Kun je leren emoties in gezichten te lezen?

Stel je voor: je bent 10 jaar, je zit op school en iemand kijkt naar je met een blik die je niet begrijpt. Is diegene boos, verward, geamuseerd? Voor de meeste mensen zijn gezichtsuitdrukkingen een soort sociale snelwegwijzers. Ze geven je aanwijzingen over hoe iemand zich voelt, wat je kunt verwachten en wat sociaal gepast is om te doen.

Maar voor veel kinderen en jongeren met neurodivergente kenmerken – zoals autisme, ADHD of gedragsproblemen – is die weg vol kuilen en mist. Ze hebben vaak moeite met het herkennen van emoties op gezichten. En dat kan leiden tot misverstanden, sociale uitsluiting of zelfs escalatie van conflicten. Niet omdat ze niet wíllen begrijpen wat iemand voelt, maar omdat ze simpelweg niet goed zijn in het ‘lezen’ van die gezichten.

Wetenschappers vragen zich daarom al jaren af: kunnen we dat trainen? Kun je kinderen beter leren herkennen of iemand verdrietig, boos of bang is – en zo hun sociale leven verbeteren? Een nieuwe grote overzichtsstudie zocht dat uit.

Wat onderzochten de wetenschappers precies?

De studie waar dit artikel op is gebaseerd, is een zogenaamde systematische review en meta-analyse. Dat klinkt ingewikkeld, maar betekent eigenlijk: de onderzoekers verzamelden en vergeleken alle relevante wetenschappelijke studies over één onderwerp – in dit geval: trainingen voor het herkennen van gezichtsuitdrukkingen bij kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar met een klinische diagnose, zoals autisme of gedragsstoornissen.

Het bijzondere aan deze studie is dat niet alleen autistische jongeren zijn bekeken, maar ook jongeren met andere problemen, zoals sociale angst, agressie of een verstandelijke beperking. Daarmee is het onderzoek ‘transdiagnostisch’: het kijkt over de grenzen van één diagnose heen.

In totaal werden 29 studies meegenomen in de analyse: 22 met autistische deelnemers en 7 met jongeren met andere diagnoses. De trainingen varieerden sterk: van spelletjes op een tablet tot rollenspellen, van animatiefilmpjes tot robots. En in al die studies werd vóór en ná de training gemeten of de jongeren gezichtsuitdrukkingen beter herkenden.

De onderzoekers vergeleken de resultaten tussen de groepen én keken of het effect bleef bestaan na een paar weken of maanden.

Wat leren de cijfers ons?

Wat blijkt? Zowel autistische als niet-autistische kinderen en jongeren werden na de training beter in het herkennen van emoties op gezichten. De vooruitgang was gemiddeld ‘middelgroot’, zoals dat heet in de statistiek: bij autistische jongeren was de effectgrootte 0.68, bij de andere groep 0.77. Oftewel: duidelijk beter dan niks doen, maar geen wondermiddel.

Wat betekent dat concreet? Stel dat een kind voor de training gemiddeld 5 van de 10 gezichten goed herkende, dan zou dat er na de training bijvoorbeeld 7 kunnen zijn. Maar: dit is een gemiddelde. Sommige jongeren maakten veel meer progressie dan anderen. En sommige trainingen bleken ook beter te werken dan andere.

Dat is meteen een belangrijk punt van kritiek: de verschillen tussen studies zijn groot. Niet alleen in opzet en duur, maar ook in wat ze precies meten. Dat maakt het lastig om algemene conclusies te trekken. Een beetje appels met peren vergelijken dus – maar dan in een fruitschaal van hoopvolle uitkomsten.

Hoe ziet zo’n training eruit?

Als je ‘training gezichtsherkenning’ hoort, denk je misschien aan saaie werkboekjes of eindeloos gezichten benoemen. Maar in de praktijk zijn de methodes verrassend creatief. Een paar voorbeelden:

  • Een animatieserie (The Transporters) waarin treintjes echte menselijke gezichten tonen met emoties.
  • Een computerspel waarbij je moet raden wat iemand voelt op basis van gezichtsuitdrukking én situatie.
  • Een robot die met kinderen interacteert en emoties toont die ze moeten benoemen.
  • Brillen met een mini-camera die emoties op gezichten scant en aanwijzingen geeft aan de drager (bijvoorbeeld: “Deze persoon is boos”).

De meeste trainingen zijn digitaal, individueel en duren een paar weken. Maar er zijn ook groepsvormen, of combinaties met ouderbegeleiding. En sommige programma’s zitten verpakt in bredere sociale vaardigheidstrainingen.

Opvallend: trainingen voor autistische jongeren zijn gemiddeld wat intensiever (en duren langer) dan voor andere groepen. Soms gaat dat samen met extra modules, zoals het leren omgaan met emoties of het herkennen van sarcasme.

Welke emoties worden getraind?

De meeste trainingen richten zich op de ‘basisemoties’: blij, boos, bang, verdrietig, verrast en walging. Maar sommige gaan een stap verder en trainen ook complexere gevoelens zoals trots, schaamte, jaloezie, twijfel of ‘meh’ (ja, echt).

En dat is belangrijk. Want in het echte leven heb je weinig aan alleen ‘blije gezichten’ herkennen. Iemand kan zich verheugen én nerveus zijn tegelijk. Of boos lijken, terwijl diegene zich juist schaamt.

Ook het soort beelden verschilt: statische foto’s, bewegende filmpjes, tekeningen of echte mensen. Soms worden emoties gespeeld door volwassenen, soms door kinderen. Slechts een paar studies besteedden aandacht aan diversiteit (zoals huidskleur of culturele achtergrond) – een gemiste kans, want emoties herkennen op ándere gezichten dan je gewend bent is minstens zo belangrijk.

Werkt het ook op de lange termijn?

Dat is helaas een pijnpunt. Van de 29 studies deden er maar 9 een follow-up om te kijken of het effect bleef bestaan. En daarvan vonden er maar 3 een blijvend positief effect na een paar weken. De rest zag de winst na verloop van tijd verdwijnen.

Waarom het bij sommige jongeren wél blijft hangen en bij anderen niet? Daar is nog weinig over bekend. Misschien maakt het uit of de training aansluit bij het dagelijkse leven. Of het helpt als ouders of begeleiders erbij betrokken zijn. Of dat er tussendoor geoefend wordt. Maar daar is simpelweg te weinig onderzoek naar gedaan.

Zonder die kennis blijft het dus een beetje gissen: is het een tijdelijke truc, of leg je echt een fundament?

Waarom er meer onderzoek nodig is – juist ook buiten autisme

Het overgrote deel van de bestaande studies gaat over autistische kinderen. Dat is logisch gezien de bekende problemen met sociale signalen. Maar ook jongeren met andere problemen (zoals ADHD, angststoornissen, gedragsproblemen) hebben vaak moeite met gezichtsherkenning – en zouden mogelijk baat hebben bij zulke trainingen.

In Nederland en België zie je dat GGZ-instellingen zich steeds meer bewust worden van zulke ‘transdiagnostische’ thema’s. Toch ontbreekt het nog vaak aan goede, breed inzetbare tools. Trainingen zijn vaak niet goed afgestemd op jongeren met een lager IQ, taalproblemen of migratieachtergrond. Of ze zijn te duur, te kort of te vrijblijvend.

Daarom pleiten onderzoekers voor gestandaardiseerde programma’s die zich aanpassen aan het kind, niet andersom. Bijvoorbeeld met modulaire digitale tools, die via AI feedback geven en automatisch de moeilijkheidsgraad aanpassen.

Wat heb je aan beter emotieherkennen?

Het herkennen van emoties is geen doel op zich – het is een hulpmiddel. Jongeren die gezichten beter begrijpen, voelen zich vaak zelfverzekerder in sociale situaties. Ze vermijden minder snel contact, begrijpen sneller waarom iemand boos of verdrietig is en reageren minder defensief.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een leerling minder snel uitvalt in de klas omdat hij of zij een blik van de docent verkeerd interpreteerde. Of dat een jongere op een feestje beter kan inschatten of iemand openstaat voor contact.

Maar: gezichten lezen is niet alles. Sociale vaardigheden zijn breder dan alleen emoties herkennen. Het gaat ook om luisteren, timing, intenties begrijpen, perspectief nemen… Allemaal vaardigheden die vaak apart getraind moeten worden.

Samengevat

  • Gezichtsherkenning kun je trainen – ook bij autistische jongeren.
  • De effecten zijn gemiddeld positief, maar verschillen sterk per persoon.
  • De meeste trainingen zijn kort, digitaal en individueel.
  • We weten nog weinig over het langetermijneffect.
  • Beter gezichten lezen kan sociale situaties vergemakkelijken, maar is geen wondermiddel.

Revilla R, Nelson CM, Heilman M, et al. Facial Emotion Recognition Trainings for Children and Adolescents: A Transdiagnostic Systematic Review and Meta-Analysis. Clin Psychol Psychother. 2025;32(4):e70116. doi:10.1002/cpp.70116

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.