Je kunt urenlang opgaan in een onderwerp dat je fascineert, maar ziet als een berg op tegen een eenvoudig huishoudelijk klusje. Een compliment van je leidinggevende doet je weinig, terwijl je enorm veel voldoening haalt uit het oplossen van een ingewikkeld probleem. Herkenbaar?
Bij mensen met autisme kunnen motivatie en beloning anders werken dan anderen verwachten. Onderzoekers laten zien dat dit niet alleen te maken heeft met wat we leuk vinden, maar ook met hoe onze hersenen aandacht verdelen, informatie verwerken en keuzes maken.
Wat voelt als een beloning?
Een compliment, een salarisverhoging, een gezellige avond of eindelijk begrijpen hoe iets werkt. Wat we als beloning ervaren, verschilt van persoon tot persoon. Toch gaan we er vaak vanuit dat iedereen ongeveer op dezelfde manier wordt gemotiveerd.
Ons brein beschikt over een uitgebreid systeem dat helpt bepalen wat de moeite waard is. Dat systeem speelt een rol bij drie processen: ergens naar verlangen, ervan genieten en onthouden welke ervaringen prettig waren. Die processen hoeven niet altijd samen te vallen. Je kunt bijvoorbeeld enorm uitkijken naar een feestje, maar er uiteindelijk weinig plezier aan beleven. Of juist onverwacht genieten van een activiteit waar je vooraf tegenop zag.
Onderzoekers zien aanwijzingen dat deze processen bij mensen met autisme anders kunnen verlopen. Vooral de wisselwerking tussen motivatie en andere hersenfuncties, zoals aandacht en zelfbeheersing, krijgt steeds meer belangstelling. Dat vinden we een interessante ontwikkeling want motivatie bepaalt niet alleen waar we plezier aan beleven, maar beïnvloedt ook hoe we leren, werken en omgaan met andere mensen.
Waarom interesses zo onweerstaanbaar kunnen zijn
Voor veel mensen met autisme zijn bijzondere interesses veel meer dan een hobby. Ze kunnen een bron van ontspanning, plezier, kennis en persoonlijke ontwikkeling zijn. Denk aan iemand die alles wil weten over spoorwegen, historische gebeurtenissen, computers of psychologie. Nieuwe informatie ontdekken levert dan veel voldoening op. Het onderwerp biedt daarnaast misschien ook houvast in een wereld die vaak onvoorspelbaar aanvoelt.
Hersenonderzoek laat zien dat activiteiten die aansluiten bij persoonlijke interesses bij sommige mensen met autisme een sterke reactie oproepen in hersengebieden die betrokken zijn bij beloning. Dat helpt mogelijk verklaren waarom zo’n interesse alle aandacht kan opeisen. Niet omdat iemand zich bewust afsluit voor de buitenwereld, maar omdat het onderwerp zo immens aantrekkelijk is.
Daar zit ook een keerzijde aan. Wie volledig opgaat in een interesse, kan moeite hebben om te stoppen, ook als andere taken aandacht vragen of rationeel beschouwd een hogere prioriteit hebben.Toch is het verkeerd om die intense belangstelling vooral als probleem te beschouwen. Immers, juist zulke interesses kunnen bijdragen aan deskundigheid, zelfvertrouwen en levensgeluk. De uitdaging ligt daarom niet in het verminderen van de interesse, maar in het vinden van een prettig evenwicht.
Wanneer motivatie en aandacht botsen
Motivatie en concentratie zijn nauw met elkaar verbonden. Maar het vermogen om aandacht ergens op te richten is iets anders dan de mogelijkheid om die aandacht vervolgens te verplaatsen. Stel je maar eens voor dat je bezig bent met een boeiend computerprogramma. Je ontdekt telkens iets nieuws en wilt graag verder. Dan vraagt iemand of je even de vaatwasser wilt uitruimen, een taak die eigenlijk heel eenvoudig is. Toch voelt de onderbreking als een kwelling.

Een mogelijke verklaring ligt in de samenwerking tussen motivatie en wat psychologen de uitvoerende of cognitieve functies noemen. Dat zijn de denkprocessen waarmee we plannen, informatie tijdelijk onthouden, impulsen beheersen en tussen taken schakelen. Bij sommige mensen met autisme verlopen bepaalde uitvoerende functies minder soepel. Wanneer een activiteit tegelijkertijd veel voldoening oplevert, kan overschakelen naar iets anders veel extra moeite kosten.
Dat betekent niet dat iemand onvoldoende zijn best doet. Het kan simpelweg moeilijk zijn om de aandacht los te maken van iets aantrekkelijks en opnieuw te richten op iets wat minder aanspreekt, of zelfs helemaal niet aanspreekt, maar domweg ‘moet’. Omgekeerd kan een interessante taak juist helpen om de aandacht vast te houden. De onderzoekers vermoeden daarom dat motivatie en denkprocessen elkaar zowel kunnen versterken als tegenwerken. Hoe dat precies werkt bij autisme, moeten toekomstige onderzoeken nog uitwijzen.
Waarom belonen averechts kan werken
Een veelgebruikte opvoedkundige aanpak klinkt eenvoudig: eerst iets vervelends doen, daarna iets leuks. Eerst het nuttige en dan het aangename zei mijn oma vroeger. Maak eerst je huiswerk en ga daarna verder met je dinofiep of game… Rond je administratie af en je krijgt een beloning. Doe je best en je ontvangt een compliment. Dat werkt soms uitstekend. Onderzoek laat zien dat beloningen bij sommige mensen met autisme de concentratie en taakuitvoering kunnen verbeteren, maar niet altijd.
Stel dat je tijdens het opruimen voortdurend denkt aan het spel dat je straks mag spelen. Je verlangen naar die activiteit wordt zo groot dat je nauwelijks nog aandacht hebt voor het opruimen zelf. De beloning leidt dan af in plaats van te helpen en kan zelfs averechts werken. Denk aan iemand die onder druk juist meer fouten maakt omdat er zoveel op het spel staat. Sterke motivatie betekent niet automatisch betere prestaties.
School en werk
Een werkgever kan bijvoorbeeld denken dat een medewerker ongemotiveerd is omdat die weinig enthousiasme toont tijdens een teamoverleg. Maar misschien haalt die medewerker juist veel voldoening uit zelfstandig en geconcentreerd werken. Een leerling die weinig belangstelling toont voor een algemene opdracht, kan ondertussen bijzonder gemotiveerd zijn om zelfstandig nieuwe kennis te ontdekken. Wat helpt in zulke situaties?
- Sluit aan bij persoonlijke interesses. Gebruik onderwerpen die iemand boeien als ingang om nieuwe vaardigheden te ontwikkelen.
- Geef keuzevrijheid. Zelf kunnen bepalen hoe je een taak uitvoert, kan meer voldoening geven dan een beloning achteraf.
- Maak doelen concreet. Een duidelijk eindresultaat maakt het makkelijker om te begrijpen waarom een taak de moeite waard is.
- Houd rekening met omschakelen. Kondig onderbrekingen aan en bied gelegenheid om een activiteit rustig af te ronden.
- Onderzoek wat energie geeft. Niet iedereen krijgt energie van complimenten, groepsactiviteiten of competitie.
- Vraag naar ervaringen. Wat helpt iemand om te beginnen, vol te houden en tevreden te zijn over het resultaat?
Ook de manier waarop we prestaties waarderen, verdient aandacht. Sommige mensen beleven veel voldoening aan het beheersen van een vaardigheid of het zorgvuldig afronden van een project. Daar hoeft geen applaus tegenover te staan. Dat geldt natuurlijk niet uitsluitend voor mensen met autisme. Maar juist bij neurodivergente mensen kunnen de verschillen tussen persoonlijke motivatie en maatschappelijke verwachtingen groot zijn.
Unruh, K. E., & Mosconi, M. W. (2026). Reward processing differences in autism: current understandings and future directions. Social Cognitive and Affective Neuroscience, 21(1), nsag076. https://doi.org/10.1093/scan/nsag076


