Angst en slaap zijn een beroerde combinatie. Een kind dat overdag al gespannen is, neemt die spanning vaak mee de nacht in. Het hoofd blijft malen, het lichaam blijft alert en slapen voelt dan niet als iets vanzelfsprekends, maar als een gevecht. Voor ouders is dat minstens zo slopend. Een kind ligt wakker, komt steeds uit bed, slaapt onrustig of is overdag moe en prikkelbaar. En dan rijst vroeg of laat de vraag: wat helpt?
Ondenderzoeker in Iran vergeleken drie mogelijkheden bij kinderen met een angststoornis én slapeloosheid: clonidine, melatonine en een placebo.
Waarom angst slapen zo moeilijk maakt
Slapen lukt het best als je langzaam van waakstand naar ruststand zakt. Bij angst blijft het lichaam als het ware op scherp staan. Het kind let op geluiden, denkt aan wat morgen mis kan gaan, voelt onrust in de buik of merkt dat het hart sneller klopt. Zelfs als er niets aan de hand is, geeft het lichaam toch het signaal af dat ontspannen niet veilig voelt.
Dat heeft gevolgen overdag. Slecht slapen maakt kinderen vaak emotioneler, sneller boos, gevoeliger voor prikkels en minder geconcentreerd. Daardoor kan school zwaarder worden, kunnen ruzies sneller ontstaan en groeit het gevoel dat alles te veel is. Zo versterken angst en slecht slapen elkaar. Angst verstoort de nacht, en een slechte nacht maakt angst weer lastiger te dragen.

Dat cirkeltje kennen veel lezers waarschijnlijk maar al te goed. Ook bij neurodivergente kinderen komen slaapproblemen, prikkelgevoeligheid en piekeren immers vaak samen voor. Toch is het belangrijk om hier meteen een grens te trekken: de studie waarop dit artikel leunt ging níét over autisme. Kinderen met autisme waren zelfs uitgesloten van deelname. De uitkomsten kunnen dus niet zomaar één op één worden vertaald naar kinderen met autisme of andere vormen van neurodiversiteit.
Het onderzoek
De onderzoekers keken naar 72 kinderen van 6 tot 12 jaar met een angststoornis en duidelijke slaapproblemen. De kinderen werden verdeeld over drie groepen van elk 24 deelnemers. De ene groep kreeg clonidine, de tweede melatonine en de derde een placebo.
Clonidine is een medicijn dat onder meer een dempend effect kan hebben op lichamelijke onrust en alertheid. Melatonine is een lichaamseigen hormoon dat betrokken is bij het slaap-waakritme. Een placebo lijkt op een echt middel, maar bevat geen werkzame stof.
De behandeling duurde zes weken. Belangrijk detail: alle kinderen kregen daarnaast ook fluoxetine als basisbehandeling voor de angstklachten. Dat maakt deze studie sterker én tegelijk zwakker. Sterker, omdat de groepen daardoor beter vergelijkbaar werden. Zwakker, omdat fluoxetine zelf ook invloed kan hebben op slaap en angst. Daardoor blijft het lastig om precies te zeggen welk deel van het effect echt door clonidine of melatonine kwam.

De onderzoekers maten de slaap niet met een smartwatch of hersenscan, maar met de Children’s Sleep Habits Questionnaire (CSHQ), een veelgebruikte vragenlijst over slaapgewoonten bij kinderen die ouders invullen over het slaapgedrag van hun kind. Dat is praktisch, maar ook minder hard dan objectieve slaapmetingen. Ouders zien veel, maar niet alles.
Wat eruit kwam
De hoofdboodschap is eenvoudig: zowel clonidine als melatonine verbeterden de slaap duidelijk meer dan een placebo. Na zes weken sliepen kinderen in beide actieve groepen gemiddeld merkbaar beter dan kinderen in de placebogroep.
Op de CSHQ daalde de gemiddelde score in de clonidinegroep van ongeveer 60,7 naar 43,0. In de melatoninegroep daalde die van 61,3 naar 45,6. In de placebogroep was de daling veel kleiner: van 60,6 naar 56,5. Bij deze vragenlijst geldt: hoe lager de score, hoe beter de slaap.
Dat betekent niet dat elk kind ineens sliep als de spreekwoordelijke roos. Wel laat het zien dat de gemiddelde verbetering in de twee behandelde groepen veel groter was dan wanneer kinderen alleen een placebo kregen.
Opvallend genoeg was er aan het einde geen duidelijk verschil tussen clonidine en melatonine. Er was dus geen echte winnaar. Dat is klinisch best relevant, want het suggereert dat artsen en ouders niet alleen naar effect hoeven te kijken, maar ook naar bijwerkingen, voorkeuren, de aard van de klachten en de bredere context van het kind.
Twee middelen, twee routes
Melatonine en clonidine helpen niet op dezelfde manier.
Melatonine werkt vooral als een soort tijdgever. Het geeft het lichaam een signaal dat het avond wordt en dat het slaapritme (terug) mag opschuiven richting rust. Daarom past het vooral bij kinderen die moeilijk in slaap vallen, laat slaperig worden of een ontregeld slaap-waakritme hebben.
Clonidine werkt anders. Het dempt de lichamelijke activering. Simpel gezegd: het kan het systeem wat minder “aan” zetten. Daardoor past het eerder bij kinderen bij wie onrust, spanning en lichamelijke alertheid een grote rol spelen.
Dat verschil is belangrijk. Slecht slapen heeft namelijk niet altijd dezelfde oorzaak. Het ene kind kan wakkerliggen omdat het biologische ritme verschoven is. Het andere kind ligt bijvoorbeeld wakker omdat het hoofd niet ophoudt en het lichaam in alarmstand blijft. Voor buitenstaanders lijkt dat allebei op “niet kunnen slapen”.
Vielen de bijwerkingen mee?
In de Iraanse studie vielen de bijwerkingen op het eerste gezicht mee. Slaperigheid, droge mond en vermoeidheid kwamen voor, maar niet duidelijk vaker in de actieve groepen dan in de placebogroep. Ernstige problemen, zoals een te lage bloeddruk of een te trage hartslag, werden niet gemeld.
Toch zou het een fout zijn om daaruit te concluderen dat deze middelen “dus veilig” zijn. De studie was klein, duurde maar zes weken en keek naar een vrij beperkte groep kinderen. Zeldzame of langetermijnbijwerkingen vallen in zo’n opzet makkelijk buiten beeld.
Vooral bij clonidine blijft medische begeleiding belangrijk. Dat is geen onschuldig middeltje uit het reformschap, maar een medicijn dat invloed heeft op het zenuwstelsel en het hart-vaatsysteem. Ook melatonine verdient meer voorzichtigheid dan soms wordt betracht. Omdat het zo bekend klinkt en vaak als mild wordt gezien, vergeten mensen nog weleens dat ook melatonine niet voor elk kind de juiste oplossing is.
Eerst de basis, dan pas een middel
Bij slaapklachten is de verleiding groot om snel naar een middel te grijpen. Dat is begrijpelijk. Een gezin dat al weken of maanden brak is, wil verlichting. Toch blijft de basis belangrijk.
Bij kinderen met angst en slapeloosheid gaat het niet alleen om de nacht, maar ook om de dag. Hoe hoog staat het stressniveau? Is er sprake van piekeren, schooldruk, sociale angst of separatieangst? Hoe ziet het avondritueel eruit? Is er veel schermgebruik? Is de slaapkamer rustgevend of juist prikkelrijk? En wordt het kind geholpen om het lichaam af te remmen voordat het naar bed gaat?
Dat betekent niet dat medicatie nooit zinvol is. Integendeel: deze studie laat juist zien dat een middel soms echt verschil kan maken. Maar de grootste kans op succes ontstaat meestal wanneer een middel onderdeel is van een bredere aanpak, niet de enige pijler.
Wat ouders en hulpverleners hiervan kunnen meenemen
Er is geen universele slaapknop. Het ene kind heeft vooral een ontregeld ritme, het andere vooral een overactief alarmsysteem. Sommige kinderen knappen op van structuur, voorspelbaarheid en psychologische begeleiding. Andere hebben daarnaast tijdelijk medicinale steun nodig.
Slaap is geen luxe. Het is een basisvoorwaarde voor emotieregulatie, leren, herstel en draagkracht. Zeker bij kinderen met angstklachten kan betere slaap een kettingreactie van verbetering op gang brengen.
Voor ouders en hulpverleners is de belangrijkste winst misschien wel deze: neem slecht slapen serieus. Niet als een bijzaak, maar als een klacht die angst in stand kan houden en het dagelijks functioneren stevig kan ondermijnen. Wie beter slaapt, krijgt vaak meer ruimte om overdag beter te herstellen, te leren en emoties te reguleren.
Jalali Firouzkohi, A., Behmanesh, H., Doostizadeh, M., Soltanian, A., & Etesamifard, T. (2026). Efficacy of clonidine and melatonin for treating insomnia in anxious children: a randomized comparison. BMC Pediatrics. https://doi.org/10.1186/s12887-026-06611-1
Iranian Clinical Trials Registry. (2022). IRCT20220820055756N1: Comparison of clonidine and melatonin for treating insomnia in children 6 to 12 years old with anxiety disorders.
Jang, Y. J., Choi, H., Han, T. S., Sung, D., Woo, J. Y., Kim, T. H., & Park, M. H. (2022). Effectiveness of clonidine in child and adolescent sleep disorders. Psychiatry Investigation, 19(9), 738-747. https://doi.org/10.30773/pi.2022.0117
Haugland, B. S. M., Hysing, M., Baste, V., Wergeland, G. J., Rapee, R. M., Hoffart, A., Haaland, Å. T., & Bjaastad, J. F. (2021). Sleep duration and insomnia in adolescents seeking treatment for anxiety in primary health care. Frontiers in Psychology, 12, 638879. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2021.638879



