Het is elf uur ’s avonds. In de meeste huizen in de straat slaapt iedereen. Behalve bij één gezin. Daar racet Sam van negen nog door de woonkamer. Hij wil nog een filmpje kijken, heeft ineens enorme honger en bedenkt dan dat hij morgen gymspullen mee moet nemen. Zijn ouders zijn al drie keer opnieuw begonnen aan het bedritueel.
De volgende ochtend is het drama compleet. Sam is niet uit bed te branden, vergeet de helft van zijn spullen en wordt op school weer aangesproken op zijn drukke gedrag. De leerkracht denkt: “Die ADHD…” Zijn ouders denken vooral: “We zijn zó moe.”
ADHD gaat vaak over druk gedrag in de klas, slechte concentratie en impulsiviteit. Maar voor veel kinderen en jongeren is ADHD vooral ook een nachtelijk probleem. Hun brein kent geen uitknop. Ze vallen moeilijk in slaap, worden ’s nachts vaker wakker en voelen zich overdag moe, prikkelbaar of juist extra druk.
Steeds meer onderzoekers zien ADHD daarom als een 24-uurs aandoening. Niet alleen overdag, maar de hele dag én nacht. In dit artikel duiken we in de vraag: hoe hangen ADHD en slaap precies samen? Wat weten we uit onderzoek? En belangrijker: wat kun je er in de praktijk mee?
Over het onderzoek
De informatie in dit artikel komt vooral uit een grote overzichtsstudie (een narratieve review) die eind 2025 verscheen in het World Journal of Clinical Pediatrics. Vier psychiaters uit de Verenigde Staten lazen en bundelden tientallen onderzoeken over slaap en ADHD bij kinderen en jongeren.
Ze zochten in grote wetenschappelijke databanken, zoals PubMed en PsycINFO. De studies die ze meenamen gebruikten verschillende methoden:
- vragenlijsten bij ouders en jongeren
- interviews en medische dossiers
- slaaponderzoek in het ziekenhuis (polysomnografie)
- metingen met een horloge dat beweging en slaap registreert (actigrafie)
- onderzoeken naar de effecten van ADHD-medicatie op slaap
Zo’n narratieve review geeft een breed overzicht. Je ziet patronen: welke slaapproblemen komen vaak voor, wat doet medicatie ongeveer, waar zitten de grootste risico’s?
Maar er zijn ook beperkingen. Veel onderzoeken zijn klein, gebruiken verschillende definities van “slaapproblemen” en komen vooral uit westerse landen, vaak de VS. De conclusies zijn dus geen wet van Meden en Perzen, maar wel een stevig signaal: slaap hoort standaard bij ADHD op de agenda.
Hoe vaak gaat het mis met slapen bij ADHD?
Slaapproblemen komen zó vaak voor bij ADHD, dat je je kunt afvragen wat kip en ei is. In de review worden verschillende cijfers genoemd:
- Bij kinderen met ADHD heeft ongeveer een kwart tot de helft duidelijk slaapproblemen.
- Bij jongeren met ADHD lopen die schattingen op tot rond de driekwart.
Dat is dus niet een beetje “lastig naar bed gaan”. Ouders melden vaak een heel pakket aan problemen:
- eindeloos wakker liggen
- meerdere keren per nacht wakker worden
- heel vroeg of juist extreem laat wakker worden
- overdag moe, hangerig of juist overactief zijn
Een grote Zweedse studie keek in medische registraties van ruim 145.000 mensen met ADHD, van 5 tot 60 jaar. Daarin had ongeveer 7,5% een officiële slaapstoornisdiagnose en bijna de helft had ooit slaapmedicatie gekregen. Dat is veel hoger dan bij mensen zonder ADHD, waar zowel slaapstoornissen als slaapmedicatie veel minder vaak voorkomen. De grootste problemen zag men bij tieners en jongvolwassenen.
Toch is de kans groot dat deze cijfers het probleem nog onderschatten. In vragenlijsten en interviews zie je veel hogere percentages slaapproblemen dan in officiële diagnoses. Met andere woorden: in de spreekkamer komt slaap lang niet altijd op het label, terwijl het in het dagelijks leven wél flink in de weg zit.
Een brein dat niet uit kan: Hoe slaap en ADHD elkaar versterken
Slaap en ADHD hebben een soort duw-en-trekrelatie. Ze maken elkaar sterker.
Aan de ene kant: te weinig slaap zorgt bij iedereen voor concentratieproblemen, kort lontje en meer impulsiviteit. Bij iemand met ADHD is het brein al kwetsbaar op die punten. Als je daar slaaptekort bovenop gooit, krijg je een dubbel effect.
Aan de andere kant maakt ADHD het juist moeilijk om in slaap te komen:
- gedachten die blijven doordraaien
- geen gevoel voor “nu is het genoeg, ik moet stoppen”
- nog even gamen, appen of scrollen
- moeite met routine en regels rond bedtijd
Veel kinderen en jongeren met ADHD hebben bovendien een soort vertraagde “interne klok”. Hun lichaam denkt ’s avonds nog: het is eind van de middag. Ze voelen zich pas laat echt slaperig. Dat zie je terug in melatonine (het slaaphormoon) dat later op gang komt.
Stel je een vijftienjarige voor met ADHD. Overdag redt hij het net op school. ’s Avonds, als het rustig wordt, komt zijn brein pas op gang. Hij chat met vrienden, duikt in games, kijkt filmpjes. Om één uur ’s nachts ligt hij eindelijk in bed. De wekker gaat om zeven uur. Na een paar dagen zo rondlopen voelt hij zich grauw, prikkelbaar en “dom”. Zijn cijfers kelderen. De neiging om nog meer te gamen als ontsnapping wordt groter. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.
Hoe ziet de slaap van kinderen met ADHD er van binnen uit?
Met vragenlijsten kom je veel klachten te weten. Maar wat zie je als je kinderen met ADHD aan allerlei draadjes legt in een slaaplab?
Uit samengevoegde studies komt ongeveer het volgende beeld:
- kinderen met ADHD doen er gemiddeld langer over om in slaap te vallen
- ze slapen korter
- hun slaap is onrustiger (meer wisselen tussen slaapstadia, vaker kleine ademstops)
- de totale slaapkwaliteit is lager
In sommige onderzoeken zie je ook verschuivingen in de verdeling van de slaap: relatief meer lichte slaap en minder diepe slaap. Ook REM-slaap (de droomslaap) kan veranderd zijn. Dat zijn fases die belangrijk zijn voor geheugen en emotionele verwerking.
Een interessant detail: op de Multiple Sleep Latency Test (een soort serie dutjestests overdag) vallen kinderen met ADHD gemiddeld sneller in slaap dan kinderen zonder ADHD. Dat wijst erop dat er wél degelijk echte slaperigheid is, niet alleen “druk gedrag”.
Tegelijk is het goed om kritisch te blijven. Niet alle studies vinden precies dezelfde patronen. En wat je in een ziekenhuisbed meet, is niet altijd hetzelfde als thuis, met broertjes, huisdieren, lawaaiige buren en een mobieltje onder het kussen. De strijd om naar bed te gaan, “nog één verhaaltje” of de tablet stiekem weer pakken, zie je in zo’n meting niet terug.
Van snurken tot rusteloze benen
“Slaapproblemen” klinkt als één ding, maar het gaat eigenlijk om verschillende stoornissen. En die komen bij ADHD duidelijk vaker voor. We lopen de belangrijkste langs.
Slaapapneu en snurken
Bij slaapapneu stokt de ademhaling tijdens de slaap steeds kort. Vaak gaat dat samen met luid snurken. Bij kinderen zie je dat bijvoorbeeld bij vergrote keel- en neusamandelen.
Onderzoek laat zien dat kinderen met ADHD veel vaker slaapapneu hebben dan kinderen zonder ADHD. Schattingen liggen rond de 25–30% bij ADHD, tegen ongeveer 3% in de algemene kinderpopulatie. Kinderen met slaapapneu hebben vaker leerproblemen en gedragsproblemen die sterk lijken op ADHD.
In een grote studie bij ruim 11.000 kinderen was de kans op een latere ADHD-diagnose duidelijk hoger als er op jonge leeftijd al slaap-ademhalingsproblemen waren.
Praktisch: als een kind met ADHD erg veel snurkt, moe is overdag en soms lijkt te “stikken” in de slaap, is het belangrijk om ook aan slaapapneu te denken. Soms helpt een operatie aan keel- en neusamandelen enorm.
Rusteloze benen
Rusteloze benen (restless legs syndrome, RLS) geven een onprettig, kriebelig gevoel in de benen. Vooral als je stil ligt. Kinderen beschrijven het soms als “mieren in mijn benen” of “het klopt en trekt”. Je moet bewegen.
In de algemene kinderpopulatie komt RLS naar schatting bij zo’n 2% voor. Bij kinderen en jongeren met ADHD lopen schattingen uiteen van ongeveer 11 tot ruim 40%. Een groot verschil dus.
Er is ook een verwante stoornis: periodic limb movement disorder (PLMD). Dan maakt het lijf tijdens de slaap steeds kleine, schokkende beenbewegingen, vaak zonder dat het kind wakker wordt. In sommige studies had een meerderheid van de kinderen met opvallend veel van die schokjes óók ADHD.
RLS en PLMD verstoren de slaap, zorgen voor onrust en kunnen slaaptijd flink minder verkwikkend maken. Daarbij speelt ijzer een rol: laag ijzergehalte hangt samen met RLS. In richtlijnen wordt daarom aangeraden om bij RLS-klachten het ijzer te laten controleren en zo nodig te behandelen.
In de praktijk zie je vaak het misverstand: “Hij blijft maar draaien en uit bed komen, hij is zó ongehoorzaam.” Terwijl het lijf gewoon niet stil kán liggen.
Insomnie: Niet kunnen inslapen of doorslapen
Insomnie is simpel gezegd: slecht slapen terwijl je daar last van hebt overdag. Bij kinderen met ADHD zie je vaak:
- uren wakker liggen voor het inslapen
- meerdere keren per nacht wakker worden
- heel vroeg wakker zijn en niet meer kunnen slapen
Bij jonge kinderen spelen vaak twee patronen:
- het kind kan alleen in slaap vallen onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld bij een ouder in bed, met tablet, op de bank)
- er zijn weinig duidelijke grenzen: telkens nog iets te drinken, nog een verhaaltje, nog naar de wc
ADHD maakt dit lastiger: impulsiviteit, moeite met regels, snel afgeleid en vaak een gevoelig gezinssysteem (ouders zelf moe, soms ook ADHD).
Ongeveer een vijfde van de kinderen die starten met stimulerende medicatie (zoals methylfenidaat) krijgt daar in het begin tijdelijk meer moeite met inslapen door. Maar in grote groepen zie je juist dat bij veel kinderen de slaap op langere termijn verbetert, omdat de dag rustiger verloopt en er minder chaos is rond bedtijd.
Verstoord slaap-waakritme
Veel tieners zijn avondmensen. Maar bij jongeren met ADHD is dat effect vaak sterker. Ze voelen zich pas laat moe en komen daardoor chronisch slaap tekort.
In sommige gevallen is er sprake van een vertraagde slaapfase: de biologische klok loopt achter. Dan ligt de natuurlijke bedtijd eerder rond één of twee uur ’s nachts, terwijl school om acht uur begint.
Dat levert niet alleen slaperigheid op, maar ook meer depressieve klachten, angst en gedragsproblemen. Voor deze groep zijn maatregelen die de biologische klok verschuiven (lichttherapie, zorgvuldig (dosering en tijd van inname) gebruik van melatonine, strakke ochtendroutine) vaak belangrijker dan nóg meer ADHD-medicatie.
Veel kinderen hebben trouwens een combinatie: een beetje snurken, wat rusteloze benen én inslaapproblemen. Zeker als er ook autisme, angst of depressie meespeelt wordt het al snel een ingewikkelde puzzel.
Extra bagage: Angst, autisme en andere problemen bovenop ADHD
ADHD staat zelden alleen. Veel kinderen en jongeren hebben er iets bij:
- angststoornissen
- depressieve klachten
- oppositioneel gedrag of gedragsstoornis
- autisme
Uit de review blijkt dat juist die groep met “ADHD plus” het slechtst slaapt. Meer nachten wakker, meer piekeren in bed, vaker nachtmerries of onrust. En dat zie je terug overdag: meer somberheid, meer driftbuien, vaker vastlopen op school of stage.
Denk aan een veertienjarig meisje met ADHD én sociale angst. Overdag gaat ze er nét doorheen. ’s Avonds ligt ze uren wakker te malen over wat ze gezegd heeft, of mensen haar stom vinden en of ze morgen uitgelachen wordt. Ze valt pas tegen drie uur in slaap. Haar concentratie de dag erna is waardeloos. Niet vanwege luiheid, maar omdat haar brein uitgeput is.
Bij autisme zie je daarnaast vaak nog extra sensorische gevoeligheid: geluidjes, licht, dekens, temperatuur. Dat maakt slapen soms een hele logistieke operatie. Veel jongeren met zowel autisme als ADHD ontwikkelen ingewikkelde rituelen om überhaupt in slaap te kunnen vallen.
De review is daar duidelijk over: als er comorbiditeit is, wordt goed slapen nóg belangrijker – en nóg ingewikkelder. Maar juist in behandelplannen krijgen slaap en angst of depressie vaak minder aandacht dan “de ADHD-symptomen”. Dat is een gemiste kans.
Medicatie
Veel ouders twijfelen: gaat ADHD-medicatie de slaap van mijn kind verpesten? Het eerlijke antwoord is: het kán, maar het hoeft niet – en soms verbetert medicatie de slaap juist. De belangrijkste punten uit de review:
Stimulantia (zoals methylfenidaat, amfetaminepreparaten)
- In het begin, zeker bij snelle opbouw of wat hogere dosering, melden veel kinderen meer moeite met inslapen.
- Als je naar grote groepen kijkt, zie je dat na verloop van tijd bij veel kinderen de slaap juist beter wordt: minder avondlijke “rebounddrukte”, minder ruzie rond bedtijd, voorspelbaardere dagen.
- In een vergelijkende studie sliepen kinderen op methylfenidaat minder makkelijk in, maar hadden ze wel minder nachtelijke ontwakingen dan kinderen op atomoxetine. De slaap was dus korter, maar wel meer aaneengesloten.
Niet-stimulantia (atomoxetine, clonidine, guanfacine, viloxazine)
- Atomoxetine en viloxazine kunnen in het begin juist slaperigheid geven, vooral bij snelle ophoging. Dat trekt vaak weg.
- Verlengd werkende guanfacine kan de totale slaaptijd verkorten en zorgt soms voor meer wakker liggen in de nacht; dat roept vragen op over de kwaliteit van de slaap.
- Clonidine (een andere alfa-2-agonist) lijkt in studies juist de slaapkwaliteit te verbeteren en de strijd rond bedtijd te verminderen.
Slaapmiddelen en melatonine
Voor kinderen zijn er geen officieel goedgekeurde “echte” slaapmiddelen. Toch wordt er van alles voorgeschreven. Over melatonine is wél redelijk wat onderzocht, ook specifiek bij kinderen met ADHD die stimulantia gebruiken. Doses van ongeveer 3 mg voor kinderen onder de 40 kilo en 6 mg daarboven, gegeven vroeg op de avond, zorgden in studies voor:
- kortere tijd tot inslapen
- langere totale slaaptijd
- op langere termijn bij de meeste kinderen blijvend effect op slaap, en bij een deel ook verbetering in gedrag en stemming
Tegelijk zien we dat melatonine bijna in de category “vitaminepil” terecht is gekomen. Je koopt het bij de drogist, ouders geven het al snel “gewoon eens proberen”. Dat is niet zonder risico. De timing en dosering zijn belangrijk, zeker bij een verlaat slaapritme.
Andere slaapmiddelen (bijvoorbeeld bepaalde antihistaminica of antidepressiva) worden soms off-label gebruikt. Het bewijs dat ze goed helpen bij kinderen met ADHD is mager, terwijl de bijwerkingen flink kunnen zijn. Antipsychotica als “slaapmiddel” zijn volgens de review ronduit onverstandig als er geen andere duidelijke reden is om ze te geven.
Belangrijk dus: medicatie voor ADHD en voor slaap moet altijd in overleg met een arts, met duidelijke doelen. Wat is het grootste probleem nu: de onrust overdag, de nachten, of allebei?
Hoe merk je dat slaap echt een probleem is?
Wanneer is slecht slapen “erbij horend” en wanneer moet je verder laten kijken? De review beschrijft een aantal praktische stappen die ook in Nederland en België toepasbaar zijn.
Eerste stap: vragen stellen
Een korte screening kan al veel duidelijk maken. Bijvoorbeeld met een model als BEARS, waarbij je systematisch vraagt naar: bedtijdproblemen, slaperigheid overdag, nachtelijke ontwakingen, regelmaat en duur van slaap, en snurken of andere aparte dingen in de nacht. Huisartsen, jeugdartsen en kinderpsychiaters kunnen dit makkelijk in hun gesprek opnemen.
Tweede stap: dagboek of app
Een paar weken een eenvoudig slaapdagboek bijhouden helpt enorm. Hoe laat naar bed, hoe laat slapen, nachtelijk wakker, hoe laat opstaan, hoe fit overdag? Er zijn ook apps en wearables die slaap schatten, al zijn die niet altijd even betrouwbaar. Voor een eerste indruk zijn ze vaak goed genoeg.
Derde stap: vragenlijsten
Er bestaan gestandaardiseerde vragenlijsten voor ouders en jongeren over inslapen, doorslapen, snurken, nachtmerries, slaperigheid overdag. Ze geven een score die laat zien hoe ernstig de problemen zijn en welke richting je moet zoeken.
Vierde stap: specialistisch onderzoek
In sommige gevallen is verwijzing naar een slaapcentrum of ziekenhuis zinvol, bijvoorbeeld bij:
- hard snurken, ademstops of happen naar lucht
- vermoeden van rusteloze benen of veel schokkende bewegingen
- ernstige, hardnekkige insomnie ondanks goede slaaphygiëne en aanpassingen
- twijfel of er misschien narcolepsie of een andere zeldzame slaapstoornis speelt
Daar kunnen artsen uitgebreid slaaponderzoek doen (polysomnografie) of een dutjestest (Multiple Sleep Latency Test) uitvoeren. Dat gebeurt nog niet overal even makkelijk, en wachtlijsten zijn ook hier in de Benelux een ding. Maar bij ernstig lijden kan het veel helderheid geven.
Signalen dat slaap echt aandacht vraagt:
- je kind is bijna elke dag moe, prikkelbaar of “niet te genieten”
- schoolresultaten kelderen door slaperigheid
- er is strijd rond bedtijd die alles overheerst
- je hoort vaak snurken of ademstops
- je kind valt overdag op vreemde momenten ineens weg
Dan is het tijd om het thema gericht bij huisarts of behandelaar op tafel te leggen.
Praktische tips
Gelukkig is er ook veel dat je zélf kunt doen, zonder meteen het ziekenhuis in te hoeven. De review benadrukt dat gedragsmatige aanpak en goede “slaaphygiëne” de basis zijn.
Een paar praktische principes:
- Hou een vaste slaap- en wektijd aan, óók in het weekend. ADHD-hersenen varen wel bij voorspelbaarheid.
- Bouw de avond rustig af. Geen spannende games of discussies meer een uur voor bedtijd.
- Schermen uit minstens een half uur (liever een uur) voor het slapen. Blauw licht en prikkels houden het brein actief.
- Zorg voor een rustige, donkere, koele slaapkamer. Geen tv. Speelgoed dat extra uitnodigt tot spelen liever uit zicht.
- Let op cafeïne: energydrank, cola, ijsthee. Veel jongeren met ADHD gebruiken dit tegen de vermoeidheid en houden zo de cirkel in stand.
Bij kinderen met ADHD werkt een duidelijke, vaste routine vaak goed: eerst douchen, dan pyjama, dan een kort en voorspelbaar ritueel (bijvoorbeeld nog één verhaaltje, dan lamp uit). Beloningssystemen kunnen helpen: stickers of punten voor “in bed gebleven”, “zelfstandig in slaap gevallen”, “op tijd licht uit”.
Soms helpt het juist om bedtijd tijdelijk wat later te zetten. Zeker bij een duidelijk verlate biologische klok. Laat het kind dan naar bed gaan op een tijdstip dat het meestal toch spontaan in slaap valt (bijvoorbeeld 23.30 uur), en schuif dat heel langzaam weer naar voren. Dat is lastig, maar vaak effectiever dan elke avond drie uur strijd voeren in een bed waar het brein nog niet aan slapen toe is.
Ouders zijn zelf ook mensen. In gezinnen met ADHD hebben ouders vaak óók slaapproblemen of ADHD. Dan zijn simpele, haalbare stappen belangrijker dan het perfecte protocol.
Op school kun je ook iets doen:
- een rustige start van de dag
- begrip als iemand ’s ochtends wat langzamer op gang komt
- ruimte voor korte beweegpauzes in plaats van alleen straffen bij wegdromen
Nederland en België
In Nederland en België zijn de wachtlijsten in de GGZ lang. Je komt niet zomaar bij een gespecialiseerd slaapcentrum. Juist daarom is het belangrijk dat huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen en jeugdpsychiaters zich comfortabel voelen met basale slaapdiagnostiek en eenvoudige interventies.
Melatonine en andere middelen zijn geen magische oplossing. Hun plek is aan het eind van een traject waarin je ook hebt gekeken naar:
- slaaphygiëne
- comorbide problemen zoals angst, depressie en autisme
- mogelijke slaapapneu of rusteloze benen
- het effect van bestaande ADHD-medicatie
Er is behoefte aan meer lokaal onderzoek. Wat werkt in ons zorgsysteem, met onze scholen, onze jeugdzorg en onze cultuur? Nu leunen we sterk op buitenlandse data.
Tot slot: vergeet volwassenen niet. Veel mensen met ADHD slepen vanaf hun jeugd een verstoord slaappatroon mee. Ze zijn eraan gewend geraakt, maar merken dat stemming, lichamelijke gezondheid en werkvermogen lijden. Ook daar valt nog veel winst te halen.
Dit artikel is geen medisch advies. Zie het als een uitnodiging om verder te kijken dan alleen de drukte overdag. Bespreek slaapproblemen altijd met je huisarts of behandelaar. Juist bij ADHD kan één uur extra echte slaap per nacht al een wereld van verschil maken.
Malhi N, Weiss M, Waxmonsky J, Baweja R. Sleep disturbances in children and adolescents with attention-deficit/hyperactivity disorder: A narrative review. World J Clin Pediatr. 2025 Dec 9;14(4):110612. doi: 10.5409/wjcp.v14.i4.110612. PMID: 41255699; PMCID: PMC12620782.



