Autisme en het ‘extreme mannelijke brein’: feiten en controverse

De theorie van het ‘extreme mannelijke brein’ stelt dat mensen met autisme de wereld waarnemen door een ‘mannelijke’ lens en interesse hebben in stereotiep mannelijke onderwerpen, zoals hoe machines werken of weerspatronen. Ze kunnen echter moeite hebben met taken waar vrouwen naar verluidt beter in zijn, zoals sociale signalen oppikken.

In de loop der jaren heeft de theorie steun gekregen – en ook kritiek – van onderzoekers op het gebied van autisme. Hier is alles wat je moet weten over het ontstaan van de theorie van het extreme mannelijke brein, het bewijs dat het ondersteunt en de controverses eromheen.

Wat is de theorie van het extreme mannelijke brein?

De theorie is gebaseerd op het idee dat mannen en vrouwen fundamenteel van elkaar verschillen en dat deze verschillen zich langs een continuüm bevinden. Volgens voorstanders van de theorie wordt de term ‘empathie’ toegeschreven aan het vrouwelijke uiteinde van het continuüm, wat verwijst naar een combinatie van sociale vaardigheden, zoals het vermogen om de emotionele toestand van anderen aan te voelen.

Aan het mannelijke uiteinde bevindt zich de neiging tot ‘systematiseren’, oftewel het herkennen van patronen en het begrijpen van natuurlijke en technische systemen, zoals het weer of een computer.

De theorie stelt over het algemeen dat autistische mensen, ongeacht hun geslacht, de neiging hebben om aan het systematiserende uiteinde van het continuüm te zitten – met andere woorden, ze hebben een ‘extreem mannelijk brein’.

Wat is de oorsprong van de theorie?

In het midden van de jaren ’90 voegde de Britse onderzoeker Simon Baron-Cohen tests voor sociale intelligentie en patroonherkenning toe aan zijn onderzoeken naar autisme. In de algemene bevolking vertonen deze tests sekseverschillen: vrouwen presteren over het algemeen goed op tests voor sociale intelligentie, terwijl mannen uitblinken in het volgen van regels en het herkennen van patronen. Baron-Cohen ontdekte dat autistische mensen over het algemeen moeite hebben met het eerste, maar goed zijn in het laatste.

In 2002 stelde hij de theorie van het extreme mannelijke brein voor om deze bevindingen te verklaren. Hij en zijn collega’s ontwikkelden vervolgens een paar vragenlijsten voor zelfrapportage om de systematiserende vaardigheden te meten.

Welk bewijs ondersteunt de theorie?

Vorig jaar analyseerde het team van Baron-Cohen de antwoorden op deze vragenlijsten van 600.000 mensen, waaronder 36.874 mensen met autisme. De resultaten suggereren dat zowel autistische mannen als vrouwen de neiging hebben om te systematiseren.

Het andere werk van Baron-Cohen geeft aan waar deze neiging mogelijk vandaan komt. Sommige mensen met autisme kunnen prenataal zijn blootgesteld aan verhoogde niveaus van geslachtshormonen, zoals testosteron, zegt hij. Een teveel aan testosteron kan de structuur van de zich ontwikkelende hersenen op manieren veranderen die van invloed zijn op denkpatronen. Maar studies van andere laboratoria betwisten het verband tussen een teveel aan testosteron en autisme.

Hersenbeeldvormingsstudies hebben anatomische patronen in mannelijke en vrouwelijke hersenen onthuld die consistent zijn met de theorie van het extreme mannelijke brein, maar de gegevens zijn niet eenduidig ondersteunend. In een kleinschalige studie toonden onderzoekers aan dat de hersenen van autistische mannen en vrouwen structureel meer overeenkomsten vertonen dan die van typische mannen en vrouwen. Een andere studie ondersteunde de theorie ook in enkele hersennetwerken. Echter, in maart hebben onderzoekers een grote studie uit 2017 die de theorie bevestigde, ingetrokken vanwege een belangrijke fout in de analyse.

Wat zijn enkele kritieken op de theorie?

Sommige experts stellen de fundamentele veronderstelling van de theorie ter discussie – dat er meetbare verschillen zouden bestaan tussen mannen en vrouwen in vaardigheden zoals sociale communicatie. Als er al verschillen zijn, zijn ze waarschijnlijk klein, zegt David Skuse, professor in gedrags- en hersenwetenschappen aan University College London.

Een andere kritiek is dat de vragenlijsten die gebruikt werden om de theorie te testen jarenlang te veel vragen bevatten over ‘mannelijke’ onderwerpen, zoals lezen over of werken met machines. De tests zijn inmiddels herzien, maar de vragen zijn nog steeds gebaseerd op genderstereotypen of op zijn minst een te simplistisch concept van sekseverschillen, aldus deskundigen. Bovendien zijn sommige van deze verschillen mogelijk niet relevant voor autismekenmerken.

“De tot nu toe gegeven verklaringen zijn gebaseerd op zeer grove misinterpretaties van ontwikkelingsgegevens van typische kinderen en vrij zwakke biologische gegevens”, zegt Catherine Lord, hoogleraar psychiatrie en onderwijs aan de University of California, Los Angeles.

Volgens anderen komt het meeste bewijs voor de theorie voort uit het werk van Baron-Cohen of zijn voormalige studenten. “Er is nog steeds een relatief gebrek aan onafhankelijke replicatie”, zegt Meng-Chuan Lai, universitair hoofddocent psychiatrie aan de University of Toronto in Canada, die zijn promotie- en postdoctoraal onderzoek in het onderzoekscentrum van Baron-Cohen heeft gedaan.

Wat zijn enkele misvattingen over de theorie?

De meeste misverstanden ontstaan door de naam van de theorie. Het suggereert niet dat alle autistische vrouwen denken als mannen of dat autisme verband houdt met andere ‘mannelijke’ kenmerken, zoals een groot lichaam. Baron-Cohen zegt dat de theorie alleen betrekking heeft op twee categorieën van cognitie: systematisering en het vermogen om de emoties van anderen intuïtief aan te voelen.

Baron-Cohen S. and S. Wheelwright J. Autism Dev. Disord. 34, 163-175 (2004) PubMed
Baron-Cohen S. et al. Philos. Trans. R. Soc. Lond. B. Biol. Sci. 358, 361-374 (2003) PubMed
Auyeung B. et al. Br. J. Psychol. 100, 1-22 (2009) PubMed
Kung K.T. et al. J. Child Psychol. Psychiatry 57, 1455-1462 (2016) PubMed
Beacher F.D. et al. AJNR Am. J. Neuroradiology 33, 83-89 (2012) PubMed
Floris D.L. et al. Mol. Autism 9, 17 (2018) PubMed

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *