ADHD bij vrouwen: Geen rem op emotie

Bij ADHD denken veel mensen nog steeds aan “druk” en “chaos”. Maar bij veel vrouwen zit de echte pijn op een andere plek: emoties die sneller oplopen, langer blijven hangen en lastiger te sturen zijn. Dat kan eruitzien als “overgevoelig”, “dramatisch”, “moeilijk”, of juist als iemand die alles maar slikt tot het ontploft.

En precies daar wringt het: als je vooral vastloopt op emoties, dan kijken hulpverleners (en jijzelf) sneller naar stress, angst, depressie, burn-out, hoogsensitiviteit, hormonale schommelingen, relatieproblemen, of “persoonlijkheidsdingen”. ADHD blijft dan soms jaren buiten beeld.

Een nieuwe studie uit PLOS ONE zette dat emotionele stuk bewust centraal. De onderzoekers stellen dat emotionele ontregeling niet alleen “erbij kan komen”, maar mogelijk bij de kern van ADHD hoort. En: als je daar beter op let, kun je vrouwen met ADHD ook beter herkennen en behandelen.

Emotionele ontregeling

“Emotionele ontregeling” klinkt zwaar en vaag, maar het gaat vaak om heel herkenbare dingen:

  • je emoties schieten snel omhoog (irritatie, huilen, boosheid, paniek)
  • je herstelt traag (het blijft uren of dagen “aan”)
  • je doet in het moment dingen waar je later spijt van hebt (appen, uitvallen, wegvluchten, doorduwen)
  • je weet achteraf wel dat het te heftig was, maar je krijgt er in het moment geen grip op

In dit onderzoek maten ze dat met een vragenlijst (DERS-16) die kijkt naar onder meer impulscontrole bij emoties, doelgericht blijven als je emotioneel wordt, en toegang hebben tot helpende strategieën.

Emotionele ontregeling is niet uniek voor ADHD. Juist daarom is de vraag interessant: hoort het bij ADHD zélf, of is het vooral “bijvangst”?

Het onderzoek

De onderzoekers wilden drie dingen snappen

  1. Hangen ADHD-symptomen samen met emotionele ontregeling?
  2. Zien vrouwen met ADHD ook echt meer problemen met emoties dan vrouwen zonder ADHD?
  3. En als dat zo is: ligt dat (deels) aan problemen met executieve functies?

Executieve functies zijn je “regelfuncties”: plannen, schakelen, je aandacht sturen, je impulsen remmen, dingen onthouden terwijl je bezig bent. In deze studie focusten ze op twee onderdelen:

  1. Werkgeheugen: je mentale kladblok voor stappen, afspraken, context (BRIEF-A subscale working memory)
  2. taak-switching (schakelen): kunnen wisselen van aanpak of gedachte als je vastzit (BRIEF-A subscale shift)

En ze keken óók naar twee emotiegerelateerde lagen:

  1. Negatieve en positieve stemming (PANAS)
  2. Alexithymie: moeite om emoties te herkennen en te benoemen (TAS-20; in deze studie lieten ze een deel weg vanwege lage betrouwbaarheid)

Wie deden er mee?

Er deden 176 vrouwen mee van 20 tot 30 jaar. 82 gaven aan dat ze een ADHD-diagnose hadden; 94 zeiden van niet.

De onderzoekers wilden ook een “waarschijnlijk ADHD”-groep maken, omdat ze wisten dat zelfrapportage rommelig kan zijn. Ze gebruikten daarom een screeningslijst (ASRS) met een afkappunt: boven 51 punten geeft een hoge kans op ADHD.

De auteurs wijzen erop dat een positieve ASRS-score niet betekent dat je “dus ADHD hebt”. In een validatiestudie bleek dat een positieve screening maar rond 22% kans gaf op een echte ADHD-diagnose, terwijl de sensitiviteit en specificiteit wel redelijk waren. Met andere woorden: als je alleen een checklist invult, krijg je relatief veel vals-positieven.
Dat is meteen één van de redenen waarom dit onderzoek interessant is, maar ook voorzichtig geïnterpreteerd moet worden.

De deelnemers kwamen uit een community sample van vrouwelijke studenten en vrouwen die via sociale media meededen; ze vulden alles online in (Qualtrics). Dat gebeurde tussen 29 januari 2024 en 12 mei 2024.

Wat vonden de onderzoekers?

De hoofdboodschap is simpel: meer ADHD-symptomen hing samen met meer emotionele ontregeling, en ook met meer problemen in werkgeheugen en schakelen.

Maar de studie keek niet alleen naar “meer of minder”. Ze vergeleken ook groepen. En dan zie je een patroon dat voor veel lezers mogelijk herkenbaar is:

  • Vrouwen met ADHD scoorden hoger op emotionele ontregeling.
  • Ze rapporteerden meer negatieve stemming.
  • Ze rapporteerden meer moeite met emoties herkennen en benoemen (alexithymie)
  • Tegelijk scoorden ze hoger op problemen met werkgeheugen en schakelen

De “waarschijnlijk ADHD”-groep zat vaak tussen de groepen in: niet zo laag als de controlegroep, niet zo hoog als de ADHD-groep. Dat ondersteunt het idee dat het geen zwart-wit verhaal is, maar een spectrum van ernst en belasting.

Waarom hangen ADHD en emoties samen?

De onderzoekers testten of executieve functies een soort brug vormen tussen ADHD-symptomen en emotionele ontregeling. Dus niet alleen: “ADHD → emoties”, maar: “ADHD → problemen met regelfuncties → minder grip op emoties”.

Ze deden dat met een mediatie-analyse (PROCESS). En ja: zowel werkgeheugenproblemen als schakelproblemen medieerden de relatie.

Concreet:

  • via werkgeheugen vonden ze een indirect effect van b = 0,18 (95% BI 0,12 tot 0,25)
  • via schakelen vonden ze een indirect effect van b = 0,21 (95% BI 0,15 tot 0,28)

Dat zijn statistische getallen, maar de betekenis is eigenlijk heel menselijk:

Als je werkgeheugen wankel is, raak je sneller de context kwijt. Je vergeet wat je net dacht. Je mist tussenstappen. Je komt later terug in je hoofd en denkt: waarom deed ik dit ook alweer? En die verwarring maakt emoties feller, vooral bij stress.

Als schakelen moeilijk is, blijf je hangen. In een gedachte. In schaamte. In boosheid. In “dit is onrecht”. In “ik moet dit nu fixen”. En als je niet soepel kunt overschakelen, voelt een emotie minder als een golf die voorbijgaat, en meer als een kamer zonder deur.

Een mediatie-analyse is een manier om te onderzoeken of het effect van A op B (gedeeltelijk) loopt via een tussenstap. Die tussenstap noemen onderzoekers een mediator. In gewone taal: niet alleen kijken of A samenhangt met B, maar ook proberen te begrijpen via welke route dat gebeurt.

Je hebt meestal drie onderdelen:

  1. A: de voorspeller (bijvoorbeeld ADHD-symptomen)
  2. B: de uitkomst (bijvoorbeeld emotionele ontregeling)
  3. M: de mogelijke tussenstap (bijvoorbeeld werkgeheugenproblemen)

Een mediatie-analyse test dan grofweg dit idee:
ADHD-symptomen hangen samen met werkgeheugenproblemen, en werkgeheugenproblemen hangen samen met emotionele ontregeling. Als dat klopt, dan kan een deel van de relatie tussen ADHD-symptomen en emotionele ontregeling “via” werkgeheugen lopen.

Onderzoekers spreken vaak over twee soorten effecten:

  • Het totale effect: de totale relatie tussen A en B.
  • Het indirecte effect: het stuk van die relatie dat via M loopt (A → M → B).
  • Het directe effect: wat er overblijft van A → B als je M meeneemt.

Belangrijk: mediatie betekent niet automatisch dat je oorzaak en gevolg hebt bewezen. Zeker niet als je alles op één moment meet (cross-sectioneel). Dan zie je vooral een plausibel patroon dat past bij een mogelijke route.

Kortom: een mediatie-analyse is een gereedschap om een verhaal over het “hoe” te testen, niet alleen over het “of”.

Het verschil tussen negatieve stemming en emotionele ontregeling

De studie liet ook iets belangrijks zien: negatieve stemming (PANAS) hing samen met emotionele ontregeling en ADHD-symptomen.
Dat klinkt logisch, maar het helpt om het onderscheid scherp te houden:

  • Negatieve stemming gaat over hoe vaak je je somber, gespannen of geïrriteerd voelt.
  • Emotionele ontregeling gaat over grip: hoe je met die emoties omgaat, hoe snel ze escaleren, of je jezelf kunt bijsturen.

Je kunt dus best vaak negatieve gevoelens hebben en tóch redelijk reguleren (met pauze, afstand, praten). En je kunt ook relatief “oké” zijn, maar bij triggers heel heftig ontregelen.

De studie vond geen sterke relatie tussen positieve stemming en emotionele ontregeling. De auteurs noemen als mogelijke verklaring dat sommige mensen met ADHD positiever over zichzelf kunnen rapporteren dan passend is (positieve illusoire bias).
Dat is geen oordeel, maar wel een waarschuwing: zelfrapportage blijft een tricky meetmethode.

Waarom juist vrouwen?

  • Vrouwen met ADHD ervaren vaak meer sociaal-emotionele belasting.
  • Vrouwen krijgen in veel culturen (ook bij ons) sterker het signaal dat ze “sociaal handig”, “zorgzaam”, “netjes” en “emotioneel verantwoordelijk” moeten zijn.
  • Emotionele problemen kunnen het ADHD-beeld bij vrouwen maskeren. De onderzoekers suggereren expliciet dat emotionele ontregeling een reden kan zijn voor gemiste of vertraagde ADHD-diagnoses bij vrouwen.

Dat past ook bij wat je in de praktijk vaak hoort: veel vrouwen komen binnen met “ik ben op”, “ik kan niet meer”, “ik ben te gevoelig”, “ik faal in relaties”, “ik overzie het niet”, “ik raak mezelf kwijt”. Pas later komt de vraag: maar waarom loopt jouw systeem dan steeds vast?

Tips en adviezen

Dit onderzoek zegt niet: “doe trucje X en je emoties zijn weg”. Het zegt wel: als werkgeheugen en schakelen een deel van het probleem vormen, dan helpt het om dáár op te mikken. Praktisch betekent dat: minder vertrouwen op je hoofd, meer steunstructuur buiten je hoofd.

Een paar concrete richtingen (geen therapie, wel praktische logica):

  • Externe werkgeheugensteun: Zet stappen op papier. Maak checklists. Werk met post-its, een notitie-app, een whiteboard, een weekplanner. Niet omdat je “lui” bent, maar omdat je je regelfuncties ontlast. Minder chaos = minder emotionele kortsluiting.
  • Overgangen minder bruut maken: Schakelproblemen worden erger bij plotselinge overgangen. Dus: bouw micro-overgangen in. Timer. Een vaste afrondzin (“ik parkeer dit”). Een mini-ritueel (kop thee, even lopen, raam open). Het klinkt klein, maar schakelen is vaak precies het kwetsbare punt.
  • Emoties benoemen voordat je ze oplost: Je kunt dat trainen met een simpele gewoonte: eerst een woord, dan pas een actie. Boos. Beschaamd. Overprikkeld. Bang. Teleurgesteld. Onrecht. Als je dat label hebt, ga je minder snel direct handelen vanuit de emotie.
  • Stopregels voor impuls-acties: Veel schade ontstaat door “nu meteen”: appen, vertrekken, schreeuwen, discussiëren, kopen, drinken, doorscrollen. Maak één persoonlijke stopregel, bijvoorbeeld: bij heftige emotie stuur ik geen berichten in het eerste uur. Dat is geen karaktertraining, dat is risicomanagement!
  • Bespreek emoties expliciet bij diagnostiek en behandeling: Als je hulp zoekt, benoem dan niet alleen concentratie, maar ook emotionele escalatie, herstelduur, en wat triggers doen met je gedrag.

Behandeling

Emotionele ontregeling heeft mogelijk baat bij zowel medicatie als ‘praten’. Ze noemen onder andere CGT en mindfulness, en wijzen erop dat studies bij kinderen, jongeren en volwassenen verbetering in functioneren laten zien met dit soort interventies.

Ze plaatsen ook een kanttekening: medicatie helpt vaak bij ADHD-symptomen en kan emotionele ontregeling verminderen, maar mogelijk werkt het minder goed op “bottom-up” emotionele mechanismen. Daarom noemen ze dat soms ook andere medicatie overwogen wordt (zoals antidepressiva of stemmingsstabilisatoren), afhankelijk van het totale beeld.

Wat het onderzoek niet bewijst

Deze studie is waardevol, maar, zoals veel in het leven, niet perfect. De onderzoekers noemen zelf meerdere beperkingen:

  • Ze maten alles op één moment. Je kunt dan geen harde oorzaak-gevolg conclusies trekken.
  • Ze gebruikten vooral zelfrapportage.
  • Ze verifieerden ADHD-diagnoses niet met een klinisch interview, en ze controleerden niet volledig voor comorbiditeit of medicatie-effecten.
  • De steekproef bestond uit vrouwelijke studenten en vrouwen die via sociale media meededen. Dat beperkt de generaliseerbaarheid naar andere leeftijden, opleidingsniveaus en levenssituaties.

Toch maakt dit het onderzoek niet “waardeloos”. Integendeel: het geeft een stevig signaal dat emotionele ontregeling bij vrouwen met ADHD aandacht verdient, en dat executieve functies daar een plausibele schakel in vormen.

Wat heb je er aan?

Als je jezelf herkent in “geen rem op emotie”, dan kan dit artikel twee dingen voor je doen.

  1. Het haalt schuld weg. Emoties die escaleren zijn niet automatisch “een zwak karakter” of “een slechte opvoeding”. Het kan passen bij hoe jouw brein schakelt, onthoudt en bijstuurt.
  2. Het geeft richting. Niet alleen praten over emoties, maar ook sleutelen aan de randvoorwaarden die emoties beïnvloeden: structuur, overgangen, externe steun, herstelmomenten, en het leren herkennen en benoemen van wat je voelt.

En misschien nog het belangrijkste: als jij (of je omgeving) ADHD nog steeds ziet als “druk kindergedoe”, dan laat dit soort onderzoek zien hoe volwassen ADHD bij vrouwen er óók uit kan zien.

ADHD of borderline?

Er bestaat duidelijke overlap tussen ADHD (ook bij vrouwen) en de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Dat komt vooral doordat beide problemen vaak gepaard gaan met emotionele ontregeling en impulsiviteit. Daardoor kun je aan de buitenkant vergelijkbaar gedrag zien: snel boos of verdrietig, heftige reacties op ogenschijnlijk milde triggers, vaak achteraf spijt en schaamte. Reviews beschrijven die symptomatische overlap en noemen ook dat ADHD en BPS relatief vaak samen voorkomen, wat de diagnostiek extra lastig maakt. (Dove Medical Press)

Toch gaat het onder de motorkap vaak om iets anders. Bij ADHD ligt de kern meestal bij aandacht en executieve functies: werkgeheugen, schakelen, remmen, plannen. Als die regelfuncties haperen, kan emotieregulatie minder goed lukken. In de recente PLOS ONE-studie bij vrouwen (20–30 jaar) hingen ADHD-symptomen samen met meer emotionele ontregeling, en een deel daarvan liep via problemen met werkgeheugen en schakelen.

Bij BPS draait het beeld juist sterk om instabiliteit in relaties, zelfbeeld en stemming, vaak met een uitgesproken angst voor afwijzing of verlating. NICE beschrijft BPS als een patroon van instabiliteit in relaties, zelfbeeld en emoties, met impulsief gedrag; zelfbeschadiging en suïcidale gedachten kunnen daarbij horen, en soms ook kortdurende psychotische klachten onder stress. (nice.org.uk)

Een praktisch verschil dat clinici vaak noemen: bij ADHD zie je wel impulsiviteit en emotionele schommelingen, maar meestal niet het typische patroon van intens, snel escalerend “trekken-duwen” in relaties, chronische suïcidaliteit of herhaald zelfbeschadigend gedrag als kernsymptoom. (PMC)

Belangrijk om hardop te zeggen: je kunt beide diagnoses tegelijk hebben, en dan zijn emotieproblemen vaak extra heftig. Onderzoek suggereert zelfs gedeelde (deels genetische) kwetsbaarheden rond emotionele ontregeling. (PMC)

Tot slot: dit is geen checklist om jezelf te diagnosticeren. Als je twijfelt, helpt een specialist die beide beelden kent (en ook trauma, angst, depressie en autisme meeneemt) het meest.

ThemaOvereenkomstMeer typisch bij ADHD (bij vrouwen)Meer typisch bij BPS
EmotiesSnelle, intense emoties; moeite met reguleren (Dove Medical Press)Emoties lopen op bij overprikkeling, frustratie, chaostress; vaak gekoppeld aan executieve problemenEmoties sterk relationeel getriggerd (afwijzing/verlating); heftige stemmingsreacties (nice.org.uk)
ImpulsiviteitImpulsieve acties kunnen voorkomen (Dove Medical Press)Impulsiviteit vaak “in het moment” (praten, kopen, afleiding, appen), samen met aandachtsschommelingenImpulsiviteit vaker in zelfbeschadigende patronen of escalaties in relaties (eput.nhs.uk)
RelatiesMisverstanden en conflicten kunnen voorkomenRelatieproblemen vaak door vergeetachtigheid, te laat, afgeleid, miscommunicatieInstabiele, intense relaties met trekken-duwen en sterke verlatingsangst (nice.org.uk)
ZelfbeeldOnzekerheid kan bij beide spelenZelfbeeld wisselt vaak door “ik kan dit niet” na chaos/falenIdentiteitsproblemen en wisselend zelfbeeld als kernkenmerk (nice.org.uk)
Zelfbeschadiging/suïcidaliteitKan voorkomen, maar niet altijdNiet typisch als kernsymptoom (PMC)Relatief kenmerkend; suïcidale gedachten en zelfbeschadiging komen vaker voor (eput.nhs.uk)
Ontstaan en verloopBeiden kunnen lang onder de radar blijvenMeestal al vanaf kindertijd aanwezig, maar bij vrouwen vaak laat herkendPatroon vanaf (jong)volwassenheid, sterk verweven met relaties en zelfbeeld (nice.org.uk)

Slobodin, O., Har Sinay, M., & Zohar, A. H. (2025). A controlled study of emotional dysfunction in adult women with ADHD. PLOS ONE, 20(12), e0337454. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0337454

Harrison, A. G., & Edwards, M. J. (2023). The Ability of Self-Report Methods to Accurately Diagnose Attention Deficit Hyperactivity Disorder: A Systematic Review. Journal of Attention Disorders, 27(12), 1343–1359. https://doi.org/10.1177/10870547231177470

Brevik, E. J., Lundervold, A. J., Haavik, J., & Posserud, M.-B. (2020). Validity and accuracy of the Adult Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder (ADHD) Self-Report Scale (ASRS) and the Wender Utah Rating Scale (WURS) symptom checklists in discriminating between adults with and without ADHD. Brain and Behavior, 10(6), e01605. https://doi.org/10.1002/brb3.1605

Kessler, R. C., Adler, L., Ames, M., Demler, O., Faraone, S., Hiripi, E., et al. (2005). The World Health Organization Adult ADHD Self-Report Scale (ASRS): a short screening scale for use in the general population. Psychological Medicine, 35(2), 245–256. https://doi.org/10.1017/S0033291704002892

Een reactie

  1. Adhd en of borderline worden later of helemaal niet ontdekt bij
    meisjes, vrouwen omdat zij het meer verbergen. Komt door opvoeding. Jongens worden meer gepamperd en getroost. Als meisjes iets mankeert zijn het aanstellers en huilebalken. Daarom laten ze maar niks meer merken en slikken alles af. Driftbuien en drukte bij jongens wordt geaccepteerd. Zijn toch jongens. Meisjes horen zich rustig en netjes te gedragen. Conclusie, meer bps bij vrouwen door onbehandelde adhd. Bij autisme zelfde liedje

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.