Kind met autisme of autistisch kind?

Het is niet eenvoudig om de juiste woorden te vinden om mensen met autisme te beschrijven. Woordkeuze kan een gevoelig onderwerp zijn omdat iedereen zijn eigen voorkeuren heeft. Onderzoekers wilden deze netelige kwestie ontrafelen en hebben de koe bij de hoorns gevat.

Meer dan duizend volwassenen met autisme en bijna driehonderd ouders is gevraagd om één term te kiezen die zij het liefst gebruiken om mensen met autisme aan te duiden. Uit de ongeveer 1300 teruggestuurde formulieren bleek dat de meerderheid van de volwassenen met autisme (68,3%) en ouders (82,5%) de voorkeur gaf aan de formulering waarin de persoon vóór het autisme werd geplaatst. Met andere woorden, ze zeiden liever “persoon met autisme” dan “autistische persoon”. Op deze website wordt al langer, hoewel zonder het te weten, meestal gekozen voor “persoon met autisme”.

Individuele verschillen

Interessant genoeg bleek dat jongvolwassenen, mensen met een hogere intelligentie en degenen die meer autistische eigenschappen vertoonden, iets meer geneigd waren om het autisme vóór de persoon te plaatsen. Dit betekent dat ze eerder zouden kiezen voor “autistische persoon” in plaats van “persoon met autisme”. Deze bevindingen tonen aan dat er individuele verschillen zijn in de woordvoorkeur, zelfs binnen de autismegemeenschap.

Het is belangrijk op te merken dat de bevindingen afwijken van eerdere onderzoeken in Engelstalige landen, waar de meerderheid juist de voorkeur gaf aan de formulering waarin het autisme voorop staat. Dit suggereert dat de Nederlandse taal en cultuur invloed kunnen hebben op hoe mensen de woorden rondom autisme ervaren.

Wat moeten we met deze informatie?

Het advies aan autisme-onderzoekers is om zowel persoonsgerichte als autisme-gerichte formuleringen te gebruiken. Door beide varianten te gebruiken, kan worden aangesloten bij de voorkeur van verschillende individuen. Sommige mensen geven er de voorkeur aan om eerst de persoon te benadrukken, terwijl anderen de voorkeur geven aan een formulering waarin het autisme duidelijker naar voren komt.

Het is belangrijk om respectvol met woordkeuze om te gaan en te luisteren naar de voorkeuren van degenen die het betreft. Het gebruik van de juiste woorden kan bijdragen aan een inclusieve en respectvolle samenleving waarin mensen met autisme zich begrepen voelen.

Conclusie

De woordvoorkeur bij autisme is complex en individueel bepaald. Dit onderzoek toonde aan dat Nederlandse volwassenen met autisme en ouders van kinderen met autisme de voorkeur geven aan de formulering waarin de persoon vóór het autisme wordt geplaatst. Echter, het is belangrijk om te beseffen dat woordvoorkeuren kunnen variëren, afhankelijk van factoren zoals leeftijd, intelligentie en autistische eigenschappen. Het is daarom raadzaam om zowel persoonsgerichte als autisme-gerichte formuleringen te gebruiken om tegemoet te komen aan de diversiteit in woordvoorkeuren binnen de autismegemeenschap.

Buijsman R, Begeer S, Scheeren AM. ‘Autistic person’ or ‘person with autism’? Person-first language preference in Dutch adults with autism and parents. Autism. 2023 Apr;27(3):788-795. doi: 10.1177/13623613221117914. Epub 2022 Aug 11. PMID: 35957517; PMCID: PMC10074744.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.