Het effect van broer en zus op persoonlijkheid bij mensen en chimpansees

Uit onderzoek blijkt dat zowel mensen als chimpansees opgroeien met broers en zussen die aanzienlijk van elkaar verschillen. Terwijl chimpansees (en net iets te veel mensen…) bekend staan als weinig behulpzaam en vooral handelen in hun eigen belang, vertonen ze wel individuele verschillen in hun reacties op de wereld – verschillen die menselijke onderzoekers als persoonlijkheid zouden bestempelen.

De vraag rijst dan: beïnvloeden vroege verschillen in familie-ervaringen de manier waarop een individuele chimpansee karakteristiek met de wereld omgaat, zoals meer of minder behulpzaam zijn?

In een interessante studie over zeldzame en verrassende zorgzame reacties van enkele chimpansees op de verwondingen van een jonge soortgenoot, wordt de hypothese opgeworpen dat deze ongewoon zachte gedragingen te wijten kunnen zijn aan het feit dat de betreffende chimpansees wezen zijn. Het verlies van een familiestructuur zou mogelijk speciale empathie hebben ingebracht die ze vervolgens op de wereld toepassen.

De theorie dat onze broers en zussen, en specifiek onze positie in de volgorde van het gezin, invloed hebben op onze persoonlijkheid, heeft een lange geschiedenis. De psychoanalist Alfred Adler schreef hier veel over, en empirisch onderzoek leek zijn ideeën te ondersteunen: eerstgeborenen zijn verantwoordelijker, presteren beter en houden zich meer aan regels. Jongere broers en zussen zijn minder geneigd tot deze eigenschappen, maar worden wel als aardiger beoordeeld door hun leeftijdsgenoten.

Opmerkelijk genoeg bleken ook verschillen in intelligentie naar voren te komen, waarbij jongere broers en zussen iets lager scoorden op IQ-tests dan eerstgeborenen. Onderzoekers stelden destijds een sociaal mechanisme voor dat gebaseerd was op de bijdragen van elk gezinslid aan de intellectuele omgeving thuis.

Om het IQ-effect te onderzoeken, hebben Noorse onderzoekers kinderen getest waarvan het oudere broertje of zusje op jonge leeftijd was overleden. Deze tweede kinderen presteerden als eerstgeborenen, wat erop wijst dat het effect niet biologisch is maar eerder sociaal van aard.

Hoewel het IQ-effect consistent is gebleken, zijn de bevindingen over persoonlijkheidsverschillen tussen broers en zussen recentelijk gaan wankelen. Een grootschalige studie onder Amerikaanse middelbare scholieren vond weinig bewijs voor systematische persoonlijkheidsverschillen gerelateerd aan de volgorde van geboorte, hoewel het IQ-effect werd gerepliceerd.

Het idee van biologische basis voor verschillen in de volgorde van geboorte is niet absurd. De hormonale omgeving in de baarmoeder kan redelijkerwijs veranderen met opeenvolgende zwangerschappen, wat van invloed kan zijn op de ontwikkeling van de foetus. Er zijn zelfs biologische mechanismen voorgesteld voor fenomenen zoals de toegenomen kans op homoseksualiteit bij mannen met oudere broers.

Ondanks deze biologische overwegingen lijkt het idee van persoonlijkheidsverschillen tussen broers en zussen op losse schroeven te staan. Recente studies, wereldwijd uitgevoerd, vonden geen bewijs van systematische persoonlijkheidsverschillen gerelateerd aan de geboorteorde.

Toch blijft de vraag intrigeren. Wat gebeurt er precies tussen broers en zussen en hun gezamenlijke ouders dat dit idee intuïtief aantrekkelijk maakt? Kunnen we vergelijkbare mechanismen zien bij onze nauwste levende verwanten, de chimpansees?

Er zijn opvallende overeenkomsten tussen mensen en chimpansees:

  • Mensen delen ongeveer 98% van hun DNA met chimpansees, waardoor ze onze nauwste levende evolutionaire verwanten zijn.
  • Chimpansees leven in complexe sociale groepen, vergelijkbaar met menselijke gemeenschappen. Ze vertonen sociale interacties, allianties en zelfs politieke strategieën binnen hun groep.
  • Net als mensen hechten chimpansees veel waarde aan familiebanden. Ze leven vaak in familiegroepen waarbinnen relaties, vooral tussen moeders en hun nakomelingen, van groot belang zijn.
  • Chimpansees vertonen aanzienlijke cognitieve vaardigheden, zoals het gebruik van werktuigen, probleemoplossend vermogen en het begrijpen van symbolen. Deze eigenschappen benadrukken de complexiteit van hun mentale processen, die vergelijkbaar zijn met bepaalde menselijke vaardigheden.
  • Er is bewijs dat chimpansees bepaalde culturele praktijken hebben, zoals het doorgeven van bepaalde gedragingen van generatie op generatie. Dit suggereert een vorm van culturele overdracht, een kenmerk dat vaak als uniek voor mensen wordt beschouwd.
  • Chimpansees tonen emotionele uitingen die vergelijkbaar zijn met die van mensen, zoals vreugde, verdriet en empathie. Ze kunnen ook rouw vertonen bij het verlies van een lid van hun groep.
  • Hoewel de communicatie van chimpansees voornamelijk bestaat uit lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen en geluiden, vertonen ze ook enige vorm van symbolisch begrip. Ze kunnen bijvoorbeeld bepaalde tekens leren en begrijpen.
  • Zowel mensen als chimpansees vertonen een vorm van sociale hiërarchie binnen hun groepen. Dominante individuen kunnen privileges hebben en invloed uitoefenen op groepsbeslissingen.

Overweeg bijvoorbeeld de uitdaging van de eerstegeborene: het spenen. Net zoals bij mensen kan het spenen bij chimpansees een groot drama zijn. Een jonge chimpansee vertoonde wekenlang komisch gedrag toen haar kleine broertje arriveerde, zich verzetten met hoofdstoten, tantrums, slaan en bijten. Zou de afwezigheid van deze strijd invloed hebben op het karakter van een chimpansee? Als de parallel standhoudt, zal hij wellicht iets lager scoren op IQ-tests maar meer vrienden hebben. Een redelijk goede ruil, lijkt het wel.

In conclusie laat het onderzoek naar de invloed van broers en zussen op persoonlijkheid bij zowel mensen als chimpansees ons met een boeiende, maar nog niet volledig opgehelderde, vraag achter: bepaalt onze positie in het gezin echt wie we zijn? Of is het slechts een intrigerende hypothese die net als vele andere in de wetenschap nader onderzoek vereist?

Het kruisen van mensen en chimpansees is biologisch gezien niet mogelijk, ondanks de populariteit van dit idee in sommige sciencefictionverhalen. Hoewel mensen en chimpansees evolutionair gezien nauw aan elkaar verwant zijn en veel genetisch materiaal delen, zijn er aanzienlijke genetische en biologische verschillen die het voortbrengen van levensvatbare nakomelingen onmogelijk maken.

  • Mensen hebben 46 chromosomen (23 paar), terwijl chimpansees 48 chromosomen (24 paar) hebben. Dit verschil in chromosoomaantal maakt het moeilijk om een gezond en levensvatbaar nageslacht te produceren, omdat de chromosoomparen niet correct kunnen paren tijdens de celdeling.
  • Hoewel mensen en chimpansees veel genen delen, zijn er ook aanzienlijke genetische verschillen. Deze verschillen zouden leiden tot onverenigbaarheden in het genoom en kunnen leiden tot problemen bij de ontwikkeling en groei van de foetus.
  • Het immuunsysteem van mens en chimpansee verschilt sterk. Bij een poging tot kruising zou het immuunsysteem van de moeder mogelijk de foetus als een vreemd lichaam herkennen en afstoten, vergelijkbaar met wat er kan gebeuren bij afstotingsreacties bij transplantaties.
  • De reproductieve biologie van mensen en chimpansees verschilt op essentiële punten, zoals de structuur van geslachtsorganen en hormonale regulatie. Deze verschillen maken het moeilijk voor zaadcellen van de ene soort om met succes het ei van de andere soort te bevruchten.

Clark, I., Sandel, A., Reddy, R. & Langergraber, K. (2021). A preliminary analysis of wound care and other-regarding behavior in wild chimpanzees at Ngogo, Kibale National Park, Uganda. Primates, 62(5), 697-702.

Paulhus, D. L., Trapnell, P. D., & Chen, D. (1999). Birth order effects on personality and achievement within families. Psychological Science, 10(6), 482–488.

Zajonc, R. B., & Markus, G. B. (1975). Birth order and intellectual development. Psychological Review, 82(1), 74–88.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *