Autisme en smaak voor abstracte kunst

Stel: je kijkt naar een abstract werk met drie kleuren. Jij denkt: lekker rustig, harmonieus. Iemand anders denkt: schreeuwerig, botsend, weg ermee. Wie heeft “gelijk”? Niemand. Maar er kan wél een patroon achter zitten.

In een recent onderzoek keken onderzoekers naar iets dat veel mensen met autisme herkennen: kleur kan niet alleen mooi zijn, maar ook hard binnenkomen. Niet alleen “wat vind je ervan?”, maar ook: hoe prikkelend voelt het? En: kun je kleur “leuk” vinden en tegelijk “te veel” vinden?

De studie is klein en gaat niet over mensen met een officiële diagnose, maar over autistische kenmerken in een studentengroep. Toch is het interessant, juist omdat het iets meet dat heel dichtbij het dagelijks leven komt: de mix van zintuigen, voorkeuren, overprikkeling en esthetiek.

Waar ging dit onderzoek over?

De onderzoekers vroegen zich af: als je meer autistische trekken hebt, beoordeel je abstracte kleurcombinaties dan anders? Ze lieten mensen twee dingen doen:

  1. Beoordelen hoe kleurrijk een afbeelding is.
  2. Beoordelen hoe leuk ze de afbeelding vinden (liking).

Belangrijk: “kleurrijk” en “leuk” hoeven dus niet hetzelfde te betekenen. Je kunt iets heel kleurrijk vinden en het toch niet willen zien. Of andersom: je kunt een rustige combinatie leuk vinden, ook al is die niet “spectaculair”.

Hoe hebben ze het getest?

De studie draaide om controle. Niet: “hier is kunst, wat vind je ervan?” maar: “hier zijn kleurcombinaties die we heel precies opbouwen.”

De deelnemers:

  • 111 studenten (18–28 jaar; gemiddelde leeftijd rond 21) met normale of gecorrigeerde kleurvisie.
  • Geen klinische screening: ze wisten dus niet wie autisme had, en dat was ook niet het doel.

Autistische trekken maten ze met de Autism-Spectrum Quotient (AQ), een vragenlijst van 50 items (met subschalen zoals aandacht voor detail, sociale vaardigheden, aandacht-switching). Hoe hoger de score, hoe meer autistische trekken.

De afbeeldingen:

  • Abstracte plaatjes met veel kleine vormen: óf cirkels óf rechthoeken.
  • Steeds drie tinten per plaatje.
  • De tinten kwamen uit een kleurwiel (CIELAB-kleurruimte), en verschilden alleen in tint (hue).

De onderzoekers varieerden twee dingen die je ook in het echte leven vaak voelt, maar dan zonder woorden:

  1. Afstand tussen tinten
    • klein verschil (tinten dicht bij elkaar)
    • groot verschil (tinten verder uit elkaar)
  2. Kleurcategorie
    • tinten binnen dezelfde kleurfamilie
    • tinten die over een grens heen gaan (bijvoorbeeld van blauw naar groen, of van rood naar paars)

Meer contrast voelt meestal kleurrijker en vaak ook leuker

Als je tinten verder uit elkaar zet, dan vinden mensen die combinatie gemiddeld:

  • kleurrijker
  • en ook leuker

Dat klinkt logisch: contrast trekt aandacht. Het “gebeurt” meer op je netvlies.

Waar autisme om de hoek komt kijken: harmonie versus botsing

De kernbevinding:

  • Hoe hoger de AQ-score (meer autistische trekken), hoe minder mensen hielden van kleurcombinaties die:
    • een grote afstand hebben tussen tinten
    • én/of over kleurcategoriegrenzen heen gaan

Dus: combinaties die veel “spanning” hebben, vielen gemiddeld minder in de smaak bij mensen met meer autistische trekken.

Belangrijk detail: dit ging vooral over liking (leuk vinden). Het is dus niet alleen een verhaal over “beter zien” of “meer kleur waarnemen”. Het gaat ook over wat je brein prettig vindt om naar te kijken.

Het effect hangt af van de kleur zelf

De onderzoekers vonden ook:

  • Over alle kleuren heen was de relatie tussen AQ en beoordelingen gemiddeld negatief (hogere AQ, iets lagere ratings).
  • Maar die relatie was sterk afhankelijk van waar je op het kleurwiel zit.

Ze zagen:

  • het effect piekte in het paars-roze gebied
  • en werd minimaal in ongeveer het geel-groen gebied

Met andere woorden: er is niet één “autisme-kleurvoorkeur”. Het hangt af van welk kleurgebied je aanbiedt.

Kleurrijk vinden en leuk vinden lopen niet gelijk op

De studie maakt een interessant onderscheid:

  • Kleurrijkheid: liet een vrij consistent negatieve relatie met AQ zien over tinten heen (dus: hogere AQ, gemiddeld iets lagere “kleurrijk”-scores).
  • Liking: liet een tweefasen-patroon zien:
    • rond groen-cyaan was er relatief meer voorkeur bij hogere AQ
    • rond paars-roze juist duidelijk minder liking bij hogere AQ

Dat is een handige gedachte voor het dagelijks leven: je kunt prikkels best “zien” en “snappen”, maar dat zegt nog niets over of je brein het ook prettig vindt.

Wat betekent dit voor jou als je autisme hebt?

Als je autisme hebt, herken je dit misschien:

  • Sommige kleurcombinaties voelen meteen onrustig.
  • Je kunt de schoonheid best begrijpen, maar je lijf zegt: nee.
  • Je kiest soms automatisch voor “rustige” tinten, niet omdat je saai bent, maar omdat je systeem al druk genoeg is.

Deze studie geeft daar geen definitief antwoord op, maar hij ondersteunt wel een heel normale verklaring: smaak is niet alleen smaak. Het is ook prikkelregulatie.

Een paar praktische vertalingen (zonder dat je je hele leven hoeft om te gooien):

  • Contrast: Contrasten zijn geweldig voor leesbaarheid (zwart op wit, duidelijke knoppen, heldere iconen). Maar contrast op álles (achtergrond, accenten, decoratie, posters, felle combinaties) kan voelen als “constante aan”. Tip: maak één element opvallend, en laat de rest rustig.
  • Werk met zones in plaats van “alles mooi maken”. Een prikkelvriendelijke woon- of werkplek hoeft geen museum te zijn. Tip: maak één hoek prikkelarm (rustige tinten, weinig patronen) waar je kunt landen. En laat de rest van de ruimte “normaal” zijn.
  • Scherminstellingen zijn geen detail, maar een hulpmiddel. Als jij bij bepaalde kleuren sneller overprikkelt: probeer eens een donker thema of juist licht thema (afhankelijk van wat jij fijner vindt). Of de nachtmodus / blauwlichtfilter of minder verzadiging (saturation) op je scherm. Het lijkt klein, maar je kijkt er vaak uren per dag naar.
  • Kleding: kies op draagcomfort, niet op sociale smaak. Als paars-roze tinten jou sneller “aan” zetten, dan is het logisch dat je daar minder zin in hebt. Tip: kies basis-kleuren die je systeem rust geven, en voeg kleur toe met één accent (sjaal, sokken, accessoire). Dan heb je controle.
  • Let op de combinatie, niet op de losse kleur. Veel mensen met autisme zeggen: “Ik haat geel.” Vaak klopt het net niet. Je haat geel naast een bepaalde tint, in een bepaalde lichtbron, op een bepaalde ondergrond. Tip: test combinaties in het licht waarin je ze echt gebruikt.

Wat werkgevers, hulpverleners en ontwerpers hiervan kunnen leren

Deze studie gaat over abstracte plaatjes. Maar de les is breder: kleurkeuzes zijn niet neutraal. Ze kunnen ondersteunen of belasten. In Nederland en België zie je dit vaak misgaan in:

  • kantoortuinen met “hippe” kleurvlakken op muren
  • wachtruimtes met drukke prints
  • intranetten, portals en websites met felle accenten overal
  • PowerPoints met kleurcontrasten die “energie” moeten uitstralen

Prikkelvriendelijk ontwerpen hoeft niet duur te zijn. Een paar simpele richtlijnen:

  • Gebruik kleur om te helpen, niet om te versieren. Kleur als signaal (dit is een knop, dit is een waarschuwing) werkt. Kleur als permanente decoratie op alle vlakken werkt vaak niet.
  • Beperk het aantal accentkleuren. Eén hoofdkleur en één accentkleur is vaak genoeg. Alles wat “extra” is, moet een reden hebben.
  • Test met echte gebruikers, niet met het team dat het bouwt. Mensen die dagelijks met autisme leven, merken direct of iets “druk” voelt. Een korte gebruikersronde levert vaak meer op dan maanden discussiëren.
  • Geef keuzevrijheid waar dat kan: Bijvoorbeeld in apps: thema’s (rustig, hoog contrast, donker) en op kantoor: stiltezones, werkplekken met minder visuele prikkels. Keuze is vaak het verschil tussen “net niet vol te houden” en “het gaat eigenlijk best”.

Overzichtstabel

Wat veranderde er in de afbeeldingen?Gemiddeld effect bij alle deelnemersRelatie met autistische trekken (AQ)Praktische vertaling
Grotere afstand tussen tinten (meer contrast)Meer kleurrijk en ook vaak meer likingBij hogere AQ: minder liking voor dit soort “botsende” combinatiesContrast kan boeiend zijn, maar ook sneller vermoeien
Kleuren over categoriegrenzen (andere kleurfamilies gemixt)Kan spannender/levendiger voelenBij hogere AQ: minder liking voor combinaties die “over grenzen” gaanHarmonie/voorspelbaarheid kan belangrijker zijn dan spektakel
Kleurgebied op het kleurwiel (bijv. groen-cyaan vs paars-roze)Geen uniform patroon: het hangt van het gebied afSterk hue-afhankelijk: klein effect rond geel-groen, groot rond paars-roze; liking had tweefasen-patroon met relatief meer voorkeur rond groen-cyaan en minder rond paars-rozeNiet “autisme houdt van X”, maar: sommige kleurgebieden werken voor sommige mensen anders
Kleurrijkheid vs likingVaak gekoppeld, maar niet hetzelfdeKleurrijkheid bleef vrij consistent negatief met AQ; liking wisselde per kleurgebiedIets kan objectief kleurrijk zijn en toch niet prettig

Kritische noot

Dit ging niet over “mensen met autisme” als groep. De deelnemers waren studenten uit de algemene populatie. Er was geen klinische screening. Je kunt dit dus niet één-op-één vertalen naar iedereen met autisme.

Online onderzoek = schermonderzoek. Kleur op een scherm hangt af van:

  • schermtype
  • instellingen
  • omgevingslicht

Abstracte geometrie is niet hetzelfde als een woonkamer of werkplek. In het dagelijks leven heb je ook:

  • materiaal (glans/mat)
  • textuur
  • beweging
  • geluid, geur, sociale context

Autisme is heterogeen. Zelfs als je dit zou herhalen in een groep met diagnoses, verwacht je variatie:

  • sensorisch profiel
  • comorbiditeit (zoals angst)
  • vermoeidheid, slaap
  • stressniveau

Maar ondanks die beperkingen: het onderzoek is waardevol omdat het laat zien dat “esthetiek” en “prikkelverwerking” waarschijnlijk dichter bij elkaar liggen dan we vaak denken.

Kleine test voor jezelf

Als je autisme hebt (of als je met autisme werkt), kun je hier iets praktisch uithalen zonder diagnoses, vragenlijsten of moeilijke modellen.

Pak vier screenshots of plaatjes:

  1. Rustige tinten, dicht bij elkaar (bijv. drie blauwen).
  2. Sterk contrast (bijv. geel + paars + felrood).
  3. Binnen één kleurfamilie, maar verzadigd (bijv. felle groenen).
  4. Over grenzen heen, maar zacht (bijv. pastel blauw-groen-paars).

Beantwoord per plaatje:

  • Vind ik dit prettig om naar te kijken?
  • Word ik hier rustiger of drukker van?
  • Zou ik dit in mijn omgeving willen (muur, kleding, app, werkplek)?
  • Hoe voel ik me na 30 seconden kijken?

Dit klinkt simpel. Maar dit soort micro-observaties zijn vaak praktischer dan algemene adviezen als “vermijd prikkels”.

Wang L, Sun M. Autistic traits influence aesthetic judgments of abstract color works. BMC Psychol. 2025 Dec 17. doi: 10.1186/s40359-025-03876-6. Epub ahead of print. PMID: 41408663.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.