Autisme: Empathietraining met neurofeedback?

Empathie: het klinkt vanzelfsprekend, maar voor veel mensen met autisme is het een ingewikkeld terrein. Het gaat niet alleen om begrijpen wat een ander voelt, maar ook om je eigen emoties op orde houden. En juist die combinatie – empathie en emotieregulatie – blijkt vaak lastig. Wetenschappers zijn al jaren op zoek naar manieren om daar iets in te verbeteren.

Een groep Oostenrijkse onderzoekers testte een opvallende methode: neurofeedback. Daarbij krijgen jongeren live informatie over hun hersenactiviteit, zodat ze leren die zelf te sturen. Het idee: als je hersengebieden traint die belangrijk zijn voor sociale informatie en emoties, kun je misschien empathie versterken.

Hun studie richtte zich specifiek op autistische jongens van 12 tot 17 jaar. Ze wilden weten: kun je door middel van EEG-neurofeedback het brein efficiënter laten werken bij het verwerken van emoties? En merk je dat vervolgens terug in gedrag?

Wat is neurofeedback eigenlijk?

Stel je voor dat je een spel speelt waarbij je met je gedachten een ballon op een scherm moet laten stijgen of dalen. Geen toverstaf, geen joystick, maar puur je eigen hersenactiviteit. Dat is in essentie neurofeedback.

Bij dit onderzoek gebruikten de wetenschappers een EEG – een soort badmuts met elektroden die hersengolven meet. Ze richtten zich op langzame corticale potentialen (SCP’s), trage schommelingen in de hersenactiviteit die te maken hebben met aandacht en voorbereiding. Als de jongeren erin slaagden die golven de goede kant op te sturen, kregen ze een beloning: een zonnetje op het scherm en positieve feedback van de trainer.

Het klinkt wat abstract, maar in de praktijk betekent het dat jongeren leren hun eigen hersenen te ‘temmen’. Het doel: de hersengebieden die betrokken zijn bij emoties en sociale signalen actiever en flexibeler maken.

Neurofeedback bestaat al langer. Bij ADHD wordt het soms ingezet om concentratie te verbeteren. Voor autisme is het terrein nog grotendeels onontgonnen.

Hoe zag het onderzoek eruit?

De onderzoekers rekruteerden 41 jongens met een officiële autisme-diagnose. Ze waren allemaal tussen de 12 en 17 jaar oud, rechtshandig en spraken goed Duits. Jongeren met bijkomende problemen (zoals psychose of epilepsie) werden uitgesloten.

De groep werd willekeurig verdeeld:

  • 21 jongeren kregen 24 sessies neurofeedback, twee keer per week.
  • 20 jongeren vormden de controlegroep en kregen ‘treatment as usual’: enkele gesprekken en hun bestaande zorg.

Voor én na de training deden alle jongeren een speciale test: de Multifaceted Empathy Test voor jongeren (MET-J). Daarbij keken ze naar foto’s van mensen met verschillende emoties. Ze moesten aangeven wat die persoon voelde, hoeveel empathie ze ervoeren en hoe sterk ze zelf geraakt werden. Tegelijkertijd werd hun hersenactiviteit gemeten.

Belangrijk detail: het onderzoek was gerandomiseerd en gecontroleerd – de gouden standaard in de wetenschap. Er was ethische goedkeuring en registratie bij een klinisch trial-register. Kortom: dit was geen los experimentje, maar degelijk opgezet onderzoek.

Wat liet het brein zien?

Tijdens het kijken naar emoties op de foto’s maten de onderzoekers drie bekende hersensignalen:

  • N170 – een vroege reactie van de hersenen op gezichten (hoe goed herken je een emotie?).
  • P300 – een piek rond 300 milliseconden die laat zien hoeveel aandacht en verwerking een prikkel krijgt.
  • LPP (Late Positive Potential) – een langere golf die aangeeft hoe sterk je aandacht vasthoudt bij emotioneel geladen informatie.

En wat gebeurde er? De opvallendste bevinding was bij de P300:

  • Jongeren met neurofeedback lieten na de training kortere reactietijden in het brein zien, alsof hun hersenen sneller doorhadden wat er speelde.
  • De controlegroep deed er juist langer over.

Ook viel op dat de P300-piek bij de neurofeedbackgroep wat lager werd. Dat klinkt misschien negatief, maar kan juist betekenen dat hun hersenen efficiënter werkten – alsof er minder energie nodig was om dezelfde emotie te verwerken.

Bij de N170 zag men een lichte verschuiving in de richting van meer ‘typische’ verwerking van gezichten, maar dit resultaat was niet sterk genoeg om harde conclusies te trekken.

De LPP liet een interessant verband zien: jongeren die minder sterke hersenreacties lieten zien, verwerkten positieve emoties juist sneller. Alsof minder overprikkeling ruimte gaf voor soepeler reageren.

Kritische kanttekening: veel resultaten waren klein en statistisch niet stevig genoeg om als bewezen te gelden. Het zijn dus signalen, geen bewijzen.

En wat merkten de jongeren zelf?

Op gedragsniveau waren de resultaten bescheidener. De jongeren werden niet plotseling beter in het herkennen van emoties of sneller in hun antwoorden.

Toch zat er een nuance in: jongeren die veranderingen in hun hersensignalen lieten zien, verwerkten positieve emoties soms sneller. Dat klinkt klein, maar kan in het dagelijks leven een verschil maken. Positieve emoties zijn vaak de smeerolie in sociale contacten.

Een fictief voorbeeld: stel dat een vriend lacht om een grap, maar jij herkent dat nét iets te laat. Het moment is dan al voorbij. Als je dat sneller oppikt, voelt het contact soepeler. Zulke subtiele verschillen kunnen het verschil maken tussen aansluiting vinden of buitengesloten raken.

Wat betekent dit in de praktijk?

Het is geen wondermiddel. Het onderzoek laat kleine verschuivingen zien, vooral in het brein, minder in zichtbaar gedrag. Maar dat is wel hoe veel wetenschappelijke doorbraken beginnen: eerst een prikkel, later pas echte stappen.

Neurofeedback heeft wel een paar voordelen:

  • Het is niet-invasief (geen medicijnen, geen operaties).
  • Jongeren vinden het vaak een soort spel.
  • Het sluit aan bij andere therapieën en kan misschien gecombineerd worden.

Maar er zijn ook kanttekeningen:

  • De effecten zijn nog onzeker en klein.
  • De training is intensief (24 sessies van een uur).
  • Het is duur en nog nauwelijks vergoed.

Vergelijk het met een nieuwe sport. Je ziet na een paar weken misschien nog geen sixpack, maar je lijf reageert wel anders. Of dat op lange termijn ook echt gezondheid oplevert, moet vervolgonderzoek laten zien.

Nederland en België

In Nederland en België wordt neurofeedback wel aangeboden, maar meestal door particuliere praktijken. Soms wordt het gebruikt bij ADHD of slaapproblemen. Bij autisme is de praktijk dun gezaaid en ontbreekt stevige wetenschappelijke onderbouwing.

Een sessie kost vaak tussen de 60 en 100 euro. Zelden wordt dit volledig vergoed door de zorgverzekering. Dat maakt het voor veel gezinnen onbereikbaar, tenzij er duidelijk bewijs komt dat het werkt en op basis daarvan mogelijk wél wordt vergoed.

Dit Oostenrijkse onderzoek geeft hoop, maar laat ook zien dat er nog een lange weg te gaan is. Voorlopig is het dus vooral iets voor de onderzoekswereld – en niet iets waar ouders of jongeren blind op moeten vertrouwen.

Fietz J, Auer G, Plener P, Poustka L, Konicar L. Empathy and event related potentials before and after EEG based neurofeedback training in autistic adolescents. Sci Rep. 2025 Aug 22;15(1):30824. doi: 10.1038/s41598-025-16767-y. PMID: 40841766.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *