ADHD in de overgang: Hormonen, aandacht, stemming en medicatie

Je bent halverwege de veertig en had eindelijk het gevoel dat je je ADHD een beetje kende. Je weet inmiddels welke agenda werkt, hoeveel afspraken op één dag nog haalbaar zijn en wanneer je beter even geen ingewikkeld gesprek kunt voeren. Misschien gebruik je ADHD-medicatie en heb je na jaren zoeken een dosering gevonden die redelijk werkt. En dan lijkt iemand ineens de gebruiksaanwijzing te hebben veranderd.

Je vergeet meer. Je hoofd voelt voller. Plannen kost opeens buitensporig veel moeite. Je bent sneller geïrriteerd, slaapt slechter en je medicatie lijkt sommige dagen aanzienlijk minder te doen dan vroeger. Is de ADHD erger geworden? Werkt de medicatie niet meer? Is het stress? Of is dit de overgang? Het waarschijnlijk juiste antwoord is: het kan allemaal meespelen.

Een recente wetenschappelijke overzichtspublicatie over ADHD tijdens de peri-menopauze, menopauze en postmenopauze laat vooral zien hoe sterk hormonen, slaap, stemming en ADHD met elkaar verweven kunnen raken. Tegelijkertijd maakt het onderzoek iets anders duidelijk, namelijk dat we juist over deze levensfase nog zo weinig weten.

De peri-menopauze is de periode vóór de laatste menstruatie. De eierstokken gaan geleidelijk anders functioneren en vooral de hoeveelheden oestrogeen en progesteron worden onvoorspelbaarder. Hormoonspiegels dalen dus niet netjes in een rechte lijn, maar kunnen sterk schommelen. De menstruatie wordt vaak onregelmatiger. Cycli kunnen korter of langer worden en bloedingen kunnen veranderen. Tegelijk kunnen overgangsklachten ontstaan, zoals opvliegers, nachtzweten, hartkloppingen, slechter slapen, stemmingswisselingen en ‘brain fog’.

De menopauze is strikt genomen geen periode, maar één moment. Artsen spreken van menopauze wanneer iemand twaalf maanden niet meer heeft gemenstrueerd, zonder andere medische verklaring. Je weet dus pas achteraf wanneer de menopauze precies plaatsvond. Gemiddeld gebeurt dit rond het 51e levensjaar, al bestaan er grote individuele verschillen. Rond deze periode zijn de oestrogeenspiegels sterk gedaald. Opvliegers, nachtzweten, slaapproblemen en cognitieve klachten kunnen nog volop aanwezig zijn.

Na de menopauze begint de postmenopauze. De eierstokken produceren dan blijvend veel minder oestrogeen en progesteron. De sterke hormonale schommelingen van de peri-menopauze nemen meestal af. Sommige klachten, zoals opvliegers en stemmingswisselingen, worden daardoor geleidelijk minder. Andere klachten kunnen blijven bestaan of juist duidelijker worden, zoals vaginale droogheid, urinewegklachten en spier- of gewrichtspijn. Ook de lichamelijke gevolgen van langdurig lage oestrogeenspiegels worden belangrijker. Zo neemt het risico op botontkalking en hart- en vaatziekten toe.

Wanneer je vertrouwde ADHD verandert

De overgang begint niet op de dag van de laatste menstruatie. Daaraan gaat vaak een jarenlange periode vooraf: de peri-menopauze. In die periode gaan de hoeveelheden oestrogeen en progesteron steeds sterker schommelen. Menstruaties kunnen onregelmatig worden. Opvliegers en nachtzweten kunnen ontstaan. Slaap verandert. Sommige vrouwen krijgen meer last van stemmingswisselingen, spier- en gewrichtsklachten of een hardnekkig gevoel van mentale mist.

Bij ADHD kan daar nog iets bovenop komen. Vrouwen beschrijven bijvoorbeeld dat concentreren moeilijker wordt, dat prikkels harder binnenkomen of dat ze minder goed tegen onverwachte veranderingen kunnen. Anderen merken vooral dat hun gebruikelijke compensatiestrategieën niet meer voldoen.

Denk aan iemand die jarenlang functioneerde dankzij een strak georganiseerd systeem van lijstjes, routines en voorbereiding. Dat systeem werkte zolang er voldoende mentale energie beschikbaar was. Na nachten met slecht slapen, hormonale schommelingen en een hoofd vol watten blijkt hetzelfde systeem ineens onvoldoende. Het lijkt dan alsof de ADHD plotseling veel ernstiger is geworden. Maar mogelijk is de speelruimte kleiner geworden.

ADHD en overgang lijken op elkaar

Een extra probleem is dat ADHD en overgangsklachten deels op elkaar lijken. Bij beide kunnen problemen voorkomen met:

  • concentratie;
  • werkgeheugen;
  • plannen en organiseren;
  • vergeetachtigheid;
  • emotieregulatie;
  • slaap;
  • vermoeidheid;
  • angst en somberheid.

Dat maakt de diagnose ingewikkeld. Een vrouw van 49 die ineens vergeetachtig en chaotisch wordt, heeft niet automatisch ADHD. Andersom moeten levenslange ADHD-klachten ook niet worden weggewuifd met: ‘Dat zal de overgang wel zijn.’ Een belangrijk verschil is het tijdstip waarop de problemen begonnen.

ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Kenmerken daarvan moeten dus al veel eerder in het leven aanwezig zijn geweest, ook als ze destijds nooit als ADHD zijn herkend. Bij onderzoek naar ADHD rond de overgang is daarom de jeugdgeschiedenis belangrijk. Hoe ging school? Was huiswerk organiseren altijd al lastig? Raakte iemand voortdurend spullen kwijt? Was er uitstelgedrag, impulsiviteit, chaotisch functioneren of juist extreem perfectionisme om problemen te verbergen?

Dat laatste verdient extra aandacht. Veel vrouwen kregen vroeger geen ADHD-diagnose omdat hun problemen minder opvielen dan bij drukke jongens in de klas. Ze ontwikkelden manieren om ermee om te gaan. Soms jarenlang succesvol. Tot de rek eruit is.

Wat oestrogeen met aandacht te maken heeft

Hormonen regelen veel meer dan menstruatie en voortplanting. Oestrogeen beïnvloedt verschillende signaalstoffen in de hersenen. Daaronder dopamine, serotonine en noradrenaline. Vooral dopamine en noradrenaline zijn interessant bij ADHD, omdat ze een belangrijke rol spelen bij aandacht, motivatie, alertheid en executieve functies. Oestrogeen kan de activiteit van dopamine versterken. In hersengebieden die belangrijk zijn voor planning en zelfsturing bevinden zich bovendien veel receptoren voor oestrogeen.

Het is aannemelijk dat grote hormonale veranderingen invloed hebben op hersenfuncties die bij ADHD toch al kwetsbaar zijn. Vergelijk het met lopen over een smalle balk. Zolang het windstil is, lukt dat misschien prima. Wanneer het plotseling begint te waaien, wordt dezelfde balk een stuk lastiger.

Vooral schommelingen kunnen lastig zijn

De peri-menopauze is hormonaal gezien geen keurige glijbaan naar beneden. Oestrogeen kan sterk stijgen en dalen. Progesteron verandert eveneens. Daardoor kunnen klachten van week tot week verschillen. Dat zou kunnen verklaren waarom sommige vrouwen melden dat hun ADHD de ene periode redelijk beheersbaar is en enkele dagen later volledig ontspoort.

Daar komt bij dat verschillende factoren elkaar kunnen versterken. Nachtzweten maakt slapen moeilijker. Slechter slapen vermindert concentratie en emotieregulatie. Daardoor kost werken meer energie. Meer stress verslechtert vervolgens opnieuw de slaap. Zo kan een hormonale verandering indirect een hele kettingreactie veroorzaken.

Bij iemand met ADHD is dat extra relevant, omdat slaaptekort de functies aantast waarop toch al een groter beroep wordt gedaan: aandacht vasthouden, impulsen afremmen, beginnen aan taken en overzicht bewaren.

Waarom ADHD-medicatie anders kan aanvoelen

Sommige vrouwen melden dat hun gebruikelijke ADHD-medicatie tijdens hormonale veranderingen minder effectief lijkt. Dat geldt bijvoorbeeld voor middelen als methylfenidaat, dexamfetamine en lisdexamfetamine.

Biologisch valt daar iets voor te zeggen. Stimulantia beïnvloeden dopamine en noradrenaline. Wanneer oestrogeen tegelijkertijd invloed heeft op diezelfde systemen, zou een veranderende hormoonspiegel ook de ervaren werking van medicatie kunnen beïnvloeden.

Er zijn vergelijkbare ervaringen beschreven rond de menstruatiecyclus. Sommige vrouwen merken bijvoorbeeld dat stimulantia vlak voor de menstruatie minder goed werken.

Er zijn op dit moment echter geen goede gerandomiseerde studies waarin specifiek is onderzocht hoe ADHD-medicatie werkt bij vrouwen tijdens de peri-menopauze of menopauze. Daarom weten we niet of vrouwen in deze fase gemiddeld een aangepaste dosis nodig hebben. We weten evenmin precies hoeveel van het verschil daadwerkelijk door hormonen wordt veroorzaakt.

Meer medicatie is niet automatisch beter

Als de concentratie achteruitgaat, lijkt de meest voor de hand liggende oplossing misschien: meer ADHD-medicatie. Zo eenvoudig is het echter niet. Stel dat iemand slechter functioneert omdat zij iedere nacht vijf keer wakker wordt door opvliegers. Dan kan het verhogen van stimulantia overdag misschien tijdelijk helpen om wakker te blijven, terwijl de belangrijkste oorzaak ongemoeid blijft. Hetzelfde geldt voor depressieve klachten, angst of langdurige overbelasting. Daarom is het verstandiger om eerst te kijken wat precies veranderd is.

Een eenvoudig dagboek kan verrassend nuttig zijn. Noteer gedurende enkele weken bijvoorbeeld:

  • hoe goed je hebt geslapen;
  • aandacht en concentratie;
  • stemming en prikkelbaarheid;
  • opvliegers en nachtzweten;
  • menstruatie, wanneer die er nog is;
  • het tijdstip waarop medicatie wordt gebruikt;
  • ervaren werking en bijwerkingen.

Hormoontherapie als deel van de puzzel

Menopauzale hormoontherapie, meestal afgekort tot MHT, kan worden gebruikt om overgangsklachten te behandelen. Daarbij wordt oestrogeen toegediend. Bij vrouwen die nog een baarmoeder hebben, wordt daar doorgaans een vorm van progesteron of progestageen aan toegevoegd om het baarmoederslijmvlies te beschermen.

Belangrijk: MHT is geen bewezen ADHD-behandeling. Dat onderscheid raakt gemakkelijk zoek op sociale media, waar hormonen soms worden gepresenteerd als de ontbrekende verklaring voor vrijwel ieder probleem vanaf het veertigste levensjaar. Daarvoor is het bewijs veel te beperkt.

Hormoontherapie kan wél overgangsklachten verminderen. Vooral opvliegers en nachtzweten reageren er vaak goed op. Ook slaap en stemming kunnen bij sommige vrouwen verbeteren. En daar ontstaat een interessant indirect effect: Wie beter slaapt, heeft overdag vaak meer concentratie. Wie niet iedere nacht badend in het zweet wakker wordt, heeft meer mentale reserves. Wie minder last heeft van stemmingswisselingen kan gemakkelijker plannen en problemen oplossen.

De ADHD is daarmee niet verdwenen. De omstandigheden waarin het brein moet functioneren zijn wel gunstiger geworden.

ADHD-medicatie en hormonen combineren

Voor vrouwen die zowel ADHD-medicatie gebruiken als overgangsklachten hebben, kan behandeling ingewikkeld worden. Moet eerst de ADHD-medicatie worden aangepast? Moet hormoontherapie worden gestart? Of beide? Daarvoor bestaat nog geen goed onderzochte standaardroute.

Een praktisch uitgangspunt is om niet alles tegelijk te veranderen. Als iemand ADHD-medicatie gebruikt die jarenlang goed heeft gewerkt en daarnaast duidelijke overgangsklachten krijgt, kan het bijvoorbeeld logisch zijn eerst die overgangsklachten te behandelen wanneer daarvoor een medische indicatie bestaat. Daarna kan dan opnieuw worden bekeken hoeveel ADHD-klachten er overblijven.

Soms is slaap de hoofdverdachte

Veel vrouwen slapen rond de overgang slechter. Ze worden wakker door opvliegers, liggen langer wakker of merken dat hun slaap oppervlakkiger wordt. De gevolgen overdag lijken opmerkelijk veel op ADHD: je kunt je minder goed concentreren, reageert emotioneler, vergeet meer en hebt minder controle over impulsen. Bij bestaande ADHD stapelen de problemen zich op.

Ook andere slaapproblemen moeten serieus worden genomen. Niet ieder slaapprobleem in deze leeftijdsfase wordt door hormonen veroorzaakt.

Twee blinde vlekken ontmoeten elkaar

We weten zo weinig over dit onderwerp omdat twee historische blinde vlekken hier samenkomen. ADHD-onderzoek richtte zich lange tijd vooral op kinderen, en binnen die groep vooral op jongens. Meisjes en vrouwen bleven vaker buiten beeld.

Onderzoek naar menopauze keek ondertussen nauwelijks naar neurodivergentie. Het resultaat: precies in een levensfase waarin sommige vrouwen forse veranderingen ervaren, ontbreekt goede kennis. Dat heeft praktische gevolgen.

Een vrouw die rond haar 48e hulp zoekt vanwege concentratieproblemen kan te horen krijgen dat het ‘gewoon de overgang’ is, terwijl er al vanaf de basisschool ADHD-kenmerken waren. Een andere vrouw met ADHD kan juist iedere nieuwe klacht aan ADHD toeschrijven, terwijl ernstige slaapproblemen of overgangsklachten behandeling verdienen.

Wat kun je met je behandelaar bespreken?

Probeer zo concreet mogelijk te beschrijven wat er anders is. Bijvoorbeeld: ‘Sinds mijn menstruatie onregelmatig is geworden slaap ik veel slechter en ben ik overdag aanzienlijk chaotischer.’ Of: ‘Mijn medicatie werkte jarenlang redelijk voorspelbaar, maar sinds een half jaar verschilt het effect sterk per dag.’

Vragen die je vervolgens kunt bespreken zijn: ‘Kunnen overgangsklachten mijn functioneren beïnvloeden?’ ‘Moeten we eerst naar mijn slaap kijken?’ ‘Is aanpassing van mijn ADHD-medicatie zinvol?’ ‘Zou behandeling van overgangsklachten in mijn situatie passend zijn?’ ‘Kunnen we één verandering tegelijk proberen?’

Hormoontherapie en ADHD-medicatie vragen allebei om een individuele medische afweging. Zelf experimenteren met doseringen is daarom geen goed idee.

Wynchank D, Kooij S. Pharmacological Management of ADHD in Women Across Perimenopause, Menopause and Post-Menopause. Drugs & Aging. 2026;43:385–395. doi:10.1007/s40266-026-01291-z.

De overige wetenschappelijke publicaties waarop de auteurs hun overzicht baseren, zijn opgenomen in de referentielijst van bovenstaande publicatie.

Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en vervangt geen persoonlijk medisch advies. Bespreek veranderingen in ADHD-medicatie of hormoontherapie met een arts.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *