Je kent het misschien: je kunt het werk inhoudelijk prima aan. Toch voelt het alsof je batterij sneller leeggaat dan die van collega’s. Niet omdat je “minder gemotiveerd” bent, maar omdat je brein een tweede baan heeft: prikkels managen.
Voor veel mensen met autisme, ADHD of AuDHD zit de grootste energielek niet in het takenpakket, maar in de omgeving. Geluid, licht, geuren, mensen die door je heen praten, onverwachte vragen, wisselende werkplekken, Teams-notificaties, vergaderingen zonder agenda. Het lijkt klein. Het tikt groot aan.
Een recent onderzoek zette precies die prikkelknop centraal. Niet als bijzaak, maar als mogelijke sleutel om te begrijpen waarom werkenergie en werkplezier bij mensen met autisme en ADHD zo kunnen schommelen. De verrassende uitkomst: je prikkelprofiel lijkt in sommige gevallen beter te voorspellen hoe “aan” je blijft op het werk dan je score op autisme- of ADHD-vragenlijsten.
Energie, betrokkenheid en focus
Onderzoekers gebruiken vaak het woord werkbevlogenheid. Dat klinkt als een marketingterm, maar ze bedoelen iets concreets. In dit onderzoek splitsten ze werkbevlogenheid op in drie delen:
- Werkenergie (vigor): hoeveel pit en veerkracht je voelt tijdens je werkdag. Kun je door, ook als het druk wordt?
- Betrokkenheid (dedication): hoeveel betekenis en enthousiasme je ervaart.
- Opgaan in je werk (absorption): hoe makkelijk je in focus of flow komt en erin blijft.
Belangrijk: werkbevlogenheid gaat niet alleen over “leuk vinden”. Iemand kan werk inhoudelijk geweldig vinden, maar toch elke dag uitgewrongen thuiskomen. Dan zit de mismatch vaak bij werkenergie en prikkelbelasting.
Prikkelverwerking in vier smaken: Jouw prikkelprofiel
Het onderzoek gebruikte een bekende indeling uit de prikkelverwerkingsliteratuur. Je kunt het zien als vier manieren waarop je brein prikkels registreert en erop reageert. Je kunt jezelf in meerdere herkennen, maar meestal springen er één of twee uit.
- Lage registratie (low registration): Je brein registreert prikkels laat. Je mist signalen, je merkt pas laat dat je honger hebt, dat het rumoerig is, of dat je al een uur in een ongemakkelijke houding zit. Soms lijkt het alsof je “tegen een muur” loopt: je voelt pas laat dat je over je grens bent. Je vergeet bijvoorbeeld pauzes tot je lichaam protesteert.
- Prikkelgevoeligheid (sensory sensitivity): Prikkels komen hard binnen. Je hoort alles, ziet alles, ruikt alles. Je filter werkt minder goed. Dat kan je superscherp maken, maar ook snel vol zoals na twee uur kantoortuin of meeting al ‘op’ zijn.
- Prikkelvermijding (sensory avoiding): Je brein beschermt zichzelf actief. Je kiest voor rust, voorspelbaarheid, controle over je omgeving. Je gaat liever niet in het midden van een kantoortuin zitten. Je regelt het liefst je eigen werkplek, planning en routines. En… Je bent vooral bezig met schade beperken.
- Prikkelzoeken (sensation seeking): Je brein heeft stimulatie nodig om op gang te komen of “aan” te blijven. Variatie, beweging, drukte of deadlines kunnen je juist activeren. In de goede vorm voelt dit als energie. In de slechte vorm voelt het als steeds op zoek moeten naar een kick om niet weg te zakken. In andere woorden: Je hebt afwisseling nodig om niet te dempen.
Wat deden de onderzoekers precies
De onderzoekers vroegen 199 werkende volwassenen in de Verenigde Staten om online vragenlijsten in te vullen over:
- werkbevlogenheid (energie, betrokkenheid, focus)
- prikkelverwerking (de vier hierboven besproken profielen)
- autisme-trekken (Autism Spectrum Quotient, volwassen versie)
- ADHD-symptomen (korte ASRS v1.1)
Het was geen klinische studie met diagnoses die door artsen zijn vastgesteld. De groep bestond uit mensen met een officiële diagnose, mensen zonder diagnose en mensen die zelf dachten dat autisme of ADHD bij hen past. Dat maakt het onderzoek interessant voor het echte leven, maar het geeft ook stevige beperkingen (daarover later meer).
Een paar cijfers om een beeld te geven:
- 9 deelnemers rapporteerden een autisme-diagnose; 45 vermoedden autisme; de rest niet.
- 24 deelnemers rapporteerden een ADHD-diagnose; 77 vermoedden ADHD; de rest niet.
- De onderzoekers hadden ook gericht geworven in neurodiversiteit-groepen, dus de groep lijkt niet op een willekeurige doorsnee werknemerspopulatie.
Ook handig: ze lieten zien hoe de prikkelprofielen verdeeld waren. De meeste mensen zaten “ongeveer gemiddeld” op prikkelzoeken en prikkelgevoeligheid, maar een opvallend deel scoorde duidelijk hoger op prikkelgevoeligheid en prikkelvermijding. Dat past bij wat veel mensen met autisme of AuDHD beschrijven.
Tabel 1 geeft die verdeling weer, met afgeronde percentages.
| Prikkelprofiel | Veel minder / minder dan gemiddeld | Ongeveer gemiddeld | Meer / veel meer dan gemiddeld |
|---|---|---|---|
| Lage registratie | 15% | 49% | 36% |
| Prikkelzoeken | 37% | 57% | 7% |
| Prikkelgevoeligheid | 8% | 50% | 42% |
| Prikkelvermijding | 6% | 43% | 51% |
De kernuitkomst in één zin
Prikkelzoeken hangt samen met méér werkenergie, meer betrokkenheid en meer focus. Prikkelgevoeligheid en prikkelvermijding hangen samen met mínder werkenergie (en soms minder betrokkenheid/focus). En vooral werkenergie blijkt het gevoeligst.
Dat is precies waar veel mensen met autisme en AuDHD dagelijks mee worstelen: je kunt betrokken zijn en slim zijn, maar als prikkels je leegzuigen, kun je niet blijven leveren.
Wat zeggen de verbanden: Wie scoort waarop
De onderzoekers keken eerst naar simpele verbanden (correlaties). Dat zijn geen oorzaken, maar ze laten zien welke factoren vaak samen voorkomen.
Dit sprong eruit:
- Autisme-trekken hingen samen met lagere werkenergie. Het verband met betrokkenheid en focus was kleiner.
- ADHD-symptomen hingen ook samen met lagere werkenergie, maar vooral bij onoplettendheid (inattention). Hyperactiviteit (motorisch of verbaal) liet nauwelijks verband zien met werkbevlogenheid.
- Prikkelzoeken liet juist een positief verband zien met alle drie: energie, betrokkenheid en focus.
- Prikkelgevoeligheid en prikkelvermijding lieten een negatief verband zien, vooral met werkenergie.
In andere woorden:
- Als jouw brein prikkels zoekt, heb je vaker een “aan”-stand op het werk.
- Als jouw brein prikkels hard binnenkrijgt of actief moet ontwijken, zakt je werkenergie sneller.
- Als jouw ADHD-profiel vooral onoplettendheid bevat (wegdrijven, afgeleid zijn, dingen vergeten), zie je vaker lagere energie en minder makkelijk in focus blijven.
Waarom werkenergie zo’n gevoelige meter is
Werkenergie is de bodem. Zonder bodem kun je wel betrokken zijn, maar je kunt het niet volhouden. Bij autisme zie je vaak dat iemand heel gedreven kan zijn, maar tegelijk een hoge prikkelprijs betaalt. Bij AuDHD kan dat nog grilliger voelen: je zoekt stimulatie om “aan” te gaan, terwijl je brein ook sneller overprikkeld raakt.
Werkenergie daalt meestal niet omdat je werk “te moeilijk” is. Werkenergie daalt vaak omdat je brein steeds moet schakelen, filteren en herstellen. En dat brengt ons bij het interessantste deel van het onderzoek.
Van labels naar prikkels
De onderzoekers deden regressie-analyses:
- Eerst kijken: voorspellen autisme-trekken of ADHD-symptomen werkenergie?
- Daarna toevoegen: wat gebeurt er als je prikkelprofielen meeneemt?
- Als autisme/ADHD dan minder belangrijk wordt, dan wijst dat erop dat prikkels een deel van het verhaal dragen.
Bij autisme-trekken:
- Autisme-trekken voorspelden werkenergie een beetje.
- Maar zodra prikkelprofielen erbij kwamen, verdween het effect van autisme-trekken grotendeels.
- Prikkelzoeken sprong eruit als sterke voorspeller van werkenergie.
Bij ADHD-symptomen:
- ADHD-symptomen voorspelden werkenergie ook een beetje.
- Maar prikkelprofielen (en dan weer vooral prikkelzoeken) verklaarden veel extra.
- ADHD werd daarna minder belangrijk of zelfs maar “net aan” relevant.
Je prikkelprofiel kan een heel directe hefboom zijn om werkenergie te verbeteren. Dat is praktisch, want je kunt aan prikkels sleutelen.
Een belangrijk detail: prikkelzoeken werkte hier als een soort brandstof. Prikkelgevoeligheid werkte meer als een rem (en was soms net niet significant, maar wel in die richting).

Werken met een prikkelbudget
Veel mensen met autisme hebben baat bij één simpel antwoord op de volgende vraag: Hoeveel prikkels kan ik vandaag uitgeven, en waaraan? Maak het concreet:
- Zet je top-3 energievreters op een rij (bijvoorbeeld: kantoortuin, vergaderingen, telefoontjes).
- Zet je top-3 energiegevers op een rij (bijvoorbeeld: diep werk, duidelijke taken, korte check-ins).
Daarna kies je, al dan niet samen met je leidinggevende, twee kleine aanpassingen:
- Je plant diep werk in blokken van 60–90 minuten, met 5–10 minuten echte ontprikkelpauze.
- Je bundelt meetings op één dagdeel in plaats van elke dag een beetje.
- Je wisselt prikkelrijke taken af met prikkelarme taken.
Tip voor autisme en AuDHD: herstel werkt beter als je echt van kanaal wisselt. Even “scrollen” is vaak meer prikkel, geen herstel. Beter werkt: stilte, wandelen, rekken, ademhaling, of een korte powernap.
Betrokken blijven zonder jezelf op te branden
Betrokkenheid groeit als je werk betekenis heeft. Maar autisme kan je ook laten vastlopen als de context vaag blijft. Dan voelt werk leeg, ook als je het goed kunt. Praktische ingrepen:
- Vraag om duidelijke prioriteiten: wat is vandaag écht belangrijk?
- Vraag om een definitie van “goed genoeg”. Autisme en perfectionisme gaan vaak hand in hand, en dat kost energie.
- Koppel taken aan resultaat: voor wie doe ik dit, wat verandert er daarna?
AuDHD-tip: maak deadlines korter en zichtbaarder. Niet als straf, maar als activering. Kleine sprints werken vaak beter dan één vage deadline over drie weken.
In de flow komen
Je komt in een flow als je:
- weinig onderbrekingen hebt
- een duidelijke taak hebt
- genoeg uitdaging hebt
- tijd hebt om erin te zakken
Voor autisme helpt dit extra:
- vaste start-rituelen (dezelfde muziek, dezelfde plek, dezelfde eerste taak)
- één systeem voor taken (dus niet drie apps plus een boel post-its)
- duidelijke grenzen: “ik ben van 10:00 tot 12:00 niet beschikbaar, behalve voor spoed”
Voor AuDHD werkt het vaak goed om stimulatie bewust toe te voegen:
- werken met een timer (Pomodoro-achtig, maar niet te strak)
- staand werken of wiebelen
- achtergrondgeluid dat je kiest (ruis, muziek zonder tekst)
- micro-beloningen na blokken werk
Snelle zelfcheck: Welk prikkelprofiel stuurt jou het meest
Kies per rij wat het meest bij je past:
| Situatie | Meest herkenbaar |
|---|---|
| Ik ben aan het eind van een werkdag vooral… | leeg door indrukken / leeg door sociale prikkels / leeg door chaos / leeg door te weinig afwisseling |
| In een kantoortuin… | raak ik snel vol / ga ik actief weg of zoek ik rust / merk ik pas laat dat het te veel is / word ik juist wakker |
| Bij veel Teams-berichten… | schiet ik overprikkeld / ga ik dempen en afsluiten / vergeet ik te reageren / word ik onrustig zonder |
| Mijn beste werkdagen hebben… | rust en controle / rust en voorspelbaarheid / duidelijke signalen en reminders / afwisseling en tempo |
Komen “leeg door indrukken” en “raak ik snel vol” vaak terug? Dan stuurt prikkelgevoeligheid jou waarschijnlijk sterk.
Komt “ik ga actief weg of zoek ik rust” vaak terug? Dan speelt prikkelvermijding mee.
Komt “ik merk het pas laat” vaak terug? Dan kan lage registratie een rol spelen.
Komt “ik word wakker van afwisseling” vaak terug? Dan zit prikkelzoeken aan het stuur.
Wat helpt per prikkelprofiel
Hieronder staat een overzicht met werkproblemen die vaak voorkomen, plus aanpassingen die meestal relatief makkelijk te regelen zijn. Je hoeft niet alles te doen. Kies één demp-optie en één doseer-optie.
| Prikkelprofiel | Veelvoorkomende werkvalkuil | Wat vaak helpt |
|---|---|---|
| Prikkelgevoeligheid | snel vol, hoofdpijn, irritatie, “ik kan niet meer denken” | noise-cancelling, vaste rustige plek, schermfilter, minder fel licht, pauzes zonder scherm, vergaderingen korter |
| Prikkelvermijding | energie gaat op aan controle en schade beperken | voorspelbare planning, afspraken over bereikbaarheid, vaste werkplek, minder ad-hoc, agenda’s vooraf, duidelijke rolverdeling |
| Lage registratie | grenzen pas laat voelen, pauzes vergeten, laat opmerken dat iets stoort | reminders, vaste pauzemomenten, checklists, stand-up breaks, water/eten zichtbaar, buddy die af en toe incheckt |
| Prikkelzoeken | sloom bij routine, snel afgeleid, behoefte aan tempo | korte sprints, afwisseling met structuur, beweging, taken clusteren, uitdagende subdoelen, werken met timer, mini-deadlines |
Tips voor werkgevers en collega’s
Veel organisaties behandelen aanpassingen nog als uitzonderingen. Dan moeten mensen met autisme zich “uitspreken” of bewijzen dat ze het nodig hebben. Dat kost energie, en het remt werkbevlogenheid. Beter werkt dit:
- Bied standaard meerdere werkzones aan: stil, normaal, overleg.
- Maak afspraken over vergaderingen: agenda vooraf, einde op tijd, niet langer dan strikt noodzakelijk, duidelijke acties.
- Beperk context-switching: niet elke dag tien kleine interrupter-taken.
- Laat mensen kiezen hoe ze communiceren: chat, mail, korte calls, vaste check-ins.
- Maak prikkelregie normaal: oordoppen, koptelefoon, belhok, thuiswerk, wandelmeeting.
Misschien de belangrijkste zin voor leidinggevenden:
Wel: Wat heb jij nodig om goed te werken?
Niet: Wat mankeer je?
Hoe je dit bespreekbaar maakt
In Nederland en (Nederlandstalig) België kom je snel in een gesprek over “diagnose” terecht. Veel mensen met autisme willen dat niet. Sommigen hebben geen officiële diagnose. Sommigen hebben er simpelweg geen zin in op werk. Je kunt het ook anders insteken: als werkinrichting. Een simpele formulering werkt vaak goed:
- Ik werk het best als ik twee uur ongestoord kan focussen.
- Ik lever betere kwaliteit als ik in een rustige hoek zit.
- Mijn energie blijft op peil als vergaderingen kort zijn en een agenda hebben.
- Ik raak sneller overprikkeld bij veel geluid, dus ik gebruik een koptelefoon.
- Ik heb meer energie als ik mijn taken in sprints doe.
Kritische noot
Het onderzoek was een momentopname (geen langdurige meting) en alles kwam uit zelfrapportage (mensen schatten zichzelf in). De groep kwam uit de VS en was deels gericht geworven in neurodiversiteit-groepen. Diagnoses waren beperkt en niet klinisch gecontroleerd.
Als je één praktische conclusie wilt: kijk minder naar het label en meer naar de prikkelknoppen die jouw werkdag sturen.
Barthes, H. J., Rainey, V. R., Schantz, A. D., & Black, E. R. (2025). Insights into work engagement: Exploring correlations with sensory processing, autism spectrum disorder traits, and attention-deficit/hyperactivity disorder symptoms. Research in Neurodiversity, 1, 100002. https://doi.org/10.1016/j.rin.2025.100002
Schaufeli, W. B., & Bakker, A. B. (2004). Utrecht Work Engagement Scale (UWES-9). (Vragenlijst/handleiding).
Kessler, R. C., et al. (2005). The World Health Organization Adult ADHD Self-Report Scale (ASRS). (Vragenlijst).
Baron-Cohen, S., Wheelwright, S., Skinner, R., Martin, J., & Clubley, E. (2001). The Autism-Spectrum Quotient (AQ). (Vragenlijst).
Brown, C., & Dunn, W. (2002). Adolescent/Adult Sensory Profile. (Vragenlijst/handleiding).



