De laatste jaren is er eindelijk meer aandacht voor vrouwengezondheid. De overgang en perimenopauze komen steeds vaker in de media, met bekende vrouwen als Halle Berry en Oprah Winfrey die er open over praten. Maar er is nog een ander P-woord dat amper genoemd wordt: PMDD of premenstruele dysfore stoornis.
PMDD staat voor premenstrual dysphoric disorder – in het Nederlands soms vertaald als ‘premenstruele dysfore stoornis’. Het is geen pittige PMS, maar een ernstige, terugkerende stemmingsstoornis die 1 op de 20 vrouwen van vruchtbare leeftijd treft. Toch wordt het vaak niet herkend of zelfs weggelachen.
Veel vrouwen met PMDD omschrijven het als “twee weken per maand een ander mens zijn”. Ze voelen zich somber, extreem prikkelbaar of angstig, met klachten die relaties, werk en dagelijks functioneren ernstig beïnvloeden. Daarna verdwijnen de symptomen weer alsof er niets aan de hand was – tot de volgende cyclus zich aandient.
Wat is pmdd?
Om PMDD te begrijpen, moeten we even inzoomen op de menstruatiecyclus. De luteale fase begint na de eisprong en duurt tot de menstruatie start. Bij de meeste vrouwen geeft dat hooguit wat ongemak: een kort lontje, vermoeidheid, misschien wat buikpijn.
Bij PMDD gaat het veel verder. De klachten zijn ernstig, belemmerend en voorspelbaar cyclisch. Denk aan:
- heftige stemmingswisselingen
- somberheid of hopeloosheid
- intense prikkelbaarheid of woede
- sterke angstgevoelens
- concentratieproblemen
- extreme vermoeidheid
- slaapproblemen
- eetbuien of juist minder eetlust
- lichamelijke klachten zoals opgeblazen gevoel of pijnlijke borsten
Volgens de officiële criteria moeten de klachten minstens een jaar lang in de meeste cycli voorkomen, duidelijk verminderen na het begin van de menstruatie en het dagelijks leven flink verstoren.
Waarom pmdd zo vaak over het hoofd wordt gezien
Een van de grootste problemen: diagnostiek kost tijd. Om PMDD vast te stellen, moeten klachten minstens twee tot drie maanden nauwkeurig bijgehouden worden. Dat doen veel mensen niet, en veel artsen vragen er niet naar.
Bovendien bestaan er hardnekkige clichés. “Het hoort erbij”, “Ach ja, vrouwen…”,“Je bent gewoon emotioneel” – opmerkingen die ervoor zorgen dat vrouwen zelf gaan twijfelen. In Nederland en België is de bekendheid onder huisartsen beperkt. PMDD komt nauwelijks voor in medische opleidingen, en de klachten lijken soms op depressie, angst of zelfs een bipolaire stoornis. Daardoor krijgen vrouwen vaak een verkeerde diagnose – en dus ook een verkeerde behandeling.
En dat is zonde, want een juiste diagnose kan het verschil maken tussen jarenlang worstelen en eindelijk grip krijgen op je leven.
Niet alleen hormonen: De rol van hersengevoeligheid
Misschien wel de grootste misvatting: PMDD betekent niet dat je ‘te veel hormonen’ hebt. Onderzoek laat zien dat de hormoonspiegels van vrouwen met en zonder PMDD meestal gelijk zijn.
Het verschil zit in hoe de hersenen reageren op normale hormonale schommelingen, vooral op oestrogeen en progesteron. Die natuurlijke pieken en dalen beïnvloeden allerlei processen in de hersenen, waaronder de aanmaak van serotonine – een stofje dat je stemming reguleert.
Bij PMDD lijken de hersenen extreem gevoelig te zijn voor die hormonale veranderingen. Het resultaat: stemmingsklachten die van mild ongemak kunnen doorschieten naar diepe wanhoop. Sommige vrouwen ervaren zelfs suïcidale gedachten – die vaak net zo plots verdwijnen als ze gekomen zijn zodra de menstruatie begint.
Dat maakt PMDD niet alleen zwaar, maar ook verwarrend: hoe kun je de ene week wanhopig zijn en de volgende week ‘gewoon jezelf’?
Van storm naar voorspelbaar patroon
Het eerste wapen tegen PMDD is herkenning van het patroon. Met een app of een ouderwets schriftje kun je dagelijks je stemming, energie en lichamelijke klachten noteren. Na een paar maanden zie je vaak duidelijk dat de klachten steeds in dezelfde fase terugkomen.
Dat inzicht kan levens veranderend zijn. Niet omdat je klachten verdwijnen, maar omdat je weet wanneer ze komen. Je kunt belangrijke afspraken plannen in de ‘goede weken’, meer rust inbouwen in de moeilijke weken, en je omgeving waarschuwen dat je even minder prikkels aankunt.
Sophie (34) dacht jarenlang dat ze een depressieve stoornis had. Pas toen ze haar klachten bijhield, zag ze dat ze altijd begonnen rond dag 17 van haar cyclus en verdwenen zodra haar menstruatie startte. Haar psycholoog stelde PMDD vast – en paste haar behandeling daarop aan. Het verschil? “Ik voel me eindelijk begrepen,” zegt Sophie.
Behandelingen en strategieën
Er is geen wondermiddel, maar er zijn wél bewezen strategieën:
- Medicatie (SSRIs): Antidepressiva zoals fluoxetine of sertraline kunnen effectief zijn, soms alleen ingenomen in de luteale fase.
- Hormonale anticonceptie: Sommige vrouwen hebben baat bij het onderdrukken van de cyclus, maar de resultaten zijn wisselend.
- Leefstijlaanpassingen: Regelmatig bewegen, minder alcohol en cafeïne, en voldoende slaap maken de klachten vaak draaglijker.
- Cognitieve gedragstherapie (CGT): Helpt bij het herkennen en uitdagen van negatieve gedachten, vermindert schaamte en geeft praktische tools om met emotionele pieken om te gaan.
In Nederland en België is gespecialiseerde hulp nog schaars. Vaak moet je zelf initiatief nemen: huisarts informeren, verwijzen naar een gynaecoloog of psycholoog met kennis van PMDD, en desnoods zelf informatie aanleveren.
Openheid
PMDD blijft vaak in de schaduw omdat het een taboe is om open te praten over menstruatie en mentale gezondheid. Dat moet anders. Partners, vrienden en werkgevers kunnen veel betekenen als ze weten wat er speelt.
Stel je voor dat werkgevers rekening houden met cyclische klachten zoals ze dat doen met migraine of andere chronische aandoeningen. Het begint bij kennis en gesprek – thuis, op het werk en in de spreekkamer.
Samengevat
- PMDD is géén zware PMS, maar een ernstige stemmingsstoornis.
- Hormoonspiegels zijn vaak normaal; de hersenen reageren anders.
- Onderdiagnose is groot, vooral in Nederland en België.
- Tracking van je cyclus is de eerste stap naar herkenning en hulp.
- Behandeling is mogelijk, vaak met een combinatie van medische en psychologische zorg.
Epperson, C. N., Steiner, M., & Hartlage, S. A. (2012). Premenstrual dysphoric disorder: Evidence for a new category for DSM-5. American Journal of Psychiatry, 169(5), 465–475. https://doi.org/10.1176/appi.ajp.2012.11081302
Yonkers, K. A., O’Brien, P. M. S., & Eriksson, E. (2008). Premenstrual syndrome. The Lancet, 371(9619), 1200–1210. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(08)60527-9



