit in systemen die je standaard corrigeren. Maar het is wél mogelijk. En het begint met inzien: je bent niet verplicht om jezelf voortdurend aan te passen aan een wereld die jou niet ziet.
Het gevaar van de Anderrol
Een van de bekendste ideeën van De Beauvoir is dat vrouwen in de geschiedenis zijn gepositioneerd als de Ander van de man: niet het uitgangspunt, maar de afwijking. Niet ‘de mens’, maar ‘de vrouwelijke mens’. Voor neurodivergente mensen geldt iets soortgelijks:
- Ze worden niet gezien als volwaardige variaties binnen het menselijke spectrum,
- maar als afwijking van de neurotypische norm.
Dat leidt tot:
- Medicalisering: je wordt een ‘stoornis’, geen persoon.
- Onzichtbaarheid: je telt alleen als je ‘lastig’ bent – of als ‘genie’.
- Uitsluiting: je moet eerst bewijzen dat je ‘functioneert’, voor je meedoet.
In existentiële termen: je wordt gedefinieerd van buitenaf, in plaats van jezelf te mogen definiëren.
Beauvoir pleitte ervoor dat de Ander niet blijft hangen in die rol, maar zelf subject wordt. En dat geldt ook hier: je bent méér dan je label. Je bent geen ‘probleem’. Je bent een mens met een eigen binnenwereld – en het recht om die serieus te nemen.
Vrijheid, verantwoordelijkheid en beperking
Existentieel feminisme is geen feelgood-filosofie. Het zegt niet dat je álles kunt worden als je maar wilt. Integendeel: het erkent dat vrijheid altijd plaatsvindt binnen grenzen. Je hebt te maken met je lichaam, met systemen, met vooroordelen, met beperkingen – fysiek, sociaal, economisch. Toch blijft de kern staan:
Je bent verantwoordelijk voor hoe je je tot de wereld verhoudt.
Niet omdat alles jouw schuld is. Maar omdat je – hoe beperkt ook – altijd ruimte hebt om keuzes te maken. Al is het maar: hoe je over jezelf denkt. Waar je je energie aan geeft. Wanneer je ‘nee’ zegt. Voor neurodivergente mensen betekent dat:
- Je hoeft je niet te verontschuldigen voor wie je bent.
- Maar je mag wél verantwoordelijkheid nemen voor hoe je met jezelf en anderen omgaat.
- Zelfs als de omstandigheden rot zijn, is jouw binnenwereld van jou.
Dat is geen simpele boodschap. Maar het is ook: een kans. Om jezelf serieus te nemen. En niet te wachten tot de wereld jou toestemming geeft om te bestaan.
Wat kun je hiermee in het dagelijks leven?
Existentieel feminisme is geen theorie om op een sokkel te zetten. Het is een manier van kijken, voelen, handelen – ook in kleine dingen. Een paar voorbeelden:
- Je zegt “dit is mijn tempo” – zonder uitleg of excuses.
- Je schrijft een brief of blog waarin je jouw ervaring deelt, vanuit jezelf – niet als ‘case’ of ‘voorbeeld’.
- Je weigert om te ‘functioneren’ ten koste van je welzijn – en zoekt alternatieven die bij jóu passen.
- Je erkent: “ik heb het moeilijk” – en dat is geen zwakte, maar een feit.
- Je durft jezelf te zien als mens – niet als project, label of probleem.
Kritiek en valkuilen
Existentieel feminisme is waardevol – maar niet zonder blinde vlekken. Het begon als een stroming van witte, hoogopgeleide, westerse vrouwen. Andere perspectieven – van mensen van kleur, queermensen, mensen met een beperking – kwamen pas veel later aan bod.
Ook het idee van ‘kiezen wie je bent’ kan wringen als je leeft met structurele uitsluiting, armoede of onzichtbare beperkingen. Niet iedereen heeft dezelfde speelruimte. En soms is ‘kiezen’ helemaal geen optie – dan is het al zwaar genoeg om overeind te blijven.
Daarom zijn er inmiddels meerstemmige vormen van feminisme, zoals:
- Disability feminism, dat ook lichaam, afhankelijkheid en zorg centraal stelt.
- Neuroqueer denken, dat identiteit ziet als iets vloeiends en veranderlijks.
- Zwarte en dekoloniale feminismen, die vragen stellen bij wie er gehoord wordt.
Toch blijft de basis van existentieel feminisme krachtig:
Erkenning dat je gevormd wordt – maar dat je ook kunt kiezen hoe je daarmee omgaat.
En dat vrijheid pas echt iets betekent als het wordt gedeeld.
Wat je kan meenemen uit dit artikel
- Existentieel feminisme gaat over hoe je mens wordt in een wereld die jou niet altijd als mens ziet.
- Neurodivergente mensen worden vaak in de rol van ‘de Ander’ geduwd – maar mogen subject worden.
- Vrijheid is geen luxe, maar een bestaansvoorwaarde – ook als die beperkt is.
- Je bent verantwoordelijk voor hoe je met jezelf omgaat – niet schuldig, maar betrokken.
- Je mag je eigen stem gebruiken. Jezelf serieus nemen. Je ruimte innemen.



