Vitamine A, autisme en de biologische klok

Vitamine A klinkt als iets uit een ouderwets voedingsadvies. Goed voor de ogen, belangrijk voor de weerstand, vooral te vinden in lever(traan), zuivel, eieren en oranje groenten. Klaar. Volgende onderwerp.

Maar zo simpel is het niet. Vitamine A speelt ook een rol in de ontwikkeling en werking van het brein. Niet als magische brandstof, maar als onderdeel van een ingewikkeld regelsysteem. In het lichaam kan vitamine A worden omgezet in retinoïnezuur. Dat is een stof die invloed heeft op welke genen op welk moment harder of zachter worden aangezet. En sommige van die genen hebben weer te maken met onze biologische klok.

Dat maakt vitamine A interessant voor onderzoek naar autisme. Niet omdat autisme “door een vitaminetekort” zou komen. Die conclusie zou veel te kort door de bocht zijn. Autisme is geen voedingsfoutje. Maar veel mensen met autisme kennen wel iets anders van dichtbij: slaap die niet vanzelf gaat. Moeilijk in slaap vallen. Niet kunnen schakelen naar bedtijd. ’s Nachts wakker liggen. Overdag moe zijn, maar ’s avonds juist niet kunnen landen.

Een recente studie bij jonge kinderen met autisme keek daarom naar een mogelijke verbinding tussen vitamine A, slaap, klokgenen en kenmerken van autisme. De uitkomst is geen reden om massaal supplementen te gaan slikken. Wel laat het onderzoek zien dat voeding, slaap en neuroontwikkeling misschien sterker met elkaar verweven zijn dan lang werd gedacht.

Waarom slaap bij autisme zo vaak ingewikkeld is

Slaap is een kwetsbaar systeem. Zeker bij autisme. Veel mensen met autisme hebben moeite met inslapen, doorslapen of op tijd wakker worden. Soms is er sprake van angst rond bedtijd. Soms blijft het hoofd “aan”. Soms voelt het lichaam nog niet klaar voor de nacht. En soms is de dag zo prikkelrijk geweest dat de verwerking pas begint wanneer het eindelijk stil wordt.

Slechte slaap werkt door in bijna alles. Minder slaap betekent vaak minder flexibiliteit, meer prikkelbaarheid, meer meltdowns, minder concentratie en meer moeite met sociale situaties. Bij volwassenen kan slaaptekort zich bovendien uiten in sneller overbelast raken, meer vastlopen op werk, slechtere emotieregulatie en het gevoel voortdurend “achter de feiten aan te lopen”.

Goede slaap is geen luxe, maar basisonderhoud. Net als eten, bewegen en herstelmomenten.

Wat vitamine A eigenlijk doet in je brein

Vitamine A is een verzamelnaam. In dierlijke producten komt het voor als retinol. In plantaardige voeding zitten vooral carotenoïden, zoals bètacaroteen, die het lichaam deels kan omzetten in vitamine A. Denk aan wortels, zoete aardappel, pompoen, spinazie en boerenkool. Wortels geven overigens geen nachtzicht als een kat. Jammer, maar waar. Wel is het zo dat een tekort aan vitamine A nachtblindheid veroorzaakt.

In het lichaam is vitamine A belangrijk voor onder meer het gezichtsvermogen, de huid, het immuunsysteem en groei. Tijdens de ontwikkeling van het brein speelt het ook een rol bij de manier waarop zenuwcellen zich vormen, verbinden en specialiseren.

De sleutelstof daarbij is retinoïnezuur. Dat werkt via zogenoemde retinoïnezuurreceptoren. Die receptoren zijn een soort schakelaars in cellen. Als retinoïnezuur eraan bindt, kunnen bepaalde genen actiever of minder actief worden. Eén van die receptoren heet RARb. Die naam hoeft niemand te onthouden voor een verjaardagsfeestje (al is het weer eens wat anders dan de altijd lastige koetjes en kalfjes…), maar hij is in dit onderzoek wel belangrijk.

Want RARb lijkt mogelijk betrokken bij de koppeling tussen vitamine A en klokgenen. Daarmee komen we bij een fascinerend idee: een voedingsstof kan via genetische schakelaars invloed hebben op ritmes in het lichaam.

Dat betekent niet dat een vitaminepil iemands biologische klok even opnieuw instelt. Het lichaam is geen ‘radio controlled’ wekkertje dat na een synchronisatie weer akelig gelijk loopt. Maar het betekent wel dat je voedingstoestand één van de vele factoren kan zijn die invloed hebben op slaap en dag-nachtritme.

De biologische klok

Het lichaam heeft geen één klok, maar een heel orkest aan klokken. Er wordt wat af gebimbamd in onze lijven. De bekendste zit in de hersenen, in een gebied dat reageert op licht en donker. Maar ook organen, hormonen, darmen en immuuncellen hebben ritmes. Samen zorgen ze ervoor dat het lichaam weet wanneer het tijd is voor wakker zijn, eten, verteren, herstellen en slapen.

Die ritmes worden mede aangestuurd door klokgenen. Twee belangrijke namen zijn CLOCK en BMAL1. Ze helpen bepalen welke processen op welk moment van de dag worden aangezet. Dat klinkt technisch, maar het idee is herkenbaar. Veel mensen functioneren niet op elk moment van de dag hetzelfde. De één is om zeven uur ’s ochtends verdacht opgewekt. De ander komt pas na de lunch tot leven. We noemen dat vaak “ochtendmens” of “avondmens”, maar er zit een echte biologische basis onder.

Bij autisme lijkt die afstemming vaker stroef te verlopen. Sommige mensen met autisme beschrijven dat hun lichaam een ander tijdschema heeft dan de maatschappij. School, werk en afspraken beginnen vroeg, terwijl het brein pas laat op gang komt. Of de dag is zo intens dat ontspanning pas mogelijk wordt wanneer iedereen slaapt.

Klokgenen zijn geen verklaring voor heel autisme. Dat zou veel te groot zijn voor zulke kleine schakelaars. Maar ze kunnen wel een stukje van de puzzel vormen bij slaap, prikkelverwerking en herstel. En juist bij autisme zijn die stukjes vaak belangrijk. Een klein verschil in slaap kan overdag een groot verschil maken.

Wat het onderzoek liet zien

De studie onderzocht 361 kinderen met autisme tussen de 2 en 7 jaar in Chongqing, China. De onderzoekers maten vitamine A in het bloed, vroegen ouders naar slaapgedrag en autismegerelateerde kenmerken, en keken naar de activiteit van enkele klokgenen in bloedcellen.

De belangrijkste bevinding: kinderen met lagere vitamine A-waarden hadden gemiddeld meer slaapproblemen. Vooral “bedtijdweerstand” viel op. Dat is een wat droge term voor alles wat rond bedtijd stroef loopt: weigeren naar bed te gaan, moeite met loskomen van de dag, spanning of strijd rond het slaapmoment.

Ook zagen de onderzoekers een verband tussen lagere vitamine A-waarden en meer problemen op het gebied van sociale aandacht. Dat gaat bijvoorbeeld over het opmerken van sociale signalen. Verder vonden ze zwakke verbanden tussen vitamine A, RARb en het klokgen BMAL1.

Het woord “zwak” is hier belangrijk. In populairwetenschappelijke artikelen wordt dat woord soms weggemoffeld, omdat “doorbraak!” lekkerder klinkt. Maar wetenschap is meestal geen vuurwerkshow. Vaak gaat het om kleine verbanden die voorzichtig iets aanwijzen. Of kúnnen aanwijzen. Dit onderzoek zegt dus niet: lage vitamine A veroorzaakt slaapproblemen bij autisme. Het zegt wel: er is een meetbaar verband dat de moeite waard is om verder te onderzoeken. Een handig overzicht:

BevindingWat betekent dit mogelijk?Wat betekent dit niet?
Lagere vitamine A hing samen met meer problemen rond bedtijdVoedingstoestand kan een rol spelen bij slaapritmeDat vitamine A dé oorzaak is van slecht slapen
Lagere vitamine A hing samen met verschillen in sociale aandachtSlaap, voeding en sociale belasting kunnen met elkaar verweven zijnDat autisme ontstaat door vitamine A-tekort
Vitamine A hing zwak samen met RARb en BMAL1Er kan een biologisch spoor lopen via klokgenenDat supplementen bewezen helpen
Muizen met verlaagd RARb lieten veranderingen in klokgenen zienEr is mogelijk een mechanisme dat verder onderzoek verdientDat muizenonderzoek direct toepasbaar is op kinderen

Van bloed naar muizenbrein

Omdat een verband bij kinderen nog niets zegt over oorzaak en gevolg, deden de onderzoekers ook een dierexperiment. Bij muizen verlaagden ze de activiteit van RARb in de prefrontale cortex. Dat hersengebied is onder meer betrokken bij sociaal gedrag, planning en regulatie.

Daarna zagen ze dat bepaalde klokgenen minder actief werden. Ook lieten de muizen in een sociale test minder voorkeur zien voor contact met een andere muis. Dat klinkt spectaculair, maar ook hier is voorzichtigheid nodig. Muizen zijn geen kleine mensen met snorharen. Een “autismeachtige” gedragstest bij muizen is geen autisme zoals mensen dat ervaren. Het is een model, geen kopie.

Toch is het interessant. Het dierexperiment past bij het idee dat RARb een schakel kan zijn tussen vitamine A, klokgenen en gedrag. Het ondersteunt dus de biologische plausibiliteit: het verband is niet zomaar een toevallige statistische rimpel, maar zou kunnen passen bij een echt mechanisme.

Daarmee wordt het verhaal sterker, maar nog niet af. De onderzoekers maten bijvoorbeeld geen volledige slaap-waakcycli bij de muizen. Ook bij de kinderen ging het om vragenlijsten van ouders, niet om slaapmetingen met apparatuur. Bovendien werden bloedwaarden en klokgenen op één moment in de ochtend gemeten. Terwijl een biologische klok juist draait om verandering door de dag heen.

Dat is alsof je één foto maakt van een klok en daarna probeert te zeggen of hij goed loopt. Misschien wel. Maar eigenlijk wil je de hele dag meekijken.

Geen vrijbrief voor supplementen

Bij een onderwerp als vitamine A ligt een misverstand op de loer. Als een lage waarde samenhangt met problemen, dan zal extra vitamine A toch helpen? Helaas werkt het lichaam niet zo simpel.

Vitamine A is namelijk een vetoplosbare vitamine. Dat betekent dat een overschot kan worden opgeslagen in het lichaam. Te veel vitamine A kan schadelijk zijn. Klachten kunnen onder meer bestaan uit hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, huidproblemen en leverbelasting. Bij zwangerschap is te veel vitamine A extra riskant voor de ontwikkeling van het ongeboren kind.

Daarom is vitamine A geen supplement om “voor de zekerheid” ruim te nemen. Zeker niet bij kinderen. En zeker niet op basis van één onderzoek.

Dat is een belangrijk verschil met sommige wateroplosbare vitamines, waarvan een overschot makkelijker via de urine verdwijnt. Ook daar moet men niet roekeloos mee omgaan, maar bij vitamine A is voorzichtigheid extra belangrijk.

Wat kan dan wel? Bij duidelijke zorgen over voeding, extreem selectief eten, groeiproblemen of aanhoudende vermoeidheid kan het zinvol zijn om dit met de huisarts, kinderarts of diëtist te bespreken. Soms is bloedonderzoek passend. Soms blijkt er geen tekort te zijn. Soms is er een breder voedingsprobleem. En soms zit het slaapprobleem vooral in spanning, prikkelverwerking, schermgebruik, licht, medicatie of een onpassend dagritme.

Met andere woorden: vitamine A kan een puzzelstuk zijn. Maar wie alleen naar dat ene stukje kijkt, mist de rest van de puzzel.

Selectief eten en neurodivergentie

Veel neurodivergente mensen eten niet “gewoon wat de pot schaft”. Dat is geen aanstellerij. Sensorische gevoeligheid kan voeding ingewikkeld maken. Structuur, geur, kleur, temperatuur en mondgevoel kunnen bepalen of iets eetbaar is. Een banaan met één bruin en zacht plekje kan voor de één prima zijn en voor de ander gevoelens van walging opwekken.

Bij kinderen met autisme zien ouders vaak dat het menu steeds smaller wordt. Eerst vielen de warme groenten af. Daarna stukjes fruit in de yoghurt. Daarna alles met een onverwachte structuur. Uiteindelijk blijven er misschien tien veilige producten over. Dat kan spanning geven aan tafel, maar ook zorgen over tekorten. Ook volwassenen herkennen dit.

Mark, 34 jaar, eet doordeweeks vooral brood, yoghurt, pasta zonder saus en een paar vaste snacks. Niet omdat hij niet weet wat gezond is, maar omdat koken na een werkdag te veel schakels vraagt. Boodschappen doen kost energie, groente snijden voelt als een project en onbekende smaken zijn na een prikkelrijke dag gewoon te veel. Op papier lijkt het “ongezond gedrag”. In werkelijkheid is het een overlevingsstrategie.

Juist daarom moet voedingsadvies bij autisme praktisch en mild zijn. Niet: “Eet gevarieerd, succes ermee.” Wel: welke kleine uitbreiding is haalbaar? Kan een bekende maaltijd iets worden aangepast? Is diepvriesgroente makkelijker dan vers? Werkt een smoothie beter dan losse stukken fruit? Kan iemand op een rustig moment koken voor meerdere dagen? Gezond eten begint niet bij wilskracht. Het begint bij uitvoerbaarheid.

Wat kun je wél doen als slaap een probleem is?

Slaap bij autisme vraagt vaak om maatwerk. Toch zijn er een paar principes die regelmatig helpen. Niet als snelle truc, maar als basis om het systeem minder te ontregelen.

  • Maak bedtijd voorspelbaar. Een vaste volgorde helpt het brein schakelen. Bijvoorbeeld: lichten zachter, tandenpoetsen, pyjama, korte rustige activiteit, bed. Niet elke avond opnieuw onderhandelen over de route naar de nacht.
  • Let op licht. Fel licht in de avond, vooral van schermen, kan het lichaam wakker houden. Ochtendlicht helpt juist om de biologische klok gelijk te zetten. Voor sommige mensen maakt een korte wandeling in de ochtend meer verschil dan het zoveelste goede voornemen om “vanavond echt op tijd te gaan slapen”.
  • Bouw prikkels af. Een brein dat de hele dag heeft moeten incasseren, kan niet altijd ineens uit. Prikkelarm betekent niet saai. Het betekent voorspelbaar, rustig en passend. Denk aan zachte kleding, minder geluid, gedimd licht, geen ingewikkelde gesprekken vlak voor bed en geen spannende games als het lichaam al richting slaap moet.
  • Kijk naar eten en drinken. Cafeïne, energydrank, grote hoeveelheden suiker of laat zwaar eten kunnen slaap verstoren. Tegelijk kan honger ook wakker houden. Een kleine, vertrouwde avondsnack kan bij sommige mensen juist rust geven.
  • Neem selectief eten serieus. Als het voedingspatroon heel smal is, kan begeleiding door een diëtist met kennis van autisme waardevol zijn. Niet om druk op te voeren, maar om tekorten te voorkomen en eten minder beladen te maken.
  • Zoek hulp als slaap structureel vastloopt. Zeker bij kinderen die langdurig te weinig slapen, of volwassenen die door slaaptekort niet meer functioneren, is professionele hulp geen overbodige luxe. Soms spelen angst, reflux, rusteloze benen, ademhalingsproblemen, medicatie-effecten of een verschoven slaapfase mee.
  • Slaapadvies moet bovendien niet veranderen in schuldadvies. Ouders van slecht slapende kinderen hebben meestal al alles geprobeerd. Volwassenen met chronische slaapproblemen ook. Een goed advies begint daarom met erkenning: dit is zwaar, en het ligt niet simpelweg aan gebrek aan discipline.

Volwassenen

Het onderzoek ging over jonge kinderen met autisme. Toch is het onderwerp ook relevant voor volwassenen. Niet omdat de resultaten één-op-één kunnen worden doorgetrokken, maar omdat slaap, voeding en ritme levenslang belangrijk blijven.

Veel volwassenen met autisme of AuDHD herkennen dat hun energieniveau sterk schommelt. Een slechte nacht kan de volgende dag het verschil maken tussen functioneren en vastlopen. Ook voeding kan hierin meespelen. Niet als wondermiddel, maar als onderdeel van belastbaarheid.

Bij AuDHD kan dit nog ingewikkelder worden. ADHD kan zorgen voor uitstelgedrag, impulsief eten, moeite met routines en een later slaapritme. Autisme kan juist behoefte geven aan voorspelbaarheid, maar ook leiden tot sensorische beperkingen in voeding en moeite met overgangsmomenten. Samen kan dat een bijzonder onhandige cocktail opleveren: het brein wil structuur, maar komt er niet altijd toe die structuur te bouwen.

Daarom is het waardevol dat onderzoek niet alleen kijkt naar gedrag, maar ook naar biologische ritmes. De vraag is dan niet: “Waarom doet iemand zo moeilijk rond slapen of eten?” De betere vraag is: “Welke systemen maken slapen, eten en herstellen moeilijker dan voor anderen?” Dat is een vriendelijker vraag. En vaak ook een wetenschappelijk betere.

Wat dit niet bewijst

Een kritische noot hoort hier nadrukkelijk bij. Dit onderzoek bewijst niet dat vitamine A-tekort autisme verergert. Het bewijst ook niet dat vitamine A-supplementen slaap verbeteren. En het bewijst al helemaal niet dat ouders of volwassenen slaapproblemen kunnen oplossen met voeding alleen.

Er zijn meerdere beperkingen. De kinderen kwamen uit één regio in China. De leeftijdsgroep was jong. De slaap werd gemeten met vragenlijsten, niet met objectieve slaapmetingen. De klokgenen werden op één ochtendmoment gemeten. En de gevonden verbanden waren niet groot.

Bovendien kan de richting van het verband ingewikkeld zijn. Misschien draagt een lage vitamine A-status bij aan slechter slapen. Maar het kan ook andersom of allebei tegelijk. Kinderen die slecht slapen en veel stress ervaren, eten misschien minder gevarieerd. Kinderen met meer sensorische gevoeligheid kunnen selectiever eten én meer moeite hebben met bedtijd. Ouders van kinderen met zwaardere problemen kunnen bovendien anders rapporteren over slaap.

In echte levens lopen oorzaken zelden netjes achter elkaar aan. Ze vormen eerder een kluwen. Wetenschap probeert daar draadjes uit te trekken. Soms lukt dat. Soms blijkt het draadje aan drie andere draadjes vast te zitten.

Xiang, X., Chen, H., Yuan, B., Wei, Q., Hu, B., Zhang, D., Ai, D., Yang, T., Chen, J., Li, T., & Ding, Y. (2026). Vitamin A status is associated with sleep, clock genes, and symptoms in children with autism spectrum disorder. Frontiers in Psychiatry, 17, 1805599. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2026.1805599

Carazo, A., Macáková, K., Matoušová, K., Krčmová, L. K., Protti, M., & Mladěnka, P. (2021). Vitamin A update: Forms, sources, kinetics, detection, function, deficiency, therapeutic use and toxicity. Nutrients, 13(5), 1703. https://doi.org/10.3390/nu13051703

Baranwal, N., Yu, P. K., & Siegel, N. S. (2023). Sleep physiology, pathophysiology, and sleep hygiene. Progress in Cardiovascular Diseases, 77, 59–69. https://doi.org/10.1016/j.pcad.2023.02.005

Bolsius, Y. G., Zurbriggen, M. D., Kim, J. K., Kas, M. J., Meerlo, P., Aton, S. J., & Havekes, R. (2021). The role of clock genes in sleep, stress and memory. Biochemical Pharmacology, 191, 114493. https://doi.org/10.1016/j.bcp.2021.114493

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.