Iedereen kent pijn. Een enkel die dubbelklapt. Een vinger tussen de deur. Hoofdpijn na een nacht te weinig slaap. Of te veel drank… Vervelend, maar meestal ook duidelijk: er is iets aan de hand, het lichaam trekt aan de bel, en na verloop van tijd wordt het weer rustig.
Chronische pijn is een ander verhaal. Die blijft. Soms maanden, soms jaren. De oorspronkelijke oorzaak is niet altijd meer te vinden. Of er is wél iets gevonden, maar het verklaart niet waarom de pijn zo hardnekkig is. Iemand heeft fysiotherapie geprobeerd, pijnstillers geslikt, scans laten maken, adviezen opgevolgd, oefeningen gedaan, rust genomen, juist weer bewogen – en toch blijft het lichaam roepen: alarm.
We noemen Karin, 43 jaar. Ze heeft al jaren nek- en schouderpijn. Op goede dagen is het een zeurende achtergrondruis. Op slechte dagen voelt het alsof iemand de volumeknop helemaal open heeft gedraaid. Ze merkt dat spanning de pijn verergert. Slaaptekort ook. En als ze een drukke dag heeft gehad, met veel prikkels en veel schakelen, is haar lijf de dag erna één groot protestbord.
Karin heeft ADHD. Pas sinds kort weet ze dat. En ineens vallen sommige puzzelstukjes anders. Niet omdat ADHD “de oorzaak” van haar pijn is. Zo simpel is het niet. Maar wel omdat aandacht, stress, slaap, overbelasting en emotieregulatie misschien meer met pijn te maken hebben dan ze ooit had gehoord.
Chronische pijn is geen simpele alarmsirene
Bij acute pijn is de boodschap vaak helder: pas op, hier is schade of dreigende schade. Een hete strijkbout of pan doet pijn zodat je je hand terugtrekt. Een verstuikte enkel doet pijn zodat je die een poos kan ontzien. Pijn is dan een nuttig alarmsysteem. Irritant, maar nuttig.
Bij chronische pijn wordt het ingewikkelder. De internationale pijnvereniging IASP spreekt van chronische pijn als pijn langer dan drie maanden aanhoudt of steeds terugkomt. Dat betekent niet dat de pijn “niet echt” is. Integendeel. Chronische pijn kan het dagelijks leven enorm ontregelen. Werk, slaap, relaties, bewegen, stemming, sociale contacten: alles kan onder druk komen te staan.
Maar de pijn is niet altijd meer een betrouwbare meter van schade. Het zenuwstelsel kan gevoeliger worden. Alsof de rookmelder niet alleen afgaat bij brand, maar al bij een aangebrande boterham. En daarna bij warme toast. En op een slechte dag zelfs bij het idee aan toast.
Daarom wordt chronische pijn steeds vaker bekeken vanuit een biopsychosociaal model. Dat klinkt als een woord waar een Scrabble-speler blij van wordt, maar het idee is eenvoudig: pijn ontstaat en blijft bestaan door een samenspel van lichamelijke, psychologische en sociale factoren. Spieren, gewrichten en zenuwen doen ertoe. Maar ook slaap, stress, angst, stemming, overtuigingen over pijn, werkdruk, eenzaamheid, financiële zorgen en de manier waarop de omgeving reageert.
Dat is geen “tussen de oren”-verhaal. Het is juist een “alles hangt met alles samen”-verhaal.
ADHD
ADHD wordt meestal besproken in verband met concentratie, impulsiviteit, onrust, uitstelgedrag of moeite met plannen. Niet meteen met chronische pijn. Toch is die link minder vreemd dan hij lijkt.
Bij ADHD is het lastig om aandacht te sturen. Niet omdat iemand geen aandacht hééft, maar omdat de aandacht soms op de verkeerde plek blijft hangen of juist alle kanten op schiet. Bij pijn kan dat veel uitmaken. Pijn vraagt aandacht. Dat doet pijn expres, want pijn is een alarmsignaal. Maar als het brein moeite heeft om de aandacht los te trekken van dat signaal, kan pijn groter, dwingender en uitputtender worden.
Ook emotieregulatie speelt mee. Veel volwassenen met ADHD herkennen snelle overprikkeling, frustratie, innerlijke onrust of het gevoel dat emoties meteen op standje tien staan. Chronische pijn is zelf al stressvol. Als het stresssysteem daarbovenop snel ontregelt, kan het lichaam in een voortdurende waakstand raken.
Dan is er nog slaap. Slecht slapen maakt pijn gevoeliger. Pijn maakt slapen moeilijker. ADHD maakt slapen bij veel mensen óók moeilijker. Dat is al met al dus geen driehoeksverhouding waar je energie van krijgt.
En tot slot: executieve functies. Wie chronische pijn heeft, krijgt vaak adviezen die veel planning vragen. Doseer je energie. Bouw activiteit rustig op. Doe dagelijks oefeningen. Houd je grenzen in de gaten. Wissel belasting en herstel af. Voor iemand met ADHD kunnen juist dit soort adviezen extra lastig zijn. Niet uit onwil, maar omdat het precies de vaardigheden aanspreekt die onder druk staan. Het gevolg is dan: nóg meer druk.
Wat pijncentra in Japan zagen
Een wetenschappers in Japan onderzochten bijna duizend volwassen met hardnekkige chronische pijn die voor het eerst kwamen bij gespecialiseerde, multidisciplinaire pijncentra. Het ging dus niet om mensen met af en toe rugpijn, maar om patiënten bij wie gewone zorg onvoldoende had geholpen.
De onderzoekers gebruikten vragenlijsten voor ADHD- en autisme-kenmerken. Het ging om screening en dus niet om diagnoses. Toch waren de uitkomsten opvallend.
Van alle deelnemers scoorde 17,1 procent positief op ADHD-kenmerken. Bij de groep met extreem ernstige pijn – een gemiddelde pijnscore van 9 of 10 op een schaal van 0 tot 10 – was dat 27,4 procent. Autisme-kenmerken kwamen ook voor, maar hingen in deze studie minder duidelijk samen met de hoogte van de pijnscore.
De kern is dus niet: “ADHD veroorzaakt chronische pijn.” Dat zou veel te kort door de bocht zijn. De studie laat vooral zien dat ADHD-kenmerken bij ernstige, hardnekkige chronische pijn vaker in beeld kunnen zijn dan artsen misschien verwachten. En dat de weg van ADHD naar pijn waarschijnlijk niet rechtstreeks loopt, maar via omwegen.
De omweg via angst en somberheid
Een van de interessantste punten uit het onderzoek is dat de link tussen ADHD-kenmerken en zeer ernstige pijn zwakker werd zodra angst, somberheid en piekergedachten over pijn werden meegenomen.
Dat klinkt technisch, maar het betekent ongeveer dit: ADHD-kenmerken lijken niet simpelweg als een directe pijnversterker te werken. De route kan lopen via emotionele belasting. Bijvoorbeeld via angst: “Wat als deze pijn betekent dat er iets ernstig mis is?” Via somberheid: “Dit wordt nooit meer beter.” Of via machteloosheid: “Mijn lichaam laat me in de steek.”
Bij chronische pijn kunnen zulke gedachten heel begrijpelijk zijn. Het brein zoekt verklaringen, voorspellingen en controle. Dat is menselijk. Maar bij pijn kan het brein ook een overijverige beveiliger worden. Het ziet overal risico’s, geeft voortdurend waarschuwingen af en maakt de wereld kleiner.
Voor mensen met ADHD kan die emotionele achtbaan extra intens zijn. Niet omdat ze zich aanstellen, maar omdat remmen, schakelen en relativeren meer moeite kunnen kosten wanneer het zenuwstelsel al overbelast is.
Catastroferen is geen aanstellerij
Een lastig woord in pijnonderzoek is “catastroferen”. Het klinkt alsof iemand dramatisch ligt te doen op een chaise longue, met de hand op het voorhoofd.
Maar dat is niet wat ermee bedoeld wordt. Catastroferen betekent dat het brein pijn voortdurend als bedreigend, onbeheersbaar of rampzalig inschat. Bijvoorbeeld:
- “Als ik nu ga wandelen, maak ik het erger.”
- “Deze pijn betekent dat mijn lichaam kapot is.”
- “Straks kan ik helemaal niets meer.”
- “Ik moet elke prikkel vermijden, anders stort ik in.”
Soms zijn zulke gedachten deels gebaseerd op echte ervaringen. Misschien is bewegen eerder inderdaad afgestraft met meer pijn. Misschien heeft iemand jarenlang moeten vechten om serieus genomen te worden. Misschien is er een arts geweest die zei dat het “tussen de oren” zat, terwijl de pijnervaring allesoverheersend was. Dan is het logisch dat het brein op scherp gaat staan.
Maar catastroferen kan pijn ook versterken. Niet omdat het tóch “tussen de oren zit”, maar omdat dreiging het lichaam verandert. Spieren spannen aan. De ademhaling wordt oppervlakkiger. Het stresssysteem gaat omhoog. Beweging wordt vermeden. Conditie neemt af. De wereld wordt kleiner. En, bijgevolg, krijgt pijn meer ruimte.

Daarom is het zo belangrijk om catastroferen niet af te doen als “negatief denken”.
Autisme
Bij autisme en pijn is het beeld complex. Veel mensen met autisme ervaren een andere prikkelverwerking. Geluid, licht, aanraking, temperatuur, kleding, geuren of drukte kunnen harder binnenkomen. Het ligt dan voor de hand om te denken dat pijn ook anders wordt ervaren. Dat klopt vaak, maar lang niet altijd.
Sommige mensen met autisme ervaren pijn heel intens. Anderen merken pijn juist laat op, of vinden het moeilijk om lichaamssignalen te plaatsen. Weer anderen voelen wel dat er iets mis is, maar kunnen het lastig onder woorden brengen. Er zijn ook mensen die jarenlang hebben geleerd hun lichaamssignalen te negeren, omdat de buitenwereld toch al snel vond dat ze “overgevoelig” waren. Of zich aanstelden.
Dat wordt wel eens de pijnparadox bij autisme genoemd: overgevoeligheid en ondergevoeligheid kunnen naast elkaar bestaan. Iemand kan gek worden van een labeltje in een trui, maar een ontsteking pas laat voelen. Of wel pijn ervaren, maar die vooral uiten via terugtrekgedrag, irritatie, shutdowns, vermoeidheid of verlies van functioneren.
Dat maakt een simpele pijnscore minder betrouwbaar. De vraag “Hoeveel pijn heeft u van 0 tot 10?” kan voor sommige mensen met autisme voelen als: “Kies een getal voor een ervaring waar je ‘niet goed bij kan’.”
In de Japanse studie kwam autisme minder duidelijk naar voren als voorspeller van pijnintensiteit. Dat betekent niet dat pijn bij autisme minder belangrijk is. Het kan ook betekenen dat de gebruikte vragenlijsten en pijnmaten niet goed genoeg vangen hoe pijn bij autisme werkt. Zeker bij volwassenen die maskeren of moeite hebben met interoceptie — het aanvoelen van interne lichaamssignalen – kan pijn anders zichtbaar worden.
AuDHD
Autisme en ADHD komen regelmatig samen voor. Daarvoor wordt steeds vaker de term AuDHD gebruikt. Bij chronische pijn kan die combinatie extra verwarrend zijn.
ADHD kan zorgen voor onrust, moeite met doseren, impulsief over grenzen gaan en daarna crashen. Autisme kan zorgen voor behoefte aan voorspelbaarheid, sterke prikkelgevoeligheid en moeite met onverwachte veranderingen in het lichaam. Samen kan dat een patroon geven van te veel doen, vastlopen, herstellen, opnieuw proberen, weer te veel doen – en ondertussen steeds minder vertrouwen krijgen in het eigen lichaam.
Dat is geen karakterfout. Het is een mismatch tussen wat het lichaam vraagt, wat het brein kan organiseren en wat de omgeving verwacht.
Juist daarom is het zinvol dat pijnbehandelaars breder kijken. Niet alleen: waar zit de pijn? Maar ook: hoe werkt iemands aandacht? Hoe gaat iemand om met prikkels? Wat gebeurt er bij stress? Hoe is de slaap? Is er sprake van ADHD, autisme of AuDHD? En is de behandeling uitvoerbaar voor dit brein, in dit leven, met deze energiebalans?
Behandeling
Chronische pijn vraagt vaak om meer dan een pil, een scan of één serie oefeningen. Dat is frustrerend, want de meeste mensen willen natuurlijk het liefst een duidelijke oorzaak en een duidelijke oplossing. “Hier zit het probleem, dit doen we eraan, klaar.” Helaas werkt chronische pijn vaak niet zo netjes mee.
Een brede behandeling kan bestaan uit medische beoordeling, fysiotherapie, ergotherapie, psychologische begeleiding, slaapaanpak, medicatie, ontspanning, opbouw van activiteit en steun bij werk of dagelijks functioneren. In Nederland sluit dat aan bij de gedachte achter de Zorgstandaard Chronische Pijn: de juiste zorg, op het juiste moment, door de juiste behandelaar. In België bestaan eveneens multidisciplinaire pijncentra waar chronische pijn vanuit meerdere invalshoeken wordt bekeken.
Voor neurodivergente volwassenen is daarbij één vraag extra belangrijk: past de behandeling bij de manier waarop mijn brein werkt?
Een oefenschema met twintig stappen kan op papier prachtig zijn, maar mislukken als iemand met ADHD het niet kan volhouden of het steeds vergeet. Een groepsprogramma kan nuttig zijn, maar voor iemand met autisme veel te prikkelvol. Een advies als “luister naar je lichaam” kan goed bedoeld zijn, maar lastig uitvoerbaar als lichaamssignalen vaag, vertraagd of overweldigend binnenkomen.
Goede pijnzorg is daarom niet alleen multidisciplinair, maar ook neurodiversiteitsvriendelijk. Minder standaardpakket, meer maatwerk.
Wat kan helpen in het gesprek met je behandelaar?
Wie chronische pijn heeft en ADHD, autisme of AuDHD herkent, hoeft niet meteen met een zelfdiagnose de spreekkamer binnen te marcheren. Maar het kan wél helpen om gerichte vragen te stellen. Bijvoorbeeld:
- “Zou mijn ADHD invloed kunnen hebben op hoe ik met pijn omga?”
- “Kan mijn prikkelgevoeligheid mijn pijn of herstel beïnvloeden?”
- “Is er in mijn behandeling genoeg aandacht voor slaap, angst en stemming?”
- “Kan het zijn dat ik beweging vermijd omdat mijn brein pijn als gevaar interpreteert?”
- “Is dit behandelplan haalbaar voor iemand met mijn concentratie, energie en prikkelverwerking?”
- “Kunnen we het plan eenvoudiger maken, met minder stappen en meer visuele houvast?”
Voor mensen met ADHD kan het helpen om afspraken kort en concreet te maken. Niet: “meer bewegen”, maar: “drie keer per week tien minuten wandelen na de lunch.” Niet: “energie beter verdelen”, maar: “na elke activiteit van meer dan dertig minuten vijf minuten pauze.” Zet afspraken op papier. Gebruik herinneringen. Betrek eventueel iemand die kan helpen structureren.
Voor mensen met autisme kan voorspelbaarheid belangrijk zijn. Wat gaat er gebeuren? Wie is erbij? Hoe lang duurt het? Wat is het doel? Welke prikkels zijn er? Mag er een pauze worden genomen? Kan uitleg schriftelijk worden meegegeven? Kleine aanpassingen kunnen het verschil maken tussen afhaken en volhouden.
Kritische noten bij het onderzoek
De studie is interessant, maar geen eindstation. Het was een dwarsdoorsnedeonderzoek. Dat betekent dat alles op één moment is gemeten. Daardoor kun je geen harde uitspraken doen over oorzaak en gevolg. ADHD-kenmerken kunnen bijdragen aan pijnproblemen, maar chronische pijn kan óók concentratie, slaap en stemming verslechteren. De pijl kan beide kanten op wijzen.
Daarnaast ging het om vragenlijsten, niet om uitgebreide diagnostiek. Een positieve ADHD-screening is niet hetzelfde als een ADHD-diagnose. En een negatieve autismescreening betekent niet automatisch dat iemand geen autisme heeft. Zeker bij volwassenen, vrouwen en mensen die veel maskeren kan autisme makkelijk worden gemist.
Ook ging het om Japanse patiënten in gespecialiseerde pijncentra. Dat is een specifieke groep. Deze mensen hadden al hardnekkige pijn die onvoldoende reageerde op gewone zorg. De resultaten gelden dus niet automatisch voor iedereen met chronische pijn.
Toch is de boodschap waardevol: bij ernstige, langdurige pijn is het verstandig om niet alleen naar spieren, gewrichten en zenuwen te kijken, maar ook naar neurodivergentie, slaap, angst, somberheid en piekergedachten over pijn.
Van “tussen de oren” naar “in het hele systeem”
Veel mensen met chronische pijn zijn bang dat aandacht voor psychologische factoren betekent dat hun pijn niet serieus wordt genomen. Die angst is begrijpelijk. Te veel patiënten hebben zinnen gehoord als: “We kunnen niets vinden” of “U moet ermee leren leven”, terwijl hun leven ondertussen steeds kleiner werd.
Maar een bredere blik hoeft pijn niet kleiner te maken. Integendeel. Het kan pijn serieuzer nemen.
Pijn zit niet óf in het lichaam óf in het hoofd. Pijn ontstaat in een levend systeem. Zenuwen, brein, immuunsysteem, hormonen, spieren, slaap, emoties, herinneringen, aandacht, omgeving: ze doen allemaal mee. Soms als versterker. Soms als rem. Soms als stoorzender.
Voor neurodivergente mensen is dat extra relevant. Een brein dat anders prikkels verwerkt, anders schakelt, anders herstelt en anders stress reguleert, kan ook anders met pijn omgaan. Dat vraagt niet om schuld, maar om betere afstemming.
De pijn is echt. De invloed van stress is echt. De invloed van ADHD kan echt zijn. De invloed van autisme kan echt zijn. En juist omdat het allemaal echt is, verdient chronische pijn zorg die verder kijkt dan één lichaamsdeel.
Kasahara, S., Aono, S., Takatsuki, K., Niwa, S.-I., & Yabuki, S. (2026). Attention-deficit/hyperactivity disorder and autism spectrum disorder in chronic pain: a study in Japanese pain centers. Scientific Reports, 16, 10544. https://doi.org/10.1038/s41598-026-45300-y
International Association for the Study of Pain (IASP). Definitions of Chronic Pain Syndromes. https://www.iasp-pain.org/advocacy/definitions-of-chronic-pain-syndromes/
Pijn Alliantie in Nederland (PA!N). Zorgstandaard Chronische Pijn. https://pijnalliantieinnederland.nl/voor-patienten/zorgstandaard
Pijn Alliantie in Nederland (PA!N). Biopsychosociaal model. https://pijnalliantieinnederland.nl/voor-patienten/biopsychosociaal-model
Vlaamse Anesthesiologische Vereniging voor Pijnbestrijding. Pijncentra. https://www.vavp.be/pijncentra



