Er zijn van die klachten die je van buitenaf makkelijk onderschat. Tics horen daarbij. Voor de één lijkt het “even knipperen”. Voor de ander voelt het als een lichaam dat continu op spanning staat: een opbouwende drang, een kort moment van ontlading, daarna weer opnieuw. En dat terwijl je óók nog gewoon je dag moet doorkomen: school, werk, reizen, gesprekken, prikkels, verwachtingen.
Bij chronische ticstoornissen en het syndroom van Gilles de la Tourette draait het daarom zelden alleen om “hoe vaak iemand een tic heeft”. Het gaat om energie, schaamte, concentratie, slaap, sociale situaties. Soms ook om de strijd in het hoofd: “Ik wil stoppen… maar het lukt niet.” Dat maakt de vraag naar goede hulp extra belangrijk.
Alleen: goede tictherapie is schaars. Je hebt gespecialiseerde behandelaren nodig, en die zitten niet overal. Daar komt iets nieuws om de hoek kijken: digitaal ondersteunde behandeling. Niet als “appje dat alles oplost”, maar als serieus alternatief dat toegang kan vergroten. Een groot Brits onderzoeksteam keek naar twee digitale opties: een online therapieprogramma met begeleiding (ORBIT) en een polsbandje dat via zenuwstimulatie tics zou kunnen dempen (Neupulse). Wat levert dat op?
Waarom tics méér zijn dan “gewoontes”
Veel mensen met Tourette of een chronische ticstoornis beschrijven tics niet als een willekeurig spiertrekje. Vaak zit er een voorafgaand signaal: een lichamelijke drang, jeuk, spanning, druk of “iets dat niet klopt”. Dat heet een premonitory urge (een voorgevoel/drang). Het lichaam wil die drang kwijt en de tic geeft opluchting. Dat patroon lijkt op een mini-cyclus:
- Drang bouwt op
- Tic volgt
- Opluchting
- Drang bouw (weer) op
In dat licht klinkt “stop er gewoon mee” ongeveer net zo behulpzaam als “ontspan” tegen iemand met een paniekaanval. Het lichaam heeft geleerd dat de tic opluchting geeft. En geleerd gedrag kun je veranderen, maar meestal niet met wilskracht alleen.
De onzichtbare extra’s: ADHD, dwang en autisme
Tics komen vaak niet alleen. Veel mensen hebben ook ADHD, dwangklachten, angst of stemmingsklachten. Ook autisme komt relatief vaak samen voor met Tourette. Dat is niet alleen een “extra label”; het verandert vaak hoe iemand het dagelijks leven ervaart:
- prikkels kunnen harder binnenkomen
- stress bouwt sneller op
- routines geven houvast (en verstoring kost energie)
- sociale spanning kan het lichaam in een alertere stand zetten
Dat maakt behandeling soms ingewikkelder, maar ook juist logischer: als stress en overprikkeling tics aanjagen, dan kan een aanpak die spanning leert hanteren écht verschil maken. Bovendien kan online behandeling voor sommige mensen met autisme prettiger voelen: minder reizen, minder wachtruimte-prikkels, meer controle over omgeving en timing.
Wat werkt bij tics
Richtlijnen noemen gedragstherapie vaak als eerste keus bij tics, vooral omdat medicijnen niet altijd nodig zijn en bijwerkingen kunnen geven. In gedragstherapie bestaan grofweg twee bekende routes:
- Habit reversal training (HRT): je leert een tegenbeweging die niet samen kan met de tic.
- Exposure en responspreventie (ERP): je leert de drang te verdragen zonder de tic “uit te voeren”.
Sommige programma’s combineren onderdelen (zoals bij CBIT: een bredere gedragstherapeutische aanpak met o.a. ontspanning en aandacht voor triggers).
In het onderzoek dat hier centraal staat, draaide het digitale programma ORBIT om ERP: oefenen met de drang en het doorbreken van het “urge → tic → opluchting”-automatisme.
Exposure en responspreventie bij tics
ERP klinkt technisch, maar het idee is eigenlijk verrassend menselijk:
- Je herkent de drang.
- Je wacht met de tic.
- Je merkt dat de drang piekt en daarna zakt.
- Je herhaalt dit zo vaak dat je brein een nieuw patroon leert.
Het doel is niet dat je “nooit meer iets voelt”. Het doel is dat je lichaam ervaart: ik kan deze spanning hebben, en hij gaat weer over, ook zonder tic.
Waarom is dit lastig?
- In het begin voelt de drang vaak heftiger, juist omdat je hem niet meteen “wegtict”.
- Je hebt veel herhaling nodig.
- Stress, slaaptekort en prikkeldruk kunnen oefenen moeilijker maken.
Waarom is dit óók hoopvol?
- Het is een vaardigheid. Vaardigheden kun je opbouwen.
- Je oefent met de opbouwende drang.
- Je maakt het mechanisme minder automatisch.
ORBIT: Online therapie, mét begeleiding
ORBIT is geen los appje. Het is een beveiligd online programma voor kinderen en jongeren, opgebouwd uit tien hoofdstukken met zelfhulpcontent en ERP-opdrachten. Het programma betrekt ook een ouder of supporter met eigen modules op hetzelfde tempo.
Een belangrijk detail: de therapeut “zit niet de hele sessie bij je”. De begeleiding draait vooral om:
- wekelijks kort contact (ongeveer 10–20 minuten)
- vragen beantwoorden
- motivatie ondersteunen
- helpen bij volhouden en bijstellen
Dat is interessant, want het maakt de therapie schaalbaarder: minder behandeltijd per cliënt, terwijl je toch begeleiding houdt.
Wat levert ORBIT op in de praktijk?
In twee grote trials (samen 445 deelnemers) vergeleek men ORBIT met online psychoeducatie (dus: informatie en uitleg, zonder ERP-training).
Het resultaat: ORBIT liet op meerdere meetmomenten lagere tic-ernst scores zien dan psychoeducatie. In de grootste trial ging het gemiddeld om een verschil van ongeveer 2 tot 3 punten op een tic-ernstschaal die loopt van 0 tot 50. Dat klinkt klein, maar het kan in het dagelijks leven merkbaar zijn, zeker als tics precies op de “verkeerde momenten” toeslaan (klas, vergadering, openbaar vervoer).
Maar er zat een belangrijke kanttekening aan: op de schaal die gaat over belemmering/impact op het leven (hoeveel last je ervaart in functioneren) zag men geen duidelijke verbetering ten opzichte van psychoeducatie. Met andere woorden: tics werden gemiddeld wat minder ernstig, maar dat vertaalde zich niet automatisch naar “mijn leven is nu duidelijk makkelijker”.

Iemand kan minder tics hebben en toch veel stress ervaren. En iemand kan nog steeds tics hebben, maar er beter mee omgaan.
Dat betekent niet dat ORBIT niet werkt. Het betekent wel dat tic-ernst en kwaliteit van leven niet één-op-één hetzelfde zijn. Iemand kan minder tics hebben en toch veel stress ervaren. En iemand kan nog steeds tics hebben, maar er beter mee omgaan.
Neupulse: Een polsbandje dat je zenuw prikkelt
Neupulse pakt het heel anders aan. Het is een polsbandje dat via de medianuszenuw (in de arm/pols) ritmische elektrische pulsen geeft. Het idee: zenuwstimulatie kan ritmes in de hersenen beïnvloeden die te maken hebben met motoriek en drang, en zo tics dempen.
In de trial zag men na vier weken een grotere daling in tic-ernst bij actieve stimulatie dan bij “sham” (nepstimulatie) en een wachtlijstgroep. Maar ook hier kwam de kanttekening terug: op de maat voor belemmering en op een maat voor drang zag men geen duidelijk verschil.
Vier weken is kort. Het zegt iets over “kan het effect hebben?”, maar minder over “houdt het stand?” en “wat betekent dit na maanden?”
Is het de investering waard?
Als iets werkt, komt meteen de vervolgvraag: is het de investering waard? Zeker in zorgsystemen waar tijd en geld een grote rol speelt. Het onderzoeksteam bouwde een economisch model om te schatten wat ORBIT en Neupulse zouden betekenen voor kosten en gezondheidswinst over langere tijd. De kern:
- Voor ORBIT kon men geen “definitief” kostenplaatje vastpinnen, omdat onzeker blijft hoe lang het effect aanhoudt en welke kosten nodig zijn om het effect te behouden (denk aan herhaalmodules, extra begeleiding, terugvalpreventie).
- De uitkomsten liepen uiteen: in sommige scenario’s leek ORBIT goedkoop per gewonnen gezondheidswinst, in andere scenario’s leek het niet gunstig.
- De kans dat ORBIT “kosteneffectief” uitpakt, hing sterk af van aannames en lag grofweg tussen ongeveer half en bijna negen op de tien scenario’s (bij een veelgebruikte Britse drempel voor “waarde voor geld”).
Voor Neupulse werd de onzekerheid nog groter:
- de follow-up duurde maar vier weken
- kosten in de praktijk zijn lastig te schatten (aanschaf, abonnementen, begeleiding, onderhoud)
- langetermijneffecten zijn onbekend
Kort gezegd: het is te vroeg om te zeggen “dit moet overal worden ingevoerd”, maar het is ook te vroeg om het weg te wuiven.
Wanneer online juist slim is (en wanneer niet)
Digitaal behandelen is vooral praktisch. Voor sommige mensen is het een uitkomst, voor anderen niet.
Online kan slim zijn als:
- reizen en prikkelbelasting veel energie kosten (wat bij autisme vaak meespeelt)
- er weinig specialistische tictherapie in de buurt is
- je goed leert via stappen, modules en herhaling
- je thuis steun kunt organiseren (ouder/partner/supporter)
Online kan tegenvallen als:
- motivatie laag is of chaos in het dagelijks leven groot is
- er veel stress, crisis of onveiligheid speelt
- comorbiditeit om intensieve begeleiding vraagt
- je vooral behoefte hebt aan face-to-face contact om te durven oefenen
Een belangrijk punt uit het onderzoek: men vergeleek ORBIT met psychoeducatie, niet met face-to-face tictherapie. Daardoor blijft de grote vraag nog open: werkt online net zo goed als behandeling in de spreekkamer? Het antwoord kennen we nog niet.
Praktische handvatten
Zelfs zonder formele behandeling kun je vaak al iets doen dat helpt. Niet als vervanging, maar als eerste steun.
Maak stress zichtbaar
Tics reageren vaak op spanning. Niet alleen emotionele spanning, ook lichamelijke: slechte slaap, honger, overprikkeling, haast.
- Houd een week bij: wanneer pieken tics?
- Let op: drukte, sociale spanning, schermtijd laat, cafeïne, deadlines, conflict, vermoeidheid.
Bouw herstel in
Het lichaam heeft ontlading nodig. Niet alleen “rust”, maar ook voorspelbaar herstel.
- korte pauzes met lage prikkelbelasting
- bewegen (wandelen helpt vaak meer dan “stil zitten”)
- vaste slaaproutine (zoveel mogelijk)
Maak ruimte zonder tics groter te maken
Goed bedoeld “niet doen!” kan de spanning verhogen.
- Vraag liever: “Wil je dat ik het negeer of helpt het als ik even meedenk?”
- Op werk: maak afspraken over prikkelarme momenten en duidelijke taken.
Mini-checklist: wanneer is dit behandelbaar en wat is mijn volgende stap?
- Ervaart iemand duidelijke last in school/werk/sociale situaties?
- Kost het veel energie om tics te verbergen?
- Zijn er sterke urges/drangervaringen?
- Speelt er comorbiditeit (ADHD, autisme, dwang, angst) die de druk opvoert?
Als je drie keer “ja” denkt, dan loont het vaak om gericht hulp te zoeken, liefst bij iemand met ervaring in tictherapie.
In één oogopslag
| Optie | Wat het is | Wat het vraagt | Wat het kan opleveren | Grote onzekerheid |
|---|---|---|---|---|
| ORBIT | Online ERP-programma met korte wekelijkse begeleiding + ouder/supporter modules | Oefenen, herhalen, volhouden | Gemiddeld lagere tic-ernst dan online uitleg alleen | Werkt het net zo goed als face-to-face? En blijft effect lang? |
| Neupulse | Polsband met ritmische zenuwstimulatie via medianuszenuw | Apparaat gebruiken volgens protocol | Lagere tic-ernst na 4 weken t.o.v. nepstimulatie | Langetermijneffect, impact op dagelijks functioneren, kosten/vergoeding |
Samenvatting
- Digitale behandeling kan tics verminderen, vooral op tic-ernst gemeten.
- ORBIT combineert online modules met beperkte, maar gerichte therapeutische begeleiding.
- Neupulse laat na korte tijd een effect op tic-ernst zien, maar onderzoek is nog pril.
- Minder tic-ernst betekent niet automatisch minder belemmering of betere kwaliteit van leven.
- Kosteneffectiviteit blijft onzeker door gebrek aan langetermijndata en onduidelijkheid over onderhoudskosten.
- Voor mensen met autisme kan online behandeling extra voordelen hebben door minder prikkelbelasting en meer controle.
- De volgende stap in onderzoek: directe vergelijking met face-to-face therapie en betere metingen van “wat verandert er in het echte leven?”
Boyers, D., Cruickshank, M., Azharuddin, M., Manson, P., Swallow, D., Counsell, C., & Brazzelli, M. (2026). Digitally enabled therapy for chronic tic disorders and Tourette Syndrome: a systematic review and economic evaluation. Health Technology Assessment, 30(8). https://doi.org/10.3310/QLAS8524
Hall, C. L., Davies, E. B., Andrén, P., Murphy, T., Bennett, S., Brown, B. J., et al. (2019). Investigating a therapist-guided, parent-assisted remote digital behavioural intervention for tics in children and adolescents – ‘Online Remote Behavioural Intervention for Tics’ (ORBIT) trial: protocol of an internal pilot study and single-blind randomised controlled trial. BMJ Open, 9, e027583. https://doi.org/10.1136/bmjopen-2018-027583
Hollis, C., Hall, C. L., Jones, R., Marston, L., Le Novere, M., Hunter, R., et al. (2021). Therapist-supported online remote behavioural intervention for tics in children and adolescents in England (ORBIT): a multicentre, parallel group, single-blind, randomised controlled trial. The Lancet Psychiatry, 8, 871–882. (Artikelpagina: The Lancet)
Hollis, C., Hall, C. L., Khan, K., Le Novere, M., Marston, L., Jones, R., et al. (2023). Online remote behavioural intervention for tics in 9- to 17-year-olds: the ORBIT RCT with embedded process and economic evaluation. Health Technology Assessment, 27. (NCBI Bookshelf/NIHR)
Maiquez, B. M., Smith, C., Dyke, K., Chou, C. P., Kasbia, B., McCready, C., et al. (2023). A double-blind, sham-controlled, trial of home-administered rhythmic 10-Hz median nerve stimulation for the reduction of tics, and suppression of the urge-to-tic, in individuals with Tourette syndrome and chronic tic disorder. Journal of Neuropsychology, 17, 540–563. https://doi.org/10.1111/jnp.12313
Pringsheim, T., Okun, M. S., Müller-Vahl, K., Martino, D., Jankovic, J., Cavanna, A. E., et al. (2019). Practice guideline recommendations summary: Treatment of tics in people with Tourette syndrome and chronic tic disorders. Neurology, 92, 896–906.



