Als je naar de cijfers kijkt, word je niet vrolijk. Autistische mensen hebben gemiddeld vaker te maken met depressie, angstklachten en een lagere kwaliteit van leven dan niet-autistische mensen. Ook suïcidaliteit komt schrikbarend vaak voor.
De rondetafel waar dit artikel op gebaseerd is, brengt iets anders in: positieve psychologie. Dat vakgebied stelt een simpele maar prikkelende vraag: wat maakt het leven de moeite waard? En hoe kun je dat versterken – juist als je kwetsbaarheden hebt?
Voor autistische mensen voelt “focus op geluk” soms als luxeprobleem. Eerst maar eens een betaalbare woning, een beetje begrip op je werk, een huisarts die je serieus neemt. Toch zeggen de onderzoekers en ervaringsdeskundigen aan deze tafel: aandacht voor welbevinden is geen toetje. Het hoort bij het hoofdgerecht.
Geluk betekent hier niet “altijd vrolijk”. Het gaat om dingen als:
- je dagen vullen met activiteiten die bij je passen
- relaties hebben waarin je je gezien voelt
- weten waar je goed in bent en dat ook mogen inzetten
- het gevoel hebben dat je leven ergens over gaat
En precies op die punten heeft positieve psychologie interessante tools in huis – maar ook flinke blinde vlekken.
Wat bedoelen we met positieve psychologie?
Positieve psychologie ontstond rond de eeuwwisseling als tegenhanger van de klassieke focus op stoornissen, trauma en ellende. Niet omdat die problemen er niet toe doen, maar omdat psychologie bijna alleen dáárnaar keek.
In gewone mensentaal gaat positieve psychologie over dit soort vragen:
- Waar haal jij energie uit?
- Wanneer voel jij je verbonden met anderen?
- Waarin toon jij moed, creativiteit of doorzettingsvermogen?
- Wat maakt dat jouw leven betekenis heeft?
Een bekende kapstok is het PERMA-model, dat vijf bouwstenen van welbevinden beschrijft:
- positieve emoties (plezier, dankbaarheid, hoop)
- engagement (opgaan in een activiteit, “flow”)
- relationships (steunende relaties)
- meaning (het gevoel dat je leven ergens over gaat)
- accomplishment (dingen bereiken waar je trots op bent)
In plaats van alleen klachten te verminderen, probeert positieve psychologie die bouwstenen te versterken. Bijvoorbeeld met oefeningen rond dankbaarheid, het in kaart brengen van karaktersterkten of het bewust zoeken van momenten van verwondering.
Belangrijk detail: het gaat niet om “even positief denken en klaar”. De onderzoekers in de rondetafel zijn het erover eens dat je pijn, rouw, overprikkeling en trauma serieus moet nemen. En daarnaast kun je onderzoeken wat iemand nodig heeft om niet alleen te overleven, maar ook echt te floreren.
Autistische sterke kanten: Meer dan een bijwerking
In de autisme-wereld gaan woorden als “sterkte, kracht, talent e.d.” de laatste jaren vaker rond. Maar in veel rapporten en verslagen bungelen ze nog keurig in het laatste alinea’tje, na drie pagina’s met problemen.
Positieve psychologie draait dat om. Een kernbegrip is karaktersterkten: menselijk kwaliteiten zoals eerlijkheid, volharding, nieuwsgierigheid, liefde voor leren, zorgzaamheid en creativiteit. Onderzoek laat zien dat mensen die hun belangrijkste sterktes regelmatig gebruiken, zich gemiddeld beter voelen en tevredener zijn met hun leven.
De panelleden wijzen erop dat veel autistische mensen opvallend vaak juist op bepaalde sterktes hoog scoren. Denk aan:
- eerlijkheid en rechtvaardigheidsgevoel
- liefde voor leren en diepgaande interesses
- detailgerichtheid en nauwkeurigheid
- doorzettingsvermogen in onderwerpen die hen raken
In een studie bleek bijvoorbeeld dat autistische volwassenen zonder verstandelijke beperking gemiddeld hoger scoorden op eerlijkheid en liefde voor leren dan niet-autistische volwassenen.
Tom (32) uit Antwerpen werkt in de IT. In zijn eerste baan hoorde hij vooral wat er “niet goed” ging: hij nam informeel taalgebruik te letterlijk, sprak nooit over ‘koetjes en kalfjes’ en ergerde zich hoorbaar aan onlogische procedures. Pas toen hij bij een andere werkgever terechtkwam die zijn sterktes centraal zette, viel alles op z’n plek. Zijn nieuwe leidinggevende zei: “Ik heb iemand nodig die bugs opspoort waar iedereen overheen kijkt. En iemand die het eerlijk zegt als een systeem lek is.”
Precies daar blonk Tom in uit. Zijn eerlijkheid, detailfocus en vasthoudendheid vormden opeens geen probleem meer, maar de reden dat hij onmisbaar werd.
De boodschap van de rondetafel: dit soort successen zijn geen toeval. Als je systematisch naar sterktes kijkt én de omgeving aanpast, kunnen veel autistische kwaliteiten tot bloei komen.
Van probleemdenken naar krachtentaal in zorg en begeleiding
Traditioneel werkt diagnostiek zo: een psycholoog zoekt uit wat er “mis” gaat, test vaardigheden en noteert vooral tekorten. Vervolgens schrijven rapporten en indicaties die tekorten netjes uit.
Een van de experts in het artikel vertelt hoe hij jarenlang zulke rapporten schreef en daar op een gegeven moment genoeg van kreeg. Hij begon bewust ook sterke kanten, interesses en waarden te beschrijven, en merkte dat gesprekken daardoor heel anders verliepen.
Wat verandert er als je krachtentaal gebruikt?
- In de diagnostiek: Niet alleen: “heeft moeite met flexibel schakelen”.
Maar ook: “heeft een sterke voorkeur voor helder gestructureerde taken en gaat daar ver in op; dat kan een voordeel zijn in werk dat precisie en concentratie vraagt.” - In therapie of coaching: Niet alleen: “verminderen van angstklachten”.
Maar ook: “bouwen aan meer gevoel van regie door sterktes als creativiteit, analytisch denken of humor in te zetten.” - Op de werkvloer: Niet alleen: “begeleidingsplan voor ‘probleemgedrag’”.
Maar ook: “taakpakket dat aansluit bij talenten, plus duidelijke afspraken over prikkels, communicatie en pauzes.”
In Nederland en België ligt hier een kans. Denk aan:
- het standaard opnemen van een “sterkteprofiel” in psychologische rapporten
- jobcoaches die niet alleen naar belastbaarheid kijken, maar ook naar flow-momenten
- onderwijs waar studenten een portfolio bouwen van hun interesses en kwaliteiten, in plaats van alleen hun tekorten te compenseren
Maar de panelleden benadrukken ook: je mag problemen niet wegpoetsen. Positieve psychologie werkt pas eerlijk als je óók ruimte maakt voor trauma, overprikkeling, armoede, uitsluiting e.d.
Kleine doses welbevinden: Awe, flow en andere positieve ervaringen
Een van de sprekers is een autistische onderzoeker die zich verdiepte in “awe” – moeilijk netjes te vertalen, maar je kunt denken aan verwondering, ontzag of “wow-momenten”. Uit zijn onderzoek komt een interessant beeld naar voren:
Kleine momenten van verwondering kunnen voor autistische mensen een krachtige buffer vormen tegen stress. Niet de grote dure dingen, maar juist het alledaagse:
- een 15-minutenwandeling langs een stuk groen in de wijk
- de manier waarop zonlicht over een muur schuift
- het detail in een muziekstuk dat je honderd keer draaide en ineens anders hoort
- een ingewikkeld patroon in data, code of taal dat “klikt”
De onderzoekers beschrijven hoe zulke momenten:
- stress kunnen verlagen
- het gevoel van verbondenheid vergroten
- tijd tijdelijk “vertragen”, waardoor er meer ademruimte ontstaat
- soms zelfs uitnodigen tot kleine prosociale acties: iemand helpen, vriendelijker reageren, openstaan voor contact
Daarnaast komt het begrip flow terug: die toestand waarin je zo opgaat in een taak dat je tijd vergeet. Autistische volwassenen beschrijven dat bijvoorbeeld bij programmeren, tekenen, lezen over een niche-onderwerp of puzzels oplossen. Het voelt rustig en tegelijk scherp.
Voor veel autistische mensen zijn dat geen luxe hobby’s, maar momenten waarop hun brein eindelijk lekker draait. In Nederland en België zie je dat soms botsen met verwachtingen van ouders, scholen of werkgevers: “Altijd maar met die treinen/taalspelletjes/games bezig, dat is toch niet gezond?” Met een positieve-psychologiebril op, stel je precies de tegenovergestelde vraag:
- wanneer zie je iemand opleven?
- wat zegt dat over zijn of haar sterktes?
- hoe kun je daar verantwoord meer ruimte voor maken, zonder dat andere belangrijke dingen omvallen?
Kritische kanttekeningen: Valkuilen van de geluksfocus
Klinkt allemaal prachtig, maar de rondetafel is opvallend kritisch op hun eigen vakgebied. Een paar belangrijke waarschuwingen.
- Gevaar van “toxic positivity”
Als je alleen nog over sterktes praat, kun je problemen onbedoeld bagatelliseren.
- “Je bent toch zo creatief, daar kun je vast iets mee!” helpt niet als iemand in een zware burn-out zit, in de schulden zit of thuis onveilig is.
- Een autistische jongere met suïcidale gedachten heeft geen baat bij uitsluitend dankbaarheidslijstjes. Die heeft vooral toegang tot goede zorg, crisislijnen en serieuze veiligheid nodig.
- Te veel focus op het individu
Positieve psychologie richt zich vaak op het individu: wat kun jij zelf doen om je beter te voelen? De panelleden waarschuwen dat dit makkelijk kan doorschieten naar “eigen schuld, dikke bult”.
Maar autistische mensen botsen ook op:
- te drukke klaslokalen
- flexkantoren zonder stilteplek
- onbegrip bij instanties
- discriminatie op de arbeidsmarkt
Geen enkele mindfullness-app of positieve psychologie lost dat op. Positieve psychologie moet dus óók oog hebben voor ongelijkheid, armoede, racisme, seksisme, ableïsme…
- Misbruik door systemen
In een worstcasescenario gebruiken organisaties positieve psychologie om mensen beter te laten functioneren in ongezonde systemen.
Stel: een groot bedrijf biedt een “flourishing-programma” voor zijn werknemers, maar houdt tegelijk het kantoor sensorisch rampzalig, laat roosterwissels op het laatste moment binnenkomen en negeert signalen van overbelasting.
Dan wordt “werken aan je veerkracht” een nette manier om te zeggen: jij moet je aanpassen, het systeem blijft zoals het is.
De panelleden benadrukken daarom: Echte positieve psychologie zoekt niet alleen het geluk van het individu, maar ook rechtvaardigheid en menselijke waardigheid in de omgeving.
Niet alleen voor ‘hoogfunctionerend’: Hoe inclusief is positieve psychologie?
Een rode draad in het gesprek is de vraag: over wie hebben we het eigenlijk als we “autistische mensen” zeggen? Veel onderzoek en interventies gaan vooral over autistische mensen die redelijk tot goed communiceren, een gemiddelde of hoge intelligentie hebben en zich via vragenlijsten kunnen uitdrukken. De panelleden noemen dat een groot probleem.
Wat met:
- niet- of weinig sprekende autistische mensen
- mensen met daarnaast een verstandelijke beperking
- mensen die of in een instelling leven
- mensen die nauwelijks passende zorg vinden
Een van de sprekers vertelt bijvoorbeeld over een jongvolwassene die vrijwel nooit buiten komt. De enige structuur is een begeleider die eens per week even voor de deur zit zodat de ouder boodschappen kan doen. Dit soort levens blijven vaak buiten beeld als we over “welbevinden” praten.
De rondetafel pleit daarom voor:
- interventies die rekening houden met sensorische gevoeligheid en andere communicatiemiddelen dan alleen praten
- manieren om ook bij mensen met hoge ondersteuningsbehoefte te onderzoeken wat hen plezier, rust of contact geeft
- het principe van “universal design”: als je een omgeving zo ontwerpt dat de meest uitgesloten groep mee kan doen, wordt het uiteindelijk voor iedereen beter.
Voor Nederland en België betekent dit onder meer dat zorgaanbieders en beleidsmakers goed moeten oppassen dat “sterkte-gericht werken” geen luxe-extra wordt voor een kleine groep mondige, relatief geprivilegieerde autisten, terwijl de rest het moet doen met minimale basiszorg.
Nederland en België
Hoe landt dit verhaal in onze streken, met overvolle GGZ-wachtrijen, onderbezette jeugdzorg en scholen die al blij zijn als er überhaupt een intern begeleider is?
Een paar concrete lijnen.
- In de GGZ: Diagnostiek en behandeling zijn nu vaak strak klachtgericht. Toch kun je in intakegesprekken al vragen:
Waar was je wél oké de afgelopen tijd?
Wanneer voelde je je even jezelf?
Welke interesses of talenten wil je beschermen, juist nu?
Dat kost amper extra tijd, maar verandert de toon van het gesprek. - In het onderwijs: Veel autistische leerlingen horen op school vooral wat er “anders” aan hen is. Een positieve psychologie-bril nodigt scholen uit om ook:
- interesse-projecten te ondersteunen
- ruimte te maken voor rustige zones
- leerlingen te helpen ontdekken waar ze in flow raken
- Op de werkvloer: In Nederland en België bestaan allerlei instrumenten rond duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en werkgeluk. Daar schuurt het vaak: Denk aan workshops vol algemene “gelukstips” in een kantoortuin vol TL-licht…
Een neurodiversiteitsvriendelijke aanpak kijkt eerst naar prikkels, structuur en duidelijkheid, en dán naar individuele veerkracht. Jobcoaches en werkgevers kunnen positieve psychologie inzetten om sterktes in kaart te brengen, maar moeten tegelijk bereid zijn het werk en de omgeving aan te passen.
De kern: positieve psychologie kan veel toevoegen, maar alleen als autistische mensen zélf mee bepalen wat “een goed leven” voor hen betekent.
Aan de slag: wat kun je als autist, naaste of professional doen?
Positieve psychologie blijft snel abstract. Wat kun je er vandaag en morgen mee? Enkele ideeën voor autistische mensen zelf:
- Maak een lijstje van dingen waar je regelmatig in opgaat: activiteiten, onderwerpen, sensorische ervaringen. Dat zijn vaak aanwijzingen voor je sterktes en je persoonlijke “awe-momenten”.
- Neem zo’n lijstje mee naar je therapeut, psychiater, jobcoach of leidinggevende. Vraag expliciet: hoe kunnen we dit in mijn plan verwerken?
- Experimenteer met kleine dagelijkse “verwonder-momenten”: een korte wandeling, een detail in muziek, een vertrouwd object waar je graag naar kijkt.
Voor naasten
- Oefen in strength-spotting: benoem wat je ziet aan sterktes, niet alleen aan problemen. “Je bent altijd zo zorgvuldig met die administratie” zegt iets anders dan “je stelt alles uit”.
- Wees waakzaam voor toxic positivity waarin bagatelliseren op de loer ligt. Luister eerst naar pijn en vermoeidheid, voordat je naar sterktes of oplossingen wijst.
Voor professionals (GGZ, onderwijs, werkgevers)
- Voeg standaard een stuk “sterktes, interesses en waarden” toe aan je verslaglegging. Niet als bijlage, maar als volwaardig onderdeel.
- Stel samen doelen die niet alleen gaan over minder klachten, maar ook over meer kwaliteit van leven. Bijvoorbeeld: meer tijd in flow, meer contact met gelijkgestemden, meer ruimte voor een passie.
- Kijk kritisch naar je organisatie: gebruik je positieve psychologie om mensen beter te laten overleven in een slecht systeem, of om het systeem zelf menselijker te maken?
Positieve psychologie is geen wondermiddel en al helemaal geen pleister over diepe wonden. Maar als je de sterktes van autistische mensen serieus neemt, trauma en ongelijkheid erkent en autisten zelf aan tafel zet, dan kan het wel een waardevolle gereedschapskist zijn. Een kist met tools om ook de momenten van floreren bewust op te zoeken – op een manier die past bij een neurodiverse wereld.
Autism in AdulthoodVolume 6, Number 4, 2024
https://doi.org/10.1089/aut.2024.38246.pw



