Dyslexie wordt vaak in één adem genoemd met lezen: letters die dansen, woorden die niet blijven plakken, teksten die oneindig veel energie kosten. Klopt. Alleen is dat niet het hele verhaal.
Veel mensen met dyslexie (ook wel woordblindheid) herkennen óók iets anders: dat luisteren soms verrassend zwaar kan zijn. Niet omdat je niet wíl luisteren, maar omdat zinnen onderweg “uit elkaar vallen”. Je hoort de woorden wel, maar tegen de tijd dat het brein ze netjes op volgorde heeft gezet, komt de volgende zin al binnen. En dan lijkt het alsof iemand afhaakt, terwijl er vooral sprake is van overbelasting.
Dat klinkt misschien vreemd, want dyslexie is toch geen gehoorprobleem? Nee. Maar taal verwerken is meer dan geluid opvangen. Het is een mentale puzzel die je razendsnel moet leggen terwijl iemand doorpraat. En precies daar kan het haperen.
Een zin kan “grammaticaal goed” zijn en toch lastig
Sommige zinnen zijn vriendelijk. Die lopen recht vooruit, zonder haarspeldbochten:
“De jongen eet de appel.”
Je hoeft weinig te doen: je hoort “jongen”, daarna “eet”, daarna “appel”. Klaar.
Maar andere zinnen zijn… juridisch. Of ambtelijk. Of gewoon ingewikkeld omdat de volgorde het brein op het verkeerde been zet:
“De appel wordt door de jongen gegeten.”
Alle woorden zijn bekend. Toch vraagt deze zin meer werk. Je hoort eerst “appel” (dus het brein denkt: dat is vast degene die iets dóét), maar daarna blijkt: nee, die appel ondergaat het allemaal. Je moet terugspoelen, rollen omwisselen, opnieuw vastzetten.
Dat is wat onderzoekers bedoelen met complexe zinnen: zinnen waarbij je meer mentale stappen nodig hebt om te snappen wie wat met wie doet.
Passieve zinnen: De klassieke valkuil
Passieve zinnen zijn berucht omdat ze extra rekenwerk vragen. Actief is simpel: onderwerp → werkwoord → object. Passief zet de spotlight op het object en verstopt de “dader” in een bijzin (“door de…”).
In het dagelijks leven kom je passief overal tegen:
- “Je wordt verzocht…”
- “Er wordt verwacht dat…”
- “De aanvraag wordt pas verwerkt als…”
Als het brein soepel schakelt, is dat irritant maar wel te doen. Als het brein meer tijd nodig heeft, voelt het alsof je bij elke zin opnieuw moet opstarten.
Aandacht als onzichtbare schakel
En dan komt de verborgen speler: aandacht. Luisteren naar taal lijkt passief, maar het is eigenlijk actief topsport. Je moet immers:
- je aandacht op de zin houden,
- de woorden vasthouden tot je de betekenis hebt,
- afleidingen (geluiden, gedachten, stress) wegdrukken,
- en ondertussen alvast vooruitlopen op wat er waarschijnlijk komt.
Dat lukt makkelijker als aandacht stabiel blijft. Maar als aandacht sneller wegglijdt of “hikt” (al is het maar een fractie van een seconde), dan mis je net dat ene woordje dat de hele zin omklapt. Bij passief zijn dat vaak sleutelstukjes als “door”, of de volgorde van wie er eerst genoemd wordt.
Onderzoek
Onderzoekers lieten kinderen met dyslexie en kinderen zonder dyslexie twee soorten taken doen. Eerst luisterden de deelnemers naar zinnen via een hoofdtelefoon. Ze hoorden:
- eenvoudige zinnen (actief),
- moeilijkere zinnen (passief).
Er zat nog een extra twist in: sommige zinnen waren logisch (“de jongen eet de appel”), andere waren expres onlogisch (“de appel eet de jongen”). Dat klinkt als flauw, maar het is slim: zo wordt zichtbaar of iemand vooral op betekenis gokt, of juist de grammatica volgt.

Na een deel van de zinnen verscheen een korte ja/nee-vraag op het scherm. Daarmee konden de onderzoekers meten:
- hoeveel antwoorden kloppen,
- en hoe lang iemand nodig heeft om te antwoorden.
Daarna maakten de kinderen een aparte luistertaak die vooral volgehouden aandacht meet. Denk aan: vijftien minuten luisteren naar woordparen en alleen reageren als er één specifieke combinatie voorbij komt. Saai, herhalend, en precies daarom een aandachtstest.
De groep was klein maar overzichtelijk: 15 kinderen met dyslexie en 15 kinderen zonder dyslexie, in de leeftijd van 9 tot 15 jaar.
Wat viel op?
- De kinderen met dyslexie scoorden lager op de aandachttaak.
- Ze gaven ook minder vaak goede antwoorden op de luistervragen.
- En ze deden er gemiddeld langer over om te reageren.
Dit ging om luisteren, niet om lezen. Dus zelfs zonder letters in beeld bleven de verschillen zichtbaar.
Dat ondersteunt een idee dat steeds vaker terugkomt: dyslexie kan samengaan met bredere verwerkingsproblemen, waarbij aandacht en taalverwerking elkaar beïnvloeden.
Waarom ‘raar maar mogelijk’ extra moeilijk is
Die onlogische zinnen (“de appel eet de jongen”) zijn interessant, omdat het brein daar spontaan tegenin gaat.
Bij een logische zin kun je vaak leunen op betekenis: zelfs als je een stukje mist, “weet” je ongeveer wat er bedoeld wordt. Bij een onlogische zin werkt die snelkoppeling niet. Dan móét je de grammatica goed volgen, anders ga je automatisch “repareren” naar een logisch verhaal.
Zodra je minder kunt steunen op vanzelfsprekende betekenis, wordt de taak zwaarder. En als aandacht of vasthouden van informatie kwetsbaarder is, merk je dat sneller.
Je kunt het vergelijken met navigatie:
- Bij een simpele route kom je er ook wel met een half oog op Google Maps.
- Bij een ingewikkelde route met omleidingen moet je scherp blijven, anders mis je één afslag en ben je de weg kwijt. En je goede humeur wellicht.
School, werk en thuis
Veel problemen rond dyslexie worden nog steeds uitgelegd alsof het alleen om lezen en schrijven gaat. Maar als luisteren naar complexe taal óók meer energie kost, dan ontstaan situaties als:
- Een leerkracht geeft een lange mondelinge instructie met zijstapjes (“Eerst dit, maar als dat gebeurt, dan… tenzij…”).
- Een manager in een overleg praat in passieve, voorzichtig-formele zinnen (“Er wordt verwacht dat het dinsdag wordt opgeleverd, mits…”).
- Een huisarts legt iets uit in snelle bijzinnen (“Dat kan, maar dan moet je eerst… en daarna…”).
Als het brein bij complexe zinnen meer tijd nodig heeft, loop je niet alleen achter met lezen, maar óók in gesprekken. En dat kan er van buiten uitzien als:
- dagdromen,
- niet opletten,
- “geen interesse”,
- of “weer niet goed geluisterd”.
Terwijl het vaak betekent: het werkgeheugen zat vol of de zin vroeg drie mentale stappen in plaats van één.
Waarom dyslexie soms onzichtbaar lijkt (en toch energie vreet)
Sommige mensen met dyslexie vallen nauwelijks op. Ze maken weinig spelfouten, lezen ogenschijnlijk “gewoon” mee en hebben soms een sterk visueel geheugen. Daardoor kan het lijken alsof dyslexie geen rol speelt. Toch kan de inspanning achter de schermen groot zijn. Hoe kan dat?
Veel woorden kun je ‘als geheel’ opslaan
Wie een sterk visueel geheugen heeft, kan veel voorkomende woorden herkennen als een soort totaalbeeld. Dat helpt bij dagelijkse taal: je ziet het woord en je weet het meteen. Spelling kan dan beter lijken dan je zou verwachten.
Maar taal is meer dan een lijst bekende woorden
Zodra er nieuwe woorden komen (vakjargon, namen, leenwoorden), of woorden met lastige vormen (werkwoordspelling, meervouden, samenstellingen), werkt die “woord-als-plaatje”-strategie minder goed. Dan moet het brein terugvallen op snelle letterverwerking en taalregels. Precies daar loopt dyslexie vaker vast, vooral onder tijdsdruk.
Compensatie kan dyslexie maskeren
Mensen kunnen heel vaardig worden in omwegen: extra controleren, woorden vermijden, zinnen herschrijven, hulpmiddelen slim inzetten. Dat is knap, maar kost energie. Het gevolg: minder zichtbare fouten, maar wél meer vermoeidheid en stress.
Waarom luisteren en complexe zinnen alsnog lastig kunnen blijven
Een sterk visueel geheugen helpt vooral bij woordherkenning. Zinsbegrip, zeker bij complexe zinnen (zoals passief), vraagt iets anders: aandacht vasthouden, woorden tijdelijk “parkeren” in het werkgeheugen en de rollen in de zin goed bijhouden (wie doet wat). Als die mentale belasting hoog is, kan iemand ondanks goede spelling toch de draad kwijtraken in uitleg, overlegtaal of ingewikkelde instructies.
Herkenningssignalen die vaak meer zeggen dan spelling:
- Lezen kost veel tijd of energie, vooral bij lange teksten
- Prestatie zakt bij tijdsdruk (sneller fouten, meer chaos)
- Nieuwe woorden zijn lastig, ook als bekende woorden prima gaan
- Complexe mondelinge uitleg blijft minder goed hangen
Kortom: weinig spelfouten betekent niet automatisch dat dyslexie geen rol speelt. Soms is dyslexie juist goed verstopt – achter een slimme strategie en een lichaam dat na een dag taalverwerking “leeg” is.
Tips
Er zijn simpele aanpassingen die in veel situaties direct verschil maken.
Maak zinnen korter en rechter
Liever: “We verwerken je aanvraag als je formulier compleet is.”
Dan: “Je aanvraag wordt verwerkt zodra het formulier volledig is ingevuld.”
Eén boodschap per zin
Niet: “Pak je boek, ga naar bladzijde 12 en als je daar bent, begin je alvast met opdracht 3.”
Wel: “Pak je boek. Ga naar bladzijde 12. Begin met opdracht 3.”
Zeg wie wat doet
Passief verstopt de actor. Actief maakt het helder:
“Wij bellen je terug” is duidelijker dan “Er wordt contact met je opgenomen”.
Checkvragen zonder testgevoel
“Wat is volgens jou stap 1?”
“Wat ga je nu als eerste doen?”
Geef herhaling zonder schaamte
Een korte herhaling is geen betutteling. Het is ruisonderdrukking.
Maak ruimte voor ‘even verwerken’
Soms is één seconde stilte na een uitleg al genoeg om de puzzel te leggen.

De sterke punten en de valkuilen bij dyslexie
| Thema | Sterke punten | Valkuilen | Wat helpt? |
|---|---|---|---|
| Totaalbeeld en probleemoplossing | Sterk in het overzien van het geheel, verbanden zien, creatieve oplossingen | Kan vastlopen als een taak vooral “letter-voor-letter” moet | Laat het doel/het eindresultaat eerst zien; werk met stappen |
| Creativiteit en ideeën | Veel ideeën, andere invalshoeken, out-of-the-box denken | Ideeën kunnen blijven “zweven” zonder structuur of planning | Brainstorm eerst, maak daarna samen een korte actielijst |
| Mondelinge communicatie | Vaak prettig in gesprek, goed in uitleggen in eigen woorden | Lange, complexe mondelinge instructies kunnen wegzakken, vooral onder tijdsdruk | Geef kernpunten ook schriftelijk en kort weer |
| Lezen (tempo) | Kan prima gaan bij korte, duidelijke teksten | Langzaam lezen, sneller moe, meer fouten bij lange of ambtelijke teksten | Korte alinea’s, duidelijke koppen, voorleessoftware waar passend |
| Begrijpend lezen | Goed begrip als er context en structuur is | Complexe zinnen, veel bijzinnen of passieve formuleringen kosten extra energie | Schrijf actief (“wij doen X”), kort en concreet |
| Schrijven en spelling | Sterk in inhoud, toon, overtuigen (als tijd en hulpmiddelen er zijn) | Spelling, typefouten, formuleren onder tijdsdruk | Spellingscontrole, sjablonen, extra revisietijd, collega-check |
| Notuleren en multitasken | Sterk als er één focus is | Luisteren én tegelijk schrijven is zwaar; belangrijke info kan gemist worden | Laat notuleren door iemand anders; geef samenvatting na afloop |
| Werkgeheugen en details | Sterk in ‘conceptuele’ details (inhoud, logica) | Details in tekst (codes, namen, nummers) zijn foutgevoelig | Werk met kopiëren/plakken, checklists, dubbele controle bij nummers |
| Plannen en overzicht | Kan goed werken met heldere routines | Nieuwe, talige of chaotische taken geven sneller stress | Duidelijke prioriteiten, dagstart, taken in kleine blokken |
| Kwaliteitsgevoel en doorzetting | Vaak hoge motivatie en veerkracht | Overcompenseren, perfectionisme, schaamte (hulp te laat vragen) | Normaliseer hulpmiddelen; maak “vragen stellen” expliciet oké |
Dit zijn gemiddelden. Dyslexie verschilt per persoon en per context (stress, slaap, prikkels, tijdsdruk). De sterkste aanpak is meestal niet “harder proberen”, maar slimmer inrichten: heldere taal, voorspelbare structuur en de juiste hulpmiddelen.
Training en ondersteuning
Als dyslexie óók samenhangt met luisteren, aandacht en zinsverwerking, dan is het logisch dat ondersteuning breder kan zijn dan “alleen maar lezen oefenen”. Denk aan:
- oefenen met zinnen “uit elkaar halen” (wie doet wat),
- werken met duidelijke structuren in taal,
- strategieën om jezelf te herpakken als je de draad kwijt bent,
- en in sommige gevallen: aandacht trainen of in elk geval het aandachtprofiel goed in kaart brengen.
Dit betekent niet dat iedereen met dyslexie een aandachtstoornis heeft. Wel dat aandacht bij een deel van de mensen een extra kwetsbare schakel kan zijn. En dat het dus zinvol kan zijn om daar naar te kijken, zeker als iemand zegt: “Lezen is lastig, maar gesprekken en uitleg ook.”
Kanttekeningen
Dit onderzoek is interessant, maar het blijft belangrijk om het nuchter te lezen.
- Het ging om een relatief kleine groep kinderen.
- De taken waren strak gecontroleerd in een rustige setting. Het echte leven is drukker, rommeliger en vermoeiender.
- De zinnen waren kort en kunstmatig opgebouwd (handig voor onderzoek). In het dagelijks leven zijn zinnen vaak langer, met emotie, intonatie en context.
Toch blijft de kern stevig: als je bij dyslexie ook verschillen ziet bij luisteren, aandacht en complexe zinnen, dan is “dyslexie = alleen lezen” simpelweg te smal.
Mazlumi, M., & Purmohammad, M. (2026). Linking attention deficits to difficulties in the comprehension of complex syntax in dyslexia. Dyslexia, 32, e70026. https://doi.org/10.1002/dys.70026



